De ontdekking van Indonesië en de Verenigde Oost-Indische Compagnie

Hoofdvragen van dit thema

Hoe onstond in de zestiende eeuw de Nederlandse handel in exotische producten?

Hoe heeft de beeldvorming over Indonesië uit de vijftiende en zestiende eeuw bijgedragen aan het verlangen naar exotische producten?

Hoe verliep de culturele en religieuze uiwisseling tussen de buitenlandse handelaren en de Indonesische bevolking?

Hoe organiseerde de Verenigde Oost-Indische Compagnie de handel in Aziatische producten in de zeventiende eeuw?

Wat waren de Indonesische en de VOC beweegredenen om een bondgenootschap aan te gaan en waardoor raakte de VOC in de achttiende eeuw in verval?

Ruim vierhonderd jaar geleden verschenen drie zwaar gehavende schepen in de haven van Amsterdam. Aan boord zaten negentig mannen die al 2,5 jaar thuis niet meer hadden gezien. Het was hen gelukt het vaderland weer te bereiken. In Amsterdam werden de mannen als helden onthaald. De wachtende mensen op de Amsterdamse kade vergaapten zich aan de exotische voorwerpen die de mannen mee naar huis hadden genomen. Vooral de gigantische vogel die de mannen mee hadden genomen trok de aandacht. Het beest met een keiharde kop, een snavel die iemands vingers eraf kon bijten en de felgekleurde veren stonden gelijk aan een sprookje dat werkelijkheid was geworden. De vogel was een geschenk geweest van de vorst van Bali. Een symbool van het geheimzinnige Oost-Azië. Die eerste reis naar Indonesië vormde de basis voor de 350 jaren aan Nederlandse overheersing die daarop zouden volgen. Maar heeft de Nederlandse overheersing dan zoveel sporen achtergelaten?

1. De Nederlandse zoektocht naar exotische producten

Leerdoelen
  • Kan vanuit economisch en politiek oogpunt aangeven dat Nederlanders in de zestiende eeuw op zoek gingen naar specerijen in Oost-Indië
  • Kent het verloop van de eerste ontmoeting tussen de Nederlanders en de Indonesische bevolking.
  • Kan aangeven dat de Verenigde Oost-Indische compagnie werd gevormd om de winst in de specerijenhandel te vergroten.

Vanaf 1595 verlieten regelmatig schepen met kooplieden de haven van Amsterdam. Die kooplieden moesten de weg naar Oost-Indië zien te vinden. Dat gebied stond bekend om de exotische specerijen zoals: kruidnagel, peper, nootmuskaat, foelie en kaneel. Die specerijen waren vaak erg veel waard. De kooplieden hoopten dan ook veel winst te behalen met die handel.

De Nederlanders waren niet de enigen in het Oost-Indisch gebied. De Portugezen hadden een monopolie op de specerijenhandel uit het Oost-Indisch gebied. Door de strijd tegen Spanje van 1568-1648 (Tachtigjarige Oorlog) was het voor de Nederlanders moeilijk om handel te drijven met Portugal, dat onderdeel was van het Spaanse rijk. De Nederlanders wilden dan ook de specerijen monopolie van de Portugezen breken. Om die monopolie te doorbreken gingen de Nederlanders zelf specerijen ophalen. Zij stonden voor een probleem: er was weinig bekend over de weg naar Oost-Indië. Door spionage bij de Portugezen wisten de Nederlanders ongeveer waar ze moesten zoeken: om Afrika heen en van daar uit de Indische Oceaan over, om daarna duizenden kilometers richting het noordoosten te varen. De Fransen probeerden hetzelfde te doen, maar slaagden er niet in om succesvol een handelsroute te vinden. Na maanden van afzien kwamen de Nederlanders aan in Bantam, op het eiland Java. Daar aangekomen bleken ze niet de eerste buitenlanders. Kooplieden uit heel Azië hadden zich in Bantam gevestigd. Op de drukke markten waren zowel Indonesische als andere Aziatische producten te koop: Chinees porselein, Japanse zijde, sabels, edelstenen, schildpadden en zelfs olifanten. De Nederlanders gingen aan de slag om een contracten te sluiten met plaatselijke specerijenhandelaren. Het ging kapitein de Houtman (bron 1) echter niet snel genoeg. Hij gaf het bevel de stad te beschieten. De Nederlandse schepen openden het vuur.

Bron 1. Kapitein Cornelis de Houtman en zijn mannen komen aan in Bantam. Veel van de mannen zouden het niet overleven. Zij stierven aan scheurbuik: een gebrek aan vitamine C waardoor het tandvlees wegrotte met uiteindelijk de dood tot gevolg.
Bron 2. De meest exotische specerijen, dieren, goederen en vruchten waren te koop op de markt in Bantam. Bij aankomst keken de Nederlanders hun ogen uit. Veel van hen hadden de uitgestalde producten nog nooit gezien.
Bron 3. Boekhouding van de VOC. Deze moest goed bijgehouden worden, aangezien de VOC ook politieke rechten kreeg. Zij mocht zelfstandig verdragen sluiten met vorsten, forten bouwen, oorlog voeren en de gebieden besturen die zij zou veroveren.

