Nederlands-Indië

Hoofdvragen

Op welke manier probeerde Willem I Indonesië te hervormen?

Hoe werd Indonesië hervormd onder Johannes van den Bosch?

Hoe functioneerde het bestuur van Nederlands-Indië?

Wat waren de gevolgen voor de contacten tussen de Nederlanders en de Indonesische bevolking?

1602
1619
1621
1625
1715
1780
1795
1799
1813
1814
1824
1825
1828
1830
1845
1850
1860
1863
1866
1869
1870
Oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie
Verovering van Jacatra door Jan Pieterszoon Coen. Coen doopt de stad: Batavia.
Strafexpedities tegen de Banda-eilanden
De VOC verdrijft haar Europese concurrenten uit de Molukken.
Start van de koffieteelt op Java.
De VOC in de rode cijfers.
Begin van de Franse tijd, vanaf 1799 de Napoleontische tijd genoemd. Er is door een Engelse handelsblokkade vrijwel geen contact tussen Nederland en Indonesië.
Opheffing van de VOC. De Nederlandse staat neemt bezittingen en schulden over.
Oprichting Koninkrijk der Nederlanden. Willem I de eerste koning.
De Engelse blokkade en bezetting van Java wordt opgeheven. Het Indonesische archipel wordt van Nederland en heet vanaf nu: Nederlands-Indië.
Oprichting van de Nederlandse Handel-Maatschappij.
Begin van de Java-oorlog.
Johannes van den Bosch wordt gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.
Van den Bosch voert het cultuurstelsel in.
Begin van vijf rampjaren op Java, waaronder hongersnoden.
Macht dorpshoofden aan banden gelegd. Mijnwet laat ook particuliere ondernemers in Indonesië toe.
Publicatie Max Havelaar van Multatuli.
Slavernij wordt in Suriname afgeschaft. Slaveneigenaren worden gecompenseerd met opbrengsten van het cultuurstelsel.
Begin van tabakswinning in Deli.
Opening Suez-kanaal.
Agrarische wet en Suikerwet worden ingevoerd om de werkdruk van de Javanen te verlichten en de milieuproblemen op Java een halt toe te roepen. De wetten beteken het einde van het cultuurstelsel. Begin van liberaaltijdperk (tot 1930). Begin van het modern imperialisme (tot 1914).

1. Nederlands-Indië: een wingewest

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de reden waarom alle VOC-bezittingen over gingen naar de Nederlandse staat.
  • Kent de stappen die door Willem I werden ondernomen om Indonesië te hervormen.
  • Kent de reden van het falen van Willem I zijn hervormingsplannen.
  • Kent de Indonesische reactie op de Nederlandse hervormingspogingen.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgeheven. Wat moest Nederland doen met alle VOC-bezittingen? Die zomaar opgeven was geen optie. De Nederlandse staat wilde voor elkaar krijgen waarin de VOC had gefaald: een winstgevend wingewest. In 1814 kwam Indonesië onder het gezag van koning Willem I van het Koninkrijk der Nederlanden te staan. De koning was optimistisch. Nederland zou welvarend worden met behulp van de Indonesische kolonie. Om de kolonie welvarend te maken werden stappen ondernomen.

Allereerst moest de oude VOC-monopolie opgeheven worden. Die monopolie was niet effectief gebleken. Iedereen werd weer vrij om handel te drijven in Indonesië. Als tweede werd een modern Nederlands bestuur ingesteld. Op die manier probeerde Nederland de macht van de plaatselijke Indonesische vorsten en de adel te breken, waardoor de Nederlanders zelf de dienst uit konden maken. Zelf regeren over een enorm gebied bleek duur te zijn. Daarom werd landrente ingevoerd. Die rente was een soort belasting die de boeren moesten betalen over de rijstoogst. Door de landrente zouden de boeren onder het gezag en de bescherming komen te staan van de Nederlanders. Die belasting zou dan makkelijk betaald kunnen worden, omdat de boeren bevrijd waren van de herendiensten die ze normaal voor de Indonesische adel moesten verrichten. In Willems visie van Nederlands-Indië zouden Indonesië en Nederland samenwerken.

Van de mooie plannen van koning Willem I kwam niets terecht. De kolonie maakte geen winst, ze kostte elk jaar meer geld. De Nederlandse ondernemers voeren naar Indonesië toe met verouderde schepen. Daardoor konden zij niet concurreren met de Britse en Amerikaanse ondernemers, die door de afschaffing van het monopolie ook naar de kolonie toekwamen. Tevens wilden veel Javaanse boeren niet werken voor Nederland. Daarom werd de Nederlandse wil vaak met geweld opgelegd. Dit leidde vaak tot opstanden. De Javaanse prins Diponegoro leidde zo’n opstand (bron 2). Hij kreeg massale aanhang en wist het Nederlands leger grote nederlagen toe te brengen. Pas na vijf jaar werd hij gedwongen zich over te geven. De Javaanse-oorlog had aan tweehonderdduizend mensen het leven gekost, zowel aan Indonesische als aan de Nederlandse kant.

