De opstand in de Nederlanden

Hoofdvragen

Wat zijn de oorzaken voor het ontstaan van de Nederlandse Opstand?

Hoe verliep de Nederlandse Opstand?

Wat waren de gevolgen van deze opstand?

1350
1550
1555
1565-1566
April 1566
Augustus 1566
1567
1568
1 april 1572
24 augustus 1572
1573
1576
1578
26 mei 1578
6 januari 1579
26 juli 1581
1584
1585
1588
1598
1600
1609-1621
1648
De 17 Nederlandse gewesten beginnen vorm te krijgen.
Karel V werd heerser over alle Nederlandse gewesten.
De godsdienstvrede van Augsburg. Filips II erfde het rijk van Karel V.
Hongerwinter
Margaretha van Parma kreeg een smeekbrief aangeboden door het Verbond der Edelen.
Beeldenstorm
De hertog van Alva kwam aan in de Nederlanden. Hij verving Margaretha van Parma als landvoogd.
Begin van de Nederlandse Opstand.
Inname van Den Briel door de Watergeuzen.
De Bartholomeusnacht.
De Hertog van Alva werd vervangen door Luis de Requesens.
De Pacificatie van Gent
Alexander Farnese, hertog van Parma werd landvoogd.
Alteratie van Amsterdam. De stad sloot zich zonder enig verzet aan bij de opstandelingen.
De Unie van Atrecht
De Plakkaat van Verlatinghe werd getekend. Hierin namen de noordelijke gewesten officieel afstand van Filips II als hun vorst.
Willem van Oranje werd vermoord.
De val van Antwerpen.
De Spaanse Armada ondernam een mislukte inval in Engeland. De vloot werd bijna geheel vernietigd.
Filips II van Spanje komt te overlijden. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips III, die de politiek van zijn vader voortzette.
De slag bij Nieuwpoort.
Het Twaalfjarig Bestand.
De Vrede van Münster maakt officieel een einde aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) die in de Duitse gebieden van het Habsburgse Rijk woede.

Frankrijk werd in de zestiende en zeventiende eeuw verscheurd door de ruzies over het christelijke geloof. Het calvinisme was in het zuiden en westen van het land steeds populairder geworden. De toenmalige vorst voelde er niets voor om dit nieuwe geloof te onderdrukken, maar ook niet om het aan te moedigen. Dit veranderde onder de latere koningen, toen de Franse adel verdeeld was in een katholiek en een hugenoots (calvinistisch) verbond. Deze twee groepen probeerden elkaar uit te schakelen en tegelijkertijd de koning voor zich te winnen. De adel wilde dat de koning hen zou gehoorzamen; ze probeerden dan ook zijn macht in te perken. In het midden van de zestiende eeuw bereikte de ruzie tussen de protestantse en de katholieke edelen een hoogtepunt. De twee groepen gingen elkaar te lijf. Een van de meest bloedige gebeurtenissen uit dit conflict was de Bartholomeusnacht op 24 augustus 1572, ook wel de Parijse bloedbruiloft genoemd. Hierbij werden Franse hugenoten op bloedige wijze vermoord. De rust zou pas terugkeren in 1598, toen de koning de hugenoten vrijheid van godsdienstuitoefening gaf (Edict van Nantes).

Kenmerkende aspecten
  • 21. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • 22. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
  • 24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.
Bron 1. De Bartholomeusnacht op 24 augustus 1572, is een van de bloedigste conflicten uit de godsdienstoorlogen die zich in Frankrijk afspeelden.

1. De Habsburgers

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat edelen en geestelijken uit het Duitse Rijk in opstand kwamen tegen de Habsburgers; vanuit politiek, religieus en economisch perspectief.
  • Kan uitleggen waarom Karel V begon met zijn centralisatie beleid.
  • Kan uitleggen dat Karel V en Filips II maar één geloof in hun rijk wilden.
  • Kan de gebeurtenis benoemen die één korte periode van rust veroorzaakte in de godsdienstoorlogen in het Duitse Rijk.

