Tijdvak 7: De wereld op z’n kop, een tijd van revoluties en verzet

Hoofdvragen

Wat is de Verlichting en hoe heeft dit het denken over wetenschap, politiek, maatschappij en religie beïnvloed?

Wat waren de oorzaken en gevolgen van de uitbouw van koloniën door Europa?

Waardoor ontstonden de democratische revoluties en welk gevolg hadden deze revoluties?

In de vroege ochtend van 21 januari 1793 reed een glazen koets over de hobbelige straten van Parijs, met daarin de voormalige Franse koning Lodewijk XVI op weg naar de Place de la Révolution. Lodewijk was de vernedering van de beulskar bespaard gebleven; een laatste restje eerbetoon. De koets beschermde de voormalige koning echter niet tegen het gelach, gescheld en de doodswensen van de joelende menigte. De inwoners van Parijs roken bloed, en bloed zouden ze krijgen. Lodewijk wist wat hem te wachten stond: de dood.

Eenmaal aangekomen bij het schavot, werd hij door enkele norse wachters de gammele houten treden op geduwd. Er waren 50.000 militairen op de been gebracht om de voormalige koning naar zijn dood te begeleiden. Aanhangers van Lodewijk mochten de koning niet kunnen bevrijden; deze executie mocht niet misgaan. De Franse koning was namelijk het symbool van de oude macht, een macht die gebroken moest worden, aldus de leiders van de Franse Revolutie.

Met een gebroken stem vroeg Lodewijk of hij de menigte nog één laatste keer mocht toespreken. De beul schudde nors zijn hoofd en schopte de voormalige koning tegen zijn knieën. Lodewijk viel voorover. De beul greep hem bij zijn haren en sleurde hem richting de wachtende guillotine. Dit instrument van de dood – dat bekend zou komen te staan als het wapen van de Franse Revolutie – zou de voormalige Franse koning met één snelle haal doden. Lodewijk werd vastgezet onder de guillotine. De beul voelde de gespannen sfeer die over de menigte was gekropen. Hij besloot dan ook de executie niet langer uit te stellen. Met een snelle ruk aan het koord gleed het schuine mes van de guillotine naar beneden. De magere nek van de koning bood geen weerstand. Lodewijks hoofd, nu gescheiden van zijn lichaam, stuiterde over de planken om vervolgens te worden opgepakt door de beul. Triomfantelijk hield hij het levenloze hoofd in de lucht. De Parijzenaren gingen door het lint. Hier hadden ze al die jaren op gewacht! Hun leven zou vanaf dat moment nooit meer hetzelfde zijn. Velen beloofden zichzelf die ochtend dat er nooit meer een tiran op de troon zou komen te zitten.

Enkele maanden na de executie van Lodewijk onderging ook de voormalige Franse koningin Marie Antoinette hetzelfde lot.

Kenmerkende aspecten
  • 26. De wetenschappelijke revolutie.
  • 27. Rationeel optimisme en ‘Verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
  • 28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
  • 29. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
  • 30. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

Bron 1. Schilderij van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, geschilderd door John Trumbull. Met deze verklaring werden de eerste stappen gezet om verlichte ideeën in de praktijk te brengen.

1. Verlichting: de strijd tegen onwetendheid en oneerlijkheid

  • Kunt het ontstaan van verlichte ideeën beschrijven en herkennen in bronnen.
  • Kent de ideeen van Locke, Rousseau, Montesquieu en Adam Smith en kan verklaren waardoor deze een breuk zijn met het verleden.
  • Kunt verklaren waarom verlichte denkers belang hechtten aan onderwijs en de verspreiding van kennis.
  • Kunt met de voorbeelden Catharina de Grote en Frederik de Grote uitleggen wat verlicht absolutisme inhoudt.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
Leerdoelen
  • Kunt het ontstaan van verlichte ideeën beschrijven en herkennen in bronnen.
  • Kent de ideeen van Locke, Rousseau, Montesquieu en Adam Smith en kan verklaren waardoor deze een breuk zijn met het verleden.
  • Kunt verklaren waarom verlichte denkers belang hechtten aan onderwijs en de verspreiding van kennis.
  • Kunt met de voorbeelden Catharina de Grote en Frederik de Grote uitleggen wat verlicht absolutisme inhoudt.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.

In de zeventiende eeuw vond een belangrijke verandering plaats in hoe mensen de wereld begrepen. Deze periode wordt de wetenschappelijke revolutie genoemd. Wetenschappers zoals Galileo en Newton ontdekten veel over de natuur en de wereld door gebruik te maken van waarneming, systematisch onderzoek en het verstand, ook wel de ratio Het verstand, de rede. genoemd. Het succes van deze methode inspireerde later filosofen, die op diezelfde wetenschappelijke wijze het menselijk gedrag en de samenleving onderzochten met de hoop deze te verbeteren.

