De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

  • 14     De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
  • 17     Het begin van staatsvorming en centralisatie.
  • 21     De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
Luther verschijnt voor de Rijksdag in Worms (1521). Keizer Karel V besloot het Edict van Worms uit te vaardigen. Hij gaf het beval dat alle geschriften van Luther moesten worden verbrand. Luther zelf werd vogelvrij verklaard.

Begin van de opstand

In de vijftiende en zestiende eeuw werd in de Nederlanden de positie van de stedelijke burgerij sterker door de opbloei van handel en nijverheid. Die positie werd alleen maar sterker door privileges bij een landsheer af te kopen in ruil voor belastingafdrachten. Karel V werd tijdens zijn leven landsheer van uiteindelijk alle 17 gewesten van de Nederlanden. Hij voerde een regeerbeleid om vanuit één centraal punt te regeren: een centralisatiebeleid. Karels politieke, economische en religieuze beleid zouden centraal geregeld worden. Dit beleid bedreigde sommige van de stedelijke privileges die zijn onderdanen hadden verworven in ruil voor belastingafdrachten en daarmee de economische, politieke en religieuze zelfstandigheid van deze onderdanen.

De Opstand begon als een meningsverschil over de manier waarop de overheid moest reageren op de aanhang voor het protestantisme onder een minderheid van de Nederlandse bevolking. Discussies over het geloof hadden in het begin van de 16e eeuw tot een scheuring binnen de rooms-katholieke kerk geleid. Maarten Luther verkondigde dat de machtsaanspraken en zelfgemaakte wetten en regels van de kerk onterecht waren. Alleen de bijbel was richtinggevend en moest daarom in de volkstaal worden verspreid. Die protestantse boodschap werd verspreid via de nieuwe media: pamflet en boek. Luther zocht en vond steun voor zijn opvattingen bij Duitse vorsten. In 1555 werd met behulp van deze Duitse vorsten de afspraak ‘cuius regio eius religio’ afgedwongen, dat de vorst het geloof van zijn onderdanen voortaan bepaalde.

In de Nederlanden kreeg een andere protestantse kerkhervormer, Johannes Calvijn, meer volgelingen dan Luther. Anders dan Luther vond Calvijn het goed dat zijn volgelingen zich zo nodig zonder toestemming van de overheid of een vorst organiseerden, om zo een eigen geloofsgemeenschap te vormen die zichzelf kon besturen. In de Nederlanden was dat van groot belang. De calvinistische geloofsovertuiging  zou de legitimatie vormen voor de opstand tegen Karel V en later zijn zoon Filips II, want Karel V en Filips II vervolgden alle ketters streng. Bestaande privileges moesten daarvoor wijken. Veel Nederlanders twijfelden aan de zin van strenge vervolging en waren bezorgd over de aantasting van hun privileges en vrijheden. De adel diende in april 1566 een verzoek in om de ketterwetgeving te laten opheffen. Een tijdelijke opschorting van de ketterwetgeving leidde echter tot meer calvinistische activiteit, aangezien de calvinistische leer het samenkomen van haar volgelingen aanmoedigde zelfs zonder de goedkeuring van een vorst. De religieuze onvrede en de strenge vervolgingen leiden uiteindelijk tot de Beeldenstorm. Filips II gaf de adel hiervan de schuld. Hij stuurde Alva, de hertog van Parma, om orde op zaken te stellen. Die stelde de Raad van Beroerten in, die hard optrad tegen de daders van de beeldenstorm en ook bij katholieken impopulair was. Duizenden edelen vluchtten naar het buitenland, waaronder Willem van Oranje. Oranje riep vanuit Duitse ballingschap op tot verzet, maar vond weinig weerklank, waardoor zijn eerste invasies mislukten. Hij riep de hulp in van zeerovers en vrijbuiters: de watergeuzen. Oranje gaf de watergeuzen toestemming een guerrilla te voeren in de Nederlanden en op zee. Na verdere onrust in de Nederlanden, lukte het de watergeuzen in 1572 een opstand te ontketenen in Holland, Zeeland en een aantal steden elders in de Nederlanden. Een deel van de Statenvergadering van Holland riep Oranje uit tot stadhouder om uit naam van deze ‘opstandige gewesten’ de oorlog tegen Filips II voort te zetten.

