Nederlands-Indië

Hoofdvragen

Op welke manier probeerde Willem I Indonesië te hervormen?

Hoe werd Indonesië hervormd onder Johannes van den Bosch?

Hoe functioneerde het bestuur van Nederlands-Indië?

Wat waren de positieve en negatieve gevolgen van het cultuurstelsel, halverwege de 19e eeuw?

1602
1619
1621
1625
1715
1780
1795
1799
1813
1814
1824
1825
1828
1830
1845
1850
1860
1863
1866
1869
1870
Oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie
Verovering van Jacatra door Jan Pieterszoon Coen. Coen doopt de stad: Batavia.
Strafexpedities tegen de Banda-eilanden
De VOC verdrijft haar Europese concurrenten uit de Molukken.
Start van de koffieteelt op Java.
De VOC in de rode cijfers.
Begin van de Franse tijd, vanaf 1799 de Napoleontische tijd genoemd. Er is door een Engelse handelsblokkade vrijwel geen contact tussen Nederland en Indonesië.
Opheffing van de VOC. De Nederlandse staat neemt bezittingen en schulden over.
Oprichting Koninkrijk der Nederlanden. Willem I de eerste koning.
De Engelse blokkade en bezetting van Java wordt opgeheven. Het Indonesische archipel wordt van Nederland en heet vanaf nu: Nederlands-Indië.
Oprichting van de Nederlandse Handel-Maatschappij.
Begin van de Java-oorlog.
Johannes van den Bosch wordt gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.
Van den Bosch voert het cultuurstelsel in.
Begin van vijf rampjaren op Java, waaronder hongersnoden.
Macht dorpshoofden aan banden gelegd. Mijnwet laat ook particuliere ondernemers in Indonesië toe.
Publicatie Max Havelaar van Multatuli.
Slavernij wordt in Suriname afgeschaft. Slaveneigenaren worden gecompenseerd met opbrengsten van het cultuurstelsel.
Begin van tabakswinning in Deli.
Opening Suez-kanaal.
Agrarische wet en Suikerwet worden ingevoerd om de werkdruk van de Javanen te verlichten en de milieuproblemen op Java een halt toe te roepen. De wetten beteken het einde van het cultuurstelsel. Begin van liberaaltijdperk (tot 1930). Begin van het modern imperialisme (tot 1914).

In de loop van de achttiende eeuw raakte de VOC in verval. Ze kreeg steeds meer last van Britse en Franse concurrentie. De Britten organiseerden hun koffie- en theehandel veel efficiënter. Daar kwam bij dat de VOC werd bestolen door haar eigen personeel. Velen gebruikten VOC-producten om hun privéhandel te financieren. In 1780 kwam de VOC in de rode cijfers. Dat betekende een neerwaartse spiraal voor de VOC. De schulden van de compagnie liepen steeds verder op, totdat de Nederlandse overheid zich gedwongen zag de VOC-bezittingen over te nemen. Voor de Nederlandse koning Willem I was de vraag: ‘hoe konden de bezittingen in de Oost zou worden ingericht dat de Nederlandse staat kon profiteren van deze exotische gebieden’?

Klik op de video om een korte geschiedenis te bekijken van Indonesië onder de VOC naar de beginjaren van Nederlands-Indië.

1. Nederlands-Indië: een wingewest

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de reden waarom alle VOC-bezittingen over gingen naar de Nederlandse staat.
  • Kent de stappen die door Willem I werden ondernomen om Indonesië te hervormen.
  • Kent de Indonesische reactie op de Nederlandse hervormingspogingen.
  • Kent de reden van het falen van Willem I zijn hervormingsplannen.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgeheven, doordat het failliet was gegaan. De Nederlandse overheid nam de bezittingen van de compagnie over, maar wat moest Nederland doen met alle VOC-bezittingen? Die zomaar opgeven was geen optie. De Nederlandse staat wilde voor elkaar krijgen waarin de VOC had gefaald: een winstgevend wingewest. In 1814 kwam Indonesië onder het gezag van koning Willem I van het Koninkrijk der Nederlanden te staan. De koning was optimistisch: Nederland zou welvarend worden met behulp van de Indonesische kolonie. Om de kolonie welvarend te maken werden stappen ondernomen.

