De oorlog om alle oorlogen te beëindigen: de Eerste Wereldoorlog

Hoofdvragen

Wat waren de oorzaken voor het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog?

Hoe kon het Europese conflict escaleren naar een wereldoorlog?

Op welke manier kan de Eerste Wereldoorlog bestempeld worden als een totale oorlog?

1869
1900
1904-1914
1912-1913
28 juni 1914
28 juli 1914
1 augustus 1914
5-9 september 1914
7 mei 1915
21 februari 1916
31 januari 1917
16 maart 1917
6 april 1917
Juni 1917
15 december 1917
Juni 1918
11 november 1918
28 juni 1919
Suezkanaal wordt geopend.
Wereldtentoonstelling in Parijs. Alle wonderen van de wereld worden er tentoongesteld.
Aanleg van het Panama kanaal.
Twee oorlogen op de Balkan.
Frans-Ferdinand en zijn vrouw Sophie worden vermoord.
Oostenrijk-Hongarije verklaard de oorlog aan Servië. Een kettingreactie van oorlogsverklaringen is het gevolg.
Duitsland marcheert Luxemburg binnen, gevolgd door België en later Rusland.
Slag bij de Marne. Het Duitse leger wordt een halt toegebracht. Vanaf dan begint de loopgravenoorlog.
Het passagiersschip de 'Lusitania' wordt door een Duitse duikboot tot zinken gebracht.
Begin van de slag bij Verdun.
Duitsland verklaart de onbeperkte duikbootoorlog.
De Russische tsaar wordt gevangengenomen. De communisten nemen de macht over.
De Verenigde Staten verklaren de oorlog aan Duitsland.
De eerste Amerikaanse troepen komen aan in Europa.
Wapenstilstand tussen Duitsland en Rusland. Duitse troepen worden overgeplaatst naar het westen om te vechten aan het Franse front.
De Amerikanen worden voor het eerst op grote schaal ingezet.
Wapenstilstand tussen de Geallieerden en de Centralen is van kracht.
Verdrag van Versailles.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd een grote tentoonstelling georganiseerd in Parijs: de wereldtentoonstelling. Zeven maanden lang konden bezoekers zien wat de wereld te bieden had. De nieuwste uitvindingen werden tentoongesteld; specerijen uit de hele wereld waren te ruiken en te proeven en er waren apparaten die met één druk op de knop halve dorpen konden wegvagen. De bezoekers verwonderden zich nog wel het meeste over het feit dat de mens dit voor elkaar had gekregen. Men dacht dat de mens elk probleem kon oplossen, alles wat bedacht werd kon ook gemaakt worden. De samenleving was maakbaar!

Bron 1. Een overzicht van de tentoonstelling in Parijs, 15 april 1900.
Kenmerkende aspecten
  • 37     De rol van Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 40     Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • 41     Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden.
  • 43     Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • 44     Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

1. Een massasamenleving

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kent oorzaken van het ontstaan van de massasamenleving.
  • Kan uitleggen hoe een massasamenleving oorlog voeren makkelijker maakt vanuit sociaal, politiek en economisch perspectief.
  • Kan uitleggen hoe communicatiemiddelen en propaganda bijdragen aan het voeren van een oorlog.

De wereldtentoonstelling in Parijs liet zien wat de wereld te bieden had. Vooral de Europese en Amerikaanse samenleving zag er heel anders uit dan honderd jaar daarvoor. Drie ontwikkelingen zijn wel het opvallendst. In de eerste plaats had de landbouw grote sprongen gemaakt. Op een klein oppervlakte kon veel voedsel geproduceerd worden. Hierdoor steeg het aantal mensen. Vooral in de industriegebieden en steden steeg het inwonersaantal snel. Naast meer voedsel, was deze stijging ook te danken aan een betere hygiëne. Overal was stromend water te vinden, een riool voor afvalwater en artsen wisten af van het bestaan van schadelijke bacteriën. Hierdoor kon de bestrijding van deze bacteriën worden aangepakt.