Bron 2. Karel V (links) en Filips II (rechts), beiden afgebeeld met voorwerpen die de wereldlijke macht van beide keizers moesten voorstellen. Een zwaard om militaire macht af te beelden; een mantel van nerts om weelde uit te stralen en een staf om bestuurlijke macht te symboliseren.

In het Duitse Rijk was de macht verdeeld over allerlei vorsten en geestelijken. Dit rijk behoorde Karel V toe; de katholieke keizer die ook grote gedeelten van Italië, Spanje, Portugal, gebieden in Azië en Zuid-Amerika in handen had. In de Duitse gebieden hadden enkele vorsten en geestelijken zich bekeerd tot het protestantisme. Zij begonnen zich tegen Karel V keren. De geestelijken en vorsten deden dit om twee redenen. Allereerst was Karel V begonnen met het regeren vanuit één punt. Dit noemen we centralisatie. Vanuit Brussel begon Karel universele regels op te stellen. Wetten waar iedereen in zijn rijk zich aan moest houden. Ook begon de katholieke keizer met het invoeren van universele belastingen, die vanuit Brussel werden geïnd. Van oudsher moest de vorst de adel een verzoek doen om belastingen. De edelen besloten dan of zij het gevraagde bedrag zouden afstaan. Voor een vorst wiens rijk immens groot was, stond op deze manier belasting innen gelijk aan een onmogelijke taak. Karel V begon dan ook belasting te innen vanuit Brussel en zond ambtenaren om deze belastingen op te halen. Door de universele belastingen en wetten zagen de edelen in het Duitse Rijk hun economische en politieke macht afnemen. In opstand komen tegen Karel betekende dat zij zelf weer de belastingen en de wetten mochten bepalen.

Als tweede vonden veel geestelijken en edelen dat Karel V protestanten te hard aanpakte. Enkelen van deze edelen en geestelijken hadden zich bekeerd tot het nieuwe geloof en zouden hierover met hem in conflict komen. Karels rijk was zo groot, dat de enige verbindende factor tussen zijn inwoners het geloof was. Te veel geloven zou betekenen dat zijn rijk mogelijk uit elkaar zou vallen. De Habsburgse vorst duldde dan ook geen protestantse edelen. Hij begon met het vervolgen van deze edelen, maar ook van overige protestanten. Hierin werd hij geholpen door de katholieke kerk, die daar haar eigen rechtbank voor had. Deze twee redenen zouden de basis vormen voor de godsdienstoorlogen in Karels rijk. In 1555 ondertekende een vermoeide Karel V de godsdienstvrede van Augsburg, waarin stond dat elke edelman en geestelijke zijn eigen religie mocht kiezen en de onderdanen hem in die keuze zouden volgen. De vermoeide keizer zou in hetzelfde jaar afstand doen van zijn troon. Zijn zoon Filips II nam het over. Filips had zo zijn eigen ambities voor het rijk dat hij van zijn vader erfde. Hij wilde het karwei afmaken dat Karel was begonnen: meer centralisatie en maar één geloof in het rijk van de Habsburgers.

Bron 3. Het Europese gedeelte van het rijk van Karel V, rond het jaar 1550.
Bron 4. Een wereldkaart met daarop de verschillende vorstendommen rond 1555.
Bron 5. Karel V besloot in 1555 afstand te doen van de troon. Zijn zoon Filips zou het hele Habsburgse Rijk erven, inclusief de Nederlanden. De vermoeide keizer leunt op één van zijn belangrijkste vertrouwelingen, Willem van Oranje. Een schoolplaat uit de negentiende eeuw.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Spelen met ketterse gedachten

Leerdoelen
  • Kan de functie van de Gewestelijke Staten en de Staten-Generaal uitleggen.
  • kent de functie van de landvoogd(es).
  • Kan uitleggen waarom Karel V de bloedplakkaten uitvaardigde.
  • Kan een religieuze, politieke en economische oorzaak geven waarom edelen en burgers in opstand kwamen tegen Filips II.
  • Kent de drie opvattingen die leidend zijn in de historische discussie over de Nederlandse Opstand (verdiepingsstof).