Na de actie van kapitein de Houtman was het voor de Portugezen heel makkelijk de plaatselijke bevolking tegen de Nederlanders op te stoken. De Houtman en zijn bemanning konden nog maar net levend ontsnappen. Ze besloten terug te varen naar het gewest Holland, want ook in Bali hadden ze geen geluk gehad. Bij terugkomst in Amsterdam werden de verliezen geteld: van de 250 bemanningsleden waren er 160 overleden en de laadruimen waren leeg. Het enige resultaat: een handjevol peperkorrels.

In Amsterdam echter werd de expeditie van Cornelis de Houtman als een succes gezien. De Nederlanden hadden eindelijk een eigen route gevonden naar Oost-Indië! Nieuwe schepen werden ingericht om uit te varen richting Java. Na dertien maanden kwamen ze terug afgeladen met peper. Vanaf 1602 vertrokken 55 schepen naar het Indonesisch gebied en kwamen terug met ruimen afgeladen met de meest exotische goederen en specerijen. In enkele jaren werden de Portugezen naar de tweede plaats geschoven. Zij hadden niet langer het monopolie op de specerijen uit Oost-Indië.

Om meer winst te kunnen maken werd in 1602 besloten dat alle kooplieden die wilden varen op het Oost-Indisch gebied samen moesten gaan werken. Zij werden verenigd in één grote handelsonderneming: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Van de Staten-Generaal kreeg de VOC het Nederlandse handelsmonopolie op Azië. Wilde een Nederlandse koopman handelen in Azië; dan werd hij verplicht lid te zijn van de VOC. Anders mocht hij niet eens met zijn schepen in het Aziatisch gebied komen. Met de winst van de VOC zou een gedeelte van de oorlog tegen Spanje bekostigd kunnen worden. De basis was gelegd voor de latere overheersing van Indonesië.

Opdracht 1.8 Video: De Verenigde Oost-Indische Compagnie, een bijzondere handelsonderneming

Bekijk de video ‘De Verenigde Oost-Indische Compagnie, een bijzondere handelsonderneming’. Maak de onderstaande vragen tijdens het kijken van de video. Gaat de video te snel? Pauzeer de video dan tijdens het invullen van je antwoord of bekijk de video nog een keer.

2. Tropisch verlangen naar specerijen

Leerdoelen
  • Kan aangeven dat de Europeanen uit de zestiende eeuw een mythisch beeld hadden van Indië en kan aangeven waar dit beeld vandaan kwam.
  • Kent de economische beweegredenen van de Europeanen om naar Indië te varen.
  • Kan aangeven dat Indonesië in de zestiende eeuw geen eenheid was.

Bron 4. Peper was heel kostbaar en geliefd in Europa. Het werd gebruikt als smaakmaker, hallucinerende drug, medicijn en conserveermiddel; heel belangrijk in een tijd waarin de geneeskunde weinig voorstelde en de koelkast nog niet was uitgevonden.

Het beeld wat de Europeanen hadden van Indonesië vanaf de zestiende eeuw tot aan de achttiende eeuw, zou steeds aangepast worden. Aan het einde van de zestiende eeuw was Indië was voor Europeanen een mythisch land, dat direct uit legenden en sprookjes was getrokken. Dat idee werd versterkt door de verhalen die de Arabieren meenamen naar Europa: ‘een land vol met wonderbaarlijke wezens, bergen van goud en een paradijs bewaakt door een engel met een brandend zwaard’.

De Spanjaarden en de Portugezen waren de eerste ontdekkingsreizigers geweest die op Oost-Indië vaarden en die de Indonesische eilanden hadden ontdekt en het Arabische beeld van Indonesië begonnen te veranderen. Al snel ontdekten de Spanjaarden en Portugezen dat de Indonesische eilanden rijk aan specerijen waren. Van de Molukken haalden zij kruidnagel. Op de Banda-eilanden waren nootmuskaatbomen te vinden die ook de foelie leverden. Peper was breder verkrijgbaar. Zowel op Java als Sumatra groeide de peperplant.

Rond het jaar 1600  werd Indonesië niet gezien als eenheid. Op de Indonesische eilanden leefden 300 verschillende etnische groepen, die in totaal 250 verschillende talen en dialecten spraken. Een centraal rijk dat alle eilanden had overheerst, was er nooit geweest. In een reeks van eindeloze oorlogen en conflicten waren kleine koninkrijkjes ontstaan, vaak van elkaar gescheiden door de uitgestrekte jungles. De naam Indonesië zou ook pas voor het eerst gebruikt worden in 1922. De handelaren van de VOC voeren op Oost-Indië. Ook die naam geeft een vertekend beeld, want wat wij als Oost-Indië zien, is niet hetzelfde gebied als wat de VOC beschouwde als Oost-Indië. Met die benaming bedoelden de handelaren van de VOC heel Azië.

