De modernisering van Indonesië: de weg naar onafhankelijkheid

Hoofdvragen

Hoe veranderde het Nederlandse kolonialisme door de modern imperialistische visie op Nederlands-Indië?

Op welke manier wist Nederland de kolonie Nederlands-Indië te pacificeren?

Hoe veranderde het Nederlandse kolonialisme door de Ethische Politiek?

In hoeverre kan de Ethische Politiek als een succes worden gezien?

Hoe heeft het Indonesische communisme bijgedragen aan het versterken van het Indische nationaal bewustzijn?

Wat waren de gevolgen van de Japanse bezetting voor het Nederlandse kolonialisme en het Indonesische nationaal bewustzijn?

1830
1845
1850
1860
1863
1866
1869
1870
1873
1880
1884
1901
1903
1905
1909
1911
1918
1926
1927
1942
1945
Van den Bosch voert het cultuurstelsel in.
Begin van vijf rampjaren op Java, waaronder hongersnoden.
Macht dorpshoofden aan banden gelegd. Mijnwet laat ook particuliere ondernemers in Indonesië toe.
Publicatie Max Havelaar van Multatuli.
Slavernij wordt in Suriname afgeschaft. Slaveneigenaren worden gecompenseerd met opbrengsten van het cultuurstelsel.
Begin van tabakswinning in Deli.
Opening Suez-kanaal.
Agrarische wet en Suikerwet worden ingevoerd om de werkdruk van de Javanen te verlichten en de milieuproblemen op Java een halt toe te roepen. De wetten beteken het einde van het cultuurstelsel. Begin van liberaaltijdperk (tot 1930). Begin van het modern imperialisme (tot 1914).
Begin van de Atjeh-oorlog (tot 1918).
Koelie-ordonnantie. Indonesische arbeiders (koelies) mochten niet zonder toestemming het bedrijf/plantage verlaten waar zij werkten, zonder toestemming van de eigenaar.
Suikercrisis. De suikerprijs daalt door de wereldwijde aanbod van suiker, terwijl dat gewassen door ziekte worden verwoest. Dit leidt tot sociale onrust op Java.
Afkondiging Ethische Politiek in de Troonrede kabinet-Kuyper.
Pacificatie van Atjeh.
Japan verslaat Rusland. Belangrijk moment in 'ontwaken' Aziatische volken.
Eerste desaschooltjes opgericht.
Oprichting Sarekat Islam.
Installatie eerste Volksraad.
Begin communistische opstand op Java en Sumatra.
Arrestatiegolf onder Indonesische nationalisten en communisten. PNI wordt door Soekarno opgericht. Na de arrestatiegolf Soekarno wordt een jaar vastgehouden.
Japanse leger verslaat het KNIL en bezet Indonesië.
15 augustus Japanse capitulatie. 17 augustus Soekarno roept de onafhankelijkheid uit.
Bron 1. Generaal Van Heutsz wist het sultanaat Atjeh te verslaan en daarmee het noordelijk deel van Sumatra te pacificeren. Nederland werd beroemd door die Atjeh-methode.
Bron 2. Het Koninklijk Nederlands-Indisch leger maakte gebruik van Nederlandse en Indonesische soldaten, om zo de 'beste' contacten te onderhouden met de inheemse bevolking.

1. Het modern imperialisme

Leerdoelen
  • kent imperialisme, modern imperialisme en kan het verschil uitleggen.
  • Kan uitleggen dat modern imperialisme heeft geleid tot een versnelling van de wereldeconomie.
  • kent de reden achter de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid begon met het annexeren van de nog niet in kaart gebrachte gebieden in de Indische archipel.
  • Kan de Nederlandse overzeese expansie verklaren binnen de Europese context.

Bron 3. Imperialistische verhoudingen 1900. Bron: Historische Bosatlas, deel 1.

