De modernisering van Indonesië: de weg naar onafhankelijkheid

Hoofdvragen

Hoe veranderde het Nederlandse kolonialisme door de modern imperialistische visie op Nederlands-Indië?

Op welke manier wist Nederland de kolonie Nederlands-Indië te pacificeren?

Hoe veranderde de Nederlandse exploitatie van Indonesië in de negentiende eeuw?

Hoe veranderde het Nederlandse kolonialisme door de Ethische Politiek?

In hoeverre kan de Ethische Politiek als een succes worden gezien?

Hoe heeft het Indonesische communisme bijgedragen aan het versterken van het Indische nationaal bewustzijn?

Wat waren de gevolgen van de Japanse bezetting voor het Nederlandse kolonialisme en het Indonesische nationaal bewustzijn?

Bron 1. Generaal Van Heutsz wist het sultanaat Atjeh te verslaan en daarmee het noordelijk deel van Sumatra te pacificeren. Nederland werd beroemd door die Atjeh-methode.

Bron 2. Het Koninklijk Nederlands-Indisch leger maakte gebruik van Nederlandse en Indonesische soldaten, om zo de 'beste' contacten te onderhouden met de inheemse bevolking.

1. Het modern imperialisme

Leerdoelen
  • Kan het verschil uitleggen tussen imperialisme en modern imperialisme.
  • Kan uitleggen dat modern imperialisme heeft geleid tot een versnelling van de wereldeconomie.
  • kan uitleggen dat de Nederlandse overheid begon met het annexeren van de nog niet in kaart gebrachte gebieden in de Indische archipel vanuit politiek, economisch en sociaal-cultureel oogpunt.
  • Kan de Nederlandse overzeese expansie plaatsen binnen de grotere Europese strijd om koloniaal bezit.
  • Kan de Europese dominante positie in de wereld verklaren.

Bron 3. Imperialistische verhoudingen 1900. Bron: Historische Bosatlas, deel 1.

Halverwege de negentiende eeuw was het koninkrijk Nederland een imperialistische mogendheid. Het streefde naar uitbreiding van het grondgebied en gebied waar grondstoffen vandaan konden worden gehaald. Dit was vooral zichtbaar in Zuid-Amerika en in het Indische archipel. Toch behoorden alleen op papier alle Indonesische eilanden bij Nederland. Als je een rondvaart had gemaakt in 1860 langs de verschillende eilanden, kwam je in de praktijk bijna geen Nederlanders tegen op eilanden als Sumatra en Borneo. Voormalig gouverneur-generaal Johannes van den Bosch, bedenker van het cultuurstelsel had daarvoor gezorgd. Hij had alleen interesse getoond in de vruchtbare Javaanse gronden, waar cultuurproducten als suiker, tabak en indigo verbouwd konden worden. Als Nederlandse soldaten wel op de overige eilanden te vinden waren, was dat te danken aan koloniale officieren die graag op avontuur wilden. Ook de Nederlandse overheid stuurde weleens aan op expedities als delen van Indonesië in handen dreigden te vallen van buitenlandse mogendheden.

Als andere Europese landen de Nederlandse positie in de archipel bedreigden, werd het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) ingezet. Ook werden zogenaamde ‘tuchtexpedities’ georganiseerd. Met deze expedities werden opstandige Indonesische vorsten op hun plaats gezet als zij zich probeerden te onttrekken aan het Nederlandse gezag.

 

Van papier naar praktijk

Rond 1870 volgde Nederland in de voetsporen van andere grote koloniale mogendheden als Engeland en Frankrijk. Het ging zich steeds meer bemoeien met de kolonie. Gebieden die alleen op papier bij het moederland hoorden, werden nu echt veroverd. Ook nieuwe gebieden die nog nooit onder Nederlands gezag hadden gestaan, werden geannexeerd. Dat wordt ook wel het tijdperk van het modern imperialisme genoemd. Dat tijdperk eindigde met de Eerste Wereldoorlog.

Vooral in Afrika en Azië probeerden de Europeanen de nog blanco gedeeltes op de wereldkaart in te vullen. Zij hielden niet rekening met de al bestaande grenzen van stammen en vorstendommen. Als de plaatselijke vorsten niet meewerkten werden zij afgezet of hun stam werd vernietigd. Voor die expansiedrift zijn enkele politieke, economische en sociaal-culturele oorzaken te noemen, die tevens de kenmerken zijn van het modern imperialisme.

  • Halverwege de negentiende eeuw ontstonden in Europa grote natiestaten. Deze natiestaten waren vaak groot in omvang, met een groot leger. Veel Europese landen probeerden hun positie te verbeteren door grondgebied aan het al bestaande gebied toe te voegen. De uitbreiding van het bestaande koloniaal bezit was een logisch gevolg.
  • Ook economische motieven speelden een rol. Door de toenemende welvaart, nam ook de vraag naar goedkope grondstoffen toe. Die konden gemakkelijk uit de nieuwe koloniën worden gehaald. Daarnaast konden die koloniën als afzetgebied gebruikt worden voor de industriële producten vervaardigd in het moederland. Maar vaak ontbrak het de plaatselijke bevolking aan welvaart. Door te investeren in de plaatselijke economie, hoopten Europeanen dat op lange termijn de Aziatische markt overspoeld konden worden met Europese producten.
  • Daarnaast waren morele motieven van belang. Door het toenemende nationalisme geloofden veel Europeanen dat zij superieur waren vergeleken met gekleurde ‘rassen’. Blanke Europeanen vonden dat ze het recht hadden over de wereld te heersen. Dat recht bracht echter ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Europeanen zagen het als hun plicht om achtergestelde en ‘primitieve volkeren’ te bevrijden van bijgeloof, armoede en wrede gebruiken (bron 7). Het was de taak van ‘de blanke man’ om die primitieve volken te onderwijzen.

Maar waar komt die Europese dominante positie in de wereld vandaan? Historici schrijven het ‘succes’ van de Europese overheersing in Afrika, Zuid-Amerika en Azië toe aan de technologische voorsprong van de Europeanen. Daarnaast maakten de Europese overheersers slim gebruik van de onderlinge concurrentiestrijd tussen de plaatselijke vorsten, door deze heersers tegen elkaar uit te spelen.