Allereerst moest de oude VOC-monopolie opgeheven worden. Die monopolie was niet effectief gebleken. Iedereen werd weer vrij om handel te drijven in Indonesië. Als tweede werd een modern Nederlands bestuur ingesteld. Op die manier probeerde Nederland de macht van de plaatselijke Indonesische vorsten en de adel te breken, zodat de Nederlanders zelf de dienst uit konden maken. Ten derde bleek zelf regeren over een enorm gebied bleek duur te zijn. Daarom werd landrente ingevoerd. Die rente was een soort belasting die de boeren moesten betalen over de rijstoogst. Door de landrente zouden de boeren onder het gezag en de bescherming komen te staan van de Nederlanders. Die belasting zou dan makkelijk betaald kunnen worden, omdat de boeren bevrijd waren van de herendiensten die ze normaal voor de Indonesische adel moesten verrichten. Zo hielden de Javaanse boeren tijd over om extra rijst te verbouwen voor de landrente. In Willems visie van Nederlands-Indië zouden Indonesië en Nederland samenwerken.

Van de mooie plannen van koning Willem I kwam niets terecht. De kolonie maakte geen winst, ze kostte elk jaar meer geld. De Nederlandse ondernemers voeren naar Indonesië toe met verouderde schepen, soms nog uit de VOC-periode. Deze schepen waren langzaam en hadden weinig laadruimte. Daardoor konden zij niet concurreren met de Britse en Amerikaanse ondernemers, die door de afschaffing van het monopolie ook naar de kolonie toekwamen. Tevens wilden veel Javaanse boeren niet werken voor Nederland. Ze vonden het aanbod van deze blanke Nederlanders niet veel beter dan de herendiensten die de boeren moesten verrichten voor de Javaanse adel. Daarom werd de Nederlandse wil vaak met geweld opgelegd. Dit leidde tot opstanden. De Javaanse prins Diponegoro leidde zo’n gewelddadige opstand in 1825 (bron 2). Hij kreeg massale aanhang en wist het Nederlands leger grote nederlagen toe te brengen. Pas na vijf jaar werd Diponegoro gedwongen zich over te geven. Deze Javaanse-oorlog had aan tweehonderdduizend mensen het leven gekost, zowel aan Indonesische als aan de Nederlandse kant.

Bron 1. Om de plaatselijke elite tevreden te houden, introduceerde de Nederlandse Handel-Maatschappij de drug opium. Opium werd gewonnen uit het sap van de papaver. Door de verdovende en gelukmakende werking van opium was het een geliefde vrijetijdsbesteding van de Javaanse adel. Opium was heel verslavend. De NHM was de enige die in Opium mocht handelen, waardoor de verslaafden volledig afhankelijk waren van de handelsmaatschappij.
Bron 2. De gevangenneming van de Javaanse prins Diponegoro in 1830. Met zijn gevangenneming kwam een einde aan de Java-oorlog die al vijf jaar lang had gewoed, één van de bloedigste opstanden tegen het Nederlands gezag.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 1.5 Bronnen: Twee perspectieven op Diponegoro

Gebruik bron 2 (de gevangenneming van Diponegoro), Bron A en bron B. Beantwoord de onderstaande vragen. In deze opdracht ga je de bronnen interpreteren. Je gaat dit doen aan de hand van de volgende bronvaardigheden:

