De Tweede Wereldoorlog: Hitlers droom van het Duitse 'Reich'

Hoofdvragen

Waarom had de Duitse parlementaire democratie in de eerste helft van het Interbellum een moeizame start?

Hoe kon Hitler via de parlementaire democratie de absolute macht grijpen?

Op welke manier veranderde het leven in Duitsland onder de totalitaire ideologie van het nazisme?

Hoe verliep de Tweede Wereldoorlog?

Hoe organiseerde Nazi-Duitsland de Jodenvervolging?

Hoe verliep de Duitse bezetting van Nederland?

oktober 1918
11 november 1918
november - januari 1918
5 - 10 januari 1919
19 januari 1919
september 1919
1922
1923
September 1924
1929
1931/32
1932
27 februari 1933
1933
1935
1936
1938
september 1938
maart 1939
1 september 1939
10 mei 1940
1941
1 december 1941
1943
1944
30 april 1945
8-9 mei 1945
2 september 1945
20 november 1945
Keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland.
Wapenstilstand werd gesloten tussen Duitsland en de geallieerden.
Communistische, socialistische en soldatenopstanden door heel Duitsland
Spartakusopstand
De eerste democratische verkiezingen in Duitsland.
Verdrag van Versailles
Benito Mussolini sticht de Italiaanse fascistische partij.
Economische en politieke crisis (Hitler deed een mislukte staatsgreep).
Dawesplan
De Amerikaanse Beurskrach.
Oprichting van de Engelse fascistische partij: de Britse Unie van Fascisten.
De was NSDAP de grootste partij tijdens de verkiezingen.
De Rijksdag brand
De machtigingswet werd getekend.
Herinvoering van de Duitse dienstplicht.
Bezetting van het Rijnland.
Anschluss. Oostenrijk werd deel van het Duitse Rijk van Hitler.
Appeasementpolitiek van Frankrijk en Engeland. Hitler mocht een deel van Tsjecho-Slowakije annexeren.
De volledige inname van Tsjecho-Slowakijke door Nazi-Duitsland.
Polen werd van twee kanten ingenomen.
Nazi-Duitsland viel Nederland binnen.
Nazi-Duitsland begon een militaire operatie tegen de Sovjet-Unie.
Japan viel de Amerikaanse haven van Pearl Harbor aan.
De legers van Hitler werden teruggedrongen door de Sovjet-Unie.
Een massale geallieerde tegenaanval bekend als D-Day.
Adolf Hitler pleegde zelfmoord
De capitulatie van Nazi-Duitsland.
Overgave van het keizerrijk Japan.
Het Proces van Neurenberg startte.

Toen op 9 november 1918 in Duitsland de republiek werd uitgeroepen, was het land in rep en roer. De oude elites die van oudsher altijd in het leger hadden gezeten, met de keizer aan het hoofd, beseften dat zij de ‘Grote Oorlog’ hadden verloren. De oude keizer vluchtte naar het neutrale Nederland. Hij liet van de ene op de andere dag het bestuur vallen. De politici zaten met hun handen in het haar: ‘moesten ze het bestuur overnemen’? In 1919 werden in Duitsland de eerste democratische verkiezingen gehouden. De voorstanders van een parlementaire democratie wonnen maar net. Hierdoor zou elke Duitser zich moeten houden aan de nieuwe grondwet die de basis was van de republiek. De periode van onrust die hierop volgde, werd een strijd tussen de drie grote politieke ideologieën uit de jaren dertig: het communisme, het fascisme en de parlementaire democratie. Adolf Hitler zou uiteindelijk met zijn fascistische partij als overwinnaar uit die strijd komen en de wereld in een nieuwe oorlog doen storten.

Kenmerkende aspecten
  • 37     De rol van Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38     Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 39     De crisis van het wereldkapitalisme.
  • 40     Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • 41     Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden.
  • 42     De Duitse bezetting van Nederland.
  • 43     Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • 44     Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

1. De Republiek van Weimar

Leerdoelen
  • Kent de overgang van het Duitse keizerrijk naar de parlementaire democratie.
  • Kent de 3 grote ideologieën uit het Interbellum.
  • Kan uitleggen dat de leiders van de Republiek van Weimar om 3 redenen op weinig steun konden rekenen van de eigen bevolking.

Bron 1. Eén van de bekendste propaganda afbeeldingen over de Dolkstootlegende. Waar probeert de maker jou van te overtuigen?

Na het teken van het Verdrag van Versailles – dat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog – werd een nieuwe Duitse staat geboren: de Republiek van Weimar. In het verleden had de koning altijd bepaald wie de hoogste functies in de regering vervulden. In de republiek veranderde dat. Volgens de nieuwe grondwet (1919) bepaalde de Rijksdag, het Duitse parlement, wie het land regeerde. Niet alle Duitsers stemden in met de invoering van de parlementaire democratie. Door de oorlog hadden velen het vertrouwen in politici verloren. Vooral communisten hadden geen vertrouwen in dit systeem. Zij wilden een ideale staat, waarin rijkdom eerlijk verdeeld zou worden. Een samenleving waarin de oude elite niets meer te zeggen had. Dat kon alleen als de arbeidersklasse, ook wel het proletariaat genoemd, de macht zou grijpen naar Russisch voorbeeld. De communisten keerden zich tegen de sociaaldemocraten, aangezien zij het grootste gedeelte vormden van de Rijksdag. Deze democraten waren wel bereid om samen te werken met de vooroorlogse elite. In heel Duitsland braken revoluties uit, waaronder de Spartakusopstand in Berlijn (1919). Deze opstanden zouden uiteindelijk hardhandig worden neergeslagen door de republikeinse Duitse regering. Hierin werden zij geholpen door oud-soldaten die terug waren gekeerd van het front; dezelfde soldaten die later fanatieke aanhangers zouden worden van Adolf Hitler.

De leiders van de Republiek van Weimar probeerden op een vreedzame manier hun land weer groot te maken, ondanks de strenge voorwaarden van het Verdrag van Versailles. Naar het buitenland toe leek de regering erin te slagen, maar de Duitsers zelf hadden weinig vertrouwen in hun nieuwe leiders. Daarvoor waren drie redenen. Allereerst moesten de voorstanders van de parlementaire democratie en dus voorstanders van de nieuwe regering, strijden tegen groepen die daar geen vertrouwen in hadden (communisten en fascisten). Deze groepen waren bereid geweld in te zetten om de regering omver te werpen. Ten tweede hielden veel Duitsers de republikeinse regering verantwoordelijk voor het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Door propaganda thuis en aan het front, geloofden veel Duitsers dat zij de oorlog aan het winnen waren. Ze geloofden dat de legerleiding verraden was door de Rijksdag, doordat het parlement de wapenstilstand had getekend. Bovendien werd Duitsland vernederd door het Verdrag van Versailles, die ook ondertekend werd door de regering. In werkelijkheid was het de legerleiding die de wapenstilstand van 1918 had getekend en de weg had vrijgemaakt voor Versailles. Dit werd de Dolkstootlegende genoemd. Ten derde kreeg de regering ook nog eens te maken met grote economische problemen. Die waren veroorzaakt door de torenhoge herstelbetalingen die door het tekenen van het Verdrag van Versailles betaald moesten worden aan Frankrijk, België en Engeland. Toen Duitsland deze herstelbetalingen niet meer kon en wilde betalen, stuurden Frankrijk en België soldaten om het Ruhrgebied, het belangrijkste Duitse industriegebied, te bezetten. Deze twee landen dwongen de Duitse arbeiders door te werken, zodat de herstelbetalingen in natura konden worden opgehaald. Veel arbeiders weigerden dat en staakten. De Rijksdag steunde de staking door de lonen van de stakers door te betalen. Toch had de regering daar niet genoeg geld voor. Om dit probleem op te lossen liet de overheid grote hoeveelheden geld bijdrukken. Het gevolg was een enorme inflatie: prijzen bleven maar stijgen en geld werd niets meer waard. Kon je de ene dag nog een brood kopen voor 5 mark; de volgende dag moest je 10 mark betalen. Duitsers konden niets meer kopen van hun loon en ook het spaargeld werd niets meer waard. Daarnaast werd geprobeerd om via belastingen aan genoeg geld te komen om de herstelbetalingen te financieren. Door deze maatregel vroegen steeds meer Duitsers zich af: ‘handelde de Rijksdag wel in het belang van het volk’?