Bron 2. Verlichte denkers vonden het belangrijk dat de samenleving over voldoende kennis beschikte om bijgeloof te bestrijden. Een manier om dit te bereiken was om alle (bekende) kennis beschikbaar te maken via de Encylopedie van Diderot.

De Verlichting bracht een nieuwe manier van denken met zich mee die oude tradities ter discussie stelde. Voorheen werd de samenleving grotendeels bepaald door de adel en de geestelijkheid, maar verlichte denkers vonden dat onrechtvaardig. Ze waren ervan overtuigd dat kennis en rede niet alleen de natuur, maar ook de maatschappij konden verklaren en verbeteren. Dit rationeel optimisme Het vertrouwen dat de samenleving beter en eerlijker kan worden door het gebruik van de ratio. , de overtuiging dat verstand en kennis de samenleving kunnen verbeteren, staat centraal in de Verlichting. Sommige filosofen gingen zelfs zo ver, dat het handelen van God begrepen kon worden! De Kerk verzette zich heftig daartegen. Dit geloof in vooruitgang door kennis en het gebruik van de ratio werd een kernidee van de Verlichting.

 

Het ontstaan van verlichte ideeën

De verlichte filosofen stelden dat veel traditionele opvattingen en gebruiken niet logisch waren en daardoor niet langer als vanzelfsprekend konden worden gezien. Ze voerden scherpe kritiek op religieuze overtuigingen die niet wetenschappelijk bewezen konden worden en op maatschappelijke structuren zoals het absolutisme, waarbij een koning onbeperkte macht had. Het idee dat koningen door God waren aangesteld (‘het droit divin’) werd door velen verworpen. Verlichte denkers geloofden in universele rechten voor alle mensen, zoals vrijheid van meningsuiting, eigendom en veiligheid. Ze zagen deze rechten als even natuurlijk en universeel als natuurwetten.

Een belangrijk onderdeel van de Verlichting was de kritiek op sociale ongelijkheid. De adel en geestelijkheid hadden eeuwenlang veel privileges gehad, terwijl gewone burgers weinig rechten hadden. Verlichte denkers waren voor een samenleving waarin iedereen gelijke rechten had. Dit was een revolutionair idee dat leidde tot grote veranderingen in hoe mensen dachten over macht en bestuur.

 

Belangrijke filosofen en hun ideeën

De Verlichting kende vele invloedrijke denkers met verlichte ideeën Ideeën die dankzij rationeel redeneren ontstonden en die tot doel hadden een betere samenleving te creëren. , waarvan de volgende vijf bijzonder belangrijk zijn:

  1. John Locke (1632-1704): Locke geloofde dat alle mensen van nature gelijk en vrij zijn. Volgens hem was een regering alleen gerechtvaardigd als deze voortkwam uit de instemming van het volk, vastgelegd in een (denkbeeldig) sociaal contract Denkbeeldig verdrag tussen de mensen onderling om een politieke samenleving of staat te vormen. . Het doel van de regering was het beschermen van de natuurlijke rechten Rechten die een mens vanaf zijn geboorte bezit en losstaan van de wetten die de overheid heeft ingesteld. Ze gelden voor ieder mens en overal.  van burgers, zoals vrijheid, eigendom en leven. Hij was dan ook voor de beperking van de macht van de overheid en zag het volk als de bron van politieke macht en niet God!
  2. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778): Rousseau ging verder dan Locke en stelde dat de soevereiniteit, oftewel de hoogste macht om te regeren, altijd bij het volk moest liggen. Hij vond dat burgers samen moesten beslissen over wetten en dat een koning alleen mocht regeren als het volk dit goedkeurde. Dit idee van volkssoevereiniteit vormde de basis voor latere democratische bewegingen.
  3. Montesquieu (1689-1755): Montesquieu introduceerde de trias politica Scheiding van de macht in drie delen: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. , een scheiding van de macht in drie delen: de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Door de macht te verdelen, wilde hij machtsmisbruik voorkomen. Dit idee was revolutionair, omdat het inging tegen de absolute macht van koningen. Zijn werk inspireerde later vele grondwetten, waaronder die van de Verenigde Staten.
  4. Voltaire (1694-1778): Voltaire was een van de bekendste filosofen van de Verlichting. Hij pleitte voor vrijheid van meningsuiting en religieuze tolerantie. Hoewel hij kritiek had op het absolutisme, geloofde hij niet dat het volk geschikt was om te regeren. Sterker nog, hij vond ze te dom. Volgens Voltaire moest het bestuur in handen zijn van een verlichte elite die in staat was om verstandige beslissingen te nemen.
  5. Adam Smith (1723-1790): Smith wordt gezien als een van de grondleggers van de moderne economie. In zijn boek The Wealth of Nations beschreef hij hoe vrije handel en concurrentie tot meer welvaart konden leiden. Hij geloofde dat individuen, door hun eigen belangen na te streven, onbedoeld bijdragen aan het algemeen welzijn. Zijn ideeën vormden een breuk met traditionele opvattingen over economische controle door de staat, zoals het mercantilisme van de Franse koning Lodewijk XIV.