Bron 1. Om de plaatselijke elite tevreden te houden, introduceerde de Nederlandse Handel-Maatschappij de drug opium. Opium werd gewonnen uit het sap van de papaver. Door de verdovende en gelukmakende werking van opium was het een geliefde vrijetijdsbesteding van de Javaanse adel. Opium was heel verslavend. De NHM was de enige die in Opium mocht handelen, waardoor de verslaafden volledig afhankelijk waren van de handelsmaatschappij.
Bron 2. De gevangenneming van de Javaanse prins Diponegoro in 1830. Met zijn gevangenneming kwam een einde aan de Java-oorlog, één van de bloedigste opstanden tegen het Nederlands gezag.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 1.5 Bronnen: Twee perspectieven op Diponegoro

Gebruik bron 2, Bron A en bron B. Beantwoord de onderstaande vragen. In deze opdracht ga je de bronnen interpreteren. Hulp vind je bij de vaardigheid bronnen interpreteren.

‘Diponegoro was een zachtmoedig mysticus, die bij het volk in een reuk van heiligheid stond. Hij ging als een goed mohammedaan altijd in het zwart en hield zich strikt aan zijn godsdienstplichten. Vaak trok hij zich terug in een eenzame grot om te bidden en te mediteren. Dipo leed er oprecht onder dat het land door zedeloze heersers werd bestuurd, die aan het hof Europese kleding, alcohol en wilde feesten hadden ingevoerd. Na een conflict tussen de lijfwacht van de prins en Nederlandse cavalerie werd Diponegoro de leider van een opstand, een mythisch vorst der rechtvaardigheid, die het oude vorstendom zijn glorie zou teruggeven. In de heuvels van Midden-Java leidde de jonge veldheer met de briljante strategie de guerrilla. De prins vocht in elke schermutseling vooraan zonder ooit maar een schram op te lopen. Het volk geloofde in zijn onkwetsbaarheid […] Het gouvernement had in de buitengewesten huurlingen aangeworven en begon een systematische oorlog tegen de opstandelingen. In ruil voor goud en eretitels liepen de Javaanse edellieden over naar de Nederlandse kant. Met enkele trouwe aanhangers zwierf de prins door de bossen van Java, opgejaagd door het Nederlandse koloniale leg. Pas in 1830 kreeg de prins een vrijgeleide voor vredesonderhandelingen. Hij wilde echter geen afstand doen van zijn sultanstitel. Daarop beschuldigde de Nederlandse gouverneur van Java de prins van ‘hooghartigheid’ en ‘sabotage van het overleg’. Diponegoro werd gevangengenomen en zijn gevolg werd ontwapend, ondanks het vrijgeleide’.

Bron A. De Nederlandse historicus J. de Rek in Geschiedenis der Nederlanden, over de Javaanse prins Diponegoro.

Diponegoro werd geboren als onwettige zoon van sultan Hamengkoeboewono III (Rodjo) en oudere broer van diens opvolger Hamengkoeboewono IV (Djarar). Hoewel het in de Vorstenlanden niet vreemd was dat onechte zonen hun vader opvolgden werd Diponegoro de weg tot de troon afgesneden door zijn jongere broers; toch beschouwde hij de sultanszetel als hem van rechtswege toekomend. Zijn ergernis en wrevel daarover werden nog groter toen een jongere broer die hij minachtte om diens Hollandse gezindheid op de troon kwam. Diponegoro haatte de Europese overheersing. Hij trachtte meermalen de sultan in zijn haat te doen delen en probeerde hem op te stoken om alle blanken uit het land te verdrijven. Sultan Djarar, een vredelievend man, wilde daar niets van horen. De verstandhouding werd steeds minder en Diponegoro begon het hof en de omgang met Europeanen steeds meer te vermijden. Op 6 december 1822 overleed de 21-jarige vorst sultan Hamengkoeboewono IV plotseling na het eten van een bepaald gerecht. Diponegoro werd ervan verdacht zijn broer te hebben vergiftigd. Hij zou later, na zijn gevangenneming, verklaren dat de rijksbestuurder Danoe Redjp de sultan vergiftigd had. Terwijl aan het hof iedereen treurde om de dood van de vorst was de houding van Negoro daarmee geheel in tegenspraak.

Bron B. De Nederlandse historicus B. de Vlught in Geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden, over de Javaanse prins Diponegoro.

  1. Wanneer vond de guerrilla-oorlog plaats die in de bron van J. de Rek wordt beschreven?
  2. In de bron van J. de Rek wordt een beeld gevormd van de Javaanse prins Diponegoro. Is dit beeld positief of negatief. Gebruik een citaat uit de bron om je antwoord te bevestigen.
  3. Is de bron van historicus J. de Rek een primaire of secundaire bron? Leg je antwoord uit.
  4. Is bron 2 een primaire of een secundaire bron? Leg je antwoord uit.
  5. Vergelijk bron 2 en de bron van historicus J. de Rek. Geven beide bronnen eenzelfde of juist een heel verschillend beeld van Diponegoro? Leg je antwoord uit.
  6. Gebruik bron 2. Welke vragen moet je aan de maker van deze bron stellen om te kunnen achterhalen over de bron betrouwbaar is?
  7. Gebruik de bron van historicus B. de Vlught. Is de bron primair of secundair? Leg je antwoord uit.
  8. Welk beeld geeft B. de Vlught van de Javaanse prins Diponegoro? Leg je antwoord uit met behulp van een citaat.
  9. Geef een reden waarom de drie bronnen elkaar tegenspreken.
  10. Welke bron vind jij het meest betrouwbaar. Leg je antwoord uit
Opdracht 1.5 Verklaren: driemaal Oost-Indisch doof