Een tweede grote verandering was terug te vinden in een grotere mobiliteit. Nieuwe vervoermiddelen als de auto, trein, metro, tram, zeppelin en later ook het vliegtuig; maakten het makkelijker om grote afstanden af te leggen in minder tijd. De wereld werd als het ware kleiner. Waar je vroeger weken onderweg was om van Amsterdam naar Londen te komen, deed je er nu maar een paar dagen over. Ook konden goederen in grotere hoeveelheden en goedkoper worden vervoerd met behulp van deze vervoersmiddelen.

De derde grote ontwikkeling was dat nieuwe communicatiemiddelen het makkelijker maakten cultuur, kennis en informatie op een snellere manier over te brengen op een groot publiek. Met de radio kon je naar je favoriete muziek luisteren. Hetzelfde gold voor de bioscoop. Een groot voordeel voor de overheid was dat ook zij de bevolking goedkoop en snel van informatie kon voorzien. Grote groepen mensen konden op die manier gestuurd worden en beïnvloed worden. Op deze manier mensen beïnvloeden noemen we propaganda.

Bron 2. Voedsel werd niet alleen geproduceerd in Europa. Ook richtten veel koloniale mogendheden gedeelten van de kolonie in om voedsel te produceren voor de bevolking van Europa.

Bron 3. Door de aanleg van het Suezkanaal (1869) en het Panama kanaal (1914, afbeelding hierboven), werd de reis naar Azië en de reis om Zuid-Amerika heen aanzienlijk verkort. Niet alleen vervoersmiddelen werden beter, ook de infrastructuur.
Bron 4. Amerikaanse propaganda poster uit 1917.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Bron C. 'Gewond maar niet verslagen' luidt de foto. De Dreadnought was voor zijn tijd een van de grootste oorlogsschepen.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 1.5 Video: een massasamenleving gaat ten oorlog

Lees de leertekst eerst rustig door en lees vervolgens de vragen door die je moet beantwoorden. Bekijk de onderstaande video en beantwoord de vragen tijdens het kijken. Je kan de video op elk moment pauzeren. Je gaat onderzoek doen met de volgende vraagstelling: ‘de Frans-Duitse oorlog was mogelijk door de ontstane massasamenleving’.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Nationalisme: de opkomst van één volk, één land

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kan uitleggen dat het nationalisme is ontstaan door de revoluties van de late achttiende eeuw.
  • Kan uitleggen dat nationalisme het afbakenen van landen gemakkelijk maakt.
  • Kent het begrip soevereiniteit en kan deze verklaren.
  • Kent het begrip zelfbeschikkingsrecht.
  • Kan nationalisme herkennen in geschreven en ongeschreven bronnen.
  • Kan uitleggen dat nationalisme een indirecte oorzaak was van de Eerste Wereldoorlog.

Bron 5. Wilhelm I roept in 1871 in het Franse Versailles de Duitse éénheidsstaat uit na een korte oorlog tegen Frankrijk. Een oorlog die later bekend zou komen te staan als de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).

Waar komt nationalisme vandaan? Het nationalisme vindt zijn oorsprong in de revoluties en het revolutionair denken van de late achttiende eeuw. De stroming ontstond als bijproduct van de moderne natiestaten ontstaan tijdens de Franse Revolutie. In het denken over politiek werd in de negentiende eeuw steeds vaker benadrukt dat het macht om te regeren bij het volk vandaan kwam en niet bij God. Het belangrijkste onderdeel van het nationalisme was het idee van volkssoevereiniteit. Verlichtte denkers gingen ervan uit dat bij deze vorm van soevereiniteit het recht om een staat te besturen bij het volk lag. Zij verleenden als het ware toestemming aan een regering om de staatszaken te regelen voor het volk, waardoor ze op die manier niet een onderdaan van een koning waren maar een burger. De burgers hadden dan ook het recht om hun toestemming om te regeren weer in te trekken als de regering tegen ‘het belang van het volk’ handelde. Dit was gebeurd bij de Franse vorst Lodewijk XVI, waarop hij vervolgens onthoofd werd in 1793.