Deze denkers keerden zich af van het absolutisme en oude tradities. Hun ideeën benadrukten vrijheid, gelijkheid en rationeel bestuur. Hoewel hun opvattingen niet altijd volledig overeenkwamen, waren ze het erover eens dat kennis en rede de sleutel waren tot vooruitgang.

 

Het belang van kennis en onderwijs

Verlichte filosofen geloofden dat onderwijs en kennis essentieel waren voor een betere samenleving. Mensen moesten leren om zelfstandig na te denken en hun verstand te gebruiken. De Franse filosofen Denis Diderot en Jean d’Alembert werkten aan de beroemde Encyclopédie, een verzameling van kennis en ideeën in 28 delen. Het doel was om kennis toegankelijk te maken voor een breed publiek, zodat mensen beter geïnformeerd konden zijn. Dankzij verbeterde druktechnieken en afnemend analfabetisme konden ook mensen buiten de elite deze kennis lezen.

De Encyclopédie bevatte artikelen die kritisch waren over de privileges van de adel en de macht van de kerk. Hoewel sommige edelen en geestelijken probeerden de verspreiding van de boeken te verbieden, had dit vaak het tegenovergestelde effect: de populariteit van de Encyclopédie nam alleen maar toe. Dit toonde het groeiende belang van drukpersen en kranten in het verspreiden van verlichte ideeën. Steeds meer mensen kregen toegang tot informatie, wat bijdroeg aan een groeiend bewustzijn over vrijheid, gelijkheid en burgerrechten.

 

Verlicht absolutisme: Frederik en Catharina de Grote

De Verlichting beïnvloedde niet alleen filosofen en burgers, maar ook vorsten. Sommige koningen probeerden verlichte ideeën te combineren met hun absolute macht. Dit noemen we verlicht absolutisme Een regeerwijze waarbij de vorst de absolute macht in handen heeft, maar probeert om zonder inspraak van het volk hervormingen door te voeren. . Twee bekende voorbeelden zijn Frederik de Grote van Pruisen en Catharina de Grote van Rusland.

  • Frederik de Grote (1712-1786): Frederik noemde zichzelf de “eerste dienaar van de staat”. Hij vond dat een koning het volk moest dienen en wees het droit divin af. Hoewel hij de macht niet deelde, voerde hij hervormingen door zoals religieuze vrijheid en betere scholing. Hij zag zichzelf als een beschermer van de staat en wilde het welzijn van zijn volk verbeteren. Een van deze maatregelen was het verplicht planten van aardappelen. Tot 1774 werd voornamelijk graan ingezaaid. Maar dit leidde vaak tot misoogsten en hongersnood. Aardappelen, een gewas uit Zuid-Amerika, was beter bestand tegen het Pruisische klimaat. Frederik stelde dat het telen van aardappelen verplicht was, om zodoende hongersnood te voorkomen in zijn land.
  • Catharina de Grote (1729-1796): Catharina was geïnspireerd door verlichte ideeën en schreef een grondwet voor Rusland waarin gelijkheid en vrijheid werden benadrukt. Maar omdat ze afhankelijk was van de steun van de adel, kon ze deze hervormingen niet doorvoeren. De grondwet werd verworpen. In de praktijk veranderde er dus weinig voor de Russische bevolking.

Hoewel beide vorsten zich lieten inspireren door verlichte ideeën, behielden ze hun macht. Dit laat zien dat de Verlichting niet overal tot volledige democratische veranderingen leidde.

 

Maatschappelijke impact

De ideeën van de Verlichting verspreidden zich door heel Europa en hadden grote invloed op de samenleving. Ze leidden tot politieke veranderingen, zoals de Amerikaanse en Franse Revolutie, waarin vrijheid en gelijkheid centraal stonden. Ook op lange termijn bleven de idealen van de Verlichting invloedrijk, bijvoorbeeld in de opkomst van democratische regeringen en mensenrechten die we vandaag de dag nog in veel grondwetten terugzien.

De Verlichting liet zien dat kennis en rede krachtige middelen zijn om de wereld te veranderen. Hoewel niet alle ideeën direct werden toegepast, vormden ze de basis voor veel van de waarden die we vandaag de dag belangrijk vinden.

Bron 3. Koning Frederik II van Pruisen inspecteerde zelf de gevolgen van de verplichte aardappelplanting. Het gevolg: meer voedsel voor zijn inwoners.