Bron 1. De verschillende vorstendommen rond het jaar 1555.
Bron 2. Pauselijke aflaat uit de 15e eeuw. Deze aflaten werden verkocht om zonden van familieleden vrij te kopen en daarmee hun tijd in het vagevuur te verkorten.
Bron 3. De kroning van Filips II. Een vermoeide Karel V geeft al steunend op Willem van Oranje de bestuurlijke macht over aan zijn zoon.
Opdracht 1. Het ontstaan van het protestantisme

Lees over Maarten Luther in het artikel De lange weg naar Worms: Kerkhervormer Maarten Luther en het protestantisme. Maak daarna de onderstaande vragen.

  1. De renaissance van de 16e eeuw wordt ook weleens de wedergeboorte van de Oudheid genoemd. Leg die benaming uit.
  2. Het interpreteren van de Bijbel past bij het renaissance idee van de ontwikkeling van de mens. Waarom was het zelf interpreteren van de bijbel in de 13e eeuw nog ondenkbaar geweest? Gebruik in je antwoord: wetenschap, kerk en latijn.
  3. Maarten Luther wilde zich niet afkeren van de katholieke kerk. Juist het tegenovergestelde. Leg uit waarom Luther zich niet wilde afkeren van de kerk.
  4. De verschillende vorsten in het het Heilige Roomse rijk (Duitsland) van Karel V hadden verschillende reden om in opstand te komen. Leg uit waarom zij in opstand kwamen vanuit religieus en politiek perspectief.
  5. Bekijk bron 1.
    A. Leg uit waarom Karel V absoluut geen religieuze scheuring in zijn rijk wilde. Gebruik in je antwoord: eenheid, cultuur en religie.
    B. Hoe kan je opmaken dat het Heilige Roomse Rijk al verscheurd is door de religieuze verdeeldheid? Gebruik in je antwoord de bron.
  6. Dankzij de boekdrukkunst konden Luthers ideeën snel verspreid worden. Bedenk een manier waarop de katholieke kerk de verspreiding van Luthers werken kon beperken.
  7. Bekijk bron 2.
    A. De religieuze scheuring in de 16e eeuw had zowel politieke als economische gevolgen voor de kerk. Leg de economische gevolgen uit.
    B. De religieuze scheuring in de 16e eeuw had zowel politieke als religieuze gevolgen voor het rijk van Karel V. Leg de religieuze gevolgen uit.
  8. Veel vorsten in het Heilige Roomse rijk verklaarden zichzelf protestants, maar deden nog dagelijks katholieke religieuze handelingen in hun kastelen. Verklaar waarom deze vorsten zichzelf toch protestants noemden.
Opdracht 2. Het begin van de opstand

Lees de leerstof over het begin van de opstand in de historische context: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maak daarna de onderstaande vragen.

 

  1. De oorlogen die Karel V met de Duitse en Nederlandse protestanten voerde, worden ook wel godsdienstige oorlogen genoemd. Beargumenteer waarom deze benaming niet helemaal klopt.
  2. De beeldenstorm van 1566 werd door Filips II gezien als een misdrijf. Leg uit dat de protestantse inwoners van de Nederlanden hier anders tegenaan zouden hebben gekeken.
  3.  Bekijk bron 3.
    A. Willem van Oranje had moeite met in opstand komen tegen Filips II, de zoon van Karel V. Zijn geweten sprak hem dat tegen. Leg die gewetensworsteling vanuit het standpunt van Willem van Oranje uit.
    B. Politiek en militair gezien was het riskant voor Willem van Oranje om in opstand te komen tegen Filips II. Leg uit waarom het riskant was om in opstand te komen tegen Filips II vanuit een politiek en militair perspectief.
  4. De Nederlandse opstand wordt vaak de tachtigjarige oorlog genoemd (1568-1648). Sommige historici zijn het niet eens met deze benaming en datering. Leg uit dat je het begin van de opstand ook in 1566 of 1572 zou kunnen dateren.

De Opstand leidt tot het ontstaan van de Republiek, 1572-1588

  • 22     Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

Willem van Oranje, één van de twaalf edelen in de Raad van State. Deze raad, tezamen met de Geheime raad en de Raad van Financiën, vormden de Collaterale Raden van Karel V waarmee hij de Nederlanden bestuurde als onderdeel van zijn centralisatie politiek.

Het lukte Alva niet om de opstand in de Nederlanden snel neer te slaan en er ontstond een burgeroorlog.  Willem van Oranje wilde dat protestanten en katholieken gelijke rechten zouden krijgen om hun geloof te kunnen beleiden. Dit vormde de eerste opzet naar geloofsvrijheid. Het bleek dat Oranjes politiek van gelijkberechtiging voor de katholieken en protestanten in de opstandige gewesten onhaalbaar was. De protestantse geloofsovertuiging kreeg in de opstandige gewesten de voorkeur.