Lange tijd stond Nederlands-Indië gelijk aan het eiland Java. Alleen op papier hoorden de andere eilanden bij de kolonie rond 1860. In de praktijk kwam je bijna geen Nederlanders tegen op eilanden als Sumatra en Borneo. Voormalig gouverneur-generaal Johannes van den Bosch, bedenker van het cultuurstelsel had daarvoor gezorgd. Als Nederlandse soldaten wel op de overige eilanden te vinden waren, was dat te danken aan koloniale officieren die graag op avontuur wilden. Ook de Nederlandse overheid stuurde weleens aan op dit soort expedities bij buitenlandse bedreigingen. Als andere Europese landen de Nederlandse positie in de archipel bedreigden, werd het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) ingezet. Ook werden zogenaamde ‘tuchtexpedities’ georganiseerd. Met deze expedities werden opstandige Indonesische vorsten op hun plaats gezet als zij zich probeerden te onttrekken aan het Nederlandse gezag.

Rond 1870 ging Nederland zich steeds meer bemoeien met haar kolonie. Gebieden die alleen op papier bij het moederland hoorden, werden nu echt veroverd. Ook nieuwe gebieden die nog nooit onder Nederlands gezag hadden gestaan, werden geannexeerd. Dat wordt ook wel het tijdperk van het modern imperialisme genoemd. Dat tijdperk eindigde met de Eerste Wereldoorlog.

Vooral in Afrika en Azië probeerden de Europeanen de nog blanco gedeeltes op de wereldkaart in te vullen. Zij hielden niet rekening met de al bestaande vorstendommen. Als de plaatselijke vorsten niet meewerkten werden zij afgezet of vernietigd. Voor die expansiedrift zijn een aantal oorzaken te noemen. Halverwege de negentiende eeuw ontstonden in Europa grote natiestaten. Deze natiestaten waren vaak groot in omvang, met een groot leger. Veel Europese landen probeerden hun positie te verbeteren door grondgebied aan het al bestaande gebied toe te voegen. De uitbreiding van het koloniaal bezit was een logisch gevolg. Ook economische motieven speelden een rol. Door de toenemende welvaart, nam ook de vraag naar goedkope grondstoffen toe. Die konden gemakkelijk uit de nieuwe koloniën worden gehaald. Ook konden die koloniën weer als afzetgebied gebruikt worden voor de industriële producten vervaardigd in het moederland. Daarnaast waren morele motieven van belang. Door het toenemende nationalisme geloofden veel Europeanen dat zij superieur waren ten opzichte van gekleurde ‘rassen’. Zij vonden dat ze het recht hadden over de wereld te heersen. Echter dat recht bracht ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Europeanen zagen het als hun plicht om achtergestelde en ‘primitieve volkeren’ te bevrijden van bijgeloof, armoede en wrede gebruiken. Het was de taak van ‘de blanke man’ om die primitieve volken te onderwijzen. Die expansiedrift was alleen mogelijk door de technologische voorsprong van de Europeanen.

Bron 4. Kinderverhaaltjes waarin rassen naar voren kwamen waren gebruikelijk in de 19e en 20e eeuw.
Bron 5. Tijdens het Congres van Berlijn, onder leiding van de Duitse kanselier Otto von Bismarck, werden de laatste nog blanco gedeelten op de kaart van Afrika verdeeld onder de Europese grootmachten. Dit moest voorkomen dat er een grote oorlog zou ontstaan door ruzie over deze gebieden.
Bron 6. Het KNIL bestond uit Nederlanders en Indonesiërs. De officieren waren echter voornamelijk blank.
Bron 7. The White Man's Burden was een gedicht uit 1899 van de Engelse auteur Rudyard Kipling. Hierin beschreef hij dat het de taak was van de westerlingen om de 'achtelijke' volken te onderwijzen.
Opdracht 1.1 Verwerkingsvragen: Het modern imperialisme
  1. Het hele Indonesische gebied was ‘officieel’ van Nederland, maar in de praktijk stond alleen Java onder Nederlands bestuur. Leg uit waarom dit het geval was.
  2. Leg uit wat tuchtexpedities zijn.
  3. Bekijk bron 5. Leg uit waarom het Congres van Berlijn past in het tijdperk van het modern imperialisme.
  4. Geef een politiek en economisch motief voor Nederland waarom het zijn gebieden aan het eind van de negentiende eeuw in Indonesië uit begon te breiden.
  5. Geef een cultureel motief van de Nederlandse overheid waarom het toen actief de Indonesische volken begon te onderwerpen.
  6. In de tekst staat: ‘Die expansiedrift was alleen mogelijk door de technologische voorsprong van de Europeanen’. Wat bedoeld de schrijver met deze zin? Leg je antwoord uit.
  7. Bekijk bron 2. Leg uit waarom de Nederlandse overheid het nodig vond dit soort propaganda posters te verspreiden?
Opdracht 1.2 Samenvatting: Het modern imperialisme