Vanaf 1795 werd de latere Willem I gedwongen naar Engeland te vluchten. Veel Nederlanders vonden dat hij een slechte invloed had op Nederland. De Nederlanders wilden liever de Franse ideeën uit de Franse Revolutie van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Toen de patriotten het in de Bataafse Republiek (1795-1801) voor het zeggen kregen, kwam Nederland tot 1814 onder Frans bewind. De Nederlanden moesten soms ook gedwongen de Franse belangen over zee behartigen. De Nederlandse koloniën, waaronder Nederlands-Indië, moesten in dat beleid meegaan. Batavia negeerde zo vaak de maatregelen uit Den Haag dat, volgens sommigen, de uitdrukking ‘Oost-Indisch doof’ ontstond. In de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren zijn twee verklaringen van de herkomst van dit gezegde te vinden:

Verklaring A

‘Deze hebbelijkheid van niet te willen luisteren naar een vermaning of een verzoek is het meest op de Oost-Indiërs toepasselijk, daar hun, door de hete luchtgesteldheid, een natuurlijke traagheid eigen is’.

Verklaring B

‘Men zal wel moeten denken aan de eigenaardige kwaal van Oosterse vorsten, die dikwijls veinzen dat ze vertogen van westerse regeringspersonen niet begrijpen, of moeilijk kunnen verstaan, om daardoor uitstel te winnen voor de vervulling hunner beloften’.

  1. Geef twee mogelijke redenen waarom Batavia zich vaak ‘Oost-Indisch doof’ toonde voor de besluiten en maatregelen uit Den Haag.
  2. In de bovenstaande verklaringen zijn twee partijen te ontdekken die met elkaar communiceren.
    A.  Om welke twee partijen gaat het?
    B.  Hoe wordt over beide partijen gedacht. Hoe worden zij beschreven?
  3. In de negentiende eeuw ontstond de rassenleer. Binnen die leer kon de mensheid worden ingedeeld in verschillende rassen, waarbij het ene ras superieur was ten opzichte van het andere ras. 
    Een historicus weet niet zeker uit welke tijd beide verklaringen komen. Aan de hand van de tekst van beide verklaringen, zouden ze wel in een eeuw geplaatst kunnen worden. In welke eeuw zou je de verklaringen plaatsen: 18e, 19e of 21e eeuw. Leg je antwoord uit met behulp van een citaat.
Kaart die de imperialistische verhoudingen in de wereld toont. Eigenaar: historische Bosatlas.
Opdracht 1.6 Contextualiseren: feiten over Nederlands-Indië in verband brengen met de rest van de wereld

Gebruik bij de onderstaande vragen de bovenstaande kaart waarop de imperialistische verhoudingen rond 1920 staan afgebeeld. Deze verhoudingen waren al tijdens en vlak na de Napoleontische oorlogen ontstaan. Voor hulp kijk je bij de vaardigheid contextualiseren.

  1. Leg uit wat de Napoleontische oorlogen waren (Gebruik het internet).
  2. Groot-Brittannië stond in de negentiende eeuw bekend als de grootste zeemacht ter wereld met de grootste hoeveelheid schepen.Tijdens de Napoleontische oorlogen vielen de buitenlandse bezittingen van de VOC in handen van Groot-Brittannië. Wat betekende die wisseling voor de Nederlandse economie?
  3. Bekijk de kaart hierboven. Nederland was tijdens de Napoleontische oorlogen een bondgenoot van Frankrijk. Geef een militaire reden waarom Fransen noch Nederlanders het verlies van de overzeese bezittingen niet konden voorkomen.
  4. De term Nederlands-Indië heeft alleen betrekking op de periode na 1814. Leg uit waarom de term niet van toepassing is op de VOC-periode van Indonesië.
  5. Na 1816 ontstaat een verschil tussen de Britse en Nederlandse handel op Oost-Indië. Britse schepen varen naar Oost-Indië met een winstgevende exportlading. Veel Nederlandse schepen varen leeg naar Oost-Indië.
    A.  Leg uit waarom de handelswijze van Engeland nadelig was voor de Nederlandse handelssituatie.
    B.  Leg uit waarom de nieuwe handelswijze van de Nederlanders niet gebruikelijk was tijdens de VOC-periode (gebruik je kennis uit het deelthema: Indonesië onder de VOC).
  6. In de Nederlandse grondwet van 1815 werd het bestuur over Indonesië vastgelegd. Zowel koning Willem I als Willem II mochten Indonesië besturen via koninklijke besluiten. Via deze koninklijke besluiten kon de koning een beslissing nemen zonder dat hij deze eerst moest overleggen met het volk. Hierdoor konden beide koningen meer bestuurlijke macht uitoefenen. Sommige historici zeggen dat Willem I en II hierdoor absolutistisch gingen besturen.Leg uit wat de historici bedoelen met die uitspraak.
  7. Zoek uit wie koning George IV van Engeland was en hoe hij regeerde (Gebruik het internet). Leg uit of de regeerstijl van de Nederlandse koning Willem I overeenkwam met die van George IV van Engeland.

2. Het roer om

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de reden waarom het roer werd omgegooid.
  • Kent de stappen die werden ondernomen om Indonesië te hervormen onder Johannes van den Bosch.
  • Kent het functioneren van het cultuurstelsel.
  • Kent de rol van de Javaanse adel binnen het cultuurstelsel.

