De Tweede Wereldoorlog: Hitlers droom van het Duitse 'Reich'

Hoofdvragen

Waarom had de Duitse parlementaire democratie in de eerste helft van het Interbellum een moeizame start?

Hoe kon Hitler via de parlementaire democratie de absolute macht grijpen?

Op welke manier veranderde het leven in Duitsland onder de totalitaire ideologie van het nazisme?

oktober 1918
11 november 1918
november - januari 1918
5 - 10 januari 1919
19 januari 1919
september 1919
1922
1923
September 1924
1929
1931/32
1932
27 februari 1933
1933
1935
Keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland.
Wapenstilstand werd gesloten tussen Duitsland en de geallieerden.
Communistische, socialistische en soldatenopstanden door heel Duitsland
Spartakusopstand
De eerste democratische verkiezingen in Duitsland.
Verdrag van Versailles
Benito Mussolini sticht de Italiaanse fascistische partij.
Economische en politieke crisis (Hitler deed een mislukte staatsgreep).
Dawesplan
De Amerikaanse Beurskrach.
Oprichting van de Engelse fascistische partij: de Britse Unie van Fascisten.
De was NSDAP de grootste partij tijdens de verkiezingen.
De Rijksdag brand
De machtigingswet werd getekend.
Herinvoering van de Duitse dienstplicht.

Toen op 9 november 1918 in Duitsland de republiek werd uitgeroepen, was het land in rep en roer. De oude elites die van oudsher altijd in het leger hadden gezeten, met de keizer aan het hoofd, beseften dat zij de ‘Grote Oorlog’ hadden verloren. De oude keizer vluchtte naar het neutrale Nederland. Hij liet van de ene op de andere dag het bestuur vallen. De politici zaten met hun handen in het haar: ‘moesten ze het bestuur overnemen’? In 1919 werden in Duitsland de eerste democratische verkiezingen gehouden. De voorstanders van een parlementaire democratie wonnen maar net. Hierdoor zou elke Duitser zich moeten houden aan de nieuwe grondwet die de basis was van de republiek. De periode van onrust die hierop volgde, werd een strijd tussen de drie grote politieke ideologieën uit de jaren dertig: het communisme, het fascisme en de parlementaire democratie. Adolf Hitler zou uiteindelijk met zijn fascistische partij als overwinnaar uit die strijd komen.

Kenmerkende aspecten
null

De Tweede Wereldoorlog: van Weimar naar Potsdam

Ga terug naar de overzichtspagina.

  • 37     De rol van Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38     Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 39     De crisis van het wereldkapitalisme.
  • 40     Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • 41     Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden.
  • 43     Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

1. De Republiek van Weimar

Leerdoelen
  • Kent de overgang van het Duitse keizerrijk naar de parlementaire democratie.
  • Kent de 3 grote ideologieën uit het Interbellum.
  • Kan uitleggen dat de leiders van de Republiek van Weimar om 3 redenen op weinig steun konden rekenen van de eigen bevolking.

Bron 1. Eén van de bekendste propaganda afbeeldingen over de Dolkstootlegende. Waar probeert de maker jou van te overtuigen?

Na het teken van het Verdrag van Versailles – dat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog – werd een nieuwe Duitse staat geboren: de Republiek van Weimar. In het verleden had de Duitse keizer altijd bepaald wie de hoogste functies in de regering vervulden. In de republiek veranderde dat. Volgens de nieuwe grondwet (1919) bepaalde de Rijksdag, het Duitse parlement, wie het land regeerde. Niet alle Duitsers stemden in met de invoering van de parlementaire democratie. Door de oorlog hadden velen het vertrouwen in politici verloren. Vooral communisten hadden geen vertrouwen in dit systeem. Zij wilden een ideale staat, waarin rijkdom eerlijk verdeeld zou worden. Een samenleving waarin de oude elite niets meer te zeggen had. Dat kon alleen als de arbeidersklasse, ook wel het proletariaat genoemd, de macht zou grijpen naar Russisch voorbeeld. De communisten keerden zich tegen de sociaaldemocraten, aangezien zij het grootste gedeelte vormden van de Rijksdag. Deze democraten waren wel bereid om samen te werken met de vooroorlogse elite. In heel Duitsland braken revoluties uit, waaronder de Spartakusopstand in Berlijn (1919). Deze opstanden zouden uiteindelijk hardhandig worden neergeslagen door de republikeinse Duitse regering. Hierin werden zij geholpen door oud-soldaten die terug waren gekeerd van het front; dezelfde soldaten die later fanatieke aanhangers zouden worden van Adolf Hitler.