De Verenigde Staten waren bang dat er een gevaarlijke situatie aan het ontstaan was in Duitsland. Problemen in dit land zouden misschien kunnen leiden tot een nieuwe oorlog. In september 1924 besloten ze de Republiek van Weimar te helpen. Er werd een plan opgesteld om het uit de economische problemen te helpen: het Dawesplan. De Duitse munteenheid werd vervangen, aangezien het door de inflatie niks meer waard was. De VS zou ervoor zorgen dat de nieuwe munteenheid dezelfde waarde bleef behouden door gerant te staan (de kosten betalen als het mis gaat). Ook leende Amerika geld aan Duitsland, zodat het weer kon voldoen aan de herstelbetalingen en de economie weer kon opbouwen. Het zou echter nog een jaar duren voordat de effecten van het Dawesplan merkbaar waren in Duitsland. Toch ging de Republiek van Weimar een mooie toekomst tegemoet.

Bron 2. Tijdens de bezetting van het Ruhrgebied en enkele belangrijke Duitse fabrieken, staakten veel arbeiders. Franse soldaten gaven enkele arbeiders van de Krupp fabriek het bevel door te werken. Toen zij dit weigerden, schoten de soldaten de arbeiders dood.

  • De prijs van 1 kilo brood. Prijs in mark.

Bron 3. Grafiek met daarin de prijsontwikkeling van brood.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Crisis in Duitsland

Leerdoelen
  • Kent de 3 doelgroepen van de NSDAP.
  • Kent de 4 kenmerken van het nationaalsocialisme.
  • Kan uitleggen dat de rassenleer leidde tot discriminatie, racisme en antisemitisme.
  • Kan uitleggen dat Hitler slim gebruik maakte van de politieke fragmentatie om aan de macht te komen en dictator te worden.
  • Kan uitleggen dat fascisme/nationaalsocialisme ook in andere landen draagvlak vond (verdiepingsstof).
  • Kan het verschil uitleggen tussen het nationaalsocialisme en het fascisme (verdiepingsstof).

Door de afloop van de Eerste Wereldoorlog waren veel Duitsers teleurgesteld. In het Verdrag van Versailles werd gezet dat zij schuld hadden aan de oorlog. Dit werd ook merkbaar door de torenhoge herstelbetalingen waaraan ze moesten voldoen. Het gevolg was dat er grote politieke en economische problemen ontstonden. In deze omstandigheden werd in 1919 in München de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) opgericht, waarvan Hitler uiteindelijk de leider werd. De aanhangers van die partij noemden zich nazi’s. De nationaalsocialistische ideeën waren vooral aantrekkelijk voor werklozen, middenstanders en eigenaren van grote bedrijven. Hitler beloofde namelijk verbeteringen voor deze groepen.

De nazi-ideologie was te herkennen aan vier kenmerken. Diezelfde kenmerken maakte de ideologie aantrekkelijk voor veel Duitsers, omdat het de nadruk legde op datgene waar men tegen was. Allereerst wilde het nationaalsocialisme een staatsvorm met één partij, met hierin één sterke leider aan het hoofd. Zo’n leider zou het volk naar een betere toekomst leiden. Die toekomst kon niet bereikt worden in een democratie. Nationaal-socialisten waren dan ook zeer anti-democratisch. Ten tweede was de ideologie doordrenkt van het nationalisme. Het Duitse volk stond centraal. Dit nationalisme uitte zich onder andere in militarisme, dat als derde kenmerk kan worden beschouwd. Door de militaristische houding van de nazi’s werd geweld verheerlijkt en jongens werden aangespoord om lid te worden van de knokploeg van de nazi’s: de Sturmabteilung (SA). Ten vierde kon een groot Duitsland alleen bereikt worden als minderwaardige rassen uit Duitsland werd verdreven. Om minderwaardige rassen te scheiden van hoogwaardige rassen werd gebruik gemaakt van de rassenleer. De nazi’s vonden vooral dat Joden nooit goede Duitsers konden zijn. Dit uitte zich in antisemitisme (Jodenhaat). De NSDAP gaf de Joden de schuld van alle ellende. Deze haat zou leiden tot een van de grootste misdaden van de geschiedenis.

Voor 1929 had de NSDAP niet veel aanhangers. Dit verklaart ook Hitlers mislukte staatsgreep uit 1923. In 1929 veranderde dat. De crisis die begon in Amerika verspreidde zich naar Europa. Het door het Dawesplan geleende geld aan Duitsland werd teruggevraagd. Duitsland kon dit niet betalen; hierdoor steeg de werkloosheid. In Duitsland werd de onvrede steeds groter. Hitler maakte daar handig gebruik van. Door een combinatie van toespraken, propaganda en geweld, stemden steeds meer Duitsers tijdens verkiezingen op de NSDAP. Politieke tegenstanders werden geïntimideerd. De SA ging de straten op en sloeg andersdenkenden in elkaar. Hierbij kregen ze hulp van een ander onderdeel van de NSDAP: de Schutzstaffel (SS), de persoonlijke lijfwacht van Hitler en de partijtop. Daarnaast beloofde Hitler dat hij de werkeloosheid zou oplossen door banen te creëren.

Het aantal mensen dat op de NSDAP stemden bleef tot aan de verkiezingen van 1932 stijgen. Samen met de communisten wist de NSDAP uiteindelijk de meerderheid in het parlement te behalen. Hitler weigerde echter een coalitie met de communisten te vormen. Als gevolg daarvan besloten de NSDAP en de sociaaldemocraten samen te werken. President Paul von Hindenburg benoemde Hitler tot Rijkskanselier (minister-president). Toch kon de NSDAP niet om de communisten heen. Een groot gedeelte van het parlement was immers door de verkiezingen nog steeds communistisch, zodat Hitler gedwongen werd om met zijn grootste concurrenten samen te werken.