‘Diponegoro was een zachtmoedig mysticus, die bij het volk in een reuk van heiligheid stond. Hij ging als een goed mohammedaan altijd in het zwart en hield zich strikt aan zijn godsdienstplichten. Vaak trok hij zich terug in een eenzame grot om te bidden en te mediteren. Dipo leed er oprecht onder dat het land door zedeloze heersers werd bestuurd, die aan het hof Europese kleding, alcohol en wilde feesten hadden ingevoerd. Na een conflict tussen de lijfwacht van de prins en Nederlandse cavalerie werd Diponegoro de leider van een opstand, een mythisch vorst der rechtvaardigheid, die het oude vorstendom zijn glorie zou teruggeven. In de heuvels van Midden-Java leidde de jonge veldheer met de briljante strategie de guerrilla. De prins vocht in elke schermutseling vooraan zonder ooit maar een schram op te lopen. Het volk geloofde in zijn onkwetsbaarheid […] Het gouvernement had in de buitengewesten huurlingen aangeworven en begon een systematische oorlog tegen de opstandelingen. In ruil voor goud en eretitels liepen de Javaanse edellieden over naar de Nederlandse kant. Met enkele trouwe aanhangers zwierf de prins door de bossen van Java, opgejaagd door het Nederlandse koloniale leg. Pas in 1830 kreeg de prins een vrijgeleide voor vredesonderhandelingen. Hij wilde echter geen afstand doen van zijn sultanstitel. Daarop beschuldigde de Nederlandse gouverneur van Java de prins van ‘hooghartigheid’ en ‘sabotage van het overleg’. Diponegoro werd gevangengenomen en zijn gevolg werd ontwapend, ondanks het vrijgeleide’.

Bron A. De Nederlandse historicus J. de Rek in Geschiedenis der Nederlanden, over de Javaanse prins Diponegoro.

Diponegoro werd geboren als onwettige zoon van sultan Hamengkoeboewono III (Rodjo) en oudere broer van diens opvolger Hamengkoeboewono IV (Djarar). Hoewel het in de Vorstenlanden niet vreemd was dat onechte zonen hun vader opvolgden werd Diponegoro de weg tot de troon afgesneden door zijn jongere broers; toch beschouwde hij de sultanszetel als hem van rechtswege toekomend. Zijn ergernis en wrevel daarover werden nog groter toen een jongere broer die hij minachtte om diens Hollandse gezindheid op de troon kwam. Diponegoro haatte de Europese overheersing. Hij trachtte meermalen de sultan in zijn haat te doen delen en probeerde hem op te stoken om alle blanken uit het land te verdrijven. Sultan Djarar, een vredelievend man, wilde daar niets van horen. De verstandhouding werd steeds minder en Diponegoro begon het hof en de omgang met Europeanen steeds meer te vermijden. Op 6 december 1822 overleed de 21-jarige vorst sultan Hamengkoeboewono IV plotseling na het eten van een bepaald gerecht. Diponegoro werd ervan verdacht zijn broer te hebben vergiftigd. Hij zou later, na zijn gevangenneming, verklaren dat de rijksbestuurder Danoe Redjp de sultan vergiftigd had. Terwijl aan het hof iedereen treurde om de dood van de vorst was de houding van Negoro daarmee geheel in tegenspraak.

Bron B. De Nederlandse historicus B. de Vlught in Geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden, over de Javaanse prins Diponegoro.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Het roer om

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de reden waarom het roer werd omgegooid.
  • Kent de stappen die werden ondernomen om Indonesië te hervormen onder Johannes van den Bosch.
  • Kent het functioneren van het cultuurstelsel.
  • Kent de rol van de Javaanse adel binnen het cultuurstelsel.

Bron 3. Johannes van den Bosch (1780-1844), de bedenker van het cultuurstelsel in Indonesië. Hij toverde Indonesië om in een ‘wingewest’.