De leiders van de Republiek van Weimar probeerden op een vreedzame manier hun land weer groot te maken, ondanks de strenge voorwaarden van het Verdrag van Versailles. Naar het buitenland toe leek de regering erin te slagen, maar de Duitsers zelf hadden weinig vertrouwen in hun nieuwe leiders. Daarvoor waren drie redenen. Allereerst moesten de voorstanders van de parlementaire democratie en dus voorstanders van de nieuwe regering, strijden tegen groepen die daar geen vertrouwen in hadden (communisten en fascisten). Deze groepen waren bereid geweld in te zetten om de regering omver te werpen. Ten tweede hielden veel Duitsers de republikeinse regering verantwoordelijk voor het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Door propaganda thuis en aan het front, geloofden veel Duitsers dat zij de oorlog aan het winnen waren. Ze geloofden dat de legerleiding verraden was door de Rijksdag, doordat het parlement de wapenstilstand had getekend. Bovendien werd Duitsland vernederd door het Verdrag van Versailles, die ook ondertekend werd door de regering. In werkelijkheid was het de legerleiding die de wapenstilstand van 1918 had getekend en de weg had vrijgemaakt voor Versailles. Dit werd de Dolkstootlegende genoemd. Ten derde kreeg de regering ook nog eens te maken met grote economische problemen. Die waren veroorzaakt door de torenhoge herstelbetalingen die door het tekenen van het Verdrag van Versailles betaald moesten worden aan Frankrijk, België en Engeland. Toen Duitsland deze herstelbetalingen niet meer kon en wilde betalen, stuurden Frankrijk en België soldaten om het Ruhrgebied, het belangrijkste Duitse industriegebied, te bezetten. Deze twee landen dwongen de Duitse arbeiders door te werken, zodat de herstelbetalingen in natura konden worden opgehaald. Veel arbeiders weigerden dat en staakten. De Rijksdag steunde de staking door de lonen van de stakers door te betalen. Toch had de regering daar niet genoeg geld voor. Om dit probleem op te lossen liet de overheid grote hoeveelheden geld bijdrukken. Het gevolg was een enorme inflatie: prijzen bleven maar stijgen en geld werd niets meer waard. Kon je de ene dag nog een brood kopen voor 5 mark; de volgende dag moest je 10 mark betalen. Duitsers konden niets meer kopen van hun loon en ook het spaargeld werd niets meer waard. Daarnaast werd geprobeerd om via belastingen aan genoeg geld te komen om de herstelbetalingen te financieren. Door deze maatregel vroegen steeds meer Duitsers zich af: ‘handelde de Rijksdag wel in het belang van het volk’?

De Verenigde Staten waren bang dat er een gevaarlijke situatie aan het ontstaan was in Duitsland. Problemen in dit land zouden misschien kunnen leiden tot een nieuwe oorlog. In september 1924 besloten ze de Republiek van Weimar te helpen. Er werd een plan opgesteld om het uit de economische problemen te helpen: het Dawesplan. De Duitse munteenheid werd vervangen, aangezien het door de inflatie niks meer waard was. De VS zou ervoor zorgen dat de nieuwe munteenheid dezelfde waarde bleef behouden door gerant te staan (de kosten betalen als het mis gaat). Ook leende Amerika geld aan Duitsland, zodat het weer kon voldoen aan de herstelbetalingen en de economie weer kon opbouwen. Het zou echter nog een jaar duren voordat de effecten van het Dawesplan merkbaar waren in Duitsland. Toch ging de Republiek van Weimar een mooie toekomst tegemoet.