Bron 4. Kinderverhaaltjes waarin rassen naar voren kwamen waren gebruikelijk in de 19e en 20e eeuw.
Bron 5. Tijdens het Congres van Berlijn, onder leiding van de Duitse kanselier Otto von Bismarck, werden de laatste nog blanco gedeelten op de kaart van Afrika verdeeld onder de Europese grootmachten. Dit moest voorkomen dat er een grote oorlog zou ontstaan door ruzie over deze gebieden.
Bron 6. Het KNIL bestond uit Nederlanders en Indonesiërs. De officieren waren echter voornamelijk blank.
Bron 7. The White Man's Burden was een gedicht uit 1899 van de Engelse auteur Rudyard Kipling. Hierin beschreef hij dat het de taak was van de westerlingen om de 'achtelijke' volken te onderwijzen.

2. De Atjeh-methode

Leerdoelen
  • Kent de reden achter de Atjeh-oorlog.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid veel aanzien verkreeg door de Atjeh-methode.

Bron 8. Rubber werd in de 19e en 20e eeuw een belangrijke grondstof in de productie van industriële producten.

In 1869 werd in Egypte het Suezkanaal geopend. Hierdoor werd de reis naar Nederlands-Indië met bijna 3 maanden verkort. De Nederlandse schepen zouden langs Sumatra gaan varen. Hierin lag ook een probleem. Het sultanaat Atjeh stond bekend om haar piraterij. De Nederlandse schepen zouden om diezelfde piraterij mogelijk gevaar lopen. Het KNIL zag het als zijn taak om het sultanaat te ‘bevrijden van haar wrede gebruiken’. In 1873 viel het koloniale leger Atjeh binnen. Het sultanaat besloot over te gaan tot een guerrillaoorlog. De Atjeh-oorlog zou vele KNIL-soldaten het leven kosten en 21 jaar voortduren. Tot aan de Indonesische onafhankelijkheid zouden geregeld opstanden uitbreken in Atjeh.

 

Bali: een ‘succesverhaal’?

De koloniale geschiedenis is doorweven met opstanden en onderdrukkingen. In 1894 vroegen de stammen op Lombok om hulp. Zij wilden af van de Balinese overheersers. De gouverneur-generaal besloot soldaten te sturen. De overwinning leek zo goed als zeker, waardoor de Nederlandse troepen zich hadden verspreid. Dat zou hen duur komen te staan. De soldaten werden onverwachts verraden door de Balinezen en overvallen en moesten vluchtten, waardoor 97 soldaten dood achtergelaten werden. In Nederland leidde dat bloedbad tot massale verontwaardiging. Het Nederlandse volk wilde wraak. Uit het hele land kwamen vrijwilligers die zich graag op de Balinezen wilden stortten. Het koloniale leger nam wraak op de Balinezen. Tweeduizend Balinezen werden gedood. Hun dorpen werden in as gelegd. En de buit die in die dorpen winst werd gemaakt, werd triomfantelijk naar Nederland meegevoerd. In Nederland was men euforisch. Nooit meer mocht Nederland zich laten vernederen in Indonesië. In 1903 verklaarde generaal J.B. van Heutsz dat Atjeh en daarmee Indonesië was gepacificeerd. Om de Atjeese vorsten niet weer de kans te bieden om in opstand te komen, besloot Nederland dat het KNIL zich in dit nieuwe gebied moest gaan vestigen. Die methode van onderdrukking werd de Atjeh-methode genoemd. Nederland oogstte veel roem met deze methode in het buitenland. Engeland zou elementen uit de methode in zijn eigen koloniën gaan toepassen.

Nadat Van Heutsz in 1904 was benoemd tot gouverneur-generaal, bracht hij het ene gebied na het andere onder het Nederlandse bestuur. De Indonesische vorsten van die veroverde gebieden moesten openlijk verklaren het Nederlandse gezag te gehoorzamen. Op papier hielden deze vorsten zelfbestuur, in de praktijk bestuurde de Nederlanders alles. Overigens werd niet het gehele Indonesische archipel geannexeerd. Vaak werden economisch minder belangrijke gebieden – zoals gebieden die moeilijk bereikbaar waren door jungle – pas ingelijfd op het moment dat er grondstoffen als aardolie, rubber of zilver werden gevonden.

Bron 9. Door het openen van het Suezkanaal konden vrachtschepen in kortere tijd naar Nederlands-Indië varen. Dit betekende echter dat ze langs Atjeh moesten varen, dat bekend stond om de piraterij.

3. De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel

Leerdoelen
  • Kent de reden achter de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • Kent de economische gevolgen van de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • Kan 3 ontwikkelingen noemen die bij droegen aan de spectaculaire economische groei van Nederlands-Indië.
  • Kan aangeven dat de contacten tussen Indonesiërs en Nederlanders aan het einde van de 19e en begin 20e eeuw waren toegenomen.
  • Kan aangeven dat er ook sprake was van sociale distantie en hier 3 oorzaken voor geven.
  • Kan aangeven dat met het verdwijnen van de agrarisch-feodale samenleving loonarbeid (koelies) werd geïntroduceerd met sociale en politieke problemen tot gevolg.

Vanaf 1848 werd de Nederlandse politiek gedomineerd door de liberalen. Zij vonden dat de Nederlandse overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met de economie. Het cultuurstelsel, het grote economische overheidsstelsel in Nederlands-Indië, was voor die liberalen dan ook rampzalig. Zij vonden dat ondernemers ruim baan moesten krijgen om ondernemingen te starten op de verschillende Indonesische eilanden. Zo konden ook economische kansen gegrepen worden waar de overheid in eerste instantie nog geen winst in had gezien. Met de komst van de Suikerwet en de Agrarische Wet werd in 1870 een einde gemaakt aan het cultuurstelsel. Door deze wetten werd officieel vastgelegd dat de Nederlandse overheid de grond als eigendom zag van de Indonesische bevolking, maar dat westerse ondernemers deze wel langdurig konden huren.

 

Economische verandering en groei

Na 1870 volgde een periode van spectaculaire economische groei. Het vooruitzicht op spectaculaire winsten trok veel Nederlanders naar Nederlands-Indië. Op de gehele archipel schoten thee, koffie, rubber en suikerplantages uit de grond. Door de Mijnwet van 1850 konden ook particulieren, naast de overheid, grondstoffen uit de bodem opgraven. Waar belangrijke grondstoffen als olie, tin, koper en zilver werden gevonden waren Nederlandse ondernemers te vinden om die grondstoffen te exploiteren. Later kwamen daar ook Britse, Australische en Amerikaanse ondernemers bij waardoor de Indonesische economie steeds mondialer werd.