Oranje voerde een effectieve propagandaoorlog. Omdat hij een zo breed mogelijk draagvlak wilde voor de Opstand, koos hij niet voor een religieuze, maar voor een nationale invalshoek. Hij riep ‘Nederlanders’ op hun ‘vaderland’ te beschermen tegen ‘vreemde’ Spanjaarden, maar de koning zelf bleef aanvankelijk buiten schot.

De huurlingenlegers van Filips II werden slecht betaald en er braken steeds meer muiterijen uit. De muitende soldaten trokken al plunderend door de gewesten. Daarom sloten de tot dan toe aan Filips II loyale gewesten zich aan bij de Opstand, in 1576 bij de Pacificatie van Gent,  op voorwaarde dat het katholicisme bij hen werd gehandhaafd. Dat bleek niet te lukken en radicale calvinisten namen in veel plaatsen in Brabant en Vlaanderen de macht over. Katholieken werden daardoor afgeschrikt en waren bereid vrede te sluiten met de koning. De Opstand viel in 1579 uiteen en de overgebleven opstandige steden en gewesten sloten zich aaneen in de Unie van Utrecht, om een front te blijven vormen tegen Filips II. Twee jaar later werd Filips II officieel afgezworen. De opstandige gewesten kregen het moeilijk. Oranje werd in 1584 vermoord, in 1585 viel Antwerpen weer in Spaanse handen en de zoektocht naar een staatshoofd die Filips II zou kunnen vervangen en de vrijheden van de Nederlanden intact zou laten, leverde niets op. Engelse militaire en economische steun gaf de opstandige gewesten de kans zich te herstellen en vanaf 1588 een levensvatbare Republiek te gaan vormen. In de jaren daarop slaagde de Republiek erin terrein terug te winnen, vooral omdat Filips II op te veel fronten tegelijk oorlog voerde.  De soevereiniteit van de Republiek werd in 1596 door Engeland en Frankrijk erkend maar pas in 1648, met de vrede van Munster, werd de internationale erkenning algemeen.

Het ontzet van Leiden (1574) staat symbool voor de eerste overwinningen tijdens de Opstand van de Oranje gezinden. Door effectieve oorlogstactieken en de hulp van de Watergeuzen werden de troepen van Filips II verslagen.
De Alteratie van Amsterdam (1578) betekende de afzetting van het katholieke stadsbestuur en de vervanging hiervan door een protestants-katholiek bestuur. Dit betekende dat Amsterdam zich tot de opstandelingen wende en zich bij hen aansloot.
De Plakkaat van Verlatinghe (1581) was het besluit van een aantal Nederlandse gewesten (later provinciën) om Filips II af te zetten als hun heerser. Dit kan dus gezien worden als de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden, als opvolging van 1579.
De Spaanse Armada (1588) werd door Fillips II naar Engeland gestuurd om een invasie voor te bereiden. Terwijl de schepen lagen te wachten in het Kanaal werden ze verslagen door de Engelsen. Deze mislukking was een ernstige tegenslag voor Fillips' oorlog.
Opdracht 3. De Opstand leidt tot het ontstaan van de Republiek, 1572-1588

Lees de leerstof over de opstand leidt tot het ontstaan van de Republiek in de historische context: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maak daarna de onderstaande vragen.

  1. Willem van Oranje riep Nederlanders op om in opstand te komen tegen vreemde Spanjaarden, ter verdediging van het vaderland.
    A. Leg uit waarom Willem van Oranje niet koos om Nederlanders in opstand te laten komen met een calvinistische boodschap.
    B. Welke middelen zette Willem van Oranje in om de Nederlanders in opstand te laten komen?
  2. Op 4 november 1576 werd Antwerpen geplunderd door muitende Spaanse soldaten. Deze daad wordt de ‘Spaanse Furie’ genoemd. Leg uit dat deze Spaanse Furie past binnen de oorlogsontwikkelingen aan het begin van de Opstand.
  3. De Unie van Utrecht wordt gezien als het begin van ‘het huidige Nederland’. Leg uit wat met die stelling bedoeld wordt.
  4. De Alteratie van Amsterdam staat symbool voor de onuitvoerbaarheid van Willem van Oranjes politiek van gelijkberechting. Leg uit waarom de Alteratie gelijkstaat met de onuitvoerbaarheid van Oranjes gelijkberechting.
  5. In 1581 werd Filips II officieel afgezworen als staatshoofd van de Nederlanden. Toch gingen de gewesten opzoek naar een ander staatshoofd. Leg uit welke beweegredenen de opstandelingen hiervoor gehad zouden hebben.
  6. Bekijk de afbeelding met het onderschrift over de vernietiging van de Spaanse Armada.
    Het slagen van de Opstand in 1648 kan toegeschreven worden aan binnenlandse en buitenlandse factoren. Geef twee buitenlandse factoren die meespeelden in het doen slagen van de Nederlandse opstand.
Opdracht 4. Welk woord weg