Bron 5. Hedendaagse kaart met daarop de verschillende bestuursdistricten van Indonesië. De districten zijn vaak gebaseerd op de verschillende etnische groepen, die ook al bestonden tijden de VOC-periode.

‘Uit Sumatra heeft koning Salomo zijn goud gehaald. Daar staat ook een fontein die balsemolie spuit. Maar als je op zoek gaat naar specerijen, diamanten en welriekende houten, pas dan wel op voor de vurige zwavelberg en gevaarlijke mannen met scherpe messen. Java heeft een overvloed van rijst, wierook, vee en prachtige stoffen. Maar ook daar wacht gevaarlijk volk, bruin van kleur dat sterk en dapper is, maar ook wreed en gevaarlijk. Nog verder weg liggen de Molukken, een ongezond land vol gevaar. Het is een kerkhof van kooplui die werden aangetrokken door de winst als motten door de vlam. Ook hier zijn de mensen niet te vertrouwen, maar de Molukken hebben grote rijkdommen, geurige kruiden en specerijen, prachtige bloemen en zoete vruchten. En daar bestaan vogels die meer staart zijn dan lichaam, zonder voeten en vleugels’.

Bron 6. Dagboekfragment van Jan Huygen van Linschoten, omstreeks 1590. Hij was nooit zelf in Indonesië geweest, maar beschreef de archipel aan de hand van verhalen die hij had gehoord van andere zeelieden.
Opdracht 2.6 Geografie: historische beslissingen verklaren

Gebruik bron 5 en eventueel een atlas (Google Maps).

  1. Noteer twee feiten over de afmetingen van de Indonesische archipel. (Tip: kijk ook naar Europa)
  2. Zoek met behulp van bron 5 en eventueel een atlas de namen van de vijf grootst eilanden in de Indonesische archipel op.
  3. Bekijk de ligging van de verschillende Indonesische eilanden. De ontwikkeling van één gemeenschappelijke Indonesische cultuur bleef uit.
    Leg uit waarom de ontwikkeling van één gemeenschappelijke Indonesisch cultuur uit bleef.
  4. Er is een verband tussen de ligging van de Molukken en dat het voor de VOC lastig was alle eilanden van de Molukken onder hun bestuur te krijgen.
    Leg dit verband uit.
Gedeeltelijke opsomming van voedsel op een VOC-schip rond 1783. Bron: Nationaal Archief, Den Haag.
Opdracht 2.7 Contextualiseren: het voedsel aan boord van een VOC-schip

Vele verhalen gaan de ronden over het eten aan boord van een VOC-schip. Toch werd altijd goed nagedacht over wat wel en wat niet meegenomen werd.

  1. Bekijk de bovenstaande afbeelding. Noteer zoveel mogelijk goederen/voedsel wat mee ging op een VOC-schip.
  2. Welke soorten voedsel ontbreken op de lijst?
  3. Uit een voorgeschreven menu op alle VOC-schepen, uit 1783. ‘Zondag. Ochtend: 1/5 mutsje jenever, 1 kan bier, 1 kan water, 1 emmer gort per 100 man. Middag: 3/4 stuk vlees, 2 emmers grauwe erwten per 100 man, 1 kleine bak augurken per eetploeg, 1 mutsje wijn de man. Avond: 1/2 mutsje jenever de man, en het overgebleven eten’.

    Vat in je eigen woorden samen wat een bemanningslid van een VOC-schip voornamelijk te eten kreeg.

  4. Het menu was niet erg gevarieerd. Bedenk hier een verklaring voor.
  5. Stel: je bent een bemanningslid op een VOC-schip in 1783. Hoe zou jij reageren als je het bovenstaande te eten kreeg.
  6. Vaak werden halverwege de reis tussenstoppen gemaakt in Afrika en in India.
    Beredeneer aan de hand van de voedsellijst waarom die tussenstoppen noodzakelijk waren.
Opdracht 2.8 Argumenteren: Welk woord weg

Hieronder staan rijtjes van vier woorden. Per rij past één van de woorden niet. Noteer het woord wat niet in het rijtje thuis past en leg uit waarom niet.

  1. Europa – Arabieren – Japan – Indonesië
  2. Etnische groep – Nederland – Bali – Java
  3. Stadsmuur – waterval – moeras – jungle
  4. Japanners – Nederlanders – Spanjaarden – Portugezen
  5. De Oost – Indië – Indonesië – Oost-indië

3. De uitwisseling van ideeën

Leerdoelen
  • Kan religieuze, economische en politieke verschillen tussen de verschillende Indonesische bevolkingsgroepen noemen.
  • Kan aangeven dat vanaf 1300 mengculturen ontstonden op de Indonesische eilanden door de introductie van nieuwe godsdiensten.