Naast een nieuwe interesse voor datgene wat het Indische archipel te bieden had, zijn er nog enkele andere ontwikkelingen te noemen die bijdroegen aan de spectaculaire economische groei.

  • Allereerst werd de infrastructuur op Java en Sumatra verbeterd. Kilometers aan spoor- en asfaltwegen werden aangelegd. Hierdoor werd het vervoeren van goederen en personen over land een stuk makkelijker.
  • Ten tweede werd ook de scheepvaartverbindingen tussen de eilanden aangepakt. In 1891 had de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij het alleenrecht gekregen van de Nederlandse staat op het vervoer tussen de eilanden. Het bedrijf verving alle zeilschepen door stoomschepen. Met deze aanpassing werd konden producten in grotere hoeveelheden en sneller worden vervoerd. Daarnaast werden moderne havens aangelegd die de groeiende hoeveelheid aan producten en mensen efficiënt konden verwerken. Verder legde de maatschappij havens aan op de plekken die voorheen moeilijk bereikbaar waren. Met dit nieuwe vervoersnetwerk over het water werd heel Indonesië verbonden.
  • Ten slotte werden ook de verbindingen met de rest van de wereld verbeterd. Naast de aanleg van het Suezkanaal – waarover je in paragraaf 2 hebt kunnen lezen – zorgden elektriciteit en vliegtuig voor de laatste versnelling in de groeiende economie van Nederlands-Indië. Dankzij elektriciteit werd vanaf 1929 telefoonverkeer tussen Nederland en Indonesië mogelijk. Hierdoor werd verhandelen van producten en diensten vergemakkelijkt. Eenzelfde effect had het vliegtuig. Vanaf 1930 verzorgde de KLM lijndiensten tussen Schiphol en Batavia. Ook werd dit nieuwe vlieginstrument gebruikt voor binnenlandse vluchten. Op Java en Sumatra werden dan ook vele vliegvelden gebouwd.

Met deze ontwikkelingen werd de Nederlandse kolonie opgenomen in de wereldeconomie. Een groot deel van de Indonesische productie was niet langer bestemd alleen voor Nederland. De in Indonesië geproduceerde goederen en gewonnen grondstoffen werden naar Oost-Azië, Australië en de Verenigde Staten geëxporteerd. Bovendien waren niet langer uitsluitend Nederlandse ondernemers verantwoordelijk voor deze productie. Naast andere Europese en Amerikaanse ondernemers, maakten ook Indonesische boeren en handelaren gebruik van de snelgroeiende Indonesische economie. Aan het eind van de jaren twintig was zelfs het merendeel van de gehele koffieproductie en handel in handen van deze Indonesische ondernemers.

Bron 10. Johan Rudolf Thorbecke (1796-1872) schreef in 1848 een nieuwe grondwet voor Nederland. Hierin werden de ideeën van de liberalen vastgelegd. De Nederlandse overheid moest zich minder met de economie gaan bemoeien.
Bron 11. Javanen kregen door de uitbreiding van het ambtenaren apparaat steeds vaker baantjes in het koloniaal bestuur. Bron: collectie Tropenmuseum.
Bron 12. Door de afschaffing van het cultuurstelsel konden boeren zich weer richten op de productie van rijst. Dit was nodig om de groeiende populatie te kunnen onderhouden.
Toenemende contacten en distantie

Met de afschaffing van het cultuurstelsel en de komst van Nederlandse, Britse, Franse en Amerikaanse ondernemers in Nederlands-Indië groeide het aantal Europeanen van veertigduizend naar honderdduizend. Het overgrote deel daarvan woonde op Java. Maar ook andere eilanden zouden door ondernemingen in cultuur worden gebracht. Het Nederlandse koloniale bezit werd hierdoor steeds groter. Om die uitbreiding in goede banen te kunnen leiden werd het ambtenarenapparaat uitgebreid. Daardoor kwamen steeds meer Javanen, ook als lagere ambtenaren in het koloniale bestuur, in aanraking met Nederlanders. Doordat Nederlanders en Javanen steeds vaker naast elkaar leefden, werden beide culturen uitgewisseld. Indonesiërs namen Nederlandse gebruiken over, Nederlanders namen Indonesische gebruiken over. Naast groeiende vermenging vond ook het tegenovergestelde plaats. Steeds vaker was er sprake van sociale distantie. De toenemende stroom nieuwkomers pasten zich nauwelijks aan. Daar zijn enkele oorzaken voor te geven.

  • Allereerst bleven Engelsen, Fransen, Amerikanen maar ook Nederlanders langer op het moederland en de eigen bevolking gericht. Dat kwam deels doordat de noodzaak tot integratie er niet meer was, doordat het aantal blanken toenam was het mogelijk alleen contacten binnen deze groep te onderhouden.
  • Ten tweede werd het door de betere scheepvaartverbindingen – later ook vliegverbindingen – mogelijk af en toe op verlof te gaan naar het moederland.
  • Ten derde nam ook de noodzaak tot trouwen of andere relaties tussen blanke mannen en Indonesische vrouwen af. Steeds vaker kwamen Nederlandse, Franse, Britse en Amerikaanse vrouwen mee met hun man. Zij pasten zich moeilijker aan de inheemse cultuur aan. Waar Indonesische vrouwen vonden dat met ontbloot bovenlijf rondliepen de normaalste zaak van de wereld was, daar werd er door Europese en Amerikaanse vrouwen op dit gebruik neergekeken. Zij vonden dit soort gebruiken – en andere inheemse uitingen van cultuur – vaak onchristelijk of barbaars.

Deze sociale afstand was merkbaar in de omgang tussen de blanken en Indonesiërs. De Nederlandse ondernemers gedroegen zich als kleine vorsten, omdat zij zich superieur voelden.

Door het opkomende Nederlandse nationalisme gingen de Nederlanders meer aandacht besteden aan rassenscheiding. Vanuit de Nederlandse superioriteitsgevoelens werd het ondenkbaar om een kind te verwekken bij een ‘inheemse’. Mensen van gemengd Nederlands-Indische afkomst werden vaak het slachtoffer van discriminatie en racisme. In de ogen van de Nederlanders waren mensen met een gemengde afkomst het product van ‘rassenbederf’.