Bron 6. Op de rede van Texel werden veel schepen gebouwd die op de Oostzee zouden varen. Hier werd graan ingekocht om als voedsel te dienen in de Nederlanden. Vooral het handelsverbond de Hanze zou profiteren van deze moedernegotie.

Rond 1550 was Karel V er in geslaagd heerser te worden van alle zeventien Nederlandse gewesten. Sinds de middeleeuwen hadden de gewesten zichzelf bestuurd. Als de heerser van een gewest geld nodig had, dan moest deze een verzoek doen bij de Gewestelijke Staten. Dit was een vergadering van belangrijke edelen, geestelijken en burgers uit dat gewest. Het woord staten betekent dan ook standen, aangezien alle 3 standen bij deze vergadering aanwezig waren. Wilde de Habsburgse vorst overleggen met alle gewesten tegelijkertijd, dan riep hij de Staten-Generaal bij elkaar in Brussel. Als heerser van de Nederlandse gewesten was Karel niet altijd aanwezig in het gebied. Bij afwezigheid stelde hij een plaatsvervanger aan. Deze werd landvoogd (man) of landvoogdes (vrouw) genoemd.

Net als in Frankrijk en het Duitse Rijk was ook in Nederland kritiek ontstaan op de rooms-katholieke kerk. De calvinistische Nederlanders begonnen zich te ergeren aan de zelfverrijking van de kerk. De groei van het protestantisme in Nederland – en in de rest van Europa – was een doorn in het oog van Karel V. Hij vaardigde de ‘bloedplakkaten’ uit. Met deze regeringsbesluiten werd het drukken, schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen, het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het prediken van een tegendraadse religie en het verlenen van onderdak aan ketters verboden. Wie zich hier niet aan hield, kreeg de doodstraf. Ondanks dat een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking nog steeds katholiek was, vonden ook zij dat deze plakkaten te ver gingen.

Niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland verloor de adel steeds meer macht door het centralisatiebeleid van Karel V en later zijn opvolger Filips II. In de Nederlanden waren veel steden te vinden. De rijke burgers in de steden waren ook ontevreden over het beleid van de Habsburgse vorst. De inwoners van deze steden hadden het recht om belastingen te heffen en wetten te maken afgekocht van een plaatselijke edelman, in de vorm van stadsrechten. Karel V en Filips II trokken zich niets aan van deze rechten. De invloed van de rijke burgers op het bestuur van de steden en de gewesten werd steeds kleiner.

In de zestiende eeuw bereikte de onvrede het hoogtepunt. Dit had voornamelijk een economische oorzaak. De Nederlandse gewesten waren grotendeels afhankelijk van geïmporteerd graan uit de landen rondom de Oostzee. Dit werd de moedernegotie genoemd. Halverwege de zestiende eeuw waren veel van deze graanoogsten mislukt. Hierdoor werd graan steeds duurder. Veel inwoners konden het voedsel niet meer betalen. Filips II maakte zich hier niet zorgen over. Hij vond dat de voedseltekorten niet het probleem van de regering in Brussel waren. Filips tolereerde dan ook niet de opstandigheden ontstaan door die voedseltekorten. Hij gaf de landvoogdes Margaretha van Parma – zijn halfzus – de opdracht elke vorm van tegenstand te straffen.

Oorzaken van een nationale opstand?

In de Nederlandse geschiedenis wordt de Nederlandse opstand – ook wel Tachtigjarige Oorlog genoemd – gezien als een nationale strijd tegen een Spaanse vorst. Meningen van historici over deze strijd lopen uiteen. De één ziet het als een nationale strijd tegen een buitenlandse overheerser. De ander ziet het meer als een burgeroorlog, aangezien Filips II de rechtmatige eigenaar was van de Nederlandse gewesten.