Tijdens de periode 1796 en 1813 werd een groot gedeelte van Europa overheerst door Franse revolutionairen. Door die overheersing was het idee van volkssoevereiniteit niet meer weg te denken uit Europa. Leden van een volk voelden zich verbonden met elkaar en wilden alleen bestuurd worden door iemand van het eigen volk. Nederlanders wilden zichzelf besturen en niet overheerst worden door Fransen. De Nederlandse nationalistische gevoelens werden aangewakkerd. Regeringen gebruikten dit ook in hun voordeel door het verschil tussen volken duidelijk te benadrukken. De Nederlandse regering benadrukte bijvoorbeeld tijdens de revolutionaire periode: ‘wij zijn Nederlands, zij zijn Frans’, om ervoor te zorgen dat inwoners van de Nederlanden niet samenwerkten met de revolutionaire Fransen. Na de Franse Revolutie werd dit in Europa omgezet in tastbare rechten: het zelfbeschikkingsrecht van volken. Volken zouden bij dit recht zelf moeten beslissen door wie zij geregeerd wensten te worden. Daarbij hoorde ook een afgebakend, door hen bepaald grondgebied. Nationalisme is dan ook vaak samengetrokken met het idee van zelfbeschikkingsrecht: ‘één volk, één staat’.

Het idee van volkssoevereiniteit en zelfbeschikkingsrecht was niet alleen populair onder de bevolking. Door deze twee ideeën ontstonden ook politieke bewegingen die nationalistisch waren. Elke nationalistische bewegingen, met een eigen bijbehorend volk, streefde naar een eigen grondgebied met bijbehorende rechten. Duitsland is daar een goed voorbeeld van. Rond het jaar 1800 bestond ‘Duitsland’ als eenheid niet. In de Duitse gebieden woonden vele verschillende wel-Duits en niet-Duitssprekende volkeren. Veel van deze volkeren gingen streven naar zelfbeschikkingsrecht in de vorm van een eigen staat. Het Duitssprekende volk droeg diezelfde ideeën. Zij wilden een Duitse eenheidsstaat creëren met één volk, één parlement, één cultuur en één taal. Die beweging was vooral populair bij Duitse schrijvers en geleerden, onder andere de filosoof Johann Gottfried Herder (1744-1803). Veel van de Duitse geleerden geloofden in duidelijk onderscheidbare volkeren. Elk volk zou specifieke lichamelijke kenmerken hebben en gemakkelijk te onderscheiden zijn van een ander volk. Dat idee zou later gebruikt worden binnen de rassenleer. Het Duitse ideaal van een eenheidsstaat zou pas in 1871 gehaald worden, nadat koning Wilhelm I en zijn kanselier Otto von Bismarck de Duitse staten hadden verenigd in een aantal oorlogen; om vervolgens ten strijde te trekken tegen een gemeenschappelijke Franse vijand.

Het walhalla in Duitsland is een vorm van cultureel nationalisme dat van bovenaf werd opgelegd. Wat wilden de Duitsers duidelijk maken met het gebruik van de Romeinse bouwkunst.
Van onder en boven

Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat nationalisme geen geleidelijk ontstaan proces is. Nationalistische ideeën en gevoelens zijn door politici en nationalistische bewegingen bewust geïntroduceerd onder de bevolking. Het doel was samenhorigheid te creëren onder een bevolking die zich niet altijd verbonden met elkaar voelden of wilden voelen. Samenhorigheid zou leiden tot een gevoel van eenheid. Staatslieden hadden deze eenheid nodig om burgers te motiveren zich in te zetten voor de natie, onder het mom van: ‘voor volk en vaderland’. Dat zou het gemakkelijker maken om burgers te dwingen voor het vaderland te vechten in tijden van oorlog. Het leger was dan ook vaak nationalistisch, want je moest bereid zijn voor volk en vaderland te sterven.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


3. Militarisme leidt tot een wapenwedloop

Leerdoelen

Klik op de video om de leertekst te beluisteren.