 

Uitbuiting

Op het Javaanse platteland verdween de agrarisch-feodale samenleving met haar herendiensten door de komst van het nieuwe economische systeem. In plaats daarvan werd de economie gebaseerd op loonarbeid. Die loonarbeiders of ‘koelies’ hadden maar weinig aanzien. Hierdoor werden zij vaak uitgebuit, zowel door Nederlandse plantage-eigenaren als door de Indonesische vorsten. De uitbuiting begon al tijdens heet wervingsproces van deze arbeiders. Javanen moesten onder dwang hun 3-jarige contract tekenen. Zij kregen vervolgens een voorschot op hun loon, in de vorm van een lening. Vervolgens werd een enorme rente gerekend over het voorschot. In sommige gevallen was deze rente zo hoog, dat men niet eens genoeg verdiende om de rente te betalen. Vervolgens moesten zij onder zulke slechte omstandigheden wonen en werken dat ze aan het eind van de contractperiode op sterven na dood waren.

Vele koelies probeerden de plantages te ontvluchten. Maar de ondernemers verplichtten de koelies op de plantage te blijven. Dit werd door het gouvernement goedgekeurd in de koelie-ordonnantie van 1880. Wanneer de koelies de plantage zouden ontvluchtten, konden zij zwaar gestraft worden. Op veel van de plantages waren lijfstraffen de normaalste zaak van de wereld. Vooral de opzichters op deze plantages vond dat de ‘domme en onwillige’ koelies niet in beweging waren te krijgen zonder klappen. Ook was er sprake van seksueel geweld. Van de vrouwelijke koelies werd verwacht dat zij hun opzichter of de plantage-eigenaren bevredigden. Als deze vrouwen dat niet deden, dan moesten zij een vernedering ondergaan of werden zij zelf verminkt. De gewelddadige omgang van de Nederlanders met de Indonesiërs kwam doordat de opzichters bijna allemaal ongehuwde jongemannen waren. Zij waren naar Indonesië gekomen of gelokt met als vooruitzicht snel rijk te worden en avonturen te beleven. Maar het tegendeel bleek waar. De lonen waren niet hoog en op de plantages was nauwelijks vertier. Daardoor vervielen velen in een patroon van hard werken, te veel drinken en frustraties afreageren op de rechteloze koelies.

Door de slechte omstandigheden waarin de inheemse contractarbeiders moesten leven en werken, kwamen de koelies regelmatig in opstand. Zij trokken dan moordend, plunderend en brandstichtend over het platteland. Het KNIL moest die opstanden dan neerslaan met – vanuit Nederlands oogpunt – gepast geweld.

Bron 12. Koelies op Boeton demonstreren een pneumatische boor. Ondanks dat koelies loonarbeiders waren, mochten zij niet vrijwillig ontslag nemen. Zij werden door hun contract gebonden aan hun werkgever. Weglopen betekende een zware straf. Bron: collectie Tropenmuseum.
  • Toename bevolking in percentages

Bron 13. Grafiek die de ontwikkeling van de bevolking in Nederland in de twintigste eeuw weergeeft. Inwoners van Indonesië niet meegerekend. Bron: CBS.

  • Populatie

Bron 14. Grafiek die de ontwikkeling van de bevolking in Nederland in de twintigste eeuw weergeeft. Inwoners van Indonesië niet meegerekend. Bron: CBS.

4. De Ethische Politiek

Leerdoelen
  • Kan aangeven dat machtsmisbruik en het ontstaan van een ontwikkelingsideaal hebben geleid tot de invoering van de Ethische Politiek in Nederlands-Indië.
  • Kan de 3 kernpunten van de Ethische Politiek benoemen en beredeneren hoe deze bijdroeg aan het welvaartsbeleid van Nederlands-Indië.
  • Kan uitleggen dat de Ethische Politiek bijdroeg aan de politieke participatie van de Indonesiër.

De meeste Nederlandse ambtenaren gedroegen zich net zoals de ondernemers als vorsten. Als deze ambtenaren afreisden naar een dorp, moesten zij met gebogen hoofd begroet worden door de plaatselijke bevolking. Ook verwachtten ze dat de bevolking op de weg voor hen stilhield en hurkte. Tijdens vergaderingen lieten Nederlandse lagere ambtenaren hun inheemse collega’s op de grond plaatsnemen, terwijl zij zelf plaatsnamen op een stoel. Ter begroeting wilden de Nederlandse ambtenaren op de voet gekust worden. Ondanks die hooghartige houding, wilden velen het beste voor de Indonesische bevolking. Zij zagen zichzelf als een vader die een naïef kind moest begeleiden. Vanuit die gedachte werd het ontwikkelingsideaal geboren: de Indonesische bevolking naar een westers niveau van welvaart brengen en beschaving bijbrengen. Maar in eerste instantie wilde de overheid geen geld uitgeven om dit ideaal te behalen.

De Nederlandse regering – nog steeds voor het grootste gedeelte liberaal – wilde zich zo min mogelijk bemoeien met de economische, politieke en sociale positie van de Indonesiër. Daarentegen vonden de oppositiepartijen het schandalig dat hun land niets terugdeed voor de kolonie waaraan het zoveel had verdiend. Vooral de religieuze politici in de oppositie vonden dat Nederland ‘tijdelijk de macht had over Indonesië’, het had de voogdij over een bevolking die moest worden opgevoed om uiteindelijk zelfstandig te worden.

In 1899 werd door de liberaal Van Deventer – die advocaat was geweest op Java – een fel pleidooi voor de Tweede Kamer gehouden, waarin hij beargumenteerde dat Nederland verantwoordelijk was voor de ontstane hongersnoden op Java. Ook beschuldigde hij de overheid van een nalatige houding. Het had niet geholpen bij de opvang van zieke vrouwen en kinderen die op deze hongersnoden hadden gevolgd. De Nederlandse overheid had daarom een ‘ereschuld’ in te lossen. Het pleidooi maakte diepe indruk, want het was tenslotte ‘één van hen’, een liberaal, die afstapte van de gebruikelijke liberale houding. De reactie hierop was dat in de volgende jaren een nieuw koloniaal beleid werd opgezet onder de leus ‘irrigatie, emigratie, educatie’. Het had als doel de algehele welvaart van de Indonesiërs te vergroten. Dit welvaartsbeleid zou bekend gaan staan als de Ethische Politiek. De volgende maatregelen werden door de overheid genomen.