Waar nog het meest over gediscussieerd wordt tussen historici, zijn de oorzaken voor het ontstaan van de Opstand. Hierin vragen zij zich af: ‘welke oorzaak is het belangrijkst geweest voor het in opstand komen van de Nederlandse gewesten tegen Filips II’? Waren de bloedplakkaten de druppel die de emmer deed overlopen? Of moet er gekeken worden naar de politieke centralisatie van Filips II, aangezien dit streven op veel verzet stuitte bij de adel? Historicus Jan Romein schrijft de Nederlandse opstand toe aan de economische problemen in de Nederlanden. Rijke burgers die het niet eens waren met het economische beleid van Filips en hongerige arbeiders en werklieden die deze burgers steunden, omdat Filips zich niets aantrok van hun lot. Voor welk van deze drie opvattingen vind jij het meeste bewijsmateriaal in deze paragraaf?

Bron 7. Politieke kaart van de Nederlandse gewesten omstreeks 1350. In deze periode werden de gewesten vormgegeven, zoals Karel V deze in zijn leven zou verkrijgen. Enkele gewesten zijn al herkenbaar als onze huidige provincies.
Bron 8. Landvoogdes Margaretha van Parma zou het bestuur over de Nederlanden overnemen van haar halfbroer Filips II.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


3. Van een Verbond der Edelen naar een Beeldenstorm

Leerdoelen
  • Kan uitleggen hoe de smeekbrief heeft geleid tot de beeldenstorm.
  • Kan uitleggen waarom hagenpreken op het platteland werden georganiseerd.
  • Kan uitleggen waardoor de beeldenstorm ontstond.
  • Kan uitleggen met welk doel en welke opdrachten de hertog van Alva naar de Nederlanden werd toegestuurd.

Bron 9. Tijdens de Beeldenstorm werden hele kerken geplunderd. Niet alleen protestanten maakten gebruik van de Beeldenstorm om kerken te plunderen. Er waren ook diegenen die gebruik maakten van de situatie om kerken te beroven, zonder dat zij daar een religieuze motivatie voor hadden.

Filips II weigerde naar de klachten van de bevolking te luisteren. Hij gaf Margaretha van Parma het bevel nog meer bloedplakkaten uit te vaardigen. Nu werden niet alleen protestanten gestraft, maar iedereen die in opstand kwam tegen Filips. Daarop besloten een aantal edelen samen te gaan werken in het Verbond der Edelen. Zij wilden een einde maken aan Filips’ harde aanpak. In april 1566 boden ze landvoogdes Margaretha van Parma een smeekbrief aan. Hierin vroegen ze haar op te houden met het vervolgen van protestanten. Margaretha deed een vage toezegging. Vervolgens gebeurde er iets wat zij helemaal niet had bedoeld. Vanuit allerlei landen kwamen calvinisten en andere protestanten naar de Nederlanden. Zij zagen de Nederlandse gewesten als een veilig toevluchtsoord, waar het protestantse geloof zonder angst kon worden uitgeoefend.

De calvinisten begonnen kerkdiensten op het platteland te organiseren. Deze bijeenkomsten werden hagenpreken genoemd. Onder de calvinisten heerste de angst voor de huursoldaten in de steden, die nog steeds door Filips werden betaald. Bang om overvallen te worden door deze soldaten van Filips, namen de calvinisten uit voorzorg hun wapens mee naar de preken. Hierdoor waren deze bijeenkomsten vaak onrustig.