Maak een samenvatting van de leertekst: het modern imperialisme. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Java – cultuurstelsel – KNIL – annexatie – modern imperialisme – natiestaat – afzetgebied – technologische voorsprong.

Opdracht 1.3 Begrippen: Het modern imperialisme

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

2. De Atjeh-methode

Leerdoelen
  • Kent de reden achter de Atjeh-oorlog.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid veel aanzien verkreeg door de Atjeh-methode.
  • Kent de economische en politieke redenen achter de annexatie van nieuw grondgebied door de Nederlandse overheid.

Bron 8. Rubber werd in de 19e en 20e eeuw een belangrijke grondstof in de productie van industriële producten.

In 1869 werd in Egypte het Suezkanaal geopend. Hierdoor werd de reis naar Nederlands-Indië met bijna 3 maanden verkort. De Nederlandse schepen zouden langs Sumatra gaan varen. Hierin lag ook een probleem. Het sultanaat Atjeh stond bekend om haar piraterij. De Nederlandse schepen zouden hierdoor mogelijk gevaar lopen. Het KNIL zag het als zijn taak om het sultanaat te ‘bevrijden’ van haar wrede gebruiken. In 1873 viel het koloniale leger Atjeh binnen. Het sultanaat besloot over te gaan op een guerrillaoorlog. De Atjeh-oorlog zou vele KNIL-soldaten het leven kosten en 21 jaar voortduren.

In 1894 vroegen de stammen op Lombok om hulp. Zij wilden af van de Balinese overheersers. De gouverneur-generaal besloot soldaten te sturen. De overwinning leek zo goed als zeker, waardoor de Nederlandse troepen zich hadden verspreid. Dat zou hen duur komen te staan. De soldaten werden onverwachts verraden door de Balinezen en overvallen en moesten vluchtten, waardoor 97 soldaten dood achtergelaten werden. In Nederland leidde dat bloedbad tot massale verontwaardiging. Het Nederlandse volk wilde wraak. Uit het hele land kwamen vrijwilligers die zich graag op de Balinezen wilden stortten. Het koloniale leger nam wraak op de Balinezen. Tweeduizend Balinezen werden gedood. Hun dorpen werden in as gelegd. En de buit die in die dorpen winst werd gemaakt, werd triomfantelijk naar Nederland meegevoerd. In Nederland was men euforisch. Nooit meer mocht Nederland zich laten vernederen in Indonesië. In 1903 verklaarde generaal J.B. van Heutsz dat Atjeh en daarmee Indonesië was gepacificeerd. Om de Atjeese vorsten niet weer de kans te bieden om in opstand te komen, besloot Nederland dat het KNIL zich in dit nieuwe gebied moest gaan vestigen. Die methode van onderdrukking werd de Atjeh-methode genoemd. Nederland oogstte veel roem met deze methode in het buitenland. Engeland zou elementen uit de methode in zijn eigen koloniën gaan toepassen.

Nadat Van Heutsz in 1904 was benoemd tot gouverneur-generaal, bracht hij het ene gebied na het andere onder het Nederlandse bestuur. De Indonesische vorsten van die veroverde gebieden moesten openlijk verklaren het Nederlandse gezag te gehoorzamen. Op papier hielden deze vorsten zelfbestuur, in de praktijk bestuurde de Nederlanders alles. Overigens werd niet het gehele Indonesische archipel geannexeerd. Vaak werden economisch minder belangrijke gebieden pas ingelijfd op het moment dat er grondstoffen als aardolie, rubber of zilver werden gevonden.

