De Sovjet-Unie van Stalin
Na de dood van Lenin in 1924 stonden Trotski en Stalin – twee hooggeplaatste leiders van de communistische partij – lijnrecht tegenover elkaar. Trotski presenteerde zich als conservatieve communist en sprak zich openlijk uit tegen het economische beleid van de recent gestorven Lenin. Het was deze politiek waardoor een wereldrevolutie uitbleef. Daarentegen wilde Stalin Lenins economische politiek, de Nieuwe Economische Politiek (NEP), voortzetten. Het was aan dit economisch beleid te danken dat men in de Sovjet-Unie weer wat winst mocht maken. Volgens Stalin moest er ‘eerst sprake zijn van revolutie binnen het eigen land’ zodat de industrie zich kon ontwikkelen. Pas daarna kon de in 1922 nieuwgevormde Sovjet-Unie de revolutie over de wereld verspreiden. Stalin presenteerde zich als opvolger van de ‘geliefde’ Lenin, door ook zijn politiek voort te zetten. Hierdoor was het voor de communistische partij duidelijk; Stalin was de echte opvolger van Lenin! Trotski werd in 1929 verbannen.
Stalins economische politiek

Moedertje Rusland wordt beschermd door vadertje Stalin. Met deze propagandaboodschap werd de bevolking uit de Sovjet-Unie geïndoctrineerd.
Na Lenins opvolging, maakte Stalin gelijk een eind aan de Nieuwe Economische Politiek van Lenin. Hij en de andere Sovjetleiders richtten zich op ingrijpende hervorming van de economie, aangezien deze ver op de andere Europese economieën achterliep. Stalin probeerde de gelijkheid tussen de inwoners van de Sovjet-Unie te vergroten door de economische vrijheid sterk in te perken. In een korte periode moest de economie hervormd worden. De staat was de enige die deze hervormingen goed kon leiden. Hij liet daarom Vijfjarenplannen opstellen. In die plannen stond de snelle opbouw van zware industrie naar westers voorbeeld centraal. In korte tijd werden hoogovens, scheepswerven en machinefabrieken uit de grond gestampt.
In deze Vijfjarenplannen was geen ruimte voor vrijheid. Er werd vastgelegd wat en hoeveel iedereen de komende vijf jaar moest produceren. Ook werden lonen en prijzen bepaald door de staat. Vrije concurrentie tussen bedrijven verdween daardoor volledig. Enkele economische veranderingen waren het ingrijpendst. Zo werden bedrijven staatseigendom gemaakt. Particulier eigendom, zoals een eigen bedrijf, werd verboden.
Rusland had onder het bewind van de tsaren gekampt met een tekort aan eten. Stalin begon dan ook met grootschalige hervormingen in de landbouw om dit probleem aan te pakken. Hij gaf opdracht tot grootschalige collectivisatie. Boeren werkten in kolchozen, waarin zij naast de gemeenschappelijke landbouwgrond ook nog een eigen stukje grond hadden om te verbouwen of te bebouwen. Of zij werkten in sovchozen, staatsbedrijven waarin de boeren in loondienst waren.
De industrie begon de productie van consumptiegoederen in het voorheen agrarische Rusland over te nemen van de ambachtslieden. Talloze machinefabrieken werden aangelegd door ongeschoolde arbeiders. Kwaliteit maakte plaats voor kwantiteit. In sommige opzichten had Stalin succes met zijn economische beleid. De opkomst van de zware industrie, met name wapenfabrieken, maakte van de Sovjet-Unie in korte tijd een machtig land.
Een echt succes?
De Sovjet-Unie mocht dan in korte tijd een land van formaat zijn geworden onder de regie van Stalin. Er waren ook negatieve gevolgen. Om de doelen die gesteld waren in de Vijfjarenplannen te halen, moesten arbeiders keihard werken. Ze kregen slecht betaald en hadden weinig rechten. Ook waren veel van Stalins economische doelstellingen onmogelijk om te halen. Vanuit Moskou werd bijvoorbeeld bepaald waar landbouwproducten verbouwd moesten worden. Het kwam regelmatig voor dat gewassen op stukken grond verbouwd moesten worden, die totaal niet geschikt waren. Maar aan Stalin kon dat niet liggen. Daarom liet hij communistische managers die kritiek uitten door de geheime politie oppakken en vervangen door jaknikkers.