De bevolkingsgroepen op de Indonesische eilanden verschilden sterk in omvang, leefwijze, macht en rijkdom. Enerzijds vond je ‘primitieve’ samenlevingen in de regenwouden van Borneo en Sumatra. Anderzijds waren de landbouwsamenlevingen op Java rijk en machtig. Toch slaagde geen enkele samenleving erin om alle samenlevingen te verenigen in één groot koninkrijk. Dat had ook te maken met de handelsnederzettingen aan de kust die zich niet makkelijk lieten veroveren. Zij konden hun rijkdom inzetten ter verdediging van hun nederzetting. In die nederzettingen waren vaak buitenlandse handelaren te vinden: Chinezen, Perzen, Arabieren en mensen uit India en later Europeanen.

De handelscontacten leidden tot uitwisseling van ideeën en godsdiensten. Handelaren uit India brachten het hindoeïsme naar Java en Bali. Vanaf 1300 begon de islam ook op te komen op Sumatra en later op Java. De meeste moslims op Java waren niet streng in de leer. Ze leefden de regels uit de Koran nogal losjes na en hielden vast aan het eeuwenoude geloof in geheimzinnige machten, goede en kwade geesten.

De Portugezen en de Nederlanders brachten in de zestiende eeuw ook het christendom met zich mee. Het christendom was niet populair door haar ‘strenge’ leefregels. Ook deden de Europeanen niet aan actieve verspreiding, want dat zou kunnen leidden tot problemen met de Indonesische moslimbevolking en daarmee ook de handel schade toe doen.

Bron 7. Natte terrasvelden (sawa's) voor de rijstbouw. Rijst was en is het belangrijkste voedsel in Indonesië.
Bron 8. Traditioneel Batak huis. De Batak stam bouwde de hutten op palen. Hoe dichter het huis bij de hemel stond hoe makkelijker de geesten van de voorvaderen van de Batak naar de hemel konden opstijgen.
Bron 9. Uit lavasteen gebeitelde voorstelling over de leer van Boeddha in de Borobudur tempel. Naast het hindoeïsme zou ook het boeddhisme één van de grootste godsdiensten in Indonesië worden.
Opdracht 3.5 Standplaatsgebondenheid: denkwijzen van bevolkingen uit het verleden
  1. De vorsten op Bali en Java voerden vaak oorlog met elkaar.
    Geef voor deze oorlogen een culturele reden.
  2. Beredeneer of de inwoners van Java, Bali en Sumatra zichzelf Indonesiër zouden noemen.
  3. Bekijk bron 9. Noteer de verschillende godsdiensten waarin de Indonesiërs geloofden in de 17e eeuw.
  4. Bekijk bron 8. Leg uit waarom het christendom onaantrekkelijk was voor veel Indonesiërs.
  5. Beredeneer waarom de VOC niet actief de inwoners van de verschillende Indonesische eilanden ging bekeren.
De eerste Europese kaart waarop de continenten 'correcte' werden afgebeeld.
Opdracht 3.6 Contextualiseren: interpreteren van historische kaarten

Bekijk de bovenstaande historische kaart.

  1. Wat valt je op aan de bovenstaande kaart? Noteer minimaal 2 opvallende kenmerken.
  2. Beredeneer of deze kaart geschikt was om mee te nemen op de eerste handelsreis naar Oost-Indië.
  3. Beredeneer waarom bepaald gedeeltes op de kaart ‘blanco’ zijn.
  4. De titel van de kaart luidt: ‘de eerste correcte kaart’.
    A.  Wat zou bedoeld worden met die benaming?
    B.  Ben jij het eens met die benaming? Leg je antwoord uit.
Opdracht 3.7 Argumenteren: Welk woord weg

Hieronder staan rijtjes van vier woorden. Per rij past één van de woorden niet. Noteer het woord wat niet in het rijtje thuis past en leg uit waarom niet.

  1. Indonesië – primitief – Nederland – samenleving
  2. Cornelis de Houtman – Java – handelscontacten – verdediging
  3. Islam – christendom – hindoeïsme – boeddhisme
  4. Chinezen – Japanners – Arabieren – Nederlanders
  5. Ideeën – gereedschap – godsdiensten – handelscontacten

4. Het handelsnetwerk van de Verenigde Oost-Indische Compagnie

Leerdoelen
  • Kan aangeven dat de VOC de alleenhandel op exotische producten probeerde te bemachtigen door de concurrentie uit te schakelen.
  • Kent het verloop van de Bandaneze genocide.
  • Kent de historische discussie die er heerst omtrent het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen en de bijbehorende beeldvorming over Coen
  • Kan aangeven hoe inter-Aziatische handel de winst van de VOC maximaliseerde.
  • Kan uitleggen dat met de vestiging van de VOC in Batavia, de Nederlanden een wereldeconomie kreeg en de rol van de inter-Aziatische handel daarin.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie pakte de handel in Indonesië slim aan. De handelscompagnie sloot handelscontracten met de plaatselijke bevolking, waardoor de VOC het recht kreeg specerijen van hen te kopen. Om die specerijenhandel veilig te stellen, besloot de VOC op verschillende punten op de handelsroute verdedigingswerken te bouwen. Dit begon met de verovering van het Portugese fort op het Molukse eiland Ambon. Toch zou het de VOC nooit lukken de Engelse, Spaanse, Portugese en Aziatische concurrentie in Indonesië uit te schakelen.