Bron 2. Tijdens de bezetting van het Ruhrgebied en enkele belangrijke Duitse fabrieken, staakten veel arbeiders. Franse soldaten gaven enkele arbeiders van de Krupp fabriek het bevel door te werken. Toen zij dit weigerden, schoten de soldaten de arbeiders dood.

  • De prijs van 1 kilo brood. Prijs in mark.

Bron 3. Grafiek met daarin de prijsontwikkeling van brood.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Crisis in Duitsland

Leerdoelen
  • Kent de 3 doelgroepen van de NSDAP.
  • Kent de 4 kenmerken van het nationaalsocialisme.
  • Kan uitleggen dat de rassenleer leidde tot discriminatie, racisme en antisemitisme.
  • Kan uitleggen dat Hitler slim gebruik maakte van de politieke fragmentatie om aan de macht te komen en dictator te worden.
  • Kan uitleggen dat fascisme/nationaalsocialisme ook in andere landen draagvlak vond (verdiepingsstof).
  • Kan het verschil uitleggen tussen het nationaalsocialisme en het fascisme (verdiepingsstof).

Bron 4. Een toespraak van Hitler in het nieuwe parlementsgebouw.

Door de afloop van de Eerste Wereldoorlog waren veel Duitsers teleurgesteld. In het Verdrag van Versailles werd gezet dat zij schuld hadden aan de oorlog. Dit werd ook merkbaar door de torenhoge herstelbetalingen waaraan ze moesten voldoen. Het gevolg was dat er grote politieke en economische problemen ontstonden. In deze omstandigheden werd in 1919 in München de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) opgericht, waarvan Hitler uiteindelijk de leider werd. De NSDAP leek in eerste instantie op het fascisme dat uit Italië was overgewaaid, maar zou later door de partijleider Adolf Hitler grondig worden hervormd. De aanhangers van de partij noemden zichzelf nazi’s. Deze term zou ook door het buitenland worden overgenomen als aanduiding voor de NSDAP-leden. De nationaalsocialistische ideeën waren vooral aantrekkelijk voor werklozen, middenstanders en eigenaren van grote bedrijven. Hitler beloofde namelijk verbeteringen voor deze groepen.

De nazi-ideologie was te herkennen aan vier kenmerken. Diezelfde kenmerken maakte de ideologie aantrekkelijk voor veel Duitsers, omdat het de nadruk legde op datgene waar men tegen was. Allereerst wilde het nationaalsocialisme een staatsvorm met één partij, met hierin één sterke leider aan het hoofd. Zo’n leider zou het volk naar een betere toekomst leiden. Die toekomst kon niet bereikt worden in een democratie. Nationaal-socialisten waren dan ook zeer anti-democratisch. Ten tweede was de ideologie doordrenkt van het nationalisme. Het Duitse volk stond centraal. Dit nationalisme uitte zich onder andere in militarisme, dat als derde kenmerk kan worden beschouwd. Door de militaristische houding van de nazi’s werd geweld verheerlijkt en jongens werden aangespoord om lid te worden van de knokploeg van de nazi’s: de Sturmabteilung (SA). Ten vierde kon een groot Duitsland alleen bereikt worden als minderwaardige rassen uit Duitsland werd verdreven. Om minderwaardige rassen te scheiden van hoogwaardige rassen werd gebruik gemaakt van de rassenleer. De nazi’s vonden vooral dat Joden nooit goede Duitsers konden zijn. Dit uitte zich in antisemitisme (Jodenhaat). De NSDAP gaf de Joden de schuld van alle ellende. Deze haat zou leiden tot een van de grootste misdaden van de geschiedenis.

Fascisme in Europa

Niet alleen in Duitsland kwam er een fascistische partij op. Het woord fascisme stamt af van het Italiaanse woord fascismo. De ideologie kent zijn oorsprong dan ook in Italië, waar Benito Mussolini al in 1922 de macht greep. Fascisme staat vaak in een kwaad daglicht. Het werd echter in de jaren dertig als een daadkrachtige ideologie gezien. Dat komt doordat in 1920-1923 immers chaos heerste in Europa. Men dacht dat deze problemen alleen overwonnen konden worden door een staat waarin de politiek van doorpakken wist en niet bang was om besluitvaardig te zijn.