  • Kan uitleggen hoe militarisme voortvloeit uit nationalisme.
  • Kan uitleggen hoe een bondgenootschap voort kan vloeien uit militarisme.
  • Kan uitleggen dat militarisme een indirecte oorzaak vormde voor het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.
  • Kan uitleggen dat de wapenwedloop een indirecte oorzaak vormde voor het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.
  • Kan uitleggen dat bondgenootschappen een indirecte oorzaak vormden voor het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.

Bron 6. Nederland wenste aan het begin van de twintigste eeuw neutraal te blijven tijdens een Europese oorlog. Toch was ook Nederland niet gespaard gebleven van militaristisch machtsvertoon. Opperbevelhebber generaal Snijders tezamen met koningin Wilhelmina.

In de negentiende eeuw waren Europese landen steeds nationalistischer geworden. Dit nationalisme zorgde ervoor dat de inwoners van een land zich verbonden voelden met de natie. Een Duitser zag zichzelf als een Duitse inwoner van het Duitse keizerrijk. Vaak ging dit gevoel gepaard met trots, trots om deel uit te maken van een machtig land. In de tweede helft van de negentiende eeuw begon dit nationalisme zich te ontwikkelen naar superioriteitsgevoelens. Die gevoelens waren gericht op het aantonen dat het eigen volk beter was dan een ander volk. Duitsers vonden zichzelf beter dan van Fransen. Engelsen vonden dat de inwoners van India niet eens bij hen in de buurt kwamen. De Britten vonden dat zij superieur waren.

De superioriteitsgevoelens werden onderdeel van de identiteit van een land. Die identiteit werd vaak in het straatbeeld getoond. Propaganda posters van trotse inwoners werden opgehangen. De boodschap: ‘wees blij dat je onderdeel bent van dit machtige land’. In Europa, maar vooral in Duitsland, werden deze superioriteitsgevoelens geprojecteerd op het leger. De superioriteit van het volk moest ook getoond worden. Het leger moest de trots worden van de natie en superieur zijn ten opzichte van het leger van een ander land. Soldaten moesten de superioriteit van het volk uitdragen. In de negentiende eeuw begonnen Europese landen dan ook met het opbouwen van grote legers en de bijbehorende wapens. Soldaten kregen een voorrangspositie in de samenleving; was je soldaat, dan was je automatisch geliefd. Vooral de Duitse keizers Wilhelm I en zijn opvolger Wilhelm II gingen streven naar een militaire samenleving. Alles moest in het teken staan van militaire macht. Dit streven noemen we ook wel militarisme.

Militarisme had een onbedoeld gevolg. Het streven naar een zo groot en sterk mogelijk leger ging gepaard met het produceren van enorme hoeveelheden wapens. De bedoeling was dat de enorme hoeveelheden wapens de omliggende landen zouden afschrikken en in toom houden. Dat effect had het niet. Er ontstond een wapenwedloop. Om niet onder te doen voor een ander, probeerden de Europese landen elkaar bij te houden in het produceren van wapens. De gedachte was dat als je niet mee kon komen in de productie van wapens, de kans groot was dat je vernietigd kon worden. Duitsland ging zijn vloot groter maken en het leger versterken. De Duitsers wilden kunnen concurreren met Engeland, die al een enorme vloot had. Het effect was dat Engeland nog meer schepen liet bouwen. Frankrijk werd ook bang van het militaire machtsvertoon van Duitsland, waarop het net als Duitsland besloot het leger te versterken. Toch was elk land bang om alleen te staan tijdens een conflict. Landen besloten samen te werken. Ze sloten bondgenootschappen.

Bron 8. Spotprent over de verschillende bondgenootschappen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.
Bron 7. Trots voor het vaderland was niet alleen weggelegd voor volwassenen. Ook kinderen werden gebruikt om te laten zien hoe trots vaders en moeders waren op het leger. Te zien aan dit Duitse jongetje uitgedost in een legeruniform.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


4. Een Europese oorlog

Leerdoelen
  • Kan uitleggen welke indirecte oorzaken bijdroegen aan het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.
  • Kent de aanleiding (directe oorzaak) tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
  • Kan uitleggen waardoor in het beginfase van de oorlog nog gesproken wordt van een Europees conflict.