De onrust nam toe in de winter van 1565-1566. Op het platteland en in de steden was een hongersnood onder de armere bevolking ontstaan. Na een hagenpreek op het Vlaamse platteland barstte de bom. In augustus 1566 brak de Beeldenstorm uit. Groepjes opstandige en ontevreden calvinisten, arbeiders en ambachtslieden bestormden katholieke kerken. Zij haalden beelden en andere voorwerpen uit de kerken. De rijkdommen werden gebruikt om voedsel van te kopen; de beelden werden kapotgeslagen. De Beeldenstorm bleef niet beperkt tot het gewest Vlaanderen. Ook in de andere gewesten werden katholieke kerken vernield. Ondanks dat Margaretha van Parma de rust wist te herstellen met behulp van de Nederlandse edelen, vond Filips II dat zijn halfzus niet snel genoeg had gereageerd. Hij liet Margaretha vervangen door een nieuwe landvoogd: de hertog van Alva. Deze nieuwe landvoogd kreeg drie opdrachten: de opstandelingen straffen, het protestantisme in al haar vormen uitroeien en het bestuur in de Nederlanden nog sterker te centraliseren. In 1567 kwam Alva in de Nederlanden aan. Hij begon gelijk met het straffen van protestanten en opstandelingen. Zo werden twee hoge edelen onthoofd (bron 10). Ook voerde hij nieuwe belastingen in. Dit keer werd niet meer de Gewestelijke Staten om belasting gevraagd. Alva vond dat de gewesten hun vrijheden hadden misbruikt. Ze hadden maar te gehoorzamen. Het gevolg was dat tegen al deze maatregelen fel geprotesteerd werd.

Bron 10. De onthoofding van Egmont en Horne. Deze twee hoge edelmannen werden als voorbeeld gebruikt door Alva. 'Kom je in opstand tegen Filips. Dan wacht dit lot jou'.
Bron 11. De hertog van Alva volgde Margaretha van Parma op als de nieuwe landvoogd van de Nederlanden in 1567.
Bron 12. De bij de hagenpreken aanwezige calvinisten waren altijd tot de tanden bewapend. Bedenk wat voor sfeer gehangen moest hebben bij deze preken. Aan de ene kant opgezweept worden door de predikant. En aan de andere kant constant over je schouder kijkend, opzoek naar Spaanse huursoldaten.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 3.4 Video: De Nederlandse Opstand, deel 1

De video aan de rechterkant is het eerste deel van in totaal drie korte documentaires over de Nederlandse Opstand. Bij video horen een aantal vragen, die je hieronder kan vinden. Beantwoord de vragen tijdens het bekijken van de video. Je kan de video op elk gewenst moment stopzetten. Doe dit ook bij vragen waarbij je ook een bron moet gebruiken. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Heb je twee vragen ingevuld, dan klik je op volgende. Er zijn in totaal 10 vragen. Druk na het beantwoorden van de laatste vraag op inleveren.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


4. Naar tachtig jaar oorlog

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom Willem van Oranje voor een nationalistische boodschap koos.
  • Kan uitleggen waarom de opstand veel draagvlak vond in Holland en Zeeland.
  • Kan de reden voor de Pacificatie van Gent benoemen.
  • Kent de 3 afspraken die werden gemaakt in de Pacificatie van Gent.
  • Kent de 2 idealen van Willem van Oranje (verdiepingsstof).

Bron 13. Kenau Simonsdochter Hasselaar was een vrouw die tijdens het beleg van Haarlem in 1573 een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor een lange tijd hield Haarlem dankzij haar stand, aldus de verhalen.

In het jaar 1568 leidde de edelman Willem van Oranje een opstand tegen Filips II. Vanuit Oranjes Duitse bezittingen werden invallen georganiseerd in de Nederlanden. Hij probeerde steun voor de opstand te krijgen door Nederlanders op te roepen ‘te vechten voor hun vaderland’. Het is niet vreemd dat Willem koos voor een nationalistische boodschap en niet voor een godsdienstige boodschap. Met dit nationalisme kon hij meer aanhangers krijgen voor zijn opstand.

In 1568 en 1572 waagde Willem van Oranje tweemaal een inval in de Nederlanden. Hij bleek geen talent te hebben voor oorlogsvoering. Beide invallen mislukten. Pas in 1572 zouden de opstandelingen voor het eerst succes hebben. Vanuit zee veroverden watergeuzen de plaats Den Briel in het gewest Holland. In de jaren die hierop volgenden sloten steeds meer steden in Holland en Zeeland zich aan bij de opstand. In deze gewesten had Filips nooit op veel steun kunnen rekenen. De twee gewesten zagen het succes van de opstandelingen als een teken dat Filips’ macht aan het afnemen was. Een furieuze Filips liet Alva het veld ruimen. De hertog van Alva zou in 1573 opgevolgd worden door een nieuwe landvoogd: Requesens.