Bron 9. Door het openen van het Suezkanaal konden vrachtschepen in kortere tijd naar Nederlands-Indië varen. Dit betekende echter dat ze langs Atjeh moesten varen, dat bekend stond om de piraterij.
Opdracht 2.1 verwerkingsvragen: De Atjeh-methode
  1. De aanleg van het Suezkanaal had grote economische gevolgen voor Nederland. Geef een economisch gevolg van de opening van het Suezkanaal in 1869 voor Nederland en Nederlands-Indië.
  2. Leg uit waarom het met de opening van het Suezkanaal noodzakelijk was het noordelijk deel van Sumatra te onderwerpen aan het Nederlandse gezag.
  3. De KNIL-soldaten werden tijdens de eerste fase van de Atjeh-oorlog verslagen door de Balinezen. Leg uit waarom dit vanuit Nederlands perspectief een enorme vernedering was.
  4. In 1903 verklaard generaal Van Heutsz Atjeh gepacificeerd. Beredeneer waarom voor het woord ‘pacificatie’ werd gekozen en niet voor ‘verovering’.
  5. Bekijk bron 9. Geef een economische reden waarom ook rond 1900 niet alle Indonesische gebieden werden veroverd.
Opdracht 2.2 Samenvatting: De Atjeh-methode

Maak een samenvatting van de leertekst: De Atjeh-methode. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Suezkanaal – Atjeh – guerrillaoorlog – Balinezen – pacificatie – Atjeh-methode – Van Heutsz

Opdracht 2.3 Begrippen: De Atjeh-methode

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

3. De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel

Leerdoelen
  • kent de reden achter de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • Kent de economische gevolgen van de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • Kent de politieke gevolgen van de afschaffing van het cultuurstelsel.
  • Kan uitleggen welke gevolgen het Nederlandse nationalisme had op omgang van Nederlanders met Indonesiërs.
De afschaffing van het cultuurstelsel: economische verandering

Vanaf 1848 werd de Nederlandse politiek gedomineerd door de liberalen. Zij vonden dat de Nederlandse overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met de economie. Het cultuurstelsel, het grote economische overheidsstelsel in Nederlands-Indië, was voor die liberalen dan ook rampzalig. Zij vonden dat ondernemers ruim baan moesten krijgen om ondernemingen te starten op de verschillende Indonesische eilanden. Met de komst van de Suikerwet en de Agrarische Wet werd in 1870 een einde gemaakt aan het cultuurstelsel.

Na 1870 volgde een periode van spectaculaire economische groei. Het vooruitzicht op spectaculaire winsten trok veel Nederlanders naar Nederlands-Indië. Op de gehele archipel schoten thee, koffie, rubber en suikerplantages uit de grond. Overal waar belangrijke grondstoffen als olie, tin, koper en zilver werden gevonden waren Nederlandse ondernemers te vinden om die grondstoffen te exploiteren. Later kwamen daar ook Britse, Australische en Amerikaanse ondernemers bij waardoor de Indonesische economie steeds mondialer werd.

Bron 10. Javanen kregen door de uitbreiding van het ambtenaren apparaat steeds vaker baantjes in het koloniaal bestuur. Bron: collectie Tropenmuseum.
Bron 11. Koelies op Boeton demonstreren een pneumatische boor. Ondanks dat koelies loonarbeiders waren, mochten zij niet vrijwillig ontslag nemen. Zij werden door hun contract gebonden aan hun werkgever. Weglopen betekende een zware straf. Bron: collectie Tropenmuseum.
Bron 12. Door de afschaffing van het cultuurstelsel konden boeren zich weer richten op de productie van rijst. Dit was nodig om de groeiende populatie te kunnen onderhouden.
De afschaffing van het cultuurstelsel: politieke afhankelijkheid

Met de afschaffing van het cultuurstelsel en de komst van Nederlandse ondernemers in Nederlands-Indië groeide het aantal Europeanen van veertigduizend naar honderdduizend. Het overgrote deel daarvan woonde op Java. Het koloniale bezit werd steeds groter. Om die uitbreiding in goede banen te kunnen leiden werd het ambtenarenapparaat uitgebreid. Hierdoor kwamen steeds meer Javanen, ook als lagere ambtenaren in het koloniale bestuur, in aanraking met Nederlanders. Doordat Nederlanders en Javanen steeds vaker naast elkaar leefden, werden beide culturen uitgewisseld. Indonesiërs namen Nederlandse gebruiken over, Nederlanders namen Indonesische gebruiken over.