De verschillende Javaanse opstanden hadden Nederland veel geld gekost. Daarnaast kon de Nederlandse kolonie nog steeds niet met de Britse en de Franse koloniën concurreren. Koning Willem I besloot dan ook het roer om te gooien. De koning benoemde Johannes van den Bosch tot gouverneur-generaal. Van den Bosch behoorde tot de oude VOC-elite. Toch was hij om een andere reden geliefd bij de koning. Johannes van den Bosch had veel bewondering ontvangen door zijn sociale project: de Maatschappij van Weldadigheid. In deze Drentse veenkolonie liet Van den Bosch mensen zonder toekomst werken voor kost en inwoning. Deze ervaring paste hij dan ook toe op het bestuur van de kolonie: de kolonie was er voor het moederland en niet andersom. Het was de taak van de Javaan om voor de Nederlander te werken. Nederlands-Indië had geen ander doel dan de Nederlandse schatkist te vullen. Daarom voerde Van den Bosch in 1830 het cultuurstelsel in.

Johannes van den Bosch vond dat heel Indonesië van Nederland was. Als eigenaar van de grond mocht de Nederlandse overheid een vergoeding eisen van de boeren voor het gebruik van die grond, een soort huur of pacht. Met het cultuurstelsel werd de Javaanse bevolking gedwongen door de Nederlandse overheid deze huur te betalen. Deze betaling – werd net als onder Willem I – landrente genoemd. De vergoeding moest in exportgewassen worden betaald zoals koffie, suiker of tabak. Per dorp bepaalde het gouvernement wat er moest worden geleverd door de Javaanse boeren. Elke boer moest één vijfde van zijn land inrichten voor die exportgewassen, die verwerkt zouden worden tot exportproducten. Wanneer de boeren naar verwachting hadden geproduceerd, kregen zij een kleine vergoeding voor die gewassen: plantloon.

Het stelsel bleef beperkt tot Java. De overige eilanden waren volgens de gouverneur-generaal niet winstgevend genoeg. Zelfs de Molukken kwamen niet onder het cultuurstelsel te vallen, waar toch van oudsher altijd het meeste geld werd verdiend met de handel in kruidnagel en andere specerijen. Sinds het de Fransen gelukt was de kruidnagelbomen naar hun koloniën te smokkelen en daar tot bloei te brengen, was de prijs van kruidnagel gekelderd en was het niet meer de moeite waard om in de Molukken en de specerijenhandel te investeren.

Om het cultuurstelsel op rolletjes te laten verlopen werden de inheemse bestuurders betrokken bij het stelsel. Nederlandse ambtenaren gaven bestellingen door aan inheemse bestuurders, vaak plaatselijke adel. In ruil voor de samenwerking met de Nederlandse overheid kregen de inheemse bestuurders een percentage van de opbrengst uit dit cultuurstelsel: de cultuurprocenten. Met dit systeem was er geen plaats meer voor Nederlandse, Franse of Engelse ondernemers. De Nederlandse overheid werd de grootste ondernemer op het eiland. Het vervoer van de cultuurproducten werd gedaan door de in 1824 door Willem I opgerichte Nederlandse Handel-Maatschappij, die het alleenrecht kreeg op het vervoer van die producten.

Bron 4. Cultuurproducten werden door Javaanse boeren verbouwd als huur voor de grond waarop zij verbouwden. De Nederlandse overheid zag deze grond als haar bezit. Alle 'exotische producten' die geld op konden brengen in Nederlanden konden worden verkocht aan het Nederlandse gouvernement.
Bron 5. Door het cultuurstelsel werden de Nederlandse ambtenaren opzichters en de Javanen gevangenen in een systeem waar ze nooit uit konden komen.
Periode   Winst in guldens
1831 – 184093 miljoen
1841 – 1850141 miljoen
1851 – 1869239 miljoen
Totaal 1830 – 1870473 miljoen

Bron 6. Inkomsten overzicht uit het cultuurstelsel.