De oorzaken voor het ontstaan van de eerste wereldoorlog zijn terug te leiden naar een strijd om de macht in Europa. De industrialisatie en het modern imperialisme hadden ervoor gezorgd dat de machtsverhoudingen in Europa waren verschoven. Landen als Duitsland hadden de ambitie om steeds machtiger te worden, door bijvoorbeeld koloniën te stichten in Afrika en Azië. Frankrijk, Engeland en Rusland zagen deze expansiedrang als een bedreiging. Ondanks deze gespannen sfeer hoopten de Europese landen de vrede te kunnen bewaren, toch hielden veel rekening met een strijd die zou bepalen welk land het sterkste was. Oorlogen werden in die tijd gezien als een heel acceptabele manier om conflicten tussen landen op te lossen. Vandaar dat veel geld werd gespendeerd aan de ontwikkeling van nieuwe wapens en het opbouwen van een goed getraind leger. Deze wapenwedloop en militaristische houding, tezamen met nationalisme en de bondgenootschappen die landen onderling met elkaar sloten, zorgden ervoor dat landen een oorlogszuchtige houding aannamen. Het probleem was dat door deze bondgenootschappen kleine conflicten snel konden uitgroeien in een oorlog tussen meerdere landen.

Op 28 juni 1914 maakte de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger, Frans-Ferdinand, een rijtoer door de stad Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië. Daar werd hij samen met zijn vrouw Sophie vermoord door Gavrillo Princip, een Bosnische nationalist die in Servië woonde. Hij wilde wraak nemen op Oostenrijk-Hongarije voor het feit dat dit land in 1908 Bosnië had ingelijfd. De Oostenrijk-Hongaarse regering stelde Servië verantwoordelijk voor de moord. Het eiste dat een eigen onderzoeksteam van Oostenrijkers de moord zou onderzoeken – begeleid door een bataljon van soldaten – om te kijken of de Serviërs inderdaad verantwoordelijk waren. Voor Servië was dit onacceptabel. De Duitse keizer Wilhelm II gaf onvoorwaardelijke steun aan Oostenrijk-Hongarije op het moment dat het besloot over te gaan op een gewapend conflict. Rusland bood steun aan Servië, omdat Rusland zichzelf zag als de beschermer van de Balkan.

Bron 9. Ingekleurde foto van Frans-Ferdinand, de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger.
Bron 10. De Duitse keizer Wilhelm II.

Bron 11. De moord op Frans-Ferdinand in Sarajevo. Een grote of kleine gebeurtenis?

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


5. De Grote Oorlog

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom het conflict van 1914-1918 als een wereldoorlog bestempeld kan worden.
  • Kan uitleggen waarom de Amerikanen aan de oorlog deelnamen.
  • Kan uitleggen waarom de Duitse legerleiding genoodzaakt was een wapenstilstand te tekenen.

Bron 12. Het zinken van het schip de Lusitania werd in zowel de Engelse als de Amerikaanse propaganda vaak gebruikt om nieuwe soldaten te werven.

Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië. Enkele dagen later hadden Rusland en Duitsland ook hun leger gemobiliseerd. Zij werden gevolgd door Frankrijk en Engeland. De Europese landen begonnen ook met het mobiliseren van de koloniale legers. Frankrijk haalde bijvoorbeeld soldaten uit Sudan, Tunesië en Algerije om te vechten in Europa. Toch bleef de oorlog niet alleen beperkt tot Europa. Ook werden de koloniale legers gebruikt om in Afrika en Azië zelf te vechten.

De eerste mobiele oorlog zou langzaam uitmonden in een loopgravenoorlog. Dit zou voor het eerst duidelijk worden bij de Slag aan de Marne. Het Duitse leger werd hier tot stilstand gebracht en gedwongen zich in te graven. Op zee waren Duitsland en Oostenrijk-Hongarije – die samen een bondgenootschap hadden gesloten (Centralen) – in het nadeel. Daarom ging Duitsland gebruikmaken van duikboten. Deze duikboten hadden het ook op schepen voorzien die de Engelsen, Fransen en Russen (Geallieerden) bevoorraden. Veel Amerikaanse schepen werden het doelwit van de duikbotenoorlog.