Op het Javaanse platteland verdween de agrarisch-feodale samenleving met haar herendiensten door de komst van het nieuwe economische systeem. In plaats daarvan werd de economie gebaseerd op loonarbeid. Die loonarbeiders of ‘koelies’ hadden maar weinig aanzien. Hierdoor werden zij vaak uitgebuit, zowel door Nederlandse plantage-eigenaren als door de Indonesische vorsten. De Nederlandse ondernemers gedroegen zich als kleine vorsten, omdat zij zich superieur voelden. De ondernemers verplichtten de koelies op de plantage te blijven. Wanneer de koelies de plantage zouden ontvluchtten, konden zij zwaar gestraft worden. De koelies kwamen regelmatig in opstand en trokken moordend, plunderend en brandstichtend over het platteland. Het KNIL moest die opstanden neerslaan.

Door het opkomende Nederlandse nationalisme gingen de Nederlanders meer aandacht besteden aan rassenscheiding. Vanuit de Nederlandse superioriteitsgevoelens werd het ondenkbaar om een kind te verwekken bij een ‘inheemse’. Mensen van gemengd Nederlands-Indische afkomst werden vaak het slachtoffer van discriminatie en racisme. In de ogen van de Nederlanders waren mensen met een gemengde afkomst het product van ‘rassenbederf’.

  • Populatie

Bron 13. Grafiek die de ontwikkeling van de bevolking in Nederland in de twintigste eeuw weergeeft. Inwoners van Indonesië niet meegerekend. Bron: CBS.

  • Toename bevolking in percentages

Bron 14. Grafiek die de ontwikkeling van de bevolking in Nederland in de twintigste eeuw weergeeft. Inwoners van Indonesië niet meegerekend. Bron: CBS.

Bron 15. Johan Rudolf Thorbecke (1796-1872) schreef in 1848 een nieuwe grondwet voor Nederland. Hierin werden de ideeën van de liberalen vastgelegd. De Nederlandse overheid moest zich minder met de economie gaan bemoeien.
Opdracht 3.1 Verwerkingsvragen: De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel
  1. Leg uit welke verandering er in de Nederlandse politiek plaatsvond in 1848.
  2. Beredeneer vanuit liberaal oogpunt waarom het cultuurstelsel niet meer paste binnen deze politieke stroming.
  3. De Suikerwet en de Agrarische Wet uit 1870 maakten een einde aan het vanuit de overheid aansturen van de landbouw.
    A.   Leg uit wat deze verandering betekende voor Nederlandse ondernemers die naar Nederlands-Indië kwamen.
    B.   Leg uit wat deze verandering betekende voor Britse, Australische en Amerikaanse ondernemers die naar Nederlands-Indië kwamen.
  4. Met de komst van Bitse, Australische en Amerikaanse ondernemers werd de Indonesische economie steeds mondialer. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
  5. Tijdens de bestuursperiode tot aan 1870 waren nauwelijks Indonesiërs te vinden in het koloniaal bestuur. Leg uit waarom dat veranderde na 1870.
  6. Stelling: ‘Gesteld kan worden dat het inhuren van koelies een soort van slavernij is’.
    Ben jij het eens of oneens met de bovenstaande stelling. Leg je antwoord historisch uit.
  7. Welke sociale gevolg had het opkomende Nederlandse nationalisme op de Nederlands-Indische samenleving?
Opdracht 3.2 Samenvatting: De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel

Maak een samenvatting van de leertekst: De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Liberalisme – suikerwet en agrarische wet – cultuurstelsel – mondiale economie – ambtenarenapparaat – koelies – nationalisme

Opdracht 3.4 Begrippen: De komst van het liberalisme en de afschaffing van het cultuurstelsel

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

4. De Ethische Politiek

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid overging op de Ethische Politiek in Nederlands-Indië.
  • Kan de 3 kernpunten van de Ethische Politiek benoemen en uitleggen.
  • Kan uitleggen op welke manier educatie heeft bijgedragen aan het ontstaan van een nationaal bewustzijn onder de Indonesische bevolking.