Er is echter groot verschil tussen het Italiaanse fascisme en het Duitse nationaalsocialisme. Waar de fascisten de nadruk legden op een gemeenschapsgevoel en het tegengaan van individualisme, daar legden de nationaalsocialisten vooral de nadruk op racisme via de rassenleer.

Ook in landen zoals Spanje, Engeland en Nederland kwam het fascisme op. Na een bloedige burgeroorlog in de jaren dertig greep Generaal Franco in Spanje de macht. Overal werden stambeelden voor hem neergezet als redder van Spanje. Franco zou actief bezig gaan met het deporteren en executeren van zijn tegenstanders en die van het regime. Ook in Engeland werd in 1931/32 een fascistische partij gesticht: de Britse Unie van Fascisten onder Oswald Mosley. Hij zag in het fascisme de oplossing van de maatschappelijke problemen van zijn tijd, maar door het vele contact met Adolf Hitler zou Mosley uiteindelijk ook antisemitisch worden. Mosley wist niet door te dringen bij de gehele Engelse bevolking. In Nederland zou het fascisme worden uitgedragen door de Nationaal-socialistische Beweging (NSB). Deze beweging zou in 1932 geleid worden door Anton Mussert. Door de verzuiling waren Nederlanders meer betrokken in eigen kring dan dat zij achter een jonge politieke partij gingen staan. Vandaar dat in Nederland het fascisme niet warm werd onthaald.

Voor 1929 had de NSDAP niet veel aanhangers. Dit verklaart ook Hitlers mislukte staatsgreep uit 1923. In 1929 veranderde dat. De crisis die begon in Amerika verspreidde zich naar Europa. Het door het Dawesplan geleende geld aan Duitsland werd teruggevraagd. Duitsland kon dit niet betalen; hierdoor steeg de werkloosheid. In Duitsland werd de onvrede steeds groter. Hitler maakte daar handig gebruik van. Door een combinatie van toespraken, propaganda en geweld, stemden steeds meer Duitsers tijdens verkiezingen op de NSDAP. Politieke tegenstanders werden geïntimideerd. De SA ging de straten op en sloeg andersdenkenden in elkaar. Hierbij kregen ze hulp van een ander onderdeel van de NSDAP: de Schutzstaffel (SS), de persoonlijke lijfwacht van Hitler en de partijtop. Daarnaast beloofde Hitler dat hij de werkeloosheid zou oplossen door banen te creëren.

Het aantal mensen dat op de NSDAP stemden bleef tot aan de verkiezingen van 1932 stijgen. Samen met de communisten wist de NSDAP uiteindelijk de meerderheid in het parlement te behalen. Toch had de NSDAP niet genoeg stemmen gekregen om alleen te regeren. Hitler weigerde echter een coalitie met de communisten te vormen. Als gevolg daarvan besloten de NSDAP en de sociaaldemocraten samen te werken. President Paul von Hindenburg benoemde Hitler tot Rijkskanselier (minister-president). Toch kon de NSDAP niet om de communisten heen. Een groot gedeelte van het parlement was immers door de verkiezingen nog steeds communistisch, zodat Hitler gedwongen werd om met zijn grootste concurrenten samen te werken.

Op 27 februari 1933 werd het parlementsgebouw de Rijksdag in brand gestoken. De dader was hoogstwaarschijnlijk een communist: de Nederlander Marinus van de Lubbe. De nazipartij was snel met hun reactie: nog vele branden zouden volgen als de communisten hun gang konden blijven gaan. Zodoende begonnen de Duitsers zich langzaam tegen de communisten te keren. Om dit communistische probleem op te lossen, stelde Adolf Hitler een Machtigingswet (1933) voor. Die zorgde ervoor dat Hitler de macht kreeg om andere partijen te verbieden. Met andere woorden deze wet stelde hem in staat dictator te worden. In 1933 kreeg de Republiek van Weimar de doodsteek. Duitsland werd een totalitaire staat: het Duitse Rijk, onofficieel Nazi-Duitsland genoemd.