Bron 11. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629), gouverneur-generaal van de VOC en stichter van Batavia.
Bron 12. Beeld van Jan Pieterszoon Coen in zijn oud woonplaats Hoorn. Is het eren van een man die gruweldaden op zijn naam heeft staan nog wel gepast?
Bron 13. Schilderij die de afslachting viert van de Bandaneze bevolking. Tegenwoordig wordt die afslachting gezien als genocide.

Om de handel beter te organiseren werd het hoofdkantoor van de VOC in 1619 op het eiland Java gevestigd in Batavia, het huidige Jakarta. Jan Pieterszoon Coen werd de gouverneur-generaal van de handelsonderneming. De volgende stap om de handel beter te organiseren, was een monopolie te krijgen op de specerijenhandel met de Indonesische stammen. Coen begon bij de Banda-eilanden. De inwoners van de Banda-eilanden hadden meermalen beloofd aan de VOC dat zij alleen handel zouden drijven met de VOC. Van die belofte was nooit wat terecht gekomen. Een bataljon van VOC-soldaten en kooplieden hadden in 1609 verhaal proberen te halen. Zij werden echter door de Bandanezen in de val gelokt en tot op de laatste man uitgemoord. Jan Pieterszoon Coen wilde de Bandanezen een les leren: ‘bedrieg je de VOC, dan volgt er vergelding’. Coen zette een strafexpeditie op (bron 14). Hij overviel de Bandaneze bevolking, vermoordde de hoofdmannen en voerde de rest van de bevolking af als slaven. De Bandanezen die waren gevlucht zouden uiteindelijk sterven aan een hongerdood. Tegenwoordig wordt de jacht op de Bandanezen gezien als genocide. Historisch gezien was de actie van Coen niet ongebruikelijk. Door de geschiedenis heen werd genocide gebruikt als afschrikmiddel om bevolkingen te onderwerpen.

Van de Banda-eilanden trok Coen verder over de Molukken. In 1625 verjoeg hij alle Portugezen, Spanjaarden en Engelsen van de eilanden. De Nederlander waren nu nog de enige Europeanen op de Molukken, waardoor de VOC de grootste handelsonderneming werd ter wereld.

Om de winst van de VOC te maximaliseren introduceerde Jan Pieterszoon Coen inter-Aziatische handel. Winstgevende producten konden uit heel Azië gehaald worden, maar dan moesten die niet betaald worden met Nederlands geld. Aziatische producten werden opgehaald uit heel Azië om vervolgens weer door verhandeld te worden in een Aziatisch gebied waar vraag naar dat product was. Die winst die uit die inter-Aziatische handel gehaald werd, kon dan weer gebruikt worden om producten te kopen die gewild waren in Nederland zoals specerijen. Om de inter-Aziatische handel makkelijker te maken, werden door heel Azië handelsposten gesticht.

Bron 15. De Nederlandse handelspost van de VOC in Japan. Het eiland Deshima werd speciaal ingericht door de Japanners, zodat de Nederlanders zo min mogelijk in contact kwamen met de Japanse bevolking. De Japanse keizer vond de westerse gebruiken maar barbaars.
Bron 10. Zicht op Batavia, het handelscentrum van de VOC halverwege de zeventiende eeuw. Gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen wilde graag dat de stad naar hem vernoemd zou worden. Het VOC-bestuur besloot dat niet de doen.
Opdracht 4.5 Standplaatsgebondenheid: normen, waarden en opvattingen uit het verleden

Deze opdracht gaat over het optreden van Jan Pieterszoon Coen op de Banda-eilanden in 1621. Bij het beantwoorden van de vragen kan je gebruikmaken van de leertekst en de documentaire ‘Jan Pieterszoon Coen: een held of een schurk?’, uit opdracht 4.2.

  1. Welke gebeurtenis gebruikte Jan Pieterszoon Coen als aanleiding voor zijn aanval op de Banda-eilanden?
  2. Leg uit welk achterliggend motief Coen had voor de verovering van de Banda-eilanden.
  3. Beredeneer hoe de Amsterdamse tijdgenoten van Jan Pieterszoon Coen tegen Coens handelen op de Banda-eilanden aan zouden hebben gekeken. Gebruik in je antwoord het begrip standplaatsgebondenheid.
  4. Leg uit hoe in Nederland tegenwoordig aan wordt gekeken tegen het handelen van Jan Pieterszoon Coen op de Banda-eilanden. Leg je antwoord uit vanuit twee verschillende oogpunten.
Opdracht 4.6 Discussie over het verleden: Jan Pieterszoon Coen, een held of een schurk?