Op 27 februari 1933 werd het parlementsgebouw de Rijksdag in brand gestoken. De dader was hoogstwaarschijnlijk een communist: de Nederlander Marinus van de Lubbe. De nazipartij was snel met hun reactie: nog vele branden zouden volgen als de communisten hun gang konden blijven gaan. Zodoende begonnen de Duitsers zich langzaam tegen de communisten te keren. Om dit communistische probleem op te lossen, stelde Adolf Hitler een Machtigingswet (1933) voor. Die zorgde ervoor dat Hitler de macht kreeg om andere partijen te verbieden. Met andere woorden deze wet stelde hem in staat dictator te worden. In 1933 kreeg de Republiek van Weimar de doodsteek. Duitsland werd een totalitaire staat: het Duitse Rijk, onofficieel Nazi-Duitsland genoemd.

Bron 6. Filmpje met daarin het proces tegen Marinus van der Lubbe. De vermoedelijke communist werd uiteindelijk schuldig bevonden en ter dood veroordeeld.

  • Sociaaldemocratische Partij van Duitsland (SPD)
  • Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
  • Communistische Partij van Duitsland (KPD)
  • Duitse Centrumpartij (ZENTRUM)
  • Duitse Nationale Volkspartij (DNVP)

Bron 8. Verkiezingsuitslagen in percentages van het aantal zetels in de Rijksdag. (Gegevens bewerkt voor gebruik in het onderwijs - bron Wiki).

Bron 7. Een toespraak van Hitler in het nieuwe parlementsgebouw.
Fascisme in Europa

Niet alleen in Duitsland kwam er een fascistische partij op. Het woord fascisme stamt af van het Italiaanse woord fascismo. De ideologie kent zijn oorsprong dan ook in Italië, waar Benito Mussolini al in 1922 de macht greep. Fascisme staat vaak in een kwaad daglicht. Het werd echter in de jaren dertig als een daadkrachtige ideologie gezien. Dat komt doordat in 1920-1923 immers chaos heerste in Europa. Men dacht dat deze problemen alleen overwonnen konden worden door een staat waarin de politiek van doorpakken wist en niet bang was om besluitvaardig te zijn.

Er is echter groot verschil tussen het Italiaanse fascisme en het Duitse nationaalsocialisme. Waar de fascisten de nadruk legden op een gemeenschapsgevoel en het tegengaan van individualisme, daar legden de nationaalsocialisten vooral de nadruk op racisme via de rassenleer.

Ook in landen zoals Spanje, Engeland en Nederland kwam het fascisme op. Na een bloedige burgeroorlog in de jaren dertig greep Generaal Franco in Spanje de macht. Overal werden stambeelden voor hem neergezet als redder van Spanje. Franco zou actief bezig gaan met het deporteren en executeren van zijn tegenstanders en die van het regime. Ook in Engeland werd in 1931/32 een fascistische partij gesticht: de Britse Unie van Fascisten onder Oswald Mosley. Hij zag in het fascisme de oplossing van de maatschappelijke problemen van zijn tijd, maar door het vele contact met Adolf Hitler zou Mosley uiteindelijk ook antisemitisch worden. Mosley wist niet door te dringen bij de gehele Engelse bevolking. In Nederland zou het fascisme worden uitgedragen door de Nationaal-socialistische Beweging (NSB). Deze beweging zou in 1932 geleid worden door Anton Mussert. Door de verzuiling waren Nederlanders meer betrokken in eigen kring dan dat zij achter een jonge politieke partij gingen staan. Vandaar dat in Nederland het fascisme niet warm werd onthaald.

Bron 9. De Italiaanse fascistische leider Benito Mussolini.
Bron 10. De leider van de British Union of Fascists was sir Oswald Mosley. De leden van deze partij stonden ook wel bekend als de Engelse zwarthemden.
Bron 11. Anton Mussert was de leider van de NSB, de Nederlandse variant van het nationaalsocialisme.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 2.5 Rijksdagverkiezingen

Veel geschiedenisboeken uit de jaren 50 en 60 werden geschreven alsof al vaststond dat Hitler met zijn NSDAP uiteindelijk de grootste partij zou worden in Duitsland. Toch is dat niet helemaal waar. Er zijn ook historici die beweren dat Hitler per toeval aan de macht heeft kunnen komen. Om te kijken welke groep van historici de waarheid spreekt gaan we kijken naar de opkomst van de democratie in Duitsland, maar ook naar de verkiezingsuitslagen in de Weimarrepubliek van de jaren 20 en 30. Gebruik dan ook de grafiek hiernaast bij het beantwoorden van de onderstaande vragen.

Bron 8. Rechts afgebeeld de verkiezingsuitslagen in percentages van het aantal zetels in de Rijksdag. (Gegevens bewerkt voor gebruik in het onderwijs - bron Wiki).

  • Sociaaldemocratische Partij van Duitsland (SPD)
  • Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
  • Communistische Partij van Duitsland (KPD)
  • Duitse Centrumpartij (ZENTRUM)
  • Duitse Nationale Volkspartij (DNVP)

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deel 2: de presentatie

6. Maak een presentatie met daarin:

Slide 1Het land, de naam van de partij en de leider van die partij.
Slide 2Wat wilde de partij bereiken?
Slide 3Symboliek die de partij gebruikte. Gebruik een afbeelding om deze symboliek uit te leggen.
Slide 4Fascistisch of nationaalsocialistisch aan de hand van de 4 kenmerken.
Slide 5Iets opvallends, schokkends of bizar aan de partij.

3. Leven onder het nationaalsocialisme

Leerdoelen
  • Kan aangeven welke beloftes van Hitler aantrekkelijk waren voor welk doelgroep.
  • Kan uitleggen wat Lebensraum is.
  • Kan uitleggen hoe de nazi’s probeerden van Duitsland een autarkische staat te maken.
  • Kan uitleggen dat het gemeenschapsgevoel in Nazi-Duitsland individualisme uitsloot en voorbeelden geven van manieren waarop dit gemeenschapsgevoel werd aangeleerd.
  • Kan aan de hand van voorbeelden uitleggen dat Nazi-Duitsland een autoritaire staatsvorm had.

Bron 12. De NSDAP maakte slim gebruik van propaganda om de bevolking te beïnvloeden. Minister van Propaganda, Joseph Goebbels, liet kunstenaars vooral het gevoel portretteren.

De persoonlijkheid van Hitler maakte op veel Duitsers een diepe indruk. Hierdoor ontstond een Führer(leider)verering. Velen gingen hem als de hun leider en zien, die stond voor zijn beloftes. Adolf Hitler beloofde werk voor arbeiders, geld voor grond zodat boeren meer konden produceren, kleine ondernemers te beschermen tegen de grote warenhuizen, maar ook een verbod op werknemersstakingen voor de eigenaren van bedrijven. De samenleving werd na 1933 ingericht naar de NSDAP-ideologie. Regelmatig werden parades van de partijlegers (SA en SS) georganiseerd. Deze parades moesten kracht uitstralen. Sommigen werden hierdoor aangetrokken en wilden lid worden, anderen werden door het geweld afgeschrikt. Bovenal werden Joden tot zondebok gemaakt. Propaganda werd ingezet op deze bevolkingsgroep zwart te maken.