Bron 7. Filmpje met daarin het proces tegen Marinus van der Lubbe, de Nederlandse communist die na de Rijksdag brand werd opgepakt. De vermoedelijke communist werd uiteindelijk schuldig bevonden en ter dood veroordeeld. Historici betwijfelen of het proces tegen Van der Lubbe eerlijk is verlopen. Oordeel zelf! Bekijk de video en let goed op de houding van de veroordeelde.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 3.5 Bronnen en gebeurtenissen contextualiseren: de verkiezingen in Duitsland

In deze opdracht ga je kijken naar de verkiezingen van het Duitse parlement, oftewel de Rijksdag. Deze uitslagen geven informatie over de periode waarin zowel de communistische partij opkwam als de NSDAP. De opdracht bestaat uit twee delen. In het eerste deel ga je informatie verzamelen op het internet. In het tweede deel ga je deze informatie toepassen en koppelen aan de informatie die je uit de leerteksten van paragraaf 1 en 2 hebt gehaald, maar ook de verschillende bronnen uit deze paragrafen. Je gaat opzoek naar een antwoord op de volgende vraag: wat verklaarde de populariteit van de Nationaal-socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)? Hulp bij het contextualiseren van bronnen kan je op de hulppagina vinden.

Tip: maak gebruik van de jaartallen uit de eerste en tweede paragraaf om de verkiezingsuitslagen in de historische context te plaatsen.

  • Sociaaldemocratische Partij van Duitsland (SPD)
  • Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
  • Communistische Partij van Duitsland (KPD)
  • Duitse Centrumpartij (ZENTRUM)
  • Duitse Nationale Volkspartij (DNVP)

Bron 8. Verkiezingsuitslagen in percentages van het aantal zetels in de Rijksdag. (Gegevens bewerkt voor gebruik in het onderwijs - bron Wiki).

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


3. Leven onder het nationaalsocialisme

Leerdoelen
  • Kan aangeven welke beloftes van Hitler aantrekkelijk waren voor welk doelgroep.
  • Kan uitleggen wat Lebensraum is.
  • Kan uitleggen hoe de nazi’s probeerden van Duitsland een autarkische staat te maken.
  • Kan uitleggen dat het gemeenschapsgevoel in Nazi-Duitsland individualisme uitsloot en voorbeelden geven van manieren waarop dit gemeenschapsgevoel werd aangeleerd.
  • Kan aan de hand van voorbeelden uitleggen dat Nazi-Duitsland een totalitaire staatsvorm had.

Bron 12. De NSDAP maakte slim gebruik van propaganda om de bevolking te beïnvloeden. Minister van Propaganda, Joseph Goebbels, liet kunstenaars vooral het gevoel portretteren.

De persoonlijkheid van Hitler maakte op veel Duitsers een diepe indruk. Hierdoor ontstond een Führer(leider)verering. Velen gingen hem als de hun leider en zien, die stond voor zijn beloftes. Adolf Hitler beloofde werk voor arbeiders, geld voor grond zodat boeren meer konden produceren, kleine ondernemers te beschermen tegen de grote warenhuizen, maar ook een verbod op werknemersstakingen voor de eigenaren van bedrijven. De samenleving werd na 1933 ingericht naar de NSDAP-ideologie. Regelmatig werden parades van de partijlegers (SA en SS) georganiseerd. Deze parades moesten kracht uitstralen. Sommigen werden hierdoor aangetrokken en wilden lid worden, anderen werden door het geweld afgeschrikt. Bovenal werden Joden tot zondebok gemaakt. Propaganda werd ingezet op deze bevolkingsgroep zwart te maken.