Nederland kent een veelbewogen verleden, waaronder de daden van de VOC. Het is een verleden waar sommigen trots op zijn, maar sommigen ook niet. Onderdeel van het VOC verleden is de slachting op de Banda-eilanden door Jan Pieterszoon Coen. Coen heeft voor zijn verdiensten bij de VOC een beeld gekregen, dat nu in het plaatsje Hoorn staat. De laatste tijd is er veel aandacht voor dat beeld en de meningen over Coen lopen uiteen. De één vindt dat Jan Pieterszoon Coen geen beeld verdient, aangezien hij schuldig is aan genocide. De ander zegt dat hij een Nederland veel rijkdom gebracht heeft en daarom wel een beeld verdiend heeft. Het plaatsje Hoorn zit dan ook met het beeld van Coen in zijn maag.

In deze opdracht ga je de vóór en tegenargumenten afwegen, om zo een advies te geven aan de gemeente Hoorn: ‘wat te doen met het beeld’? Dat ga je doen in de vorm van een adviesbrief. Volg de stappen hieronder.

  • Bekijk de video: ‘Jan Pieterszoon Coen, een held of een schurk?’. Schrijf de argumenten op uit de video waarom sommige Nederlanders en Indonesiërs Coen als een held zien. Schrijf de argumenten op uit de video waarom sommige Nederlanders en Indonesiërs Coen als een schurk zien.
  • Je schrijft een kladversie van je brief. Met de indeling: Adres, aanhef, introductie, (1) argument voor, (2) argument tegen, (3) argument voor, (4) argument tegen, advies geven over wat er met het beeld moet gebeuren en je eindigt door af te sluiten.
  • De brief stuur je naar de gemeente Hoorn. Adres: Gemeente Hoorn, VOC-straat 4, 1609 PC, Hoorn.
  • De gemeente Hoorn wil een advies hebben over wat te doen met het beeld van Jan Pieterszoon Coen. Geef volgens jouw een passend advies. In dit advies mag je door laten schemeren of je voor of tegen het beeld in het centrum van Hoorn bent. Als je dat doet, geef je argumenten waarom.
  • Lever een nette versie digitaal in bij je docent.
Opdracht 4.7 Onderzoek: de factorijen van de VOC

Bekijk bron 15. De VOC stond er om bekend dat zij niet alleen in Oost-Indië handelden, maar ook in de rest van Azië. Je gaat onderzoeken hoe groot het handelsnetwerk van de VOC was. Je kan daarvoor het internet gebruiken, maar ook artikelen over vroeg moderne geschiedenis op deze site. Een historicus moet altijd goed bijhouden waar hij zijn informatie gevonden heeft; andere historici moeten namelijk zijn informatie kunnen controleren. Volg de onderstaande stappen en noteer elke keer waar de informatie vandaan komt, zodat iemand jouw informatie zou kunnen controleren.

  1. Leg uit wat een handelsnetwerk is.
  2. Zoek uit waar de VOC allemaal factorijen had (Let op! kijk verder dan de eerste site die je tegenkomt).
  3. Zet bij 4 van de factorijen de goederen die daar vandaan werden gehaald.
  4. Leg uit hoe de VOC-factorijen binnen het handelsnetwerk werden gebruikt. Gebruik in je antwoord: VOC, goederen, winst, handelsnetwerk.

    Blanco wereldkaart, om het handelsnetwerk van de VOC in kaart te brengen.

  5. Download de bovenstaande kaart door op de afbeelding te klikken en daarna de afbeelding op te slaan. 
    A.  Teken op de gedownloade afbeelding het handelsnetwerk van de VOC op basis van het onderzoek wat je gedaan hebt bij vragen 3 en 4.
    B.  Verbind Kaap de Goede Hoop met het getekende handelsnetwerk. (Let op! bedenk of zoek op welke route de VOC gevaren zou hebben).
    C.  Verbind Amsterdam met het handelsnetwerk van de VOC. (Let op! bedenk of zoek op welke route de VOC gevaren zou hebben).
  6. Van tijdvak 6 (regenten en vorsten) is een kenmerkend aspect: wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

    Leg op basis van je onderzoek uit dat de VOC de mogelijke oorzaak zou kunnen zijn van het bovengenoemde kenmerkende aspect.

  7. Historisch onderzoek wordt altijd gedaan op basis van een hoofdvraag, ook wel een historische vraag genoemd. Lees door de link te volgen welke soorten vragen er allemaal gesteld kunnen worden.

    Je hebt allemaal informatie verzameld over het handelsnetwerk en de vele factorijen van de VOC. Formuleer op basis van de historische vaardigheid vragen stellen en de opgezochte informatie, een onderzoeksvraag waarbij je alle opgezochte informatie nodig hebt om die beantwoorden. (Let op! de door jouw opgestelde vraag hoef je niet te beantwoorden, dat heb je in de vorige vragen al gedaan).