In juli 1572 besloot het gewest Holland Willem van Oranje te benoemen tot stadhouder. Als stadhouder kreeg Willem de leiding over de huursoldaten van het gewest en had hij de macht om officieel namens het gewest oorlog te voeren. Nadat de troepen van Filips II uit Zeeland waren verdreven, nam Zeeland het besluit van Holland over.  Vier jaar voerden Holland en Zeeland alleen de oorlog tegen Filips. Dit zou veranderen in 1576 toen plotseling de landvoogd Requesens stierf.

Het was de landvoogd geweest die Filips’ huursoldaten had betaald. Na zijn dood sloegen de Spaanse huursoldaten aan het plunderen in de zuidelijke gewesten. Eén van de bekendste gebeurtenissen uit die periode is de Spaanse Furie. Op 4 november 1576 trokken de onbetaalde huursoldaten moordend, plunderend en verkrachtend door de stad Antwerpen. Alle gewesten vonden toen dat het zo niet langer kon. Ze sloten in 1576 vrede met elkaar: de Pacificatie van Gent. Ze besloten allereerst de plunderende huursoldaten van Filips uit het land te verdrijven. Als tweede zouden ze gezamenlijk protesteren tegen Filips’ centralisatie politiek en van hem meer zelfstandigheid voor de steden en gewesten eisen. Bovendien besloten ze voorlopig geen aandacht te besteden aan de verschillen in godsdienst, aangezien de noordelijke gewesten nog steeds grotendeels calvinistisch waren en de zuidelijke gewesten katholiek. In 1576 leek het mogelijk dat alle gewesten bij elkaar zouden blijven en één land zouden vormen.

Willem van Oranje (1533-1584)

Willem van Oranje had door erfenis en huwelijk rijke bezittingen in de Nederlanden gekregen. Ook was hij prins van het vorstendom Orange in Frankrijk (Oranje). Vandaar dat Willem zich van Oranje mocht noemen. Hij verzette zich tegen Filips II. De prins van Oranje vond dat hij als edelman te weinig invloed had op het bestuur. Ondanks dat Willem katholiek was, gruwelde hij van de strenge protestantenvervolgingen door Filips II. Hij wilde hier dan ook verandering in zien. Dit probeerde hij vanuit zijn idealen voor elkaar te krijgen. Allereerst wilde Willem van Oranje politieke eenheid en meer zelfstandigheid voor de Nederlanden. Daarnaast was hij voorstander van verdraagzaamheid tussen katholieken en protestanten. Oranje vond dat er in Nederland best ruimte was voor twee gelovige stromingen. Hij was dan ook een voorstander van vrijheid van godsdienst. In 1572 zou deze godsdienstvrijheid door de gewesten Holland en Zeeland worden overgenomen.

Oranje wachtte de komst van Alva niet af. Door zijn opstandige uitingen vreesde Willem voor zijn leven. Hij vluchtte naar het Duitse Rijk. Vanuit zijn bezittingen in Duitsland organiseerde hij de opstand tegen Filips II.