Nazi-Duitsland zou onder de volgelingen van Hitler bekend komen te staan als het Derde Rijk (1933-1945). Duitsland was echter gekrompen door het Verdrag van Versailles. Hitler wilde dan ook meer Lebensraum (leefruimte) voor Duitsers veroveren. Daarom moest Duitsland zich op een oorlog voorbereiden. Bovendien wilde hij een autarkisch Duitsland, om niet afhankelijk te zijn van het buitenland. De industrie moest zich dan ook voornamelijk richten op de wapenproductie. De landbouw moest zich bezighouden met de productie van noodzakelijke voedingsmiddelen. Een Duitsland ingericht naar die nazi-ideologie kon alleen als het volk zich inzette om het land weer groots te maken. Het moest dan ook een hechte eenheid vormen. Individualisme werd afgekeurd. Het individu was minder belangrijk dan het volk; een Duitser moest dan ook bereid zijn het leven te geven voor de staat. Dit noemen we: gelijkschakeling. Om deze gelijkschakeling te bereiken liet de NSDAP allemaal organisaties oprichten en wetten aannemen die het gevoel van gemeenschap moesten versterken (zie bronnen 13 t/m 16). Andere middelen om de bevolking te beïnvloeden waren het onderwijs en de media. Hier werd een speciaal ministerie voor opgericht: het ministerie voor Volksvoorlichting en Propaganda. Op school leerden jongeren over het ‘verraad van Versailles’, rassenleer en dat Duitsers het onderdrukte Europa moesten bevrijden van corrupte politici. Leraren die niet mee wilden werken met deze onderwijshervormingen werden gevangengezet of erger. Daarnaast werd door het naziregime de Rijkscultuurkamer opgericht. Iedereen die werkte bij de media moest hier lid van zijn. Ook kunstenaars moesten zich inschrijven. Joden en ‘onbetrouwbare’ journalisten of kunstenaars werd het lidmaatschap ontzegd en konden dan niet meer hun beroep uitoefenen. De samenleving stond in het teken van Hitler en de nazi-partij.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 3.5 Verzet in Duitsland

Verzet tegen de nazi’s in Duitsland zelf, was veel moeilijker dan in de door Duitsland bezette gebieden. Dat had een aantal redenen. Voordat je uit kan zoeken waarom verzet zo moeilijk was, ga je eerst onderzoeken wat voor vormen van verzet er precies waren en wie deze mensen waren die verzet pleegden. De opdracht bestaat uit drie gedeelten. Allereerst maak je de inleiding om je begrippen helder te hebben. Als tweede ga je bezig met het identificeren van diegenen/de groep die verzet pleegde en benoemen wat de daad van verzet was. Ten derde ga je antwoord geven op de hoofdvraag, op basis van de informatie die je in de vorige gedeelten hebt verzameld.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Bron A. Werkkamp Dachau (1933) waar politieke gevangenen, homoseksuelen, zwervers, zigeuners en afro-Europeanen werden opgesloten.
Bron B. De ligging van de concentratiekampen/werkkampen in Europa. Sommige kampen waren
Bron C. Na conflicten over antisemitische maatregelen en over de componist Paul Hindemith, wiens werk door de nazi's wordt verboden als 'ontaard', neemt de beroemde dirigent Wilhelm Furtwängler op 3 december 1934 ontslag als vicepresident van de Duitse Rijkscultuurkamer. Een Duits muziektijdschrift reageert hierop in januari 1935.
Bron D. Zowel de katholieke als de protestantse kerk hielp met het verbergen van 'ongewenste Duitsers'.
Bron E. De restanten van een restaurant in München, waar Hitler een toespraak hield. De aanslagpleger was meubelmaker Georg Elser, die na zijn arrestatie zou worden afgevoerd naar een concentratiekamp en in 1945 zonder proces worden doodgeschoten.
Bron F. De Witte Roos was een studentenorganisatie die via vreedzame protesten en pamfletten kritiek uitte op het naziregime. Een beroemd pamflet droeg de titel: 'sinds de inval van Polen al 200.000 Joden op beestachtige wijze vermoord'. De oprichters werden kort na de publicatie stilletjes opgepakt en na een schijnproces doodgeschoten.

4. Nog een wereldoorlog?

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom Frankrijk en Engeland overgingen tot appeasementpolitiek.
  • Kent de 4 fasen van de Tweede Wereldoorlog.
  • Kan het succes van de Wehrmacht verklaren.
  • Kan uitleggen dat er sprake was van een totale oorlog
  • Kan uitleggen dat er sprake was van vernietiging op nooit eerder vertoonde schaal.
  • Kan aangeven op welke 4 manieren WO 2 anders was dan WO 1 (verdiepingsstof).

Toen Hitler aan de macht kwam, deed hij wat hij aan de kiezers had beloofd: hij draaide het vredesdictaat van Versailles terug. Hitlers NSDAP begon na de machtsovername verschillende beslissingen te nemen die in strijd waren met het Verdrag van Versailles. Om Duitsers Lebensraum te geven, werd gewerkt aan het nieuwe Duitse leger (Wehrmacht), aangezien oorlog onvermijdelijk was. In 1935 werd dan ook de dienstplicht opnieuw ingevoerd, terwijl in het vredesakkoord dit nadrukkelijk was verboden. Daarnaast bezetten Duitse troepen het Rijnland in 1936, dat in 1919 aan de geallieerden was afgestaan als onderdeel van het Verdrag van Versailles. In dit gebied waren belangrijke grondstoffen te vinden zoals kolen en staal. In maart 1938 ging Nazi-Duitsland een stap verder. De Duitse Wehrmacht marcheerde Oostenrijk binnen. Alle Duitsers moesten in een groot Duitsland leven aldus Hitler. Dat betekende dat ook het broedervolk de Oostenrijkers zich bij hem moest aansluiten. Deze Anschluss (aansluiting) was de eerste uitbreiding van velen die nog zouden volgen. Vervolgens eiste Hitler het grensgebied met Tsjecho-Slowakije op, het Sudetenland, want ook daar woonden veel Duitssprekenden. Bovendien stond dit gebied bekend om zijn industrie; dat tevens een belangrijke bijdrage kon leveren aan Hitlers visie van een groot Duits rijk. Zou Tsjecho-Slowakije niet ingaan op Hitlers eis, dan was het oorlog!

Tsjecho-Slowakije had een verdrag gesloten met Frankrijk, waarin stond dat de Fransen te hulp zouden schieten bij eventuele conflicten. Hierdoor zou een mogelijk conflict tussen Duitsland en Tsjecho-Slowakije kunnen escaleren tot een Europese oorlog. Zowel Frankrijk als Engeland waren nog niet hersteld van de vorige en vreesden dan ook een mogelijk conflict. Premier Daladier van Frankrijk en premier Chamberlain van Engeland reisden naar München om het probleem met Hitler te bespreken. Beide heren vonden Hitlers eisen redelijk: alleen de gebieden inlijven waar Duitssprekenden woonden. De premiers verklaarden Tsjecho-Slowakije dat zij het land niet zouden helpen. Dit werd de appeasementpolitiek genoemd. Bij aankomst in Londen hield Chamberlain enthousiast zijn getekende afspraak met Hitler hoog in de lucht en zei: ‘goede vrienden, dit is de tweede keer in onze geschiedenis dat een Britse premier uit Duitsland terugkomt, terwijl hij een eerzame vrede heeft bereikt. Wij zullen in onze tijd alleen vrede kennen. Ga naar huis en slaap rustig, er komt geen oorlog met Hitler’. Kort daarop trok het Duitse leger het Sudetenland binnen. In maart 1939 hoorde Chamberlain met eigen oren wat Hitlers beloften waard waren: de Wehrmacht bezette ook de rest van Tsjecho-Slowakije. Engeland en Frankrijk protesteerden: toekomstige agressie van Duitsland zou niet geaccepteerd worden.