5. Bondgenootschappen en verval

Leerdoelen
  • Kent de beweegreden van de VOC om een bondgenootschap aan te gaan
  • Kent de beweegredenen van de Indonesische stammen om bondgenootschappen aan te gaan
  • Kan 2 redenen geven voor het verval van de VOC.

De beweegredenen van de Indonesiërs om een bondgenootschap aan te gaan met de VOC waren tweeledig. Enerzijds kon een bondgenootschap politiek voordelig zijn. De VOC kon helpen met ‘vervelende buren’ uit de weg te ruimen. Anderzijds was een bondgenootschap economisch voordelig. De ‘blanken’ wilden  specerijen zoals kruidnagel en peper en de Indonesiërs wilden die wel leveren als zij er een vergoeding voor kregen. Toch zagen de Indonesiërs die bondgenootschappen als tijdelijke contracten. Wanneer een bondgenootschap hen niet meer uitkwam, bijvoorbeeld wanneer de  omstandigheden veranderden, zagen de Indonesiërs een bondgenootschap als overbodig en verbraken die dan. Daarentegen zag de VOC de bondgenootschappen als een contract zonder einde. Wanneer een Indonesische stam een overeenkomst met de compagnie had gesloten, mocht die niet meer opgezegd worden op straffe des doods. De Bandanezen kwamen daar op een vervelende manier achter.

Door die bondgenootschappen ontstond een verwrongen verhouding tussen de VOC en de Indonesische stammen op Java en de Molukken. De compagnie liet de stammen zichzelf besturen en greep alleen in als de ‘winst’ in gevaar kwam. De VOC bemoeide zich zo min mogelijk met interne Indonesische twisten, omdat die vaak voordelig uitpakten. De twisten zorgde ervoor dat de prijs van de specerijen daalde, waardoor de VOC die goedkoop konden opkopen. Ze speelden de Javaanse vorsten tegen elkaar uit als dat de VOC goed uitkwam. De enige verplichting die de vorsten hadden tegenover de VOC waren verplichte leveringen van hout en rijst.

Omstreeks 1700 kreeg de VOC te maken met belangrijke veranderingen. De prijs van specerijen daalde in die periode enorm. Om de daling van de winst op specerijen op te vangen, introduceerde de VOC suiker en koffie op Java. Waarschijnlijk was de handelscompagnie te laat met de introductie van deze nieuwe producten. Want ondanks dat koffie een populair product was in Europa, bleef de algehele winst van de VOC dalen en raakte de compagnie in verval. Daar zijn twee oorzaken voor te geven:

  • Ze kreeg steeds meer last van Britse en Franse concurrentie. De Britten organiseerden hun koffie- en theehandel  veel efficiënter. Zij gebruikten snelle schepen, terwijl dat de Nederlanders bleven varen met logge handelsschepen. Maar de aandeelhouders van de VOC waren niet bereid te investeren in de ontwikkeling van nieuwe schepen.
  • Daar kwam bij dat de VOC werd bestolen door haar eigen personeel. Velen gebruikten VOC-producten om hun privéhandel te financieren. In 1780 kwam de VOC in de rode cijfers. In 1799 waren de schulden zo hoog opgelopen dat de overheid de onderneming failliet verklaarde en al haar bezittingen en schulden overnam.
Bron 15. Vulkanische bronnen en ondoordringbare jungles maakte het de VOC moeilijk om door te dringen tot aan het binnenland van Java, Bali en de Molukken.
Bron 16. In de stad Batavia waren niet alleen Nederlanders te vinden maar ook Indonesiërs. Daardoor ontstond culturele uitwisseling en een mengcultuur. Door de afwezigheid van Europese vrouwen trouwden kooplieden vaak met inheemse vrouwen.
Opdracht 5.5 Argumenteren: VOC, de eerste multinational betoog

Bekijk de video ‘De Verenigde Oost-Indische Compagnie: de eerste multinational?’.

  • Schrijf een betoog over de stelling: ‘De VOC legde de basis voor moderne multinationals’.
  • Leg in je betoog uit of je het eens of oneens bent met de stelling.
  • Gebruik in je betoog minimaal 3 verschillende argumenten, die jouw positie bevestigen.
  • Gebruik in je betoog minimaal 1 argument die jouw positie zou ontkrachten.
  • Sluit af met een conclusie. Jouw conclusie moet nog een keer jouw positie bevestigen en de afsluiting zijn waarmee je anderen overtuigd.
Bron 18. VOC-gebieden 1600-1800. Gedurende de VOC-periode konden gebieden worden overheerst of afgestoten worden. Vaak had zo'n beslissing te maken met de winstgevendheid van een gebied.
Opdracht 5.6 Contextualiseren: oorzaken en gevolgen aan de hand van bronnen

Bekijk de bovenstaande kaart (bron 18). Gebruik bij het beantwoorden van de vragen bron 18 en de digitale atlas hierboven.