Bron 7. Koning Willem I in kroningsmantel.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Bron A. Het monster, de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM), grijpt alle schepen uit het water die niets met de NHM te maken hebben. Eigenaar: Rijksmuseum.nl. (klik op de bron om hem te vergroten)

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 2.7 Video: het ontstaan van Nederlands-Indië

Met behulp van de onderstaande vragen en de video ga je de overgang van de VOC-bezittingen naar Nederlands-Indië onderzoeken. Hierbij richt jij je vooral op de economische en sociale kant van die overgang. Beantwoord de vragen tijdens het kijken van de video.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


3. Java en Nederland: één gebied, twee huizen

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de werking van het dualistische bestuursstelsel in Nederlands-Indië.
  • Kent de reden waarom Javanen de Nederlanders niet gehoorzaamden.
  • Kent de rol van de Javaanse edelen in het Indonesisch bestuur en hoe de NHM hen tevreden hield.
  • Kan uitleggen dat het cultuurstelsel steeds corrupter werd.

Bron 8. Het dualistisch bestuur in Nederlands-Indië

Van den Bosch voerde een dualistisch bestuursstelsel in. Dat betekende dat twee besturen naast elkaar kwamen: een Nederlands bestuur, dat over alle onderdanen ging; en het Indonesisch bestuur, dat over zaken ging wat alleen Indonesiërs betrof. Boven alle besturen stond de gouverneur-generaal.

Indonesië werd verdeeld in provinciën, die weer onderverdeeld werden in afdelingen; te vergelijken met gemeenten. Aan het hoofd van elke provincie stond een resident, de hoogste ambtenaar van een provincie. Aan het hoofd van elke afdeling stond een assistent-resident. Die assistent-resident werkte samen met de inlandse bestuurders: regenten, de Nederlandse benaming voor de Indonesische adel. Uit de Java-oorlogen was duidelijk geworden dat Nederland niet zonder inheemse hulp Java kon besturen. Javanen voelden er niets voor de Nederlanders te gehoorzamen, de blanke mensen die in principe niets te zoeken hadden op Java. De eigen adel en dorpshoofden werden daarentegen blindelings gevolgd. Dat betekende echter niet dat de Nederlanders de Javaanse adel te veel macht wilde geven. De cultuurprocenten en ander geïmporteerd vermaak moesten de adel tevreden houden (bron 1). Daarnaast mochten sommige Indonesische vorsten het bestuur zelf blijven regelen. Vaak gingen het om gebieden waar de Nederlanders alleen in naam regeerden, maar in de praktijk nauwelijks kwamen.

Door het bondgenootschap met de plaatselijke heersers werd het cultuurstelsel snel geaccepteerd door de inlanders. Nederlandse ambtenaren waren niets meer dan opzichters van de enorme plantages waar de exportproducten werden verbouwd. De Nederlanders konden niet anders. Er waren te weinig Nederlandse ambtenaren om alle gebieden zelf te besturen.

Vanaf 1845-1850 veranderden de verhoudingen. In Nederland groeide het gevoel dat de Nederlandse overheid de inlanders moest beschermen tegen de hebzucht van de Javaanse adel. De adel was begonnen het cultuurstelsel uit te breiden. Naast de cultuurprocenten ging de Javaanse adel de boeren in hun afdeling verplichten een extra gedeelte aan exportproducten af te staan, als vergoeding voor het ‘goede’ bestuur. Het cultuurstelsel werd steeds corrupter.

Bron 7. Het bezoek van een resident aan de sultan van Yogyakarta laat goed de dualistische verhoudingen zien tussen Nederlanders en Javanen.
Bron 9. Met het geld van de cultuurprocenten gingen de Javaanse edelen hun paleis verrijken. Hoe meer punten op een dak werden geplaatst, hoe rijker een edelman was.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 3.5 Bronnen: de bruikbaarheid van bronnen beoordelen

Bekijk bron 7 en het onderstaande fragment uit het Indisch staatsblad, bron A. Deze opdracht gaat over de omgang tussen dorpshoofden en Nederlandse ambtenaren. Jij gaat beide bronnen beoordelen op bruikbaarheid. Weet je niet meer hoe je op bruikbaarheid beoordeelt? Klik dan hier voor hulp.

 

Bron 7. Het bezoek van een resident aan de sultan van Yogyakarta laat goed de dualistische verhoudingen zien tussen Nederlanders en Javanen.