Bron 14. Willem van Oranje-Nassau.
Bron 15. De Spaanse Furie van Antwerpen uit 1576 zou de eerste zijn van een reeks aan plunderingen door Spaanse huursoldaten. Dit zou grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de Nederlandse Opstand tegen Filips II.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.4 Video: De Nederlandse Opstand, deel 2

De video aan de rechterkant is het tweede deel van in totaal drie korte documentaires over de Nederlandse Opstand. Bij video horen een aantal vragen, die je hieronder kan vinden. Beantwoord de vragen tijdens het bekijken van de video. Je kan de video op elk gewenst moment stopzetten. Doe dit ook bij vragen waarbij je ook een bron moet gebruiken. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Heb je twee vragen ingevuld, dan klik je op volgende. Er zijn in totaal 8 vragen. Druk na het beantwoorden van de laatste vraag op inleveren.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


5. De overwinning van Oranje?

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waardoor de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht ontstonden.
  • Kan uitleggen waarom de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uniek was in Europees opzicht.
  • Kan de moord op Willem van Oranje vanuit Filips’ perspectief verklaren.
  • Kan het succes van de opstandelingen verklaren vanuit Maurits’ legerhervormingen.
  • Kan uitleggen waarom het Twaalfjarig Bestand Filips goed uitkwam (verdiepingsstof).
  • Kent 4 fronten waarop Filips oorlog voerde (verdiepingsstof).
  • Kan uitleggen hoe de opstandelingen gebruik maakten van de oorlogsinspanningen van Filips II (verdiepingsstof).
  • Kent de gebeurtenis die een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog.

Bron 16. In 1579 werden twee unies gesloten. De vorm van huidig Nederland is al een beetje te herkennen.

De eensgezindheid van 1576 zou niet lang duren. In Holland en Zeeland kwam niets terecht van de afgesproken vrijheid van godsdienst. In deze gewesten werd het katholieke geloof verboden. Ook in de andere gewesten was de calvinistische onverdraagzaamheid groot. Enkele steden in Vlaanderen en Brabant werden door hen veroverd. De calvinisten begonnen met het vermoorden van katholieke geestelijken en het vernielen van kerken, zoals was gebeurd tijdens de Beeldenstorm. Door dit geweld begonnen de zuidelijke gewesten vraagtekens te zetten bij de samenwerking met de noordelijke gewesten. Langzaam begonnen de katholieken in het zuiden openlijk weer hun steun uit te betuigen aan Filips en het Habsburgse Rijk. In 1578 maakte de hertog van Parma – de zoon van Margaretha van Parma – die de nieuwe landvoogd was geworden, handig gebruik van de zuidelijke onvrede. Hij haalde de zuidelijke gewesten over om zich weer aan te sluiten bij Habsburgse Rijk. In 1579 besloten de zuidelijke gewesten samen te werken in de Unie van Atrecht. Als reactie op het sluiten van deze unie, besloten de noordelijke gewesten ook nauwer te gaan samenwerken in de Unie van Utrecht. In 1581 deden deze noordelijke gewesten openlijk afstand van Filips II als hun vorst. Ze erkenden hem niet langer als hun rechtmatige koning. Dit was zeer ongebruikelijk; een land zonder vorst. De opstandige gewesten besloten dan ook opzoek te gaan naar een eigen nieuwe heerser. Toen de gewesten deze niet vonden, besloten ze zonder vorst verder te gaan. In 1588 werd de onafhankelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geboren, ook wel de Republiek genoemd.

Niet alleen de calvinisten waren onverdraagzaam. Ook Filips bleef onverdraagzaam. Ondanks de grote onvrede onder zowel katholieken als protestanten, bleef de Habsburgse vorst alleen het katholieke geloof toestaan. Filips II loofde een beloning uit aan degene die Willem van Oranje zou doden. De dader zou een grote geldsom krijgen en in de adellijke stand verheven worden. Willem werd in 1584 door Balthasar Gerards vermoord in Delft.

Willems zoon Maurits zou zijn rol overnemen. Vanaf 1585 zou het leger van de opstandige gewesten onder leiding komen te staan van Maurits van Oranje. In tegenstelling tot zijn vader, was Maurits een behendig legeraanvoerder en strateeg. Hij verbeterde de organisatie en training van het leger. Ook zorgde hij voor een regelmatige betaling van de soldaten om hen tevreden te houden. Hij bewees zijn capaciteiten door Filips’ grootste handelsstad in de Nederlanden, Antwerpen, ten val te brengen in 1585; nadat het in hetzelfde jaar nog was veroverd door de hertog van Parma. Hierna waren zowel Filips II als de opstandige gewesten werden oorlogsmoe. Samen besloten ze van 1609 tot 1621 een pauze in te lassen: het Twaalfjarig Bestand. Hierna werd de oorlog hervat, vaak in het voordeel van de Republiek. In 1648 eindigde de opstand. In dit jaar sloten de Republiek en Spanje de Vrede van Münster. Aan tachtig jaar van oorlog was een einde gekomen.