Nazi-Duitsland zou onder de volgelingen van Hitler bekend komen te staan als het Derde Rijk (1933-1945). Duitsland was echter gekrompen door het Verdrag van Versailles. Hitler wilde dan ook meer Lebensraum (leefruimte) voor Duitsers veroveren. Daarom moest Duitsland zich op een oorlog voorbereiden. Bovendien wilde hij een autarkisch Duitsland, om niet afhankelijk te zijn van het buitenland. De industrie moest zich dan ook voornamelijk richten op de wapenproductie. De landbouw moest zich bezighouden met de productie van noodzakelijke voedingsmiddelen. Een Duitsland ingericht naar die nazi-ideologie kon alleen als het volk zich inzette om het land weer groots te maken. Het moest dan ook een hechte eenheid vormen. Individualisme werd afgekeurd. Het individu was minder belangrijk dan het volk; een Duitser moest dan ook bereid zijn het leven te geven voor de staat. Dit noemen we: gelijkschakeling. Om deze gelijkschakeling te bereiken liet de NSDAP allemaal organisaties oprichten en wetten aannemen die het gevoel van gemeenschap moesten versterken (zie bronnen 13 t/m 16). Andere middelen om de bevolking te beïnvloeden waren het onderwijs en de media. Hier werd een speciaal ministerie voor opgericht: het ministerie voor Volksvoorlichting en Propaganda. Op school leerden jongeren over het ‘verraad van Versailles’, rassenleer en dat Duitsers het onderdrukte Europa moesten bevrijden van corrupte politici. Leraren die niet mee wilden werken met deze onderwijshervormingen werden gevangengezet of erger. Daarnaast werd door het naziregime de Rijkscultuurkamer opgericht. Iedereen die werkte bij de media moest hier lid van zijn. Ook kunstenaars moesten zich inschrijven. Joden en ‘onbetrouwbare’ journalisten of kunstenaars werd het lidmaatschap ontzegd en konden dan niet meer hun beroep uitoefenen. De samenleving stond in het teken van Hitler en de nazi-partij (totalitarisme).

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 3.5 Verzet in Duitsland

Verzet tegen de nazi’s in Duitsland zelf, was veel moeilijker dan in de door Duitsland bezette gebieden. Dat had een aantal redenen. Voordat je uit kan zoeken waarom verzet zo moeilijk was, ga je eerst onderzoeken wat voor vormen van verzet er precies waren en wie deze mensen waren die verzet pleegden. De opdracht bestaat uit drie gedeelten. Allereerst maak je de inleiding om je begrippen helder te hebben. Als tweede ga je bezig met het identificeren van diegenen/de groep die verzet pleegde en benoemen wat de daad van verzet was. Ten derde ga je antwoord geven op de hoofdvraag, op basis van de informatie die je in de vorige gedeelten hebt verzameld.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Bron A. Werkkamp Dachau (1933) waar politieke gevangenen, homoseksuelen, zwervers, zigeuners en afro-Europeanen werden opgesloten.
Bron B. De ligging van de concentratiekampen/werkkampen in Europa. Sommige kampen waren
Bron C. Na conflicten over antisemitische maatregelen en over de componist Paul Hindemith, wiens werk door de nazi's wordt verboden als 'ontaard', neemt de beroemde dirigent Wilhelm Furtwängler op 3 december 1934 ontslag als vicepresident van de Duitse Rijkscultuurkamer. Een Duits muziektijdschrift reageert hierop in januari 1935.
Bron D. Zowel de katholieke als de protestantse kerk hielp met het verbergen van 'ongewenste Duitsers'.
Bron E. De restanten van een restaurant in München, waar Hitler een toespraak hield. De aanslagpleger was meubelmaker Georg Elser, die na zijn arrestatie zou worden afgevoerd naar een concentratiekamp en in 1945 zonder proces worden doodgeschoten.
Bron F. De Witte Roos was een studentenorganisatie die via vreedzame protesten en pamfletten kritiek uitte op het naziregime. Een beroemd pamflet droeg de titel: 'sinds de inval van Polen al 200.000 Joden op beestachtige wijze vermoord'. De oprichters werden kort na de publicatie stilletjes opgepakt en na een schijnproces doodgeschoten.
Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op