In 1917 besloten de Amerikanen in te grijpen. Duitsland was te ver gegaan met het bombarderen van Amerikaanse schepen. De bevolking was verontwaardigd door de vele onschuldige Amerikaanse burgers die hierbij omkwamen. Dat was niet de enige reden. Amerikan had veel geld geleend aan de geallieerden. De Amerikaanse president Woodrow Wilson was zich ervan bewust dat als Frankrijk en Engeland de oorlog verloren, de leningen niet terug zouden worden betaald. Met behulp van Amerikaanse soldaten werd het Duitse leger op grote schaal teruggedrongen. In 1918 zouden de eerste Amerikaanse dienstplichtigen meevechten in de Europese loopgraven. Er was sprake van een wereldoorlog.

De Duitse legerleiding zag dat de oorlog niet meer te winnen was. Het land had niet meer de grondstoffen of de soldaten om het op te nemen tegen de Fransen, Engelsen en Amerikanen. Op november zetten zij de keizer af. Op 11 november sloot de nieuwe Duitse regering een wapenstilstand met de geallieerden. De Eerste Wereldoorlog was voorbij. Na de oorlog sloten de overwinnaars verschillende vredesverdragen met de verliezers. Duitsland werd gedwongen op 28 juni 1919 het Verdrag van Versailles te tekenen. Hierin werd het aangewezen als hoofdschuldige. Duitsland moest voor de aangerichte verwoestingen een schadevergoeding betalen, ontwapenen en gebied afstaan. Dit vredesverdrag zou bepalend zijn voor het verdere verloop van de geschiedenis.

Nederland

Nederland raakte niet betrokken bij de oorlog. Dat was volgens de Nederlandse regering te danken aan de strikte neutraliteitspolitiek die werd gevoerd. Toch is dit misschien te veel eer. Zowel Duitsland en Engeland hadden meer voordeel bij een neutraal Nederland. De Duitse generaal Von Moltke paste zelfs het aanvalsplan van Duitsland aan, zodat de Nederlandse neutraliteit niet in gevaar kwam. Zowel Engeland en Duitsland konden via het neutrale Nederland producten laten importeren, die zij anders waren onderschept door de tegenstander. Wel kregen vooral de zuidelijke provincies te maken met grote hoeveelheden vluchtelingen, vooral vanuit België na de Duitse inval. Eén miljoen Belgen zochten hier bescherming tegen het oorlogsgeweld.

Bron 15. Soldaten werden door de oorlogvoerende landen overal vandaan gehaald. Zo ook uit de koloniën.
Bron 16. De Fransen begonnen in snel tempo te mobiliseren na de eerste oorlogsverklaringen. De oorlog uit 1870-1871 tegen Duitsland had geleerd dat een snelle mobilisatie een mogelijke overwinning kon betekenen. Op deze foto nog in het oude legeruniform.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


6. Totale oorlog

Leerdoelen
  • Kan beredeneren waarom een loopgravenoorlog een uitputtingsoorlog is.
  • Kan uitleggen waarom generaals oude tactieken gebruikten.
  • Kent de reden waarom oude tactieken niet werkten.
  • Kan uitleggen dat de Eerste Wereldoorlog een totale oorlog was.
  • Kan uitleggen wat censuur is en waarom overheden deze toepasten.
  • Kan beredeneren hoe propaganda werd ingezet en dit herkennen in geschreven en ongeschreven bronnen.

Bron 17. Belgische soldaten wachtend op hun bevelen.

In de zomer van 1914 had de militaire top uit Europa nooit kunnen voorstellen op wat voor schaal de oorlog zich zou afspelen. Zij hadden verwacht binnen twee weken weer thuis te zijn: ‘back before Christmas’, was een bekende uitspraak. Het tegenovergestelde was het geval. Ruim vier jaar lang zouden soldaten vanuit loopgraven elkaar proberen te verslaan. Het was een ware uitputtingsoorlog.