  • Aan het begin van de twintigste eeuw werd een departement van Landbouw aan het koloniaal-bestuur toegevoegd. De Nederlandse overheid wilde voorkomen dat er ooit nog hongersnoden zouden uitbreken. Zij ging dan ook inzetten op de ontwikkeling van nieuwe landbouwtechnieken en kunstmatige bevloeiing van akkers, om zo de rijstproductie te vergroten. Om overbevolking in sommige gebieden tegen te gaan en arbeiders te leveren aan gebieden waar arbeiders schaars waren, ging de regering de Javaanse bevolking helpen met emigreren.
  • Daarnaast zou educatie een grote rol spelen. Volgens de koloniale-overheid zou de armoede alleen overwonnen kunnen worden als de bevolking geschoold werd. Het onderwijs moest de Indonesiërs ook zelfstandiger maken. De Indonesische elite werd voornamelijk geschoold in politiek bestuur. Zij zouden uiteindelijk verantwoordelijk moeten zijn voor een zelfstandig Indonesië. De elite zou Nederlands onderwijs krijgen om zo een meer prominentere rol te spelen in de Nederlands-Indische samenleving. Ook werden Nederlandse ambtenaren werden opgedragen hun inheemse collega’s minder hooghartig te behandelen.
  • Tenslotte werden de eerste stappen gezet naar een grotere politieke zelfstandigheid door Indonesiërs te betrekken bij het binnenlandse bestuur van de kolonie. Om Indonesische bestuurders meer inspraak te geven werd in 1918 de Volksraad opgericht. In dit deels verkozen bestuurlijk orgaan, zouden alle bevolkingsgroepen van Indonesië vertegenwoordigd gaan worden. De raad moest gaan discussiëren over de toekomst van Indonesië. Het mocht de overheid echter alleen van adviezen voorzien. Daardoor had het geen echte politieke of bestuurlijke macht.

‘Als Christelijke mogendheid is Nederland verplicht, in de Indische Archipel de rechtspositie der inlandse Christenen beter te regelen, aan de Christelijke zending op vaster voet steun te verlenen en geheel het regeringsbeleid te doordringen van het besef dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen. In verband hiermee trekt de mindere welvaart der inlandse bevolking op Java mijn bijzondere aandacht. Ik wens naar de bijzondere oorzaken hiervan een onderzoek in te stellen. Aan bepalingen ter bescherming van de onder contract werkende koelies zal gestrengelijk de hand worden gehouden. Naar decentralisatie van het bestuur zal gestreefd worden. De toestand op het noordelijk gedeelte van Sumatra zal, naar ik vertrouw, bij handhaving van het thans gevolgde stelsel tot algehele pacificatie leiden’.

Bron 16. Troonrede van koningin Wilhelmina waarin zij pleit voor de Ethische Politiek, 1901.

Bron 17. Op Desascholen (plattelandsschool) kregen Indonesische jongens en meisjes onderwijs. Vaak werd er Nederlands en Indonesisch gesproken.

5. Ethische Politiek: een succes?

Leerdoelen
  • Kan 4 gevolgen geven van Ethische Politiek.
  • Kan aangeven dat het ontstaan van een Indonesisch nationaal bewustzijn een onbedoeld gevolg was van de Ethische Politiek.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid eerst positief en later negatief reageerde op het ontstaan van nationalistische Indonesische partijen.
  • Kan aangeven dat educatie heeft bijgedragen aan het ontstaan van een Indonesisch nationaal bewustzijn.
  • Kan aangeven dat de Russisch-Japanse Oorlog heeft bijgedragen aan het ontstaan van een Indonesisch nationaal bewustzijn.

Vanuit de ontwikkelingsgedachte werden met de Ethische Politiek successen geboekt volgens de Nederlandse overheid. Maar wat zag de Indonesiër in de praktijk terug?

  • Vooral op Java werd de infrastructuur verbeterd door asfalt- en spoorwegen te bouwen.
  • De landbouw werd gereguleerd door de sawa’s van irrigatie te voorzien en dijken te bouwen zodat grote overstromingen bijna niet meer voor kwamen.
  • Ook werd het onderwijs in de kolonie ontwikkel naar Nederland voorbeeld, maar met een grote aanpassing. Het werd ontwikkeld in het Nederlands en in de inheemse talen. De grootste successen werden dan ook behaald door het terugdringen van het analfabetisme. Door de oprichting van lokale scholen, vaak met maar één onderwijzer, werd het analfabetisme teruggedrongen tot 70 %.
  • Dankzij deze scholing zouden ook Indonesiërs in Nederland gaan studeren, om later terug te keren naar Indonesië. Daardoor verbeterde ook de gezondheidszorg. Indonesische studenten uit Nederland namen kennis van de westerse geneeskunde mee terug naar de kolonie.

Veel Nederlandse ondernemers gingen gebruik maken van deze geletterdheid. Zij namen Indonesiërs in dienst die konden lezen en schrijven, om zo beter handel te kunnen drijven met grote importlanden. Door die ontwikkeling van geletterdheid kreeg niet alleen de Indonesische elite of adel inspraak op het bestuur, maar nu ook de ‘gewone’ Indonesiër. Geletterden zouden provinciale en gemeenteraden vormen, die geleidelijk steeds meer invloed kregen op het landelijk bestuur.

 

Indonesisch nationalisme

Dankzij het onderwijs en de toenemende politieke zelfstandigheid van de Indonesische bevolking, ontstond een nationaal bewustzijn. In 1908 en 1911 ontstonden twee nationalistische bewegingen. Beide bewegingen wilden door gebruik te maken van westerse kennis Indonesië ontwikkelen en daarom in eerste instantie samenwerken met de Nederlandse overheid. Het gouvernement was dan ook redelijk positief over deze eerste nationalistische organisaties. Het zag hun ontstaan als een succes voor de Ethische Politiek, want ‘het kind had zijn ouder blijkbaar nodig’. Voor het ontstaan van het Indonesisch nationalisme en de bovenstaande bewegingen zijn twee verklaringen te geven.