2. Uitbreiding van de plantagekoloniën

  • Kunt het verband uitleggen tussen de opkomst van plantagekoloniën in West-Indië (Midden- en Zuid-Amerika) en de toenemende trans-Atlantische slavenhandel.
  • Kunt beschrijven hoe in Suriname een complexe samenleving ontstond met diverse bevolkingsgroepen, met verschillende plichten en rechten en hoe deze plichten en rechten het dagelijks leven van mensen in de plantagekoloniën beïnvloedde.
  • Kunt verklaren welke veranderingen in de Europese samenleving de opkomst van het abolitionisme veroorzaakten en je kunt benoemen hoe deze ontwikkeling leidde tot het afschaffen van de slavernij.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
Leerdoelen
  • Kunt het verband uitleggen tussen de opkomst van plantagekoloniën in West-Indië (Midden- en Zuid-Amerika) en de toenemende trans-Atlantische slavenhandel.
  • Kunt beschrijven hoe in Suriname een complexe samenleving ontstond met diverse bevolkingsgroepen, met verschillende plichten en rechten en hoe deze plichten en rechten het dagelijks leven van mensen in de plantagekoloniën beïnvloedde.
  • Kunt verklaren welke veranderingen in de Europese samenleving de opkomst van het abolitionisme veroorzaakten en je kunt benoemen hoe deze ontwikkeling leidde tot het afschaffen van de slavernij.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.

Halverwege de zeventiende eeuw waren de Europese grootmachten, zoals Spanje, Portugal, en Engeland, druk bezig met het opzetten van winstgevende koloniën in de Amerika’s. In navolging hiervan begonnen de Engelsen met het opzetten van plantages in Suriname. Suriname bleek met zijn tropische klimaat en vruchtbare grond bijzonder geschikt voor het verbouwen van suiker, een zeer gewild product in Europa. Eerst probeerden de kolonisten de inheemse bevolking, de indianen, in te zetten voor het zware werk op de plantages. Dit mislukte, omdat de indianen niet bestand waren tegen de zware fysieke arbeid en de ziekten die de Europeanen met zich meebrachten.

 

Tot slaafgemaakten in de ‘nieuwe wereld’

De plantagehouders vonden een oplossing in het invoeren van Afrikaanse slaven. Deze mensen werden onder erbarmelijke omstandigheden gevangengenomen, overgebracht naar de kust en verkocht aan Europese slavenhandelaren. De reis over de Atlantische Oceaan, bekend als de ‘trans-Atlantische slavenhandel’, was een gruwelijke tocht waarbij velen stierven door ziekte, honger, of mishandeling. De overlevenden werden in Amerika verkocht aan plantage-eigenaren, waar ze onder zware omstandigheden moesten werken. Deze slavenhandel werd een belangrijk onderdeel van het economische systeem in de ‘nieuwe wereld’ en was nauw verbonden met de opkomst van de plantagekoloniën Een overzees gebiedsdeel met grote landbouwgebieden waar slaven handelsgewassen voor de Europese markt verbouwden. .

Bron 4. Pierre Jacques Benoit schetste de barbaarsheid van de slavernij in Suriname. Afrikanen werden als bezit behandeld en verhandeld. Waarom zouden dit soort afbeelding vaak herdrukt worden en kosteloos worden verspreid in de negentiende eeuw?

In 1667 veroverde een Zeeuwse kapitein Suriname op de Engelsen tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Na de Vrede van Breda werd Suriname officieel een kolonie van Nederland. De plantages in Suriname kwamen in handen van Nederlandse kolonisten, voornamelijk uit Zeeland en Holland. De Staten-Generaal van de Republiek zorgde voor de militaire bescherming van de kolonie en verdedigde de belangen van de plantagehouders tegen opstanden en aanvallen van gevluchte slaven, de marrons.

 

De Complexe Samenleving in Suriname

Met de komst van de slaven of in moderne termen tot slaafgemaakten uit Afrika ontstond in Suriname een complexe samenleving.

  • Aan de top stonden de Europese kolonisten, die de macht en het landbezit in handen hadden. Zij waren de eigenaren van de plantages en bepaalden de regels.
  • Daaronder bevonden zich de vrije zwarten en mulatten, een groep van voormalige tot slaafgemaakten en hun nakomelingen, die soms zelf ook slaven bezaten. Deze vrije mensen hadden beperkte rechten, maar ze stonden nog altijd hoger in de sociale hiërarchie dan de slaven.
  • De tot slaafgemaakten vormden de laagste klasse in de Surinaamse samenleving. Hun rechten waren praktisch nihil, en ze werden als eigendom beschouwd, zonder enige persoonlijke vrijheid. Hun dagelijkse leven werd gekenmerkt door lange werkdagen onder zware omstandigheden. Ze werden gestraft bij het minste vergrijp. Hun leven werd voortdurend bedreigd door ziekten en uitputting. Desondanks ontwikkelden de tot slaafgemaakten hun eigen gemeenschappen en culturen, waarin Afrikaanse tradities en religies een belangrijke rol speelden.

Naast deze bevolkingsgroepen waren er ook de marrons, gevluchte slaven die zich in het oerwoud van Suriname vestigden en van daaruit soms aanvallen uitvoerden op plantages om andere tot slaafgemaakten te bevrijden. Een bekende leider van de marrons was Boni, die een fort bouwde in het binnenland en succesvol guerilla-aanvallen uitvoerde tegen de kolonisten.