Bron A
Een fragment uit het Indisch staatsblad. Deze bladen werden uitgegeven in Nederlands-Indië om alle ambtenaren over het politiek beleid te informeren.

‘Alle ambtenaren in de verschillende residenties op Java, die op welke manier dan ook in aanraking komen met de Inlandse hoofden en de bevolking, dienen het volgende nooit uit het oog te verliezen: de manier waarop zij met de Inlandse hoofden en de bevolking omgaan, bepaalt in hoge mate de verhouding tussen Nederlanders en de inheemse bevolking. Het schaden van de relatie met de Inlandse hoofden schaadt de hogere belangen van Java en het moederland’.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


4. De gordel van smaragd

Lesdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent de economische gevolgen van het cultuurstelsel voor Nederland.
  • Kent de negatieve gevolgen van cultuurstelsel.
  • Kent de positieve gevolgen van cultuurstelsel.
  • Kan uitleggen dat zowel de Javaanse edelen als het Nederlandse gouvernement bijdroegen aan het corrupter worden van het cultuurstelsel.
  • Kent de gevolgen van Max Havelaar voor het Nederlandse denken over Indonesië.

Bron 10. Onder het pseudoniem Multatuli, publiceerde Eduard Douwes Dekker het boek Max Havelaar. Het boek uitte kritiek op Nederlandse ambtenaren die de Javaanse bevolking op gewelddadige wijze aan het uitbuiten waren.

Dankzij de invoering van het cultuurstelsel namen de inkomsten uit Java steeds verder toe. In 1850 was een derde van de Nederlandse staatsinkomsten afkomstig uit Indonesië. De Nederlandse schatkist werd statig gevuld door de inkomsten uit koffie, suiker en de kleurstof indigo. Dankzij de inkomsten uit Java bleven de belastingen in Nederland laag. Met de Javaanse rijkdommen werden zowel in Nederland als in Indonesië spoorwegen aangelegd, bruggen en fabrieken gebouwd. Ook de scheepsbouw werd nieuw leven in geblazen. Nederland stond tijdens de Gouden Eeuw bekend om haar scheepvaart. In de eeuwen daarna was Nederland snel ingehaald door landen als Engeland en Frankrijk. Dankzij de Nederlandse Handel-Maatschappij nam de vraag naar schepen toe; producten moesten immers vanuit Java naar Europa worden verscheept en alleen de NHM mocht dat doen.

 

Multatuli: negatieve gevolgen

Het succes van het cultuurstelsel wekte in het buitenland jaloezie op. Frankrijk en Engeland overwogen het Nederlandse bestuursstelsel in te voeren in hun eigen koloniën, omdat het zo effectief was gebleken. Maar er was ook kritiek. Met zijn roman Max Havelaar uitte Multatuli kritiek op de Nederlandse ambtenaren. De ambtenaren deden alsof ze de plaatselijke bevolking hielpen door de corruptie van de Javaanse adel te bestrijden, maar in werkelijkheid hielpen ze gewoon mee bij het uitbuiten van de Javaanse bevolking.

Onder het cultuurstelsel was de werkdruk drie keer zo hoog als tijdens de VOC-periode: drie op de vijf Javanen moest exportgoederen verbouwen om aan de belastingen van de Nederlanders te kunnen voldoen. Vooral de koffieplantages leverden zwaar werk op. Koffie groeide in hoge, afgelegen streken, die soms alleen bereikbaar waren langs smalle bergpaadjes. Koffie was in de 19e eeuw steeds winstgevender geworden, omdat in steeds meer Europese steden koffie werd gedronken. Als gevolg hiervan werden steeds meer plantages aangelegd. Om ruimte te maken voor deze nieuwe plantages werden hele stukken oerwoud weggekapt. Om aan genoeg arbeiders te komen, dwongen de Nederlanders de Javanen hele dorpen te verplaatsen naar die toekomstige plantages.