  • Nederlanders hadden vanuit een superioriteitsgedachte de Indonesische bevolking onderdrukt. Deze onderdrukking hadden de Nederlanders eeuwen vol kunnen houden door hun intellectuele en technologische voorsprong op de inheemse bevolking van Nederlands-Indië. Maar door de scholing en de welvaartspolitiek werden die achterstanden steeds kleiner. Een onbedoeld gevolg was dan ook dat geschoolde Indonesiërs begonnen te twijfelen aan de bestaande verhoudingen tussen Nederlanders en Indonesiërs. ‘Waar waren deze op gebaseerd? Was de ongelijkheid terecht’? Zij trokken de conclusie dat Indonesiërs op gelijke voet moesten staan met de Nederlanders. Sommigen vonden zelfs dat de Indonesische bevolking superieur was ten opzichte van de blanken.
  • Daarnaast kan het Indonesisch nationalisme niet los gezien worden van de grotere Aziatische context. Japan had zich van een feodale samenleving rap ontwikkeld in een industrienatie en was daarnaast steeds nationalistischer en imperialistischer geworden. Ook in andere Aziatische landen begon het nationalisme te ontwaken. Het werd vooral door de Russisch-Japanse Oorlog (1904-1905) verder aangewakkerd. Deze oorlog was de eerste grote strijd van de twintigste eeuw. In het conflict stond een westers keizerrijk tegenover een Aziatisch keizerrijk. Beide keizerrijken wilden hun gebied uitbreiden in Oost-Azië. Rusland verloor echter de oorlog. De Russische nederlaag betekende een grandioze overwinning voor Japan. Voor het eerst had een Aziatisch land een westerse mogendheid verslagen! Dit nieuws verspreidde zich snel. Voor veel onderdrukte volken was het een duidelijk signaal: ‘de onoverwinnelijke blanken, waren toch te verslaan’! Daardoor groeide het verzet tegen het West-Europese imperialisme.
Bron 18. Opening van de Volksraad op Java. Voor veel nationaal bewuste Indonesiërs was besturen via de Volksraad niet meer voldoende.
Bron 19. Groepsportret tijdens een ledenvergadering van de Sarekat Islam. Door het Nederlandse onderwijs was het Indonesische nationalisme aangewakkerd. Religie werd voor veel Indonesiërs een manier om zich af te zetten tegen de christelijke blanke Nederlanders.

Waar het gouvernement in 1908 nog enthousiast had gereageerd op het onstaan van nationalistische partijen in de kolonie, daar reageerde het heel anders op de in 1912 opgerichte Indische Partij. Deze partij eiste de onafhankelijkheid van Indonesië. Deze partij wilde onafhankelijk van de Nederlanders besturen. Ze wilde dat elke Indonesiër vrij was van de ‘Nederlandse onderdrukking’ ongeacht of hij Balinees, Javaan of Sumatraan was. Dat ging de Nederlandse overheid te ver. Zij droeg het Nederlands-Indisch gouvernement op de partij direct te verbieden. Maar de geest van het radicalisme en het nationalisme was uit de fles.

Door honger en armoede liepen de spanningen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog op. De Sarekat Islam, één van de Indonesische nationalistische bewegingen die inmiddels 700.000 leden had, begon het gouvernement onder druk te zetten. De gouverneur-generaal reageerde met beloften over Indonesisch zelfbestuur. De Volksraad zou een volwaardig parlement worden. Toen bleek dat van die beloften niets terecht kwam, sloeg de Sarekat Islam een radicale koers in. Het deed mee aan gewelddadige opstanden tegen het Nederlandse gezag. De Nederlandse overheid verloor hierdoor het vertrouwen in een prettige samenwerking met de Indonesische nationalisten. Begrip en welwillendheid maakten aan beide zijden plaats voor wantrouwen en vijandigheid.

6. Communisme

Leerdoelen
  • Kan het ontstaan van het Indonesische communisme en het vrijheidsstreven plaatsen binnen de wereldgeschiedenis.
  • Kan de verschillende Indonesische partijen (PKI en PNI) en hun visie op en route naar een onafhankelijk Indonesië benoemen.
  • Kan aangeven dat de Nederlandse regering zowel de PKI als de PNI verbood.

Bron 20. Soekarno speelde een grote rol bij het onafhankelijk worden van Indonesië. Hij gaf uiting aan het Indonesische nationaal bewustzijn en zou later de eerste president worden van de Republiek Indonesië.

In 1917 hadden revolutionairen in Rusland een staatsgreep gepleegd. Zij hadden de regering van tsaar Nicolaas II afgezet en vervangen door een communistische. Het communistisch gedachtegoed verspreidde zich langzaam over de wereld. In Nederland vreesde men dit communisme. Deze politieke ideologie zou een einde maken aan de ‘Nederlandse manier van leven’ en economische vrijheid waar de Nederlandse overheid en ondernemers zo aan gehecht waren. De opkomst van een Indonesische communistische partij, de Party Kommunis Indonesia (PKI), was voor de overheid dan ook een nachtmerrie. De PKI organiseerde stakingen en riep de bevolking voortdurend op om in opstand te komen tegen het Nederlandse gezag. Ook veel islamitische leiders lieten zich hierin meeslepen. Ze vereerden bijvoorbeeld de Javaanse prins Diponegoro, die in 1825 tegen de Nederlanders in opstand was gekomen.

 

Een communistische revolutie?

Met Diponegoro als inspiratie bron en een geslaagde Russische Revolutie als voorbeeld, besloot de PKI een grote communistische opstand te organiseren in 1926. Het doel was een onafhankelijk communistisch Indonesië. De opstand moest beginnen op Sumatra. Zo werd het Nederlandse gouvernement gedwongen het koloniaal leger naar Sumatra te sturen. Als het KNIL van Java weggelokt kon worden, konden de communisten op Java de macht grijpen. Op verscheidene plaatsen op Java en Sumatra namen revolutionairen de wapens op en pleegden sabotageacties. Het KNIL kon de opstand echter snel neerslaan. Maar Nederlandse overheid was wel geschrokken. Het had niet verwacht dat de opstandige houding zo wijdverspreid was. De reactie van de overheid was dan ook fel. Een periode van keiharde onderdrukking volgde: dertienduizend personen werden gearresteerd en in werkkampen gestopt. Daarnaast werd een speciale inlichtingendienst opgericht, die infiltreerde bij de Indonesische nationalisten en communisten. Eind 1927 had het Nederlandse optreden een einde gemaakt aan de kopstukken van de PKI en de Sarekat Islam. Maar andere oppositieleiders stonden al klaar.