 

De opkomst van het abolitionisme

Tegen het einde van de achttiende eeuw begonnen de maatschappelijke opvattingen over slavernij Systeem waarbij iemand eigendom is van een ander. in Europa en Amerika te veranderen. De Verlichting, een intellectuele en filosofische beweging die nadruk legde op rede, gelijkheid, en vrijheid waarover je in de vorige paragraaf hebt kunnen lezen, had een diepgaande invloed op de opvattingen over menselijke rechten. Het idee en daardoor het besef dat alle mensen van nature vrij en gelijk zijn begon ook in de koloniën door te dringen.

Bron 5. De afschaffing van de slavernij betekende niet dat ook de hele samenleving in één keer veranderde. Nog tot ver in de twintigste eeuw leefden de kinderen van Marrons in de jungle van Suriname.
Bron 6. In de negentiende eeuw streden tegenstanders van de slavernij voor de afschaffing hiervan. Voorstanders van de slavernij maakten propaganda voor het behoud van de slavenhandel. Vaak gebruikten zij het argument: 'slaven leiden een goed en zorgeloos bestaan; beter dan menig arbeider'.

In deze tijd ontstond ook het abolitionisme Beweging waarvan de aanhangers streden voor afschaffing van de slavernij. , een beweging die zich inzette voor de afschaffing van de slavernij. Religieuze groeperingen, met name christenen, waren vaak belangrijke aanjagers van deze beweging. Zij beriepen zich op Bijbelse principes van naastenliefde en rechtvaardigheid om slavernij als onmenselijk en onchristelijk te veroordelen. Publicaties zoals het boek van John Stedman, dat ondanks censuur verhalen over de wreedheden van slavernij bevatte, droegen bij aan het bewustzijn en de groei van het abolitionisme. Stedman’s werk, dat oorspronkelijk bedoeld was als een verslag van zijn militaire dienst in Suriname, werd een krachtige aanklacht tegen slavernij en inspireerde vele lezers in Europa en Amerika. Economische veranderingen speelden ook een rol. Met de Industriële Revolutie, waarover je in het volgende hoofdstuk kan lezen, werd arbeid steeds meer geautomatiseerd, waardoor de economische noodzaak van slavernij afnam.

 

Het einde van de slavernij

De roep om de afschaffing van de slavernij werd steeds luider en leidde uiteindelijk tot wetgevende veranderingen. In Groot-Brittannië werd in 1807 de slavenhandel verboden en in 1833 werd slavernij volledig afgeschaft in het Britse Rijk. Om de weerstand van slavenhouders te overwinnen, besloot de Britse regering om hen financieel te compenseren voor het verlies van hun ‘eigendom’.

Nederland volgde dit voorbeeld enkele decennia later. In 1863 werd de slavernij officieel afgeschaft in de Nederlandse koloniën, waaronder Suriname. Ook hier kregen de voormalige slavenhouders een vergoeding, terwijl de tot slaafgemaakten na hun vrijlating nog tien jaar verplicht op de plantages moesten blijven werken onder een stelsel van ‘staatstoezicht’. Pas na deze periode werden zij volledig vrij verklaard.

De afschaffing van de slavernij markeerde het einde van een donkere periode in de geschiedenis, maar het legde ook de basis voor nieuwe uitdagingen en ongelijkheden. De voormalige tot slaafgemaakten moesten een plek vinden in een samenleving die hen lange tijd had onderdrukt, terwijl de plantage-economieën in verval raakten zonder de goedkope arbeidskracht geleverd door slavernij. Het was het begin van een lange weg naar volledige gelijkheid en rechtvaardigheid. De problemen, voorkomend uit de slavernijperiode, zijn vandaag de dag nog steeds merkbaar: raciale ongelijkheid in de Verenigde Staten, de effecten van raciale scheiding in Zuid-Afrika en racistische stereotypen uit de negentiende eeuw zoals ‘zwarte piet’ vormen de basis van menig discussie in de 21ste eeuw.