De verschillende Javaanse opstanden hadden Nederland veel geld gekost. Daarnaast kon de Nederlandse kolonie nog steeds niet met de Britse en de Franse koloniën concurreren. Koning Willem I besloot dan ook het roer om te gooien. De koning benoemde Johannes van den Bosch tot gouverneur-generaal. Van den Bosch behoorde tot de oude VOC-elite en paste dan ook zijn conservatieve visie toe op het bestuur van de kolonie: de kolonie was er voor het moederland en niet andersom. Nederlands-Indië had geen ander doel dan de Nederlandse schatkist te vullen. Daarom voerde Van den Bosch in 1830 het cultuurstelsel in.

Het stelsel bleef beperkt tot Java. De overige eilanden waren volgens de gouverneur-generaal niet winstgevend genoeg. Zelfs de Molukken kwamen niet onder het cultuurstelsel te vallen, waar toch van oudsher altijd het meeste geld werd verdiend met de handel in kruidnagel. Sinds het de Fransen gelukt was de kruidnagelbomen naar hun koloniën te smokkelen en daar tot bloei te brengen, was de prijs van kruidnagel gekelderd en was het niet meer de moeite waard om in de specerijenhandel te investeren.

Met het cultuurstelsel werd de Javaanse bevolking gedwongen door de Nederlandse overheid huur te betalen. Deze huur werd, net als onder Willem I, landrente genoemd. Johannes van den Bosch vond dat heel Indonesië van Nederland was. Als eigenaar van de grond mocht de Nederlandse overheid een vergoeding eisen van de boeren voor het gebruik van die grond, een soort huur of pacht. Die vergoeding moest in exportgewassen worden betaald, zoals koffie, suiker of tabak. Per dorp bepaalde het gouvernement wat er moest worden geleverd door de Javaanse boeren. Elke boer moest één vijfde van zijn land inrichten voor die exportgewassen, die verwerkt zouden worden tot exportproducten. Wanneer de boeren naar verwachting hadden geproduceerd, kregen zij een kleine vergoeding voor die gewassen: plantloon.

Om het cultuurstelsel op rolletjes te laten verlopen werden de inheemse bestuurders betrokken bij het stelsel. Nederlandse ambtenaren gaven bestellingen door aan inheemse bestuurders, vaak plaatselijke adel. In ruil voor de samenwerking met de Nederlandse overheid kregen de inheemse bestuurders een percentage van de opbrengst uit dit cultuurstelsel: de cultuurprocenten. Met dit systeem was er geen plaats meer voor Nederlandse, Franse of Engelse ondernemers. Het vervoer van de cultuurproducten werd gedaan door de in 1824 opgerichte Nederlandse Handel-Maatschappij, die het alleenrecht kreeg op het vervoer van die producten.

Bron 3. Cultuurproducten werden door Javaanse boeren verbouwd als huur voor de grond waarop zij verbouwden. De Nederlandse overheid zag deze grond als haar bezit. Alle 'exotische producten' die geld op konden brengen in Nederlanden konden worden verkocht aan het Nederlandse gouvernement.
Bron 4. Johannes van den Bosch (1780-1844), de bedenker van het cultuurstelsel in Indonesië. Hij toverde Indonesië om in een 'wingewest'.
Bron 5. Door het cultuurstelsel werden de Nederlandse ambtenaren opzichters en de Javanen gevangenen in een systeem waar ze nooit uit konden komen.
Periode   Winst in guldens
1831 – 184093 miljoen
1841 – 1850141 miljoen
1851 – 1869239 miljoen
Totaal 1830 – 1870473 miljoen

Bron 6. Inkomsten overzicht uit het cultuurstelsel.

Bron 7. Koning Willem I in kroningsmantel.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Bron A. Het monster, de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM), grijpt alle schepen uit het water die niets met de NHM te maken hebben. Eigenaar: Rijksmuseum.nl. (klik op de bron om hem te vergroten)
Opdracht 2.4 Bronnen: Kritiek op handelspolitiek of kritiek op het cultuurstelsel?

Bekijk de bovenstaande bron (klik op de afbeelding om hem te vergroten en de totale bron te bekijken). De bron is rond 1840 gepubliceerd in een gedenkboek van de Nederlandse Handel-Maatschappij. Het onderschrift van de afbeelding luidde: ‘De Groote-handelaar’. De maker van de bron is onbekend. Het monster moet de NHM voorstellen, die naar alle schepen graait die niets met de NHM te maken hebben. Op de kop van het monster bevindt zich alles wat door of via de NHM werd verscheept. De zeeman moet vermoedelijk koning Willem I, oprichter en grootste aandeelhouder van de NHM, voorstellen. Op enkele tonnen en dozen staan de letters MO-NO-PO-LI. Hulp vind je bij de vaardigheid bronnen.

  1. A.   Waartegen keert de tekenaar zich?
    B.   Waaruit blijkt dat?
    C.   Waarom zal hij daartegen zijn geweest?
  2. Je hebt een beeld gevormd van het economisch perspectief/opvattingen van de maker van de bron. Welke mening over het cultuurstelsel valt te verwachten van iemand met zo’n economisch perspectief?
  3. Zou de mening van de maker representatief zijn voor alle Nederlanders in de 19e eeuw? Leg je antwoord uit.
Opdracht 2.6 Argumenteren: stellingen bevestigen of ontkrachten

Hieronder staan vijf stellingen. Je kan het eens of oneens zijn met elke stelling. Je gaat elke stelling aan de hand van de bronnen in deze en de vorige paragraaf, de leertekst en jouw kennis over Nederlands-Indië bevestigen of ontkrachten. Noteer bij elke stelling of je het eens of oneens bent met de stelling en leg uit waarom.