De meeste Nederlandse ambtenaren gedroegen zich net zoals de ondernemers als vorsten. Als deze ambtenaren afreisden naar een dorp, moesten zij met gebogen hoofd begroet worden door de plaatselijke bevolking. Ook verwachtten ze dat de bevolking op de weg voor hen stilhield en hurkte. Tijdens vergaderingen lieten Nederlandse lagere ambtenaren hun inheemse collega’s op de grond plaatsnemen, terwijl zij zelf plaatsnamen op een stoel. Ter begroeting wilden de Nederlandse ambtenaren op de voet gekust worden. Ondanks die hooghartige houding, wilden velen het beste voor de Indonesische bevolking. Zij zagen zichzelf als een vader die een naïef kind moest begeleiden. Vanuit die gedachte werd het ontwikkelingsideaal geboren: de Indonesische bevolking naar een westers niveau van welvaart brengen en beschaving bijbrengen.

De liberalen in de Nederlandse regering wilden zich zo min mogelijk bemoeien met de economische, politieke en sociale positie van de Indonesiër. De oppositiepartijen vonden het schandalig dat hun land niets voor zijn kolonie terugdeed. Vooral de religieuze politici vonden dat Nederland maar ‘tijdelijk de macht had over Indonesië’, het had de voogdij over een bevolking die moest worden opgevoed om uiteindelijk zelfstandig te worden.

Een oud-advocaat hield in 1899 een fel pleidooi voor de Tweede Kamer, waarin hij beargumenteerde dat Nederland verantwoordelijk was voor de hongersnoden en zieke vrouwen en kinderen. De Nederlandse overheid had daardoor een ‘ereschuld’ in te lossen. De reactie hierop was dat in de volgende jaren een welvaartsbeleid werd opgezet onder de leus ‘irrigatie, emigratie, educatie’. Dit welvaartsbeleid zou bekend gaan staan als de Ethische Politiek.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd een departement van Landbouw aan het koloniaal-bestuur toegevoegd. De Nederlandse overheid wilde voorkomen dat er ooit nog hongersnoden zouden uitbreken. Zij ging dan ook inzetten op de ontwikkeling van nieuwe landbouwtechnieken en kunstmatige bevloeiing van akkers, om zo de rijstproductie te vergroten. Om overbevolking in sommige gebieden tegen te gaan en arbeiders te leveren aan gebieden waar arbeiders schaars waren, ging de regering de Javaanse bevolking helpen met emigreren.

Daarnaast zou educatie een grote rol spelen. Volgens de koloniale-overheid zou de armoede alleen overwonnen kunnen worden als de bevolking geschoold werd. Het onderwijs moest de Indonesiërs ook zelfstandiger maken. De Indonesische elite werd voornamelijk geschoold in politiek bestuur. Zij zouden uiteindelijk verantwoordelijk moeten zijn voor een zelfstandig Indonesië. De elite zou Nederlands onderwijs krijgen en Nederlandse ambtenaren werden opgedragen hun inheemse collega’s minder hooghartig te behandelen. Om Indonesische bestuurders meer inspraak te geven werd in 1918 de Volksraad opgericht. In dit deels verkozen bestuurlijk orgaan, zouden alle bevolkingsgroepen van Indonesië vertegenwoordigd gaan worden. De raad moest gaan discussiëren over de toekomst van Indonesië. Het mocht de overheid echter alleen van adviezen voorzien. Daardoor had het geen echte politieke of bestuurlijke macht.