 

Een kritische houding

Doordat Indonesische jongeren kregen steeds vaker de kans om in Nederland te studeren, groeide het Indonesische nationaal bewustzijn en de anti-imperialtische houding. In 1922 hadden Indonesische studenten in Nederland tijdens hun studieperiode hun studentenvereniging de naam Perhimpoenan Indonesia (PI). Volgens voorzitter Mohammed Hatta vormden alle inheemse inwoners van Nederlands-Indië samen één volk: het Indonesische volk en zij woonden in Indonesië. Dat was de eerste keer dat naar het land gerefereerd werd als Indonesië. De vereniging ging zich inzetten voor Indonesia Merdeka, een vrij en onafhankelijk Indonesië. Dezelfde ideeën waaiden vanuit Nederland naar Nederlands-Indië. In 1927 richtte de jonge ingenieur Soekarno de Partai Nasional Indonesia (PNI) op. Deze partij nam de ideeën van Hatta over. Via non-coöperatie en massa-actie moest een vrij land ontstaan waar plek was voor alle Indonesiërs. Maar in deze nieuwe vrije staat was er voor Nederlanders geen plaats.

Deze non-coöperatieve houding paste niet in het Nederlandse beeld van de ‘witte man die een zorgzame vader was voor het weerloze Indonesische kind’. De Nederlandse overheid zou ook nu weer snel overgaan tot de onderdrukking van de nationalistische ideeën van Soekarno en Hatta. Soekarno werd in 1929 met enkele honderden medestanders opgepakt. Als teken van goede wil liet de gouverneur-generaal Soekarno na een jaar weer vrij. Hij hoopte dat met Soekarno’s vrijlating de gemoederen in de kolonie zouden bekoelen. Maar het mocht niet baten. Strenge onderdrukking zou nodig blijven tot aan 1942. De relatie tussen de Indonesische bevolking en de Nederlanders verslechterde hierdoor aanzienlijk. Het gevolg zou zijn dat Nederlanders en Indonesiërs steeds vaker gesegregeerd van elkaar leefden.

Bron 21. Mohammed Hatta, leider van de Indonesische nationalisten en communisten, zou na de Indonesische onafhankelijkheid de eerste vice-president van de Republiek Indonesië worden.
Bron 22. Lenin, Trotski en Stalin wisten in 1917 een communistische revolutie te beginnen in Rusland. De Russische tsaar zou afgezet worden en alle bedrijven zouden door de staat genationaliseerd worden.
Bron 23. Indonesië Merdeka (Vrijheid voor Indonesië) zou een bekende leus worden tijdens de 20e eeuw voor de Indonesiërs die streden voor onafhankelijkheid. Bron: collectie Tropenmuseum.

‘Dat Indonesië van Holland los zal komen, staat voor ons vast! Voor wie eerlijk is, is dit geen vraag. Of hij nou Indonesiër of Nederlander is. In de hele wereldgeschiedenis is geen enkel volk eeuwig overheerst door een ander volk. Altijd wisten overheerste volken zich te bevrijden van de ketenen die hen gevangen hielden. Als het Indonesische volk streeft naar het einde van de Nederlandse overheersing, doet ze dus het goede. Maar de manier waarop wij vrij zullen worden, ligt in de handen van de imperialisten. Niet aan ons, niet aan het Indonesische volk is het laatste woord. Het laatste woord is aan de imperialisten’.

Bron 24. Toespraak van de nationalistische leider Soekarno in 1929. Bron: P. A. M. Geurts, bronnenboek: de laatste vijftig jaar in teksten en documenten (1971).

7. ‘Indonesia Merdeka’

Leerdoelen
  • Kan aangeven dat de nederlaag van het Nederlandse gouvernement tegen Japan het Indonesische nationalisme verder aanwakkerde.
  • Kan aangeven dat het KNIL niet opgewassen was tegen de Japanse invasietroepen vanuit een militair en sociaal-mentaal perspectief.
  • Kent het verloop van de Japanse bezetting van Indonesië.
  • kan beredeneren dat Nederland na de Japanse capitulatie Nederlands-Indië terug wilde en waarom de Indonesiërs dit niet wilden.

Ondanks dat de Nederlanders het communisme en opkomend Indonesisch nationalisme onderdrukten, was de politieke bewustwording van de Indonesiërs niet meer terug te draaien. Na 1900 begon Azië te ‘ontwaken’. De Russisch-Japanse Oorlog had laten zien dat Europeanen niet onoverwinnelijk waren. Daardoor werd ook in andere koloniën werd de roep om onafhankelijk steeds luider.

De Tweede Wereldoorlog zou het beeld van de onoverwinnelijke Europeaan verder afbreken. Drie maanden nadat Japan, de bondgenoot van Nazi-Duitsland, zich in de strijd had geworpen; werd het KNIL verslagen door Japanse invasietroepen. Het KNIL dacht voorbereid te zijn op een oorlog, maar was zwaar onder bewapend en kreeg geen steun van de Indonesische bevolking. Voor het KNIL was het gebrek aan steun een schok. Het had verwacht dat de plaatselijke bevolking hen wel zou helpen bij een invasie. Maar veel Indonesiërs waren zelfs blij met de nederlaag van het Nederlandse leger tegen de Japanse strijdmacht. Een Nederlandse nederlaag kon immers de Indonesische vrijheid betekenen.

De Japanners begonnen al snel met het uitwissen van alle Nederlandse sporen in Indonesië. De Japanse bezetter nam de volgende maatregelen:

  • Voor de blanke Nederlanders was geen plaats meer. Zij werden verwijderd en opgesloten in afgeschermde kampen.
  • Alles wat deed denken aan de Nederlandse koloniale overheersing werd uit het straatbeeld verwijderd. Nederlandse straten werden hernoemd, reclame werd verwijderd en de Japanners verboden zelfs de Nederlandse taal.
  • De Indonesische bevolking werd met anti-Nederlandse propaganda bestookt.
Bron 25. Blanke Europeanen werden in speciale kampen ondergebracht tijdens de bezetting van 1942-1945. In deze kampen moesten zij dwangarbeid verrichten en werden de Nederlanders vernederd en behandeld als vee.

Bron 26. De Japanners begonnen alle Nederlandse elementen uit de samenleving te wissen, ook het geld waarmee betaald werd. Indonesiërs konden hun Nederlandse guldens inwisselen voor speciaal geld dat was gedrukt door de Japanse bezetter. Kan jij bedenken waarom de afgedrukte tekst op het biljet nog steeds in het Nederlands werd weergegeven?