Deze oorlog verschilde van de oorlogen die daarvoor waren uitgevochten. Enorme hoeveelheden moderne wapens werden ingezet. Deze waren ontwikkeld door wetenschappers en ingenieurs, om vervolgens aan de lopende band gemaakt te worden. De miljoenen soldaten die de loopgraven in moesten, kregen niet alleen te maken met geweren maar ook met: mitrailleurs, gifgas, vliegtuigen en tanks. Voordat een aanval plaatsvond, bestookte de aanvallende partij de verdedigers eerst dagenlang met kanonnen voordat overgegaan werd op een massale aanval. Zo modern de wapens waren, zo ouderwets waren de oorlogstactieken. Grote hoeveelheden soldaten kwamen uit hun loopgraven en renden zo snel mogelijk naar de vijand, om man tegen man gevechten aan te gaan. De generaals redeneerden dat deze tactiek altijd had gewerkt en dus nu weer kon werken. Ze hielden alleen niet rekening met de moderne wapens die het onmogelijk maakten snel bij de vijand te komen. De soldaten hadden hierin geen keus. Zij moesten de bevelen van hun officieren opvolgen. Niet alleen was het risico groot dat je sneuvelde door kogels, bommen en gifgas; je kreeg ook dagelijks te maken met kou, vocht, honger, ongedierte en de stank van de gesneuvelden die niet uit het niemandsland verwijderd konden worden (bron 22).

De Eerste Wereldoorlog was een totale oorlog in meerdere opzichten. Niet alleen soldaten waren betrokken bij de oorlog, maar ook de thuisblijvers. Vrouwen die namen het werk over van mannen in de fabrieken. Informatie over het verloop van de oorlog werd zwaar gecensureerd. De thuisblijvers werden gemotiveerd via propaganda. Posters lieten jonge mannen geloven dat ze wel deel moesten nemen aan de oorlog, anders waren ze laf. Vrouwen werden opgeroepen oorlogsobligaties te kopen. Dit waren een soort kleine leningen waarmee de oorlog gefinancierd werd. Na de oorlog zouden deze terugbetaald worden. De oorlog maakte aan negen miljoen soldatenlevens een einde en vijf miljoen burgers vonden de dood.

Bron 18. Machine geweren waren heel dodelijk. Eén soldaat kon per minuut honderden kogels afvuren. Met dit dodelijke wapen kon één soldaat tientallen vijanden tegenhouden. Daardoor werkten de oude stormaanval tactieken niet meer. Iets waar de generaals tijdens de Eerste Wereldoorlog nauwelijks rekening mee hielden.
Bron 19. Om zich te beschermen tegen het dodelijke gevaar van rondvliegende kogels, begonnen de soldaten zich in te graven. Deze loopgraven liepen alleen steeds vol met water of storten in. Het was dan ook een dagelijks karwei om ze te herstellen.
Langetermijngevolgen

De plaatsen waar tijdens de oorlog gevochten was, waren vaak akkers geweest. Deze bleken lang nodig te hebben om te herstellen of waren gevaarlijk om om te ploegen door verdwaalde of weggezonken bommen. Hierdoor moest vooral Frankrijk grote hoeveelheden voedsel importeren. De oorlog had al grote schade toegebracht aan de Franse economie en door de import van goederen uit het buitenland, zou het herstel nog lang op zich moeten wachten.

Veel soldaten waren geschaad uit de oorlog gekomen, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Velen leden aan ‘shellshok’. Dit was een zenuwaandoening als gevolg van hun ervaringen aan het front. Door harde geluiden kon deze ziekte weet toeslaan, hierdoor de oud-soldaat in elkaar doen storten. Daardoor was het voor deze oud-soldaten moeilijk om weer deel te gaan nemen aan het dagelijks leven of hun baan weer op te pakken die ze voor de oorlog hadden gehad. Bovendien werden deze mannen die aan shellshok leden niet begrepen en door hun aandoening als ‘laf’ en ‘niet-mannelijk’ bestempeld. Velen zouden door die combinatie gek worden en soms tot daden als moord of zelfmoord worden gedreven.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op