‘Als Christelijke mogendheid is Nederland verplicht, in de Indische Archipel de rechtspositie der inlandse Christenen beter te regelen, aan de Christelijke zending op vaster voet steun te verlenen en geheel het regeringsbeleid te doordringen van het besef dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen. In verband hiermee trekt de mindere welvaart der inlandse bevolking op Java mijn bijzondere aandacht. Ik wens naar de bijzondere oorzaken hiervan een onderzoek in te stellen. Aan bepalingen ter bescherming van de onder contract werkende koelies zal gestrengelijk de hand worden gehouden. Naar decentralisatie van het bestuur zal gestreefd worden. De toestand op het noordelijk gedeelte van Sumatra zal, naar ik vertrouw, bij handhaving van het thans gevolgde stelsel tot algehele pacificatie leiden’.

Bron 16. Troonrede van koningin Wilhelmina waarin zij pleit voor de Ethische Politiek, 1901.

Bron 17. Op Desascholen (plattelandsschool) kregen Indonesische jongens en meisjes onderwijs. Vaak werd er Nederlands en Indonesisch gesproken.
Opdracht 4.1 Verwerkingsvragen: De Ethische Politiek
  1. Nederlandse ondernemers en ambtenaren zagen zichzelf als superieur ten opzichte van de plaatselijke Indonesische bevolking. Leg uit hoe je die superioriteitsgevoelens in het dagelijks leven in Nederlands-Indië terugzag.
  2. Leg uit wat het ontwikkelingsideaal is.
  3. Waarom vonden de religieuze politici dat Nederland de voogdij had over de Indonesische bevolking?
  4. De Ethische Politiek werd op drie verschillende terreinen uitgevoerd.
    A. Leg uit welke 3 terreinen dat waren.
    B.   Geef bij elk terrein een voorbeeld hoe je dit terugzag in Nederlands-Indië.
  5. Stelling: ‘De Volksraad was de eerste bestuurlijke raad waarin Indonesiërs invloed konden uitoefenen op de Nederlandse politiek’.

    Leg uit of je het eens bent met de bovenstaande stelling.

Opdracht 4.2 Samenvatting: De Ethische Politiek

Maak een samenvatting van de leertekst: De Ethische Politiek. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Ontwikkelingsideaal – religieuze politici – Ethische Politiek – irrigatie – emigratie – educatie – Volksraad.

Opdracht 4.3 Begrippen: De Ethische Politiek

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

5. Ethische Politiek: een succes?

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid eerst positief en later negatief reageerde op het ontstaan van nationalistische Indonesische partijen.
  • Kan uitleggen op welke manier educatie heeft bijgedragen aan het ontstaan van een nationaal bewustzijn onder de Indonesische bevolking.

Door de ontwikkelingsgedachte werden successen geboekt. Vooral op Java werd de infrastructuur verbeterd, de landbouw gereguleerd, het onderwijs werd ontwikkeld in het Nederlands en in de inheemse talen en ook de gezondheidszorg nam toe doordat steeds meer Indonesische artsen kennis kregen van westerse geneeskunde.

De grootste successen werden behaald door het terugdringen van het analfabetisme. Door de oprichting van lokale scholen, vaak met maar één onderwijzer, werd het analfabetisme teruggedrongen tot 70 %. Veel Nederlandse ondernemers gingen gebruik maken van deze geletterdheid. Zij namen Indonesiërs in dienst die konden lezen en schrijven om zo beter handel te kunnen drijven met grote importlanden. Door die ontwikkeling van geletterdheid kregen Indonesiërs langzaam meer inspraak op het bestuur. Ze gingen provinciale en gemeenteraden vormen, die geleidelijk steeds meer invloed kregen op het landelijk bestuur.

Dankzij het onderwijs en de toenemende politieke zelfstandigheid van de Indonesische bevolking, ontstond een nationaal bewustzijn. Dit Indonesisch nationalisme ontstond pas in de twintigste eeuw. In 1908 en 1911 ontstonden twee nationalistische bewegingen. Beide bewegingen wilden door gebruik te maken van westerse kennis Indonesië ontwikkelen en daarom in eerste instantie samenwerken met de Nederlandse overheid. Het gouvernement was dan ook redelijk positief over deze eerste nationalistische organisaties. Het zag hun ontstaan als een succes voor de Ethische Politiek, want ‘het kind had zijn ouder blijkbaar nodig’.