Bekijk de bovenstaande video. Hieronder staan rijtjes gemaakt van begrippen, personen en gebeurtenissen uit de video en de leertekst over de opstand leidt tot het ontstaan van de Republiek in de historische context: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Kies welk woord weg moet en dus niet in het rijtje thuishoort. Beargumenteer waarom dat woord niet in het rijtje thuishoort met historische argumenten. Let er dus ook op waarom de anderen wel bij elkaar horen!

 

Spaanse Furie – Antwerpen – Huursoldaten – Willem van Oranje

Holland – Zeeland – Pacificatie van Gent – Filips II

Filips II – Alva – Willem van Oranje – Spanje

De Opstand – Unie van Utrecht – Willem van Oranje – Unie van Atrecht

Vorst – Willem van Oranje – God – Soevereiniteit

Vrede van Munster – Filips II – de Republiek – Engeland

Stadhouder – Vorst – Willem van Oranje – Filips II

Het ontstaan van de Gouden Eeuw in de Republiek, 1588-1648

  • 24     De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse republiek.
  • 25     Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Door val van Antwerpen (1585) als gevolg van de de afsluiting van de Schelde, vluchten veel handelaren en ambachtslieden naar Amsterdam waaronder veel Joden. Zij namen hun handel met zich mee. Hierdoor ontstond een grote Joodse gemeenschap in Amsterdam.

De Opstand viel in de Noordelijke Nederlanden samen met een periode van economische groei. De moedernegotie en het ontbreken van een feodale traditie maakten eerder al specialisatieen commercialisering van de landbouw mogelijk. Daarvan profiteerden ook de nijverheid, scheepsbouw en handel. Tijdens de oorlogsjaren werd er door de opstandelingen gebruik gemaakt van economische oorlogsvoering. De afsluiting van de rivier de Schelde was zo’n economische maatregel. De afsluiting van de Schelde en de daarmee gepaard gaande instroom van tienduizenden immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden gaf Hollandse en Zeeuwse steden een economische stimulans, aangezien deze migranten ook de Antwerpse handel met zich mee trokken.

De Republiek was een unie van zeven zelfstandige gewesten. Wetgeving, rechtspraak en belastingheffing vielen onder de gewestelijke verantwoordelijkheden. De gewesten hadden elk hun eigen Statenvergadering, waarin meestal zowel de belangrijkste steden als de adel waren vertegenwoordigd. Vooral in de gewesten Holland en Zeeland hadden de steden veel macht. De steden werden bestuurd door de regenten. De Staten-Generaal waren verantwoordelijk voor het militair en buitenlands beleid. Ondanks het overwicht van Holland, konden beslissingen alleen genomen worden met draagvlak in alle gewesten, waardoor er veel onderhandeld moest worden. De landsadvocaat (na 1621 de raadspensionaris genoemd) van de Staten van Holland speelde bij die onderhandelingen een leidende rol. De Staten van de gewesten kozen een stadhouder die opperbevelhebber van het Staatse leger was en sommige stadsbestuurders benoemde.

Lange tijd bleef de oorlog tegen Spanje en daarmee het overleg over militair en buitenlands beleid de belangrijkste gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gewesten. In de loop van de tijd werden de gezamenlijke verantwoordelijkheden wat uitgebreid. De Staten-Generaal gaven de in 1602 opgerichte VOC een monopolie op de handel met Azië. De Staten-Generaal moesten de VOC blijven controleren of het de staatsbelangen wel bleef behartigen. Ook en voerden de Staten-Generaal het beheer over de Generaliteitslanden.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand nam de religieuze en politieke verdeeldheid in de Republiek toe. Katholieken werden minder getolereerd. De raadspensionaris en de stadhouder maakten ruzie over wie de politieke macht had in de Republiek. Dit zorgde voor verdeeldheid onder de inwoners van de Republiek. Welke kant moesten zij kiezen?

