Feiten, meningen en vooroordelen, wat moet ik ermee?

Bij het vak geschiedenis bestudeer je bronnen. Deze worden door mensen gemaakt. Daardoor staan ze vaak vol met interpretaties gebaseerd op meningen, feiten, vooroordelen en andere informatie die de inhoud van een bron beïnvloeden. Daarnaast wordt in wetenschappelijk onderzoek en op school wordt vaak onderscheid gemaakt tussen feiten, meningen en vooroordelen als je met elkaar moet discussiëren. De vraag is dan ook: ‘hoe herken ik een feit, mening en een vooroordeel’?

 

Feiten

Iets wordt een feit genoemd als bewezen kan worden dat het echt is gebeurd. Om dit te bewijzen moet je de gebeurtenis of omstandigheid kunnen waarnemen – met bijvoorbeeld je ogen, oren, neus, mond of handen – of het moet met een instrument gemeten kunnen worden. Een beperking van waarnemen is dat deze beïnvloed kan worden door diegene die waarneemt. Je ogen kunnen je bedriegen of de waarnemer legt datgene wat hij waarneemt verkeerd uit, omdat hij niet over de kennis beschikt om datgene wat hij waarneemt goed uit te leggen. Dit noemen we een foutieve interpretatie. Vergeleken met waarnemen, is instrumenteel meten minder foutgevoelig. Instrumenten kunnen helpen bij het beter analyseren van een gebeurtenis. Als een gebeurtenis of ontwikkeling te controleren valt dan noemen we het objectief.

Historici en archeologen over feiten

Voor historici is het lastig om instrumenten te gebruiken om een gebeurtenis of omstandigheid te meten. Datgene wat gemeten wordt is namelijk al verledentijd en bestaat niet meer in het heden. Daarom gebruiken historici bronnen om te controleren of een gebeurtenis of omstandigheid een feit is. Door verschillende bronnen, zowel primair als secundair, naast elkaar te leggen; kan gecontroleerd worden of de bestudeerde gebeurtenis of omstandigheid en feit is. Komt het overeen met informatie uit de andere bronnen, dan kan je ervan uit gaan dat de gebeurtenis een feit is.

Archeologen kunnen gebruik maken vaan koolstofdatering. Een machine analyseert een stukje materiaal van een voorwerp dat door de archeoloog is gevonden in de grond. Materiaal dat eerst levend was – en dus onderdeel van een plant of een dier – bestaat voor een klein gedeelte uit koolstof. Nadat het dier of de plant gestorven is, neemt die koolstof langzaam af. Door die afname te meten, weet de archeoloog hoelang geleden het dier/de plant is gestorven en dus het voorwerp ongeveer gemaakt is.

 

Mening

Een mening is een opvatting over mensen of zaken. Zo’n opvatting is vaak zeer persoonlijk en is dus het oordeel van één persoon. Dat wil niet zeggen dat andere mensen het niet eens kunnen zijn men andermans mening. Meningen zijn niet moeilijk te herkennen. We geven een voorbeeld: ‘ik vind dat meisje daar aardig’. Dat kan misschien best waar zijn. Maar hoe weet je dat andere meisjes niet aardiger zijn? Dat valt niet te bewijzen. Daarom is het een mening. Als iets een persoonlijke opvatting is dan noemen we dit subjectief.

 

Vooroordeel

Er zijn ook meningen die aantoonbaar niet kloppen met de werkelijkheid. Zo’n onzin mening heet een vooroordeel. We geven hiervan een voorbeeld: ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’. Dit is onzin. Meisjes en jongens hebben hetzelfde vermogen om te leren. Toch zijn vooroordelen vaak lastig te herkennen. Als meerdere mensen zo’n vooroordeel geloven, dan kan men deze oordelen voor feiten gaan aanzien. Wees dus altijd kritisch.

De negentiende eeuw stond bol van de vooroordelen. Dit had deels te maken met het racistische karakter van de Europese samenleving uit die tijd.
Historici en archeologen over meningen en vooroordelen

Een mening hoeft niet altijd onwaar te zijn. Je kan best je mening geven, die berust is op feiten. Dit noemen we een onderbouwde mening. Hier geven we een voorbeeld van: ‘ik vind de kinderen van nu langer dan de kinderen van 20 jaar geleden’. Dit is een mening, maar kan gecontroleerd worden door onderzoek te doen. Door voldoende bewijs te verzamelen over kinderen van 20 jaar terug, kan gekeken worden of kinderen twintig jaar geleden inderdaad korter waren.

Soms komt het voor dat iemand zijn vooroordelen meeneemt in de bestudering van het verleden. Zo is een bekende uitspraak: ‘het is toch stom dat men stemde op de partij van Adolf Hitler’? Met de kennis van nu weten we dat deze partij uit was op alleenheerschappij. Maar toen Hitler nog meedeed aan de verkiezingen in de jaren dertig, was dat niet zo vanzelfsprekend. Daarnaast beloofde Hitler verbeteringen voor het Duitse volk; een hele aantrekkelijke boodschap als jij het slecht hebt! Door jouw blik van de toekomst kan je bevooroordeeld kijken naar het verleden. Probeer je hier bewust van te zijn!

 

Het verleden interpreteren aan de hand van feiten, meningen en vooroordelen

Zoals wij vandaag de dag vooroordelen en meningen hebben, zo hadden mensen uit het verleden die ook. Historische personen waren ook kinderen van hun tijd; opgevoed met de normen en waarden uit die tijd waar vaak vooroordelen en meningen uit voortkomen. Wees je ervan bewust dat meningen en vooroordelen uit het verleden heel anders kunnen zijn. Ze verschillen van die van ons uit het heden. Daardoor moet je voorkomen dat je te snel een mening of een vooroordeel van een historisch persoon veroordeelt: ‘goh, wat waren die middeleeuwers toch dom dat christelijke vrouwen hun haren moesten bedekken met een hoofddoek’. Dat gebruik komt immers voort uit de Bijbel; een boek dat voor het grootste gedeelte van middeleeuws Europa het leven bepaalde van de gewone man en vrouw. Zij waren van mening dat je zedelijk moest leven en dus niet teveel bloot moest laten zien; en daarmee dus ook niet de nek en de haren op iemands hoofd.