Bron 18. Opening van de Volksraad op Java. Voor veel nationaal bewuste Indonesiërs was besturen via de volksraad niet meer voldoende.
Bron 19. Groepsportret tijdens een ledenvergadering van de Sarekat Islam. Door het Nederlandse onderwijs was het Indonesische nationalisme aangewakkerd. Religie werd voor veel Indonesiërs een manier om zich af te zetten tegen de christelijke blanke Nederlanders.

Heel anders reageerde het gouvernement op de in 1912 opgerichte Indische Partij. Deze partij eiste de onafhankelijkheid van Indonesië. Deze partij wilde onafhankelijk van de Nederlanders besturen. Ze wilde dat elke Indonesiër vrij was van de ‘Nederlandse onderdrukking’ ongeacht of hij Balinees, Javaan of Sumatraan was. Dat ging de Nederlandse overheid te ver. Zij droeg het Nederlands-Indisch gouvernement op de partij direct te verbieden. Maar de geest van het radicalisme en het nationalisme was uit de fles. Door honger en armoede liepen de spanningen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog op. De Sarekat Islam, één van de Indonesische nationalistische bewegingen die inmiddels 700.000 leden had, begon het gouvernement onder druk te zetten. De gouverneur-generaal reageerde met beloften over Indonesisch zelfbestuur. De Volksraad zou een volwaardig parlement worden. Toen bleek dat van die beloften niks terecht kwam, sloeg de Sarekat Islam een radicale koers in. Het deed mee aan gewelddadige opstanden tegen het Nederlandse gezag. De Nederlandse overheid verloor hierdoor het vertrouwen in een prettige samenwerking met de Indonesische nationalisten. Begrip en welwillendheid maakten aan beide zijden plaats voor wantrouwen en vijandigheid.

Opdracht 5.1 Verwerkingsvragen: Het succes van de Ethische Politiek?
  1. Geef 3 voorbeelden van het succes van de Ethische Politiek.
  2. Leg uit dat zowel op politiek als op economisch niveau door de Nederlands geprofiteerd werd van het afnemende analfabetisme.
  3. Leg uit waarom het gouvernement (het Nederlandse koloniale bestuur) eerst positief stond tegenover de opkomende Indonesische nationalistische partijen.
  4. Leg uit waarom de Nederlandse overheid uiteindelijk over zou gaan tot het onderdrukken van de Indonesische nationalistische partijen.
Opdracht 5.2 Samenvatting: De Ethische Politiek, een succes?

Maak een samenvatting van de leertekst: De Ethische Politiek, een succes? Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Succes – analfabetisme – inspraak – nationalistische bewegingen – Sarekat Islam.

Opdracht 5.3 Begrippen: Ethische politiek, een succes?

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

6. Communisme

Leerdoelen
  • Kent het verloop van het ontstaan van de nationalistische, communistische en islamitische Indonesische partijen.
  • Kan de verschillende Indonesische partijen benoemen.
  • Kan het ontstaan van het Indonesische communisme en het vrijheidsstreven contextualiseren in de wereldgeschiedenis.

Bron 20. Soekarno speelde een grote rol bij het onafhankelijk worden van Indonesië. Hij gaf uiting aan het Indonesische nationaal bewustzijn en zou later de eerste president worden van de Republiek Indonesië.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was het communisme ontstaan in Rusland. Het communistisch gedachtegoed verspreidde zich langzaam over de wereld. In Nederland vreesde men dit communisme. Deze politieke ideologie zou een einde maken aan de ‘Nederlandse manier van leven’ en economische vrijheid waar de Nederlandse overheid en ondernemers zo aan gehecht waren. De opkomst van een Indonesische communistische partij, de Party Kommunist Indonesia (PKI), was voor de overheid dan ook een nachtmerrie. De PKI organiseerde stakingen en riep de bevolking voortdurend op om in opstand te komen tegen het Nederlandse gezag. Ook veel islamitische leiders lieten zich hierin meeslepen. Ze vereerden bijvoorbeeld Diponegoro, die in 