De handelsbelangen van de regenten en de noodzaak inkomsten te hebben voor de oorlogsinspanningen wogen zwaar mee in het beleid van de Republiek. De economie groeide en in die groeiende economie waren migranten nodig die arbeid konden verrichten of handelsbelangen met zich mee konden brengen. Stadsbestuurders gaven daarom buitenlandse kooplieden goede faciliteiten, waaronder relatief vergaande religieuze vrijheden. Omdat de welvaart relatief groot was, ontstond in de commerciële economie van de Republiek een markt voor luxegoederen; naast drukwerk werden er miljoenen schilderijen gemaakt, die bij gewone mensen thuis hingen.

Het einde van de Gouden Eeuw volgde tegen het einde van de zeventiende eeuw, toen de positie van de Republiek in toenemende mate

De Republiek rond 1621 grenzend aan het Habsburgse rijk (Oostenrijkse Nederlanden).
Tijdens het 12-jarig bestand werd er gediscussieerd over wie de macht in handen had: de stadhouder of de raadspensionaris. Dit leidde tot verdeeldheid in de Republiek. Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt moest dit bekopen met de dood (1619).
In 1619 werd het bestuurscentrum van de VOC naar Batavia verplaatst, huidig Indonesië, door Jan Pieterszoon Coen. Dit getuigt van handel op wereldwijde schaal en de overgang naar een wereldeconomie.
Opdracht 5. Het ontstaan van de Gouden Eeuw in de Republiek

De docent deelt je klas op in groepjes. Per groepje gaan je één van de onderstaande stellingen uitwerken. Daarvoor gebruik je de hele leertekst van de historische context:  de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ook mag je andere bronnen gebruiken bij de beantwoording van je stelling (artikelen op Geschiedenis Vandaag of andere bronnen). Structureer je antwoord goed en herhaal de stelling ook in je antwoord. Jullie gaan je antwoord presenteren voor de rest van de klas.

  1. De Collaterale Raden waren voor Karel V een manier om in overleg met de verschillende Nederlandse gewesten te regeren.
  2. De Nederlandse opstand is ontstaan door de religieuze scheuring in het rijk van Karel V.
  3. Door Alva naar de Nederlanden toe te sturen nam de opstandige houding bij de Nederlandse gewesten alleen nog maar meer toe.
  4. Willem van Oranje was geen ‘fanatieke calvinist’.
  5. De Unie van Utrecht wordt gezien als het begin van de vorming van de Nederlandse staat.
  6. De Nederlandse gewesten kenden voor de Opstand al een grotere economische bloei, vergeleken met andere Europese gebieden.
  7. De val van Antwerpen in 1585 hand economische en sociale gevolgen.
  8. Dankzij handelscompagnieën zoals de VOC, creëerde de republiek een wereldeconomie.
  9. Veel politieke, culturele en sociale beslissingen in de Republiek waren gebaseerd op de economie.
  10. Het politiek bestuur van de Republiek was tweeledig.
Opdracht 6. Chronologie van de Republiek

Lees globaal de leerstof van de historische context: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maak daarna de onderstaande tijdbalk opdracht. Zoek het jaargetal bij de onderstaande gebeurtenissen. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde (chronologie). De chronologie maak je door de gebeurtenissen met het jaargetal in de juiste volgorde te zetten van vroeger naar later.

 

GebeurtenissenJaartallen
Edict van Worms

Filips II volgt Karel V op als vorst

Beeldenstorm

Alteratie van Amsterdam

Duitse vorsten mogen hun eigen geloof bepalen

Einde 12-jarig bestand

De val van Antwerpen

Pacificatie van Gent

Willem van Oranje wordt vermoord

Watergeuzen voeren een guerrilla, waardoor Den Briel wordt veroverd door de opstandelingen

Het ontzet van Leiden

De Republiek wordt levensvatbaar

Plakkaat van Verlatinghe

Johan van Oldenbarnevelt wordt onthoofd

Spaanse Armada wordt verslagen

VOC wordt opgericht

Bestuurscentrum van de VOC wordt verplaatst naar Batavia

Begin 12-jarig bestand

De vrede van Munster wordt gesloten

1574

1521

1555

1588

1566

1648

1585

1581

1578

1621

1576

1555

1572

1584

1588

1602

1619

1619

1609

Literatuur

Geschiedenis Havo/Vwo, Syllabus Centraal examen 2017, Domein A en B van het Examenprogramma.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op