3. Revoluties!

  • Kent meerdere oorzaken van de Franse Revolutie.
  • Kunt het verloop van de Franse Revolutie beschrijven, vanaf de nationale vergadering tot de keizerkroning van Napoleon.
  • Kan aangeven waardoor de Franse Revolutie uitmondde in de Terreur, geleid door Robespierre.
  • Kan aangeven waarom de revolutionairen belang hechten aan de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
  • Kunt meerdere oorzaken beschrijven voor de opkomst van de patriotten in de Republiek en hoe dit uitmondde in de Bataafse Revolutie.
  • Kunt beschrijven welke rol het bestuur van napoleon speelde in Europa en hoe dit bestuur ten einde kwam.
  • Kent de doelen van het Congres van Wenen en deze met voorbeelden toelichten.
  • Kunt met voorbeelden aantonen dat de patriotten verlichte standpunten hadden en dat die standpunten in de Bataafse Republiek werden vertaald naar politieke maatregelen (verdiepingsstof).
  • Kunt het verloop van de strijd tussen patriotten en Oranjegezinden van 1787 beschrijven en de gevolgen daarvan verklaren (verdiepingsstof).
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
Leerdoelen
  • Kent meerdere oorzaken van de Franse Revolutie.
  • Kunt het verloop van de Franse Revolutie beschrijven, vanaf de nationale vergadering tot de keizerkroning van Napoleon.
  • Kan aangeven waardoor de Franse Revolutie uitmondde in de Terreur, geleid door Robespierre.
  • Kan aangeven waarom de revolutionairen belang hechten aan de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
  • Kunt meerdere oorzaken beschrijven voor de opkomst van de patriotten in de Republiek en hoe dit uitmondde in de Bataafse Revolutie.
  • Kunt beschrijven welke rol het bestuur van napoleon speelde in Europa en hoe dit bestuur ten einde kwam.
  • Kent de doelen van het Congres van Wenen en deze met voorbeelden toelichten.
  • Kunt met voorbeelden aantonen dat de patriotten verlichte standpunten hadden en dat die standpunten in de Bataafse Republiek werden vertaald naar politieke maatregelen (verdiepingsstof).
  • Kunt het verloop van de strijd tussen patriotten en Oranjegezinden van 1787 beschrijven en de gevolgen daarvan verklaren (verdiepingsstof).
Extra uitleg
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.
In het filmpje krijg je basisuitleg over het in de titel genoemde onderwerp.

De Franse en Bataafse Revoluties waren democratische revoluties Een verandering in het bestuur van een land die in een grondwet wordt vastgelegd en waarbij het volk meer macht krijgt ten koste van de macht van de vorst en/of regenten. en daarmee keerpunten in de Europese geschiedenis, die diepgaande veranderingen in zowel de politiek als sociale verhoudingen teweegbrachten. Het is belangrijk om deze revoluties te bestuderen, omdat ze inzicht bieden in de ontwikkeling van moderne democratische samenlevingen; niet alleen in Europa maar ook in de rest van de wereld. Door te begrijpen hoe ideeën over vrijheid, gelijkheid en rechten zich ontwikkelden en verspreidden, begrijp je hoe de huidige samenleving is gevormd. Bovendien leer je over de gevolgen van sociale ongelijkheid en de manier waarom burgers hun invloed kunnen gebruiken om via regeringen veranderingen tot stand te brengen. Onze huidige democratische waarden stammen uit deze periode.

 

Oorzaken van de Franse Revolutie

De Franse Revolutie, die begon in 1789, had meerdere oorzaken. De belangrijkste was de financiële crisis. De Franse koning Lodewijk XVI en zijn voorgangers hadden jarenlang meer geld uitgegeven dan er binnenkwam, waardoor de schatkist bijna leeg was. Deze financiële crisis van de staat viel samen met een economische crisis. Frankrijk kreeg te maken met slechte oogsten en stijgende voedselprijzen, wat leidde tot hongersnood en onvrede onder de bevolking. Lodewijk wilde graan importeren, maar had daar het geld niet voor. Zijn minister van Financiën stelde een belastingverhoging voor. De boeren en burgers betaalden al veel belasting, terwijl de adel en geestelijkheid nauwelijks belasting hoefden te betalen. Dit was vastgelegd in privileges die de adel en geestelijkheid beschermden. Daarom wilde Lodewijk XVI niet alleen de belastingen verhogen, maar ook de eerste en tweede stand mee laten betalen. Dit stuitte op verzet vanuit deze twee standen, die zich beriepen op oude afspraken waarbij alleen de Staten-Generaal hierover mocht beslissen. Daarom riep Lodewijk XVI de Staten-Generaal bijeen, iets wat al 175 jaar niet was gebeurd.

Bron 7. In 1789 werd voor het eerst weer de Staten-Generaal bijeengeroepen door de koning. Hij moest wel, want het parlement verzette zich tegen de belastingen die Lodewijk opnieuw wilde gaan verhogen, om de staatsschuld te verlichten. De Staten-Generaal bestond uit de drie standen, namelijk de geestelijkheid, de adel en de burgerij. Er werd gestemd per stand en niet per hoofd. De vertegenwoordigers van deze standen stemden niet in met het voorstel van de koning om de belastingen te verhogen.

Ook de sociale ongelijkheid voor de wet en de invloed van de Verlichting, die ideeën van vrijheid, gelijkheid en broederschap verspreidde, droegen bij aan de revolutionaire stemming. De ideologische invloed van de Verlichting kan niet worden onderschat. Filosofen zoals Voltaire, Rousseau en Montesquieu bekritiseerden het ancien régime Letterlijk: de oude orde. Naam voor de tijd van voor de Franse Revolutie toen er nog sprake was van een standenmaatschappij en absolutisme. en pleitten voor een samenleving gebaseerd op rede, gelijkheid en rechtvaardigheid. Deze ideeën verspreidden zich via pamfletten, boeken en salons, en vonden een gewillig oor bij de bourgeoisie en intellectuelen die zich benadeeld voelden door het bestaande systeem.