Bron 17. De Britse premier Neville Chamberlain verwachte door Hitler tegemoet te komen, een nieuwe oorlog te voorkomen.

Bron 18. Geschiedenis les in Duitsland. 'De Duitse economie heeft 2,5 keer zo veel consumenten als Frankrijk of Engeland'. Welke boodschap wilde het onderwijs hier mee overbrengen?
Bron 19. De korte termijn uitbreidingen van Adolf Hitler. Hij wilde Lebensraum voor het Duitse volk.
Bron 20. Door het verdrag tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie werd Polen van twee kanten aangevallen en verdeeld onder de totalitaire regimes.

De Frans-Engelse dreigementen konden alleen kracht worden bijgezet als de Sovjet-Unie (SU) hen zou helpen. Tot de grote verbazing van de West-Europese landen, sloten de SU en Nazi-Duitsland in 1939 het Molotov-Ribbentrop-pact waarin zij beloofden elkaar niet aan te vallen. Daarnaast werd er in dit verdrag de geheime verdeling van Polen vastgesteld. Op 1 september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen. Vandaar dat deze aanval de aanleiding werd voor een tweede wereldoorlog. Drie dagen na de inval, verklaarden Frankrijk en Engeland de oorlog aan Duitsland. De Duitsers maakten gebruik van een nieuwe aanvalstactiek: de Blitzkrieg (flitsende oorlog). Het Poolse leger werd van twee kanten ingesloten. De Duitse aanvallen waren onverwacht, daarbij gebruikmakend van tanks, ondersteund door zware luchtaanvallen en bommenwerpers. Hierdoor maakte het Poolse leger geen schijn van kans. In april veroverde Nazi-Duitsland Denemarken en Noorwegen. Op 10 mei 1940 volgde de aanval op Nederland, België en Frankrijk. Ook de legers van deze landen werden onder de voet gelopen. Frankrijk, een van de grootste en sterkste landen van Europa en overwinnaar uit de Eerste Wereldoorlog, werd in vijf weken verslagen. Engeland stond daardoor alleen in de oorlog. Elke nacht voerde de Duitse luchtmacht bombardementen uit op Engelse steden. Het doel was de burgerbevolking schrik aan te jagen, zodat de bevolking niet verder wilde vechten. Maar de Engelsen vochten terug, geleid door de nieuwe premier Winston Churchill.

Adolf Hitler besloot zijn bondgenoot Stalin aan te vallen. In 1941 begon een grootschalige militaire operatie tegen de Sovjet-Unie. Doordat Nazi-Duitsland op vele fronten oorlog voerde, had het grondstoffen nodig zoals olie en staal. Dezelfde grondstoffen die in het zuiden van de SU waren te vinden. De eerst snelle Duitse opmars zou vastlopen in 1942 bij de steden Leningrad en Stalingrad. Door de strenge winters in het Russische gedeelte van de Sovjet-Unie, raakten de Duitse soldaten moe en hun voorraden op. Vanaf 1943 werden de Duitse legers steeds verder teruggedrongen. In Azië was Hitlers bondgenoot Japan begonnen aan een opmars. Dit land wilde een groot Aziatisch keizerrijk stichten en daarnaast extra grondstoffen veroveren. Japans grootste concurrent in de Aziatische wateren was Amerika, dat enkele koloniën had. Op 7 december 1941 viel Japan de marinebasis van Pearl Harbor aan op Hawaii, als een preventieve actie. Een dag later verklaarde de Amerikaanse president Roosenvelt de oorlog aan Japan en zijn bondgenoten.

Bron 21. De oorlogstactieken van de Sovjet-Unie werden beperkt door de productiecapaciteit van wapens en munitie.

Bron 22. De atoombom die op Nagasaki werd geworpen. De paddenstoelwolk laat de omvang zien van de explosie. Onderaan zie je het vaste land. De rookwolk afkomstig van de bom kwam zelfs boven de wolken uit.

De VS gaf militaire en financiële steun aan de landen die vochten tegen Hitler er zijn bondgenoten: de asmogendheden. Na de Slag bij Stalingrad vroeg Stalin, de leider van de Sovjet-unie, om een tweede front in West-Europa zodat niet alleen het Russische leger het opnam tegen de Duitse Wehrmacht. Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – samen de geallieerden genoemd – spraken af dat ze de nachtelijke bombardementen op de Duitse oorlogsindustrie en de Duitse steden zouden opvoeren. Dezelfde tactiek waarmee Hitler zo snel Europa had weten te veroveren. Bovendien spraken de geallieerden af dat ze vanuit Engeland een bevrijdende invasie zouden voorbereiden: D-Day. Het plan was om te landen op de stranden van Normandië in Frankrijk en Nazi-Duitsland al in 1944 verslagen te hebben. Op 6 juni 1944 landden Amerikaanse, Engelse en Canadese troepen op de Franse kust. In de winter van 1944 begonnen de Duitsers aan een tegenaanval. Hierdoor werd het geplande overwinningsjaar niet gehaald. Pas in 1945 vielen de geallieerden Duitsland binnen. Het Sovjetleger zou als eerst Berlijn binnentrekken. Op 30 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord. Een week daarna gaf Duitsland zich over. In Azië was de oorlog nog niet gewonnen. Japan vocht door. De Verenigde Staten veroverde eiland naar eiland, maar Japan weigerde zich over te geven. Om verdere soldatenlevens te sparen, werd gebruik gemaakt van een nieuw wapen. De nieuwe president Truman – die de onverwachts gestorven Roosevelt had opgevolgd – gaf het bevel om twee atoombommen te werpen op Hiroshima en Nagasaki. Beide steden werden verwoest door de bommen en de daaropvolgende vlammenzee. Kort daarop tekende de Japanse keizer Hirohito de capitulatie. De Tweede Wereldoorlog was voorbij.

Een andere wereldoorlog

In 1914 waren duizenden mensen dolenthousiast geweest om een oorlog te beginnen. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heerste de blijdschap niet. De volwassenen herinnerden zich nog de vernietiging van de vorige oorlog. Bij een nieuwe oorlog, met nog grotere wapens, vreesden ze het ergste: zouden er gifgasbommen uit vliegtuigen geworpen worden? Er zijn enkele grote veranderingen te geven in de oorlogsvoering voor de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van de Eerste Wereldoorlog.

Bron 30. Door het gebruik van wapens als vliegtuigen en tanks was de oorlog mobieler dan oorlogsvoering ooit was geweest.