De Japanse bezetters zagen de Indonesische nationalisten als vertegenwoordigers van het Indonesische volk. De nationalist Soekarno wilde wel met ze samenwerken. Hij hoopte dat Japan na de oorlog Indonesië de onafhankelijkheid zou schenken, aangezien de Japanners al begonnen waren met Indonesiërs op te nemen in het bestuur. Zelf namen de Japanners alleen de hoogste bestuursposten in. In ruil voor vage beloften over onafhankelijkheid hielp Soekarno bij het werven van dwangarbeiders en het verspreiden van antiwesterse propaganda. Deze propaganda zweepten jonge Indonesische nationalisten (Pemuda’s) op om te vechten tegen westerlingen.

De Japanners wisten de Indonesiërs niet voor zich te winnen. Dit kwam door het wrede Japanse bewind dat 2,5 miljoen Indonesiërs het leven kostte. Japan was aanvankelijk niet van plan geweest Indonesië werkelijk de onafhankelijkheid te geven.  Door de grote hoeveelheden rubber en aardolie was het daar te belangrijk voor. Hierdoor groeide de haat tegen de Japanners. Maar terugverlangen naar de Nederlandse overheersing deden de Indonesiërs niet.  Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Twee dagen nadat Japan capituleerde. Was Indonesië nu echt onafhankelijk? Op papier wel, maar in de praktijk wilde Nederland zijn kolonie terug.

‘Kami bangsa Indonesia dengan ini. Menjatakan Kemerdekaan Indonesia. Hal hal mengenai pemindahan kekoeasaan d.l.l., diselenggarakan dengan tjara saksama dan dalam tempo jeng sesingkat-singkatnja’.

 

‘Wij Indonesiërs proclameren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Zaken die betrekking hebben op de overgang van het gezag e.d., zullen stipt en in de kortst mogelijke tijd worden geregeld’.

Bron 27. De Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 17 augustus 1945. In eerste instantie wilde Soekarno wachten met het verklaren van de onafhankelijkheid. Jonge extreme nationalisten, genaamd Pemuda's, ontvoerden hem en dwongen Soekarno de onafhankelijkheid uit te roepen.

Bron 28. Jonge Indonesische nationalisten werden getraind door het Japanse leger om te kunnen vechten tegen westerlingen mochten zij een poging doen Indonesië te bevrijden.
Bron 27. Veel KNIL-soldaten en andere blanke soldaten zouden door de Japanse bezetter onthoofd worden.
Print de bovenstaande afbeelding uit op A3 formaat. Je hebt dan genoeg ruimte om je bronnen op te kunnen plakken.
Opdracht 7.4 Ordenen: historische ganzenbord, bronnen en gebeurtenissen uit de Indonesische geschiedenis

Het verleden is vaak een bron van inspiratie voor makers van spellen, schilderijen, games, films en boeken. De serie Game of Thrones haalt inspiratie uit de Engelse Rozenoorlogen. De schrijver van Lord of the Rings gebruikte veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog om zijn boek van inspiratie te voorzien. Maar ook het bordspel monopolie heeft een historische achtergrond doordat het economische, geografische en historische elementen combineert in het spel. Jullie gaan als groep een eigen historische variant maken van Indonesisch ganzenbord. Ganzenbord bestaat uit 64 vakjes. Een start vakje, 62 spelvakjes en een finish oftewel het 63e vakje. Onderdeel van die 62 spelvakjes zijn 7 bijzondere vakjes. Als jouw pion op dit vakje beland, dan gebeurt datgene wat in de onderstaande tabel wordt beschreven:

 

6 Brug Ga verder naar 12
19 Herberg Een beurt overslaan
31 Put Wie hier komt moet er blijven tot een andere speler er komt. Degene die er het eerst was speelt dan verder.
42 Doolhof of doornstruik Terug naar 39
52 Gevangenis Drie beurten overslaan
58 Dood Terug naar begin, opnieuw beginnen
63 Einde Wie hier als eerste komt heeft gewonnen

 

Jullie gaan als groepje elk vakje vullen met een historische bron. Deze bron moet een belangrijke gebeurtenis voorstellen uit de Indonesische geschiedenis. De vakjes zijn oplopend, jouw gebeurtenissen/bronnen moet je ook chronologisch selecteren.

Let op!: Dit betekend dat een bron die over 1801 gaat pas na een bron kan komen uit 1751.

Op de 7 speciale vakjes moeten ook 7 speciale gebeurtenissen komen. Dit moeten gebeurtenissen zijn die van grote invloed zijn geweest op de Indonesische geschiedenis. Jij moet uitleggen achterop je ganzenbord waarom je nou specifiek voor die gebeurtenis hebt gekozen bij dit vakje aan de hand van de bron. Doe dat als volgt:

Op vakje 7 staat een Javaan afgebeeld die koffie aan het plukken is. Vakje zeven symboliseert het cultuurstelsel. Koffie werd alleen verbouwd op java, als exportproduct van het cultuurstelsel. Het cultuurstelsel was heel belangrijk voor het verdere verloop van de geschiedenis, want…

Geef eenzelfde uitleg bij 5 andere vakjes. Samengevat:

  • 64 gebeurtenissen met bijbehorend bron. Deze bronnen print je uit en knip en plak je op het ganzenbord.
  • 7 vakjes zijn speciaal. Kies voor momenten uit de Indonesische geschiedenis die van grote invloed zijn geweest op de Indonesische geschiedenis.
  • Leg uit waarom je gekozen hebt voor juist die bronnen. Doe dit ook voor 5 andere bronnen. Structureer je antwoord op dezelfde manier als in het voorbeeld.
  • Je ganzenbord moet chronologisch zijn.

Je wordt beoordeeld op de bronnen die je gekozen hebt, de 7 bijzondere gebeurtenissen, de argumentatie bij die 7 gebeurtenissen en de 5 ‘normale’ gebeurtenissen.

Literatuur

Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Dalhuisen, Leo. De koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Baarn: Nijghversluys, 2006.

van den Doel, H. W. Afscheid van Indië: de val van het Nederlandse imperium in Azië. Amsterdam: Prometheus, 2000.

Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.

Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht : Het Spectrum B.B., 1995.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.

Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.

Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.

Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.

Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940. 

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.

Subscribe
Abonneren op
0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle antwoorden