 

Het verloop van de Franse Revolutie

Toen de Staten-Generaal in 1789 bijeenkwam, maar de stemming constant in het voordeel was van de eerste en tweede stand, besloten de afgevaardigden van de derde stand, voornamelijk rijke burgers, zich uit te roepen tot Nationale Vergadering. Dit was een aparte vergadering, waarin de koning noch de andere standen inspraak hadden. De vertegenwoordigers van de derde stand beloofden niet uiteen te gaan voordat er een eerlijke grondwet was geschreven. De koning reageerde hierop vanuit paniek: hij liet het leger komen. Dit leidde ertoe dat revolutionairen Iemand die vernieuwende ideeën snel en zonder aarzelen wil doorvoeren in de samenleving. de Bastille op 14 juli 1789 bestormden, opzoek naar wapens. Dit fort was een symbool van het absolutistische regime van Lodewijk. De val van de Bastille wordt vaak gezien als het begin van de Franse Revolutie en symboliseerde het verzet tegen de onderdrukking van de monarchie. De maanden na de val van de Bastille waren chaotisch. De koning ging het gesprek aan met de Nationale Vergadering. In de praktijk regeerde de Nationale vergadering nu samen met de koning. Maar overal in Frankrijk ontstonden opstanden, waar zij geen grip op hadden. Boeren eisten dat feodale privileges werden afgeschaft, kerken werden geplunderd en overal legden mensen het werk neer. De Franse economie verkeerde in chaos!

In augustus 1789 publiceerde de Nationale Vergadering de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Deze verklaring stelde dat alle mensen gelijk zijn voor de wet en dat iedereen recht heeft op vrijheid en eigendom, niet alleen de adel of de geestelijkheid. Het was dus een duidelijke breuk met het ancien régime en een belangrijke stap naar democratie en rechtsgelijkheid. De verklaring werd een inspiratiebron voor toekomstige grondwetten en blijft een fundamenteel document in de geschiedenis van mensenrechten en de discussie over grondrechten Vrijheidsrechten die burgers bescherming bieden tegen een oneerlijke behandeling door de overheid of door burgers. .

Bron 8. De periode van Terreur staat bekend om zijn vele executies via de guillotine. Deze moordmachine werd gebruikt om de ‘vijanden van de revolutie’ te vermoorden. Vaak betekende dit dat onschuldige burgers slachtoffer werden, doordat ze door jaloerse buren werden aangegeven.

De grondwet Een wet (constitutie) waarin de grondbeginselen van een staat en de rechten en plichten van de burgers en de overheid staan. van 1791 maakte van Frankrijk een constitutionele monarchie Een staatsvorm waarbij het staatshoofd een koning is die gebonden is aan de grondwet (een constitutie). , maar de radicale Jacobijnen, een groep binnen de Nationale Vergadering, wilden een republiek zonder koning. Ze waren wantrouwig tegenover de koning en vreesden dat hij de revolutie zou proberen terug te draaien. In 1792 werd de monarchie afgeschaft en werd Frankrijk een republiek. Koning Lodewijk XVI werd gearresteerd, berecht op beschuldiging van landverraad en in januari 1793 ter dood veroordeeld. Zijn executie schokte Europa en versterkte de interne verdeeldheid in Frankrijk. Europese keizers en koningen vreesden dat de revolutionaire stemming zou overslaan naar hun land. Velen formeerden legers en trokken ten strijde tegen Frankrijk.

 

De Terreur en Robespierre

De radicalen, onder leiding van Robespierre, voerden een beleid van terreur om de revolutie te beschermen. De periode van de Terreur (1793-1794) werd gekenmerkt door de jacht op tegenstanders van de revolutie. De Terreur was een van de meest bloedige periodes in de Franse Revolutie. Het doel was om de revolutionaire idealen te beschermen tegen interne en externe vijanden. Robespierre geloofde dat het noodzakelijk was om angst te gebruiken om de stabiliteit van de republiek te waarborgen. Mensen werden vaak zonder eerlijk proces ter dood veroordeeld met de guillotine. De arrestatie en dood van Robespierre in 1794 markeerde het einde van deze gewelddadige fase en leidde tot een periode van meer gematigd bestuur.

 

De Bataafse Revolutie

Ook in de Nederlandse Republiek ontstond onvrede over het bestuur. De patriotten, een groep burgers die zich verzette tegen de macht van stadhouder Willem V en de regenten, eisten hervormingen. De economische achteruitgang en militaire nederlagen, zoals de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog, versterkten deze onvrede. Toen hun pogingen tot hervorming faalden, vluchtten veel patriotten naar Frankrijk, waar ze steun zochten bij de Franse revolutionairen.