Allereerst werden zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog op wereldniveau uitgevochten. Toch was het grootste strijdtoneel van de Eerste Wereldoorlog te vinden in West-Europa, terwijl in de Tweede Wereldoorlog net zulke grote strijdtonelen waren te vinden in Noord-Afrika en Azië. Daarbij kwam dat niet alleen Europese landen agressors waren. Ook Aziatische landen als Japan hadden imperialistische ambities. Ten tweede zou de oorlog van 1939/1940-1945 bestempeld kunnen worden als een bewegingsoorlog. Voertuigen, vliegtuigen en schepen waren sterk verbeterd. Hele groepen soldaten konden bijvoorbeeld in vliegtuigen vervoerd worden om boven de vijandelijke linie te droppen. Er werd dan ook veel gebruik gemaakt van parachutisten. Tanks kregen een nog belangrijkere rol in de oorlogsvoering. Het was daarom niet meer mogelijk om je als soldaat te verschuilen in een loopgraaf. Soldaten werden getraind om zich snel voort te bewegen, in kleine groepjes richting de vijand. Er werd niet meer geprobeerd de vijand in man-tegen-mangevechten te lijf te gaan.

Als derde verandering kan het gebruik van destructieve wapens worden aangewezen. De atoombom is het beste voorbeeld van deze verandering. Door het werpen van deze bommensoort was het mogelijk om vernietiging te brengen op nooit eerder vertoonde schaal. Hierdoor kwam het oorlogsgeweld nog dichter bij de bevolking.

Dat de burgerbevolking nog meer betrokken werd bij de oorlogsvoering kan als vierde punt van verandering worden aangewezen. De Tweed Wereldoorlog was nog meer een totale oorlog, als deze vergeleken wordt met de vorige wereldoorlog. Burgers werden bedolven onder propaganda, de economische gevolgen van de oorlog en het oorlogsgeweld. Door de Tweede Wereldoorlog werd het alsmaar duidelijker dat oorlog altijd voorkomen moest worden. Desondanks zou het nog 50 jaar duren voordat landen steeds vaker opzoek gingen naar vreedzame oplossingen voor hun conflicten, in plaats van over te gaan tot een gewapend conflict.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.5 Video: Hitler in de aanval

In deze opdracht ga je de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog onderzoeken, nadat de geallieerden de oorlog aan Duitsland hadden verklaard. Welke strategie paste Adolf Hitler toe om de oorlog snel te beëindigen? In de onderstaande video ga je aan de hand van vragen antwoord zoeken op deze vraag. De opdracht bestaat uit 6 vragen verdeeld over 3 gedeelten. Beantwoord de vragen tijdens het kijken van de video.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


5. Joden krijgen de schuld

Leerdoelen
  • Kent de oorsprong van het antisemitisme.
  • Kan uitleggen waarom Joden als zondebok werden aangewezen door de NSDAP.
  • Kent de anti-Joodse maatregelen van de NSDAP.
  • Kan uitleggen dat de genocide op de Joden in 3 fasen verliep: isoleren, concentreren en elimineren.

Bron 31. Propaganda film ‘De eeuwige Jood’ was een nazistische visie op de kerneigenschappen van Joden. In deze visie werden Joden afgeschilderd als kwaadaardig en duivels.

In West-Europa woonden al eeuwenlang Joden. De Joodse bevolking had zich aangepast aan de gewoonten, normen en waarden van het land waarin zij woonden. Veel van deze Joodse inwoners voelden zich in eerste plaats een burger en op de tweede plaats een Jood. Daarnaast was zelf een grote groep niet meer bezig met het geloof. In Duitsland gold hetzelfde. De Joden waren een kleine minderheid. Ze vormden slechts 1 % van de bevolking (500.000). In Oost-Europa was dit aantal veel groter. In Polen woonden 3,5 miljoen en in de Sovjet-Unie 3 miljoen Joden. Over het aantal Joden in de andere Oost-Europese landen zijn weinig gegevens, maar ook hier lopen de schattingen in de miljoenen. Vanaf 1933 zou dit aantal langzaam dalen. Overal waar de Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie de macht overnamen, werden Joden gediscrimineerd en bedreigd.

Antisemitisme was niet nieuw. Het ontstond in de eerste eeuw na Christus. In de tijd van de Romeinen, werden Joden verdreven uit Palestina. Zij verspreidden zich over verschillende landen. Dit werd onder de Joden de grote diaspora genoemd. Deze verspreidde groepen bleven vaak een hechte gemeenschap vormen met hun eigen gebruiken. Joden werden om die reden en andere religieuze redenen in het christelijke Europa vervolgd. Zo werden zij tijdens de middeleeuwen het slachtoffer van kruistochten, die als doel hadden andersgelovigen uit te roeien. De Joden kregen in dit middeleeuws Europa de schuld van de dood van Jezus Christus en werden vaak als dader aangewezen van (natuur)rampen, oorlogen en epidemieën. De Joden werden dus als zondebok aangewezen bij het minste of geringste. Het opkomende nationalisme verergerde de discriminatie van Joden. Het eigen volk werd belangrijk in deze periode. Joden werden gezien als buitenstaanders en niet onderdeel van het volk. De nationaalsocialisten maakten in de jaren dertig handig gebruik van het al bestaande antisemitisme. De Dolkstootlegende liet de Duitse bevolking geloven dat het verraden was tijdens de Eerste Wereldoorlog. De bevolking ging opzoek naar deze verraders. De NSDAP maakte gretig gebruik van die zoektocht en wezen de Joden aan als landverraders en profiteurs. De Joodse bevolking kreeg dan ook de schuld van het verlies van die oorlog in de schoenen geschoven.

Toen Hitler in 1933 de volledige macht greep, maakte hij zijn verkiezingsbeloften waar: de verraders van de Eerste Wereldoorlog te straffen. Joden werden ontslagen, winkels en bedrijven van Joden werden geboycot en later zelfs onteigend. In 1935 werd tijdens de NSDAP-partijdag de Neurenberger rassenwetten afgekondigd. Deze wetten waren bedoeld om ervoor te zorgen dat hoogwaardige rassen zich niet vermengden met minderwaardige rassen. In de praktijk werden huwelijken tussen Joden en Duitsers strafbaar. Ook waren Joden door deze wetten officieel geen Duitse burgers meer; hierdoor hadden ze niet meer dezelfde rechten als andere Duitsers. Vervolgens werd een J aangebracht in het paspoort om aan te geven dat het betreffende persoon een Jood was. Het werd hen verboden om in openbare ruimten te komen, zoals een park, bioscoop, schouwburg, dierentuin, restaurants of andere gelegenheden. De identificatieplicht zou vanaf 1941 uitgebreid worden. Als Jood werd het verplicht om een gele ster op de kleding te dragen, want Joden moesten herkenbaar zijn voor niet-Joden. Door al deze maatregelen werden Joodse inwoners afgezonderd van de rest van de samenleving.

Bron 32. Het antisemitisme uitte zich in openlijke discriminatie. Joodse winkels werden vernield; Joden mochten niet meer in openbare gelegenheden komen en op het laatst werden bedrijven zelfs onteigend.