Bron 17. De route die de Spaanse Armada aflegde. De invasiemacht van Filips kreeg te maken met tegenvallend weer. Hierdoor verongelukten veel schepen voor de kust van Schotland en Ierland.
Filips’ oorlogsinspanningen

De Habsburgse vorst Filips II vocht vanaf 1568 een oorlog uit tegen de opstandige Nederlandse gewesten. In deze oorlog werden soldaten uit Spanje, Duitsland en Zwitserland gehaald om te vechten in de Nederlanden. Deze huursoldaten werden betaald met belastingen uit Filips’ bezittingen in Duitsland, Spanje en Zuid-Amerika. De katholieke vorst vocht niet alleen in de Nederlanden. Filips moest op meerder fronten oorlog voeren. Als eerste liet hij regelmatig opstanden neerslaan in Zuid-Amerika. Filips’ volgende front lag in de Duitse gebieden. De Vrede Augsburg (1555) mocht dan een tijdje lang de problemen in de Duitse gebieden van de Habsburgers hebben opgelost; toch bleek deze rust niet lang te duren. In 1618 barste de bom weer in de Duitse gebieden en moest Filips ook hier een opstand neerslaan. Ook in het oosten ontstond een front. Het Ottomaanse Rijk – huidig Turkije – was begonnen met het uitbreiden van zijn rijk. Dit ging in tegen de politieke belangen van Filips II. Hij besloot de opmars van de Ottomanen een halt toe te roepen, door een leger te sturen richting het Midden-Oosten en de confrontatie aan te gaan. Ook probeerde Filips de oorlog aan te gaan met Engeland. Het Engelse koningshuis was een doorn in het oog voor de katholieke vorst. De Engelse vorsten waren protestants en bemoeiden zich met zaken waar zij niets mee te maken hadden, aldus Filips. De Engelsen mengden zich in het conflict met de Nederlanden. Om de Engelsen een lesje te leren, plande Filips II een grote invasie van Engeland (bron 18). Deze invasie strandde. Dit betekende een grote financiële dreun voor de Habsburgse vorst. Door op vele fronten oorlog te voeren, werd het voor de Nederlandse opstandelingen mogelijk om zich als klein land vrij te vechten van een machtige overheerser.

Bron 18. Aan de linkerkant de Spaanse Armada - de invasie macht van Filips II - voordat het uitvoer naar Engeland. Aan de rechterkant de Spaanse Armada toen het in de problemen kwam. In de rechterhoek zie je de paarden die overboord werden gegooid om de zinkende schepen lichter te maken en de tijd te geven om naar een veilige haven te kunnen varen.

Bron 19. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in de Duitse gebieden van het Habsburgse Rijk vormde een grote kostenpost voor Spanje.
Bron 20. Het Ottomaanse Rijk had een sterk leger. Het maakte gebruik van Janitsaren; speciaal getrainde keurtroepen van de Ottomaanse sultan.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 5.4 Video: De Nederlandse Opstand, deel 3

De video aan de rechterkant is het derde deel van in totaal drie korte documentaires over de Nederlandse Opstand. Bij video horen een aantal vragen, die je hieronder kan vinden. Beantwoord de vragen tijdens het bekijken van de video. Je kan de video op elk gewenst moment stopzetten. Doe dit ook bij vragen waarbij je ook een bron moet gebruiken. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Heb je twee vragen ingevuld, dan klik je op volgende. Er zijn in totaal 6 vragen. Druk na het beantwoorden van de laatste vraag op inleveren.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op