In 1795 veroverde het Franse leger de Republiek, geholpen door de patriotten. De stadhouder vluchtte naar Engeland en de Bataafse Republiek werd opgericht. Onder Franse invloed werd een grondwet ingevoerd. Er kwamen hervormingen zoals godsdienstvrijheid en een nationaal onderwijssysteem. De Fransen behielden echter veel controle en de Republiek moest meebetalen aan de oorlogen die Frankrijk tegen andere landen voerde.

Van de vrijheid zoals de patriotten die voor zich zagen kwam niets terecht. Na de machtsovername in Frankrijk door Napoleon Bonaparte werden de Nederlandse gebieden onderdeel van het Franse Keizerrijk.

 

Napoleon Bonaparte: verlicht absolutisme?

Napoleon Bonaparte greep in 1799 de macht in Frankrijk en liet zich in 1804 tot keizer kronen. Hij voerde een nieuw wetboek in: de Code Napoléon. Dit wetboek zorgde voor eenheid in de rechtspraak. Een langgekoesterd ideaal van menig aanhanger van de Verlichting. Napoleon breidde zijn macht uit over Europa, maar zijn nederlaag in Rusland in 1812 markeerde het begin van zijn ondergang. In 1815 werd hij definitief verslagen bij Waterloo.

Napoleon’s bestuursstijl was autoritair, maar hij hield vast aan enkele verlichte idealen, zoals het verbeteren van de rechtspraak en het stimuleren van onderwijs. Zijn militaire campagnes brachten echter veel leed en economische uitputting in Europa. Zijn uiteindelijke nederlaag leidde tot een herverdeling van de macht in Europa tijdens het Congres van Wenen.

 

Het Congres van Wenen

Na de val van Napoleon kwamen de overwinnaars bijeen op het Congres van Wenen (1814-1815) om de macht in Europa te herverdelen en stabiliteit te garanderen. Ze kozen voor restauratie Terugbrengen naar hoe het vroeger was. van oude machten zoals koningshuizen, maar met beperkingen. Grondwetten bleven, maar met minder macht voor parlementen. Nederland werd met de Zuidelijke Nederlanden – het huidige België – verenigd tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met Willem I, de zoon van de gevluchte stadhouder, als koning.

Het Congres van Wenen probeerde een balans te vinden tussen de oude monarchieën en de nieuwe politieke realiteiten. Hoewel de restauratie het ancien régime niet volledig herstelde, werden veel revolutionaire hervormingen teruggedraaid of beperkt. Dit zorgde voor een periode van relatieve stabiliteit in Europa, maar deze ‘vrede’ zou niet lang duren. Al in 1830 braken er nieuwe opstanden uit, geleid door diegenen die vonden dat ze meer vrijheid verdienden.

Bron 9. In 1799 greep Napoleon de macht. Tijdens zijn regeerperiode probeerde hij Frankrijk te vergroten door andere landen te veroveren. Na zijn nederlaag in 1815 werd tijdens het Congres van Wenen besloten dat Frankrijk omringd moest worden door grote landen, als een soort buffer, zodat Frankrijk zijn grenzen niet een tweede keer kon proberen uit te breiden. Welk nieuw land is er ontstaan?

Verdiepingsstof: de Patriotten en verlichte standpunten

De patriotten in Nederland waren sterk beïnvloed door verlichte ideeën zoals vrijheid en gelijkheid. In de Bataafse Republiek probeerden ze deze ideeën te vertalen naar politieke maatregelen zoals het afschaffen van privileges en het invoeren van een parlementair stelsel. De strijd tussen patriotten en de stadhouder, gesteund door zijn aanhang van Oranjegezinden, leidde tot een gewapend conflict in 1787, dat eindigde met Pruisische steun voor de stadhouder en het herstel van zijn macht.

De verlichte idealen van de patriotten waren een belangrijke drijfveer voor hun hervormingen. Ze wilden een einde maken aan de aristocratische dominantie van de stadhouder, die zich in de loop van de jaren steeds vaker aan het gedragen was als een vorst. Daarnaast pleitten de patriotten voor meer democratische en representatieve vormen van bestuur. Hoewel hun revolutie uiteindelijk werd onderdrukt, hebben hun ideeën een blijvende invloed gehad op de politieke ontwikkeling van Nederland.

Literatuur

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Doyle, William. The French Revolution: A Very Short Introduction. Oxford: Oxford University Press, 2001.

Hanson, Paul R. Historical Dictionary of the French Revolution. Oxford: Scarecrow Press Inc., 2004.

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, Marcel van. Oriëntatie op geschiedenis: basisboek voor de vakdocent. Assen: Drukkerij Van Gorcum,  2016.

Scurr, Ruth. Fatale Zuiverheid: Robespierre en de Franse Revolutie. Antwerpen: De Bezige Bij. 2006.