Suiker werd verbouwd op bestaande landbouwgronden. Ook dit had nadelen. Suikerriet had veel water nodig om te groeien, rijst daarentegen ook. De ondergelopen sawa’s kregen door het suikerriet te weinig water, waardoor vele rijstoogsten mislukten. Daardoor ontstonden grote voedseltekorten, aangezien rijst het hoofdvoedsel was van de Javaanse bevolking. Om die tekorten op te vullen werd rijst geïmporteerd. De NHM verkocht die geïmporteerde rijst voor veel geld aan de verhongerende Javaanse boeren. Om de dure rijst te bekostigen werden de boeren gedwongen nog meer exportproducten te produceren. Daar bovenop werden de boeren door het gouvernement en de Javaanse adel ingezet bij de aanleg van wegen en gebouwen. De boeren waren door dat soort projecten soms weken niet te vinden op hun eigen landbouwgrond. Die afwezigheid had misoogsten van rijst en exportproducten tot gevolg.

  • Plantlonen in x 1000 gld
  • Landrente in x 1000 gld

Bron 12. Het totaal aan Landrente en plantlonen onder het cultuurstelsel. Landrente is de hoeveelheid pacht die de boeren moesten betalen in de vorm van exportproducten. Deze producten zijn uitgedrukt in guldens. Let op! Dit is niet de opbrengst nadat de exportproducten werden verkocht.

  • Gemiddelde winst/verlies per verbouwer in gld

Bron 13. Gemiddelde winst/verlies per verbouwer in guldens.

Bron 11. Luchtfoto van het kantoor van de NHM in Batavia. Vanuit Batavia kon de handelsmaatschappij heel effectief de exportproducten verzamelen en verschepen naar Europa.
Ontwikkeling: positieve gevolgen

Het cultuurstelsel bracht niet alleen ellende met zich mee. De aanwezigheid van Nederland had een einde gemaakt aan de voortdurende oorlogen tussen de verschillende Javaanse heersers. De verplichte bouwprojecten van het Nederlandse gouvernement waren dan wel niet vrijwillig, de Javaanse boeren kregen er wel voor betaald. Zo werd veel geld gepompt in de tot dan toe vrijwel geldloze Javaanse economie. Het gevolg was dat de algehele welvaart iets was toegenomen.

In de periode 1845-1850 werden grote delen van Java getroffen door hongersnoden en aardverschuivingen. In de zwaarst getroffen gebieden was een op de vijf Javanen om het leven gekomen. Het gouvernement besefte dat de druk op de bevolking en de natuur te groot was geworden. Daarom werden twee maatregelen genomen. De verplichte suikerrietcultuur werd afschaft en de aanleg van nieuwe koffie-  indigo- en suikerrietplantages werd aan banden gelegd. De productie van dat soort winstgevende producten mocht voortaan alleen worden verhoogd door verbetering van de landbouwmethoden. Zo hoopte de Nederlandse overheid uitputting en erosie van het gebied te voorkomen, aangezien rijstvelden niet meer uitgeput werden en oerwoud niet meer omgekapt zou worden.

Om hongersnoden in de toekomst te voorkomen, ging het gouvernement zich bemoeien met de productie van rijst. Het gouvernement ging de sawa omvang verdubbelen. De nieuwe rijstvelden zou de Javaanse bevolking van genoeg eten voorzien. Vanwege die rijstproductie kon de Javaanse bevolkingsomvang tussen 1850-1870 groeien van negen tot zestien miljoen.

Bron 14. Ook vandaag de dag wordt rijst verbouwd op de Indonesische sawa's.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.6 Video: Max Havelaar door Multatuli

Gebruik de bovenstaande video bij het beantwoorden van de vragen. In de video onderzoek je of de mening van Eduard Douwes Dekker representatief was voor meerdere Nederlanders.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Literatuur

Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Dalhuisen, Leo. De koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Baarn: Nijghversluys, 2006.

Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.

Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht : Het Spectrum B.B., 1995.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.

Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.

Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.

Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.

Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940. 

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.

Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op