  1. Welke delen van Indonesië waren ‘onder controle’ van de VOC in 1602-1650?
  2. Welke delen van Indonesië waren ‘onder controle’ van de VOC in 1650-1800?
  3. Wat valt je op aan de ligging van de gebieden die onder controle waren van de VOC? Geef een verklaring voor die ligging.
  4. Op twee eilandgroepen was de invloed van de VOC veel groter dan op de andere eilanden.
    A. Op welke twee eilandgroepen was de invloed van de VOC het grootst in de periode van 1602 tot aan 1800?
    B. Leg uit waarom de VOC op die eilandgroepen meer invloed had dan op de overige eilanden.
  5. Het binnenland van Java kwam ook onder de controle van de VOC te staan in de periode 1650-1800.
    Geef een verklaring waarom juist in die periode het binnenland van Java onder controle van de VOC kwam te staan.

‘Van onderdanige vreemdelingen zijn wij oppermachtige heersers geworden, en de lokale bevolking is een vreemdeling geworden in eigen steden. De Europeanen leven gemakzuchtig en decadent, terwijl de goede en vreedzame inlanders zuchten onder de ijzeren scepter van bloed- en gouddorstige landlopers die met ongekende wreedheid en onmenselijkheid tekeergaan’.

Bron 19. Fragment uit het dagboek van schrijver Jacob Haafner omstreeks 1800. Hij had in dienst van de VOC rondgetrokken en allerlei baantjes vervuld.

‘Het tegenwoordige regeersysteem van Oost-Indische bezittingen, en vooral over het eiland Java, is een systeem van gewettigde en georganiseerde roof, plundering en onrechtvaardigheid. De daden die onze ambtenaren daar uitvoeren zijn een aaneenschakelingen van diefstallen en gewelddadigheden’.

Bron 20. Brief geschreven door Dirk van Hogendorp, oud-gouverneur van Oost-Java, naar een oud VOC-functionaris omstreeks 1800.
Opdracht 5.7 Bronnen: betrouwbaarheid en representativiteit

Lees bron 19 en 20. Gebruik bij het beantwoorden van de vragen de bovenstaande bronnen. Deze opdracht gaat over het bestuur in Indië aan het einde van de achttiende eeuw. Beide bronnen geven een beeld van de Nederlandse invloed en het Nederlandse bestuur in Indonesië.

  1. Beide bronnen geven een beeld van de Nederlandse invloed in Indonesië.
    Leg uit of die beelden met elkaar overeenkomen of spreken zij elkaar tegen.
  2. Geven bron 19 en 20 een beschrijving van het bestuur in Indië of geven beide makers hun interpretatie en kijk op het bestuur. Leg je antwoord uit.
  3. Zijn beide bronnen betrouwbaar?
  4. Een historicus wil onderzoek doen naar de invloed van Nederland in Indonesië in de 18e eeuw.
    Krijgt de historicus een representatief beeld van de invloed van Nederland in Indonesië in de 18e eeuw. Gebruik in je antwoord: representativiteit en betrouwbaarheid.
Opdracht 5.8 Argumenteren: verdedigen of ontkrachten van een stelling

De docent deelt je klas op in groepjes en geeft je een stelling. Per groepje ga je één van de onderstaande stellingen uitwerken: eens of oneens. Daarvoor gebruik je alle leerteksten op deze pagina. Ook mag je andere bronnen gebruiken bij de beantwoording van je stelling (artikelen op Geschiedenis Vandaag of andere bronnen op internet). Structureer je antwoord goed en herhaal de stelling ook in je antwoord en werk die uit. Jullie gaan je antwoord presenteren voor de rest van de klas.

  1. Portugal had rond 1560 de monopolie op Indonesische specerijen. Rond 1650 waren alleen nog Nederlanders te vinden in Oost-Indië.
  2. De VOC is onder andere opgericht om beter oorlog te kunnen voeren tegen Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
  3. De VOC bracht alleen Indonesische handelswaren van Batavia naar Amsterdam.
  4. Europeanen hebben altijd een duidelijk beeld gehad van hoe Oost-Indië en de Indonesische bevolkingen eruit zagen.
  5. De VOC wist de Indonesische stammen makkelijk te onderdrukken.
  6. In de 17e eeuw was iedereen tevreden met de daden van Jan Pieterszoon Coen.
  7. De Banda-eilanden en Java waren de enige eilanden/plekken waarmee de VOC handeldreef.
  8. Dankzij handelscompagnieën zoals de VOC, creëerde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een wereldeconomie.
  9. Handelscontracten met de VOC waren definitief en bindend.
  10. De VOC bleef tot aan het einde van de 19e eeuw een succesvolle handelsonderneming.
Literatuur

Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.

Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.

Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.

Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.

Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940. Leiden: KITLV Press, 1996

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.

Subscribe
Abonneren op
0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle antwoorden