  1. Het plantloon betekende voor de Javaanse boeren vooruitgang, omdat zij konden gaan deelnemen aan de geldeconomie.

  2. Het plantloon garandeerde het gouvernement steeds grotere hoeveelheden waardevolle producten en de Javaanse boeren steeds meer inkomen.

  3. Diponegoro wordt in de Indonesische geschiedenis gezien als een nationale held.

  4. Diponegoro werd door de Javaanse edelen in de negentiende eeuw niet als een held gezien.

  5. Een Nederlander en een Indonesiër bespreken de inspanningen waarmee in de 19e eeuw grote hoeveelheden infrastructuur zijn aangelegd. de Nederlander zegt: ‘Zoals de Postweg in Jakarta is gegraven door Javaanse boeren, zo is het Noordzeekanaal gegraven door Hollandse boeren’. De Javaanse boer antwoord daarop: ‘Ook het Noordzeekanaal is gegraven door Javaanse boeren’.

    Toelichting op stelling 5: Met wie ben jij het eens: de Nederlander of met de raadselachtige uitspraak van de Javaan? Leg je antwoord uit.

Opdracht 2.7 Video: het ontstaan van Nederlands-Indië

Beantwoord de onderstaande vragen tijden het kijken van de video.

  1. Wat waren de beweegreden voor de eerste Nederlanders om handel te gaan drijven in Oost-Indië?
  2. De Nederlandse overheid wilde graag de bezittingen van de VOC overnemen. Welke beweegreden vanuit internationaal perspectief, had de Nederlandse overheid om die bezittingen over te nemen?
  3. De Javanen wilden geen suiker en koffie verbouwen. Leg uit waarom zij niets in die gewassen zagen.
  4. Welke rol speelden de Indische vorsten binnen het handelsnetwerk van de Nederlanders?
  5. Wie toonde voor het eerst kritiek op de handelswijze van de Nederlandse overheid?
  6. Nederlanders voelden zich superieur ten opzichte van de Indonesiërs. Leg uit waarom de Nederlanders zich superieur voelden ten opzichte van de Indonesiërs vanuit een militair perspectief.

3. Java en Nederland: één gebied, twee huizen

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de werking van het dualistische bestuursstelsel in Nederlands-Indië.
  • Kent de reden waarom Javanen de Nederlanders niet gehoorzaamden.
  • Kent de rol van de Javaanse edelen in het Indonesisch bestuur en hoe de NHM hen tevreden hield.
  • Kan uitleggen dat het cultuurstelsel steeds corrupter werd.

Bron 8. Het dualistisch bestuur in Nederlands-Indië

Van den Bosch voerde een dualistisch bestuursstelsel in. Dat betekende dat twee besturen naast elkaar kwamen: een Nederlands bestuur, dat over de alle onderdanen ging; en het Indonesisch bestuur, dat over zaken ging wat alleen Indonesiërs betrof. Boven alle besturen stond de gouverneur-generaal.

Indonesië werd verdeeld in provinciën, die weer onderverdeeld werden in afdelingen; te vergelijken met gemeenten. Aan het hoofd van elke provincie stond een resident, de hoogste ambtenaar van een provincie. Aan het hoofd van elke afdeling stond een assistent-resident. Die assistent-resident werkte samen met de inlandse bestuurders, de Nederlandse benaming voor de Indonesische adel. Uit de Java-oorlogen was duidelijk geworden dat Nederland niet zonder inheemse hulp Java kon besturen. Javanen voelden er niets voor de Nederlanders te gehoorzamen, de blanke mensen die in principe niets te zoeken hadden op Java. De eigen adel en dorpshoofden werden daarentegen blindelings gevolgd. Dat betekende echter niet dat de Nederlanders de Javaanse adel te veel macht wilde geven. De cultuurprocenten en ander geïmporteerd vermaak moesten de adel tevreden houden (bron 1).

Door het bondgenootschap met de plaatselijke heersers werd het cultuurstel snel geaccepteerd. Nederlandse ambtenaren waren niets meer dan opzichters van de enorme plantages waar de exportproducten werden verbouwd. De Nederlanders konden niet anders. Er waren te weinig Nederlandse ambtenaren om alle gebieden zelf te besturen.

Vanaf 1845-1850 veranderden de verhoudingen. In Nederland groeide het gevoel dat de Nederlandse overheid de inlanders moesten beschermen tegen de hebzucht van de Javaanse adel. De adel was begonnen het cultuurstelsel uit te breiden. Naast de cultuurprocenten ging de Javaanse adel de boeren in hun afdeling verplichten een extra gedeelte aan exportproducten af te staan, als vergoeding voor het ‘goede’ bestuur. Het cultuurstelsel werd steeds corrupter.