In 1938 werd een Duitse diplomaat in Parijs door een 19-jarige Joodse jongen vermoord. Als reactie op deze gebeurtenis organiseerden de nazi’s een gespeelde uitbarsting van volkswoede tegen de Joden. In de nacht van 9 op 10 november werden overal in Duitsland en Oostenrijk Joodse winkels, bedrijven en synagogen door de SA en bereidwillige burgers vernield en in brand gestoken. De politie en brandweer deden niets. Door al het gebroken glas ging deze gebeurtenis de geschiedenisboeken in als de Rijkskristalnacht.  Na deze nacht begon de NSDAP met het organiseren van bevolkingsdeportaties. Joden, zigeuners, gehandicapten, Afro-Europeanen en homoseksuelen vastgezet in concentratiekampen. Hier moesten zij dwangarbeid verrichten, zoals stenen hakken of sjouwen, kanalen graven of kleding maken, wassen en herstellen. In deze kampen werden mannen van vrouwen gescheiden en sliepen zij opeengepakt in barakken. Hitler was al begonnen met bouwen van deze kampen na zijn overwinning in 1933, om hier zijn politieke tegenstanders de communisten, sociaaldemocraten en andere politici op te sluiten. Daarnaast begonnen de nazi’s op een andere manier Joden te concentreren: in zogenaamde getto’s. Deze methode werd vooral in Oost-Europa toegepast. Het bekendste voorbeeld is het getto van Warschau. Joden werden naar deze afgesloten stadswijken toegedreven, vaak ging dit gepaard met moordpartijen. Bij de inval van Polen door de Sovjet-Unie in 1941 werd duidelijk dat ook in dit land het antisemitisme groot was. Duizenden Joden werden door Russische soldaten doodgeschoten en in massagraven gegooid. Eind 1941 waren al één miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen in de Sovjet-Unie en bezet Polen doodgeschoten.

Bron 34. Hitler over vreemde elementen in de samenleving. De video laat een goed beeld zien van de jodenhaat uit de jaren dertig.

Bron 35. Joden werden uit de treinwagons gelijk geselecteerd door medewerkers van het concentratiekamp. In de verte zie je de poorten van het concentratiekamp Auschwitz.

In januari 1942 kwamen enkele belangrijke nazipartijleden bij elkaar in een villa aan de Wannsee, een meer vlak bij Berlijn. Hier werd gediscussieerd over hoe het verder moest met het Joodse vraagstuk. Er werd besloten om over te gaan tot de Endlösing, de definitieve uitroeiing van de Joden. Enkele vooraanstaande Duitse geleerden probeerden een manier te verzinnen om in korte tijd miljoenen mensen te vermoorden. Er werd een systematisch plan uitgedacht om deze Endlösing te stroomlijnen. Allereerst moesten de Joden op een zo’n effectief mogelijke wijze worden opgepakt; vaak met behulp van de plaatselijke bevolking. Vervolgens zouden de Joden naar speciale kampen worden vervoerd. In Polen werden zes van die nieuwe vernietigingskampen gebouwd, zoals, Treblinka, Sobibor en Birkenau-Auschwitz. Met behulp van Zyklon B (blauwzuurgas) een uitvinding van chemicus Frits Haber – tevens de uitvinder van chloorgas en mosterdgas dat massaal tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ingezet – zouden miljoenen mensen vermoord worden in de gaskamers, die speciaal voor dit doel werden ontworpen. Duizenden mensen zouden per dag vervoerd worden naar de kampen met de boodschap: ‘neem alleen uw kostbaarheden mee’. Velen vermoedden dat voor hen weinig goeds stond te wachten. Toch konden de gedeporteerden niet vermoeden dat zij bij aankomst werden vergast. De Duitsers maakten hen wijs dat ze eerst gingen douchen en dat ze daarna een maaltijd zouden krijgen. Zo voorkwamen ze paniek en chaos tijden de selectie van mannen, vrouwen en kinderen. Bovendien konden zo makkelijker kostbaarheden worden verzameld. Vervolgens zouden de lijken door andere gevangenen worden verzameld en begraven worden in kuilen. Later zou dit proces te lang duren en werden de lijken verbrand in crematoria. Schatting is dat bijna 6 miljoen Joden stierven tijdens de Holocaust. Het precieze aantal is echter niet bekend, doordat in de laatste oorlogsmaanden de kampbewaarders niet meer de moeite namen om de namen van slachtoffers te noteren. Het werd voor de nazi’s belangrijker dat de klus werd geklaard.  Na de capitulatie van Nazi-Duitsland werden de daders van de Joodse genocide berecht door een speciale rechtbank, tijdens de processen van Neurenberg. Deze veroordelingen werden voltrokken op dezelfde plaats waar de NSDAP altijd haar partijdagen had gehouden.

Bron 36. In het midden Hermann Goering. Hij was een van de hoogste leden van de nazipartij. Goering zou berecht worden en schuldig worden bevonden aan oorlogsmisdaden. Hij pleegde echter zelfmoord voordat hij kon worden opgehangen.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 5.5 Video: Hoe de Joden uit Nederland verdwenen

In deze opdracht ga je de Jodenvervolging in Nederland onderzoeken. Hoe organiseerden de nazi’s in Nederland de Jodenvervolging? In de onderstaande video ga je aan de hand van vragen antwoord zoeken op deze vraag. De opdracht bestaat uit 9 vragen verdeeld over 3 gedeelten. Beantwoord de vragen tijdens het kijken van de video.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


6. Nazi-Nederland?

Leerdoelen
  • Kent de 3 fasen van de Nederlandse bezetting.
  • Kan uitleggen waarom de nazi’s een distributiesysteem instelden.
  • Kan het verschil uitleggen tussen afwachten, collaboratie en verzet; en beredeneren waarom Nederlanders hiervoor kozen.
  • Kan de gevolgen van de bezetting voor de vrijheid van meningsuiting aan de hand van kranten uitleggen (verdiepingsstof).

Bron 37. Nazi-Duitsland zette een heel propaganda systeem in om de Nederlanders te overtuigen van de nationaalsocialistische ideologie.

Nederland had tijdens de Eerste Wereldoorlog de neutraliteit afgekondigd. Het wilde niet meegetrokken worden in een allesvernietigend conflict. Ook in 1940 had het verwacht neutraal te blijven. Dit liep echter niet volgens plan, want op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen vanuit de lucht en over land Nederland binnen. Het doel van de Duitse Wehrmacht was om snel door te stoten richting België en vervolgens Frankrijk. Toch hield het Nederlandse leger langer stand dan gepland. Als gevolg van deze weerstand besloot de Duitse legerleiding Rotterdam te bombarderen. Terwijl Rotterdam in vlammen stond, dreigden de Duitsers dit ook te doen met andere steden. Op 15 mei werd de Nederlandse overgave getekend. Ondertussen was koningin Wilhelmina per boot naar Engeland vertrokken, een dag later gevolgd door de regering. Zowel de koning als de regering probeerden vanuit Londen samen met de geallieerden Nederland en de rest van Europa te bevrijden.