Stalins maatregelen om de socialistische heilstaat te bereiken, mondde zelfs uit in een grootschalige hongersnood in Oekraïne, die bekendstaat als de Holodomor.
Leninisme en stalinisme: twee handen op de buik van het totalitarisme
Onder Lenins regering was de communistische partij er al van overtuigd dat de benodigde communistische verandering alleen bewerkstelligd kon worden door gehoorzaamheid af te dwingen. In deze leninistische kijk op het communisme werd de revolutie niet door de bevolking – of arbeidersklasse – gevoerd, maar door de regering uit naam van het volk. Daarom werden tegenstanders al tijdens Lenins bewind veroordeeld na showprocessen – waarin beklaagden verzonnen bekentenissen aflegden – en werden verbannen of geëxecuteerd.
Onder Lenins opvolger Stalin groeide het staatswantrouwen tegen vermoedelijke tegenstanders van het communisme uit tot een ware staatsterreur. Stalin wantrouwde iedereen. Zelfs zijn bondgenoten uit de revolutietijd. ‘Waren zij niet uit op zijn positie’? Zo dacht Stalin. Ook zij bekenden de meest bizarre misdaden. Sommigen uit angst voor de veiligheid van hun familie. Anderen uit blinde trouw aan het communisme. Maar de meesten vanwege de vreselijke martelingen die zij hadden ondergaan. Ze werden vervangen door een jongere generatie van partijleden die hun positie hadden te danken aan Stalin. Maar ook deze jongere generatie moest het ontgelden, want Stalins wantrouwen groeide tot grote proporties. Ook communisten uit de jongere generatie werden doodgemarteld, doodgeschoten of naar goelags gestuurd.
Stalins totalitaire maatregelen
Stalins visie op het communisme ging nog een stap verder dan Lenins. Waarbij Lenin de partij de revolutie liet dragen namens het volk, daarbij werd onder Stalin de revolutie gedragen door één man. Tijdens die periode van stalinisme riep Stalin in 1934 zelfs: ‘het Russische volk heeft behoefte aan een tsaar’. Zodoende maakte hij elke inwoner ondergeschikt aan de staat. Het waren de burgers die verantwoording moesten afleggen aan de staat en niet andersom.
Godsdienst moest in de Sovjet-Unie worden uitgeroeid. De Kerk stond gelijkheid in de weg, want ‘zij die konden communiceren met God waren niet gelijk aan diegenen die dat niet konden’. Eerst werden kerkklokken weggehaald en omgesmolten om wapens en werktuigen van te maken. Daarna werden gebedshuizen vernietigd en geestelijken gedeporteerd of gedood.
Romans, gedichten, muziek en kunst mochten alleen over het communisme en Stalin gaan. Overal werden borstbeelden en afbeeldingen van Stalin en Lenin geplaatst. Het werd een regelrechte persoonsverheerlijking in dit ‘socialistisch-realisme’.
Het gezin werd ondergeschikt aan de staat. Daarom werden gezinswoningen vervangen door grote woonkazernes. Verschillende gezinnen woonden in hetzelfde gebouw met gemeenschappelijke toiletten, badkamers en soms zelfs keukens. De muren tussen de verblijven waren er dun. Een privéleven was daarom niet mogelijk. Bovendien stond er een fikse beloning op ‘verraders van de revolutie’. Buren gaven elkaar dan ook regelmatig aan op verdenking van verraad.
Ook kinderen geïndoctrineerd. Zij moesten verplicht bij de Pionier, een soort communistische padvinderij waarin de ideologie en Stalin werden verheerlijkt. Zo werd een nieuwe generatie klaargemaakt om het communisme te dienen. Zo werden kinderen aangespoord hun ouders, vrienden, buren of familie aan te geven wanneer zij er iets opstandigs uitflapten.
Door zijn hervormingen, kreeg Stalin de bijnaam: ‘de man van staal’. Het waren niet alleen tegenstanders van het regime die slachtoffer werden. Ook onschuldige mensen konden na valse beschuldigingen worden opgepakt en vermoord. De Sovjet-Unie onder Stalin en zijn opvolgers was dan ook een totalitaire staat, want het hele leven werd beheerst door een ideologie. Een groot deel van de bevolking verdroeg dit uit idealisme, anderen onder dwang van de vreselijke terreur.