Bron 7. Het bezoek van een resident aan de sultan van Yogyakarta laat goed de dualistische verhoudingen zien tussen Nederlanders en Javanen.
Bron 9. Met het geld van de cultuurprocenten gingen de Javaanse edelen hun paleis verrijken. Hoe meer punten op een dak werden geplaatst, hoe rijker een edelman was.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


‘Alle ambtenaren in de verschillende residenties op Java, die op welke manier dan ook in aanraking komen met de Inlandse hoofden en de bevolking, dienen het volgende nooit uit het oog te verliezen: de manier waarop zij met de Inlandse hoofden en de bevolking omgaan, bepaalt in hoge mate de verhouding tussen Nederlanders en de inheemse bevolking. Het schaden van de relatie met de Inlandse hoofden schaadt de hogere belangen van Java en het moederland’.

Het Indisch staatsblad uit 1837.

Opdracht 3.5 Bronnen: de bruikbaarheid van bronnen beoordelen

Bekijk bron 7 en het bovenstaande fragment uit het Indisch staatsblad. Deze opdracht gaat over de omgang tussen dorpshoofden en Nederlandse ambtenaren.

  1. Gebruik het fragment uit het Indisch staatsblad. In het staatsblad wordt een richtlijn gegeven aan ambtenaren in Nederlands-Indië. Leg uit wat er voorgeschreven wordt.
  2. Bekijk bron 7 en gebruik het fragment uit het Indisch staatsblad. Leg uit waarom de plechtigheden op bron 7 een gevolg zijn van de richtlijnen beschreven in het Indisch staatsblad.
  3. Is bron 7 een direct of indirect gevolg van de richtlijnen uit het Indisch staatsblad? Leg je antwoord uit.
  4. Gebruik bron 7. In de bron zie je de resident die zijn arm in die van de sultan haakt. Bedenkt welke symbolische betekenis de handeling van de resident en de sultan moet uitdrukken.
  5. Een historicus wil bron 7 en het fragment uit het Indisch staatsblad gebruiken in een onderzoek. Hij doet onderzoek naar de verhoudingen tussen de Nederlanders en de Indonesiërs in de negentiende eeuw. Leg voor elke bron uit of de bron bruikbaar is voor zijn onderzoek.
Opdracht 3.6 Argumenteren: welk woord weg

Hieronder staan rijtjes van vier woorden. Per rij past één van de woorden niet. Noteer het woord wat niet in het rijtje thuis past en leg uit waarom niet.

  1. bestuursstelsel – Johannes van den Bosch – Willem I – Java
  2. Gouverneur-generaal – Inlander – resident – assistent-resident
  3. Nederlanders – Javanen – Britten – cultuurstelsel
  4. Boeren – corrupt – Javaanse edelen – gouverneur-generaal

4. De gordel van smaragd

Lesdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de economische gevolgen van het cultuurstelsel voor Nederland.
  • Kent de negatieve gevolgen van cultuurstelsel.
  • Kent de positieve gevolgen van cultuurstelsel.
  • Kent de reden waarom het cultuurstelsel steeds corrupter werd.
  • Kent de gevolgen van Max Havelaar voor het Nederlandse denken over Indonesië.

Bron 10. Onder het pseudoniem Multatuli, publiceerde Eduard Douwes Dekker het boek Max Havelaar. Het boek uitte kritiek op Nederlandse ambtenaren die de Javaanse bevolking op gewelddadige wijze aan het uitbuiten waren.

Dankzij de invoering van het cultuurstelsel namen de inkomsten uit Java steeds verder toe. In 1850 was een derde van de Nederlandse staatsinkomsten afkomstig uit Indonesië. De Nederlandse schatkist werd statig gevuld door de inkomsten uit koffie, suiker en de kleurstof indigo. Dankzij de inkomsten uit Java bleven de belastingen in Nederland laag. Met de Javaanse rijkdom werden zowel in Nederland als in Indonesië spoorwegen aangelegd, bruggen en fabrieken gebouwd. Ook de scheepsbouw werd nieuw leven in geblazen. Nederland stond tijdens de Gouden Eeuw bekend om haar scheepvaart. In de eeuwen daarna werd Nederland snel ingehaald door landen als Engeland en Frankrijk. Dankzij de Nederlandse Handel-Maatschappij nam de vraag naar schepen toe; producten moesten immers vanuit Java naar Europa worden verscheept en alleen de NHM mocht dat doen.

 

Multatuli: negatieve gevolgen

Het succes van het cultuurstelsel wekte in het buitenland jaloezie op. Frankrijk en Engeland overwogen het Nederlandse bestuursstelsel in te voeren in hun eigen koloniën. Maar er was ook kritiek. Met zijn roman Max Havelaar uitte Multatuli kritiek op de Nederlandse ambtenaren. De ambtenaren deden alsof ze de plaatselijke bevolking hielpen door de corruptie van de Javaanse adel te bestrijden, maar in werkelijkheid hielpen ze gewoon mee bij het uitbuiten van de Javaanse bevolking.

Onder het cultuurstelsel was de werkdruk drie keer zo hoog als tijdens de VOC-periode: drie op de vijf Javanen moest exportgoederen verbouwen om aan de belastingen te kunnen voldoen. Vooral de koffieplantages leverden zwaar werk op. Koffie groeide in hoge, afgelegen streken, die soms alleen bereikbaar waren langs smalle bergpaadjes. Om ruimte te maken voor die plantages werden hele stukken oerwoud weggekapt. Om aan genoeg arbeiders te komen, dwongen de Nederlanders de Javanen hele dorpen te verplaatsen naar die toekomstige plantages.