Nederland kreeg na de capitulatie een Duits bestuur onder leiding van de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart. Naar Duits voorbeeld werd ook in Nederland de democratie afgeschaft; daardoor werd het parlement ontbonden. In het eerste jaar van de oorlog veranderde er weinig voor de meeste Nederlanders. De Duitse bezetter wilde de Nederlanders winnen voor het nationaalsocialisme, aangezien het een broedervolk was. In het begin leek de bezetting mee te vallen. Het leven ging door en de economie bloeide op door orders vanuit Duitsland. Grote hoeveelheden schoenen, laarzen, elektromotoren en gloeilampen werden geëxporteerd naar Nazi-Duitsland.

De economische bloei was van korte duur. Voedsel, kleding en brandstof begonnen steeds schaarser te worden, aangezien dit naar het Duitse leger ging. Om ervoor te zorgen dat het nog beschikbare voedsel eerlijk verdeeld werd onder de bevolking – zodat het voor zowel arm als rijk beschikbaar was – werd een distributiesysteem ingevoerd. Schaarse producten konden alleen nog maar verkregen worden via bonkaarten, die uitgedeeld werden door speciale overheidskantoren. Alleen op vertoon van een identiteitsbewijs kon men aan een bonkaart komen.

De samenwerking tussen de bezetter en de Nederlandse bevolking begon steeds moeizamer te verlopen. Daarom werd de aanpak van de nazi’s harder. In de zomer van 1942 werd de bezetting nog merkbaarder door de Arbeitseinsatz. Nederlandse mannen moesten in Duitse krijgsdienst of werken in Duitse fabrieken. Zij moesten werken in Duitse munitie en wapenfabrieken. Veel van deze mannen besloten onder te duiken. Toch zou de helft nog gevonden worden en naar Duitsland worden gestuurd. Daarnaast werden politieke tegenstanders en mensen die niet meewerkten opgesloten in werkkampen. De bezetter begon in dezelfde periode met het doorvoeren van anti-Joodse maatregelen. Op initiatief van de nazi’s werd de Joodse Raad in het leven geroepen. Dit was een overleg tussen vooraanstaande leden uit de Nederlandse Joodse gemeenschap, die als doel had deze gemeenschap te besturen. In de praktijk moest de raad alle bevelen van de bezetter opvolgen en was dus het gezicht van de anti-Joodse maatregelen en later de deportatie van de Joodse bevolking. Veel van de raadsleden zijn na de oorlog gevraagd naar hun motivatie om samen te werken met de nazi’s. Velen gaven hetzelfde antwoord: ‘om ergere maatregelen te voorkomen en te redden wat er te redden viel’. Ook een andere groep Nederlanders werkte nauw samen met de bezetter: de Nationaalsocialistische Beweging (NSB). Dit samenwerken heet collaboratie.

Door de schaarste begon het verzet in Nederland te groeien. Steeds meer verzetsgroepen organiseerden zich tegen de nazi’s. Deze groepen probeerden de bezetter dwars te zitten door overvallen te plegen, voedselbonnen te kopiëren voor onderduikers en Joden helpen door ze laten onderduiken of Nederland helpen te ontvluchten. De meest georganiseerde hulp begon halverwege 1942 dankzij de oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO).

In september 1944 leek het einde van de oorlog in zicht. Via het geheime radiokanaal Radio Oranje, werden Nederlanders geïnformeerd over de geallieerde successen. De zuidelijke provinciën onder de rivier de Rijn konden bevrijd worden, maar een poging om ook het noorden te bevrijden mislukte. De bevolking uit het noorden van Nederland moest nog een winter leven onder Duitse bezetting doorstaan. In deze strenge winter van 1945 bereikte de schaarste het hoogtepunt. Duitse soldaten roofden de steden leeg. Het gevolg van deze actie was dat de Nederlandse bevolking honger leed. Naar schatting zouden 20.000 Nederlanders sterven door kou en honger. Nederland zou pas op 5 mei 1945 volledig bevrijd zijn.

Bron 38. Een deel van een bonkaart uit 1944. Van een bonkaart moest één gezin twee maanden eten. Veel van deze kaarten zouden vervalst worden. Daarom werd het vervoer van deze kaarten altijd streng bewaakt. Ook op andere manieren bemoeilijkte de nazi's het namaken van deze kaarten, door bijvoorbeeld watermerken toe te voegen of op onverwachte momenten de kaarten uit de roulatie te halen.
Bron 39. In de laatste oorlogjaren groeide het verzet tegen de Duitse bezetter. De hoeveelheid verzetsorganisaties groeiden massaal. Na de oorlog moest het leven weer opgepakt worden. In deze bron deelt de leider van zo'n verzetsorganisatie mede dat de organisatie werd ontbonden.

Bron 40. Tekenaar Leen Jordaan keek in 1945 terug op vijf lange oorlogjaren. Dat deed hij in 150 spotprenten. Hierboven één van deze prenten.

De Nederlandse pers

Nadat de nazi’s de macht grepen in de Nederland, begonnen zij met het censureren van de pers. De Duitse bezetter bepaalde wat gepubliceerd werd in de kranten via de zogenoemde ‘persnoten’. Hierin werd het nieuws van de dag gedicteerd. Kranten mochten niet over Duitse verliezen publiceren of geallieerde overwinningen. Ook de Jodenvervolgingen mochten de ochtend- en avondedities niet halen. Journalisten die zich niet aan deze persnoten hielden werden ontslagen en vervangen door NSB’ers. Op een overtreding stond vaak nog een andere straf: deportatie naar een werkkamp. Enkele kranten weigerden mee te werken aan de Duitse censuur en werden dan ook verboden (Fries Dagblad, Ons Noorden, De Maasbode, De Zeeuw). Andere kranten besloten de controle van de pers te accepteren of zelfs van harte de collaboratie aan te gaan. Een voorbeeld van die laatste categorie is De Standaard. Deze krant was zo pro-Duits en bereid de bezetter te helpen dat de krant na de oorlog nooit meer verschenen. Andere kranten zoals De Telegraaf kregen een verschijningsverbod opgelegd voor een bepaalde periode.

Ook in de pers was er sprake van verzet. Kranten probeerden zoveel mogelijk ‘echt’ nieuws weg te stoppen in hun uitgaves of krantenartikelen zo kunstig te schrijven dat dit echte nieuws alsnog tussen de regels door was te lezen. Dit moest zorgvuldig worden gedaan, zodat de oplettende lezer op de hoogte bleef van al het oorlogsnieuws zonder dat de bezetter dit verzet doorkreeg. Dit lukte het Algemeen Handelsblad, totdat in juli 1941 de hoofdredacteur vervangen werd door een NSB’er. Uit propaganda oogpunten wist de bezetter goed waar hij mee bezig was. Kranten die al jaren bestonden liet hij voortbestaan. Zo bleef het vertrouwen bestaan in de objectiviteit van de krant en zouden de lezers het nieuws voor waarheid aannemen. Doordat de pers na 1941 bijna volledig gecensureerd werd, begonnen verzetsgroepen hun eigen kranten te publiceren. Deze verzetskranten werden verspreid onder de bevolking om hen van het echte nieuws op de hoogte te houden, maar waren zeer intensief en gevaarlijk om te maken. Ook in het bezit zijn van zo’n verzetskrant kon gevaarlijk zijn.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op