Suiker werd verbouwd op bestaande landbouwgronden. Ook dit had nadelen. Suikerriet had veel water nodig om te groeien, rijst ook. De ondergelopen sawa’s kregen door het suikerriet te weinig water, waardoor vele rijstoogsten mislukten. Daardoor ontstonden grote voedseltekorten, aangezien rijst het hoofdvoedsel was van de Javaanse bevolking. Om die tekorten op te vullen werd rijst geïmporteerd. De NHM verkocht die geïmporteerde rijst voor veel geld, daardoor werden de boeren gedwongen nog meer exportproducten te produceren om de geïmporteerde rijst te bekostigen. Bij dat alles kwam dat de boeren door het gouvernement en de Javaanse adel werden ingezet bij de aanleg van wegen en gebouwen. De boeren waren daardoor vaak afwezig van hun land, met misoogsten van rijst en exportproducten tot gevolg.

 

Ontwikkeling: positieve gevolgen

Het cultuurstelsel bracht niet alleen ellende met zich mee. De aanwezigheid van Nederland had een einde gemaakt aan de voortdurende oorlogen tussen de verschillende Javaanse heersers. De verplichte bouwprojecten van het Nederlandse gouvernement waren dan wel niet vrijwillig, de Javaanse boeren kregen er wel voor betaald. Zo werd veel geld gepompt in de tot dan toe vrijwel geldloze Javaanse economie. Het gevolg was dat de algehele welvaart iets was toegenomen.

In de periode 1845-1850 werden grote delen van Java getroffen door hongersnoden en aardverschuivingen. In de zwaarst getroffen gebieden was een op de vijf Javanen om het leven gekomen. Het gouvernement besefte dat de druk op de bevolking en de natuur te groot was geworden. Daarom werden twee maatregelen genomen. De verplichte suikerrietcultuur werd afschaft en de aanleg van koffie- en suikerrietplantages werd aan perken gelegd. De productie mocht voortaan alleen worden verhoogd door verbetering van de landbouwmethoden.  Zo hoopte de Nederlandse overheid uitputting en erosie van het gebied te voorkomen, aangezien rijstvelden niet meer uitgeput werden en oerwoud niet meer omgekapt zou worden.

Om verdere hongersnoden te voorkomen, ging het gouvernement zich bemoeien met de productie van rijst. Het gouvernement ging de sawa omvang verdubbelen. De nieuwe rijstvelden moesten de Javaanse bevolking van genoeg eten voorzien. Daardoor kon de Javaanse bevolkingsomvang tussen 1850-1870 groeien van negen tot zestien miljoen.

  • Plantlonen in x 1000 gld
  • Landrente in x 1000 gld

Bron 12. Het totaal aan Landrente en plantlonen onder het cultuurstelsel. Landrente is de hoeveelheid pacht die de boeren moesten betalen in de vorm van exportproducten. Deze producten zijn uitgedrukt in guldens. Let op! Dit is niet de opbrengst nadat de exportproducten werden verkocht.

  • Gemiddelde winst/verlies per verbouwer in gld

Bron 13. Gemiddelde winst/verlies per verbouwer in guldens.

Bron 11. Luchtfoto van het kantoor van de NHM in Batavia. Vanuit Batavia kon de handelsmaatschappij heel effectief de exportproducten verzamelen en verschepen naar Europa.
Bron 14. Ook vandaag de dag wordt rijst verbouwd op de Indonesische sawa's.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


1602
1619
1621
1625
1715
1780
1795
1799
1813
1814
1824
1825
1828
1830
1845
1850
1860
1863
1866
1869
1870
Oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie
Verovering van Jacatra door Jan Pieterszoon Coen. Coen doopt de stad: Batavia.
Strafexpedities tegen de Banda-eilanden
De VOC verdrijft haar Europese concurrenten uit de Molukken.
Start van de koffieteelt op Java.
De VOC in de rode cijfers.
Begin van de Franse tijd, vanaf 1799 de Napoleontische tijd genoemd. Er is door een Engelse handelsblokkade vrijwel geen contact tussen Nederland en Indonesië.
Opheffing van de VOC. De Nederlandse staat neemt bezittingen en schulden over.
Oprichting Koninkrijk der Nederlanden. Willem I de eerste koning.
De Engelse blokkade en bezetting van Java wordt opgeheven. Het Indonesische archipel wordt van Nederland en heet vanaf nu: Nederlands-Indië.
Oprichting van de Nederlandse Handel-Maatschappij.
Begin van de Java-oorlog.
Johannes van den Bosch wordt gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.
Van den Bosch voert het cultuurstelsel in.
Begin van vijf rampjaren op Java, waaronder hongersnoden.
Macht dorpshoofden aan banden gelegd. Mijnwet laat ook particuliere ondernemers in Indonesië toe.
Publicatie Max Havelaar van Multatuli.
Slavernij wordt in Suriname afgeschaft. Slaveneigenaren worden gecompenseerd met opbrengsten van het cultuurstelsel.
Begin van tabakswinning in Deli.
Opening Suez-kanaal.
Agrarische wet en Suikerwet worden ingevoerd om de werkdruk van de Javanen te verlichten en de milieuproblemen op Java een halt toe te roepen. De wetten beteken het einde van het cultuurstelsel. Begin van liberaaltijdperk (tot 1930). Begin van het modern imperialisme (tot 1914).
Opdracht 4.5 Ordenen: periodiseren

Bekijk de bovenstaande tijdbalk of de tijdbalk bovenaan de pagina. Historici gebruiken jaartallen om het begin of het einde van een ontwikkeling aan te geven. Zij noemen dat periodisering. Het onderscheiden van perioden in de geschiedenis is altijd een kwestie van perspectief en interpretatie.

  1. Leg uit waarom je bij 1814 een nieuwe periode in de geschiedenis van Nederland en Indonesië kunt laten beginnen.
  2. Leg uit waarom je bij 1830 een nieuwe periode in de geschiedenis van Nederland en Indonesië kunt laten beginnen.
  3. Leg uit waarom je bij 1870 een nieuwe periode in de geschiedenis van Nederland en Indonesië kunt laten beginnen.
  4. Kies uit de tijdbalk een jaartal uit de periode 1814-1870 waar je ook een nieuwe periode in de geschiedenis van Nederland en Indonesië kunt laten beginnen. Leg je keuze uit.
  5. Zouden Indonesiërs dezelfde periodisering als Nederlanders hanteren van de periode 1814-1870? Leg je antwoord uit.
  6. Leg in je eigen woorden uit waarom periodiseren altijd een kwestie van interpretatie is.
Opdracht 4.5 Video: Max Havelaar door Multatuli

Gebruik de bovenstaande video bij het beantwoorden van de vragen.

  1. Wat was de aanleiding voor Eduard Douwes Dekker (Multatuli) om Max Havelaar te schrijver?
  2. Leg uit welke verandering Douwes Dekker wilde bewerkstelligen met zijn boek.
  3. Het boek Max Havelaar werd niet door elke Nederlander goed ontvangen. Veel Nederlanders gingen Multatuli een ‘nestbevuiler’ noemen. Leg uit wat die Nederlanders met het scheldwoord nestbevuiler bedoelden.
  4. Waarom publiceerde Douwes Dekker het boek Max Havelaar niet gewoon onder zijn eigen naam, maar gebruikte de pseudoniem Multatuli?
  5. Bekijk bron 10. Leg uit waarom Douwes Dekker niet zijn boek publiceerde onder de titel ‘Kritiek op het Nederlandse kolonialisme op Java’.
  6. Was Eduard Douwes Dekker ook voor de afschaffing van het Nederlandse kolonialisme op Java? Leg je antwoord uit.
Opdracht 4.6 Argumenteren: verdedigen of ontkrachten van een stelling

De docent deelt je klas op in groepjes en geeft je een stelling. Per groepje ga je één van de onderstaande stellingen uitwerken: eens of oneens. Daarvoor gebruik je de alle leerteksten op deze pagina. Ook mag je andere bronnen gebruiken bij de beantwoording van je stelling (artikelen op Geschiedenis Vandaag of andere bronnen op internet). Structureer je antwoord goed en herhaal de stelling ook in je antwoord en werk die uit. Jullie gaan je antwoord presenteren voor de rest van de klas.

  1. Willem I wilde Nederlands-Indië gelijk stellen aan Nederland.
  2. Willem I maakte van Nederlands-Indië een welvarend wingewest.
  3. Tijdens het cultuurstelsel werden dezelfde producten geëxporteerd door de NHM, als de VOC had gedaan.
  4. De Javanen wilden graag de Nederlandse heersers accepteren.
  5. Door het cultuurstelsel werden de Javaanse edelen corrupt.
  6. Het cultuurstelsel had alleen positieve gevolgen.
  7. Dankzij Max Havelaar ging Nederlands-Indië een nieuwe periode tegemoet.
Opdracht 4.7 Verandering en continuïteit: economische veranderingen tijdens het cultuurstelsel

Bekijk de bovenstaande grafieken. Bij de beantwoording van de onderstaande vragen moet je de bovenstaande grafieken interpreteren. Gebruik de twee grafieken bij de beantwoording van de vragen.

  1. Leg uit wat plantloon is.
  2. Bekijk bron 12. Wat valt je op aan de eerste twee jaartallen, kijkend naar de landrente en plantlonen.
  3. De landrente stijgt continu. Leg uit waarom de plantlonen niet diezelfde trend volgen.
  4. In welk jaar is de landrente het hoogst? Geef een mogelijke verklaring daarvoor.
  5. In welk jaar stijgen de plantlonen niet? geef een historische verklaring daarvoor.
  6. A.  In welk jaar blijkt het cultuurstelsel niet winstgevend?
    B.  Voor welke groep was het cultuurstelsel niet winstgevend als je kijkt naar de gegevens uit beide grafieken? Leg je antwoord uit.
    C.  Geef een mogelijke verklaring voor het feit dat het cultuurstelsel toen nog niet winstgevend was voor de bovengenoemde doelgroep. Leg je antwoord uit.
  7. Zeggen de grafieken iets over de verdeling van de winst? Leg je antwoord uit.
  8. Zeggen de grafieken iets over hoe het cultuurstelsel werd ontvangen door de Javanen en hoe zij de werkdruk ervoeren? Leg je antwoord uit.
  9. Geef een vóór en een nadeel van het werken met grafieken als je kijkt naar het verleden.
Literatuur

Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Dalhuisen, Leo. De koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Baarn: Nijghversluys, 2006.

Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.

Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht : Het Spectrum B.B., 1995.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.

Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.

Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.

Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.

Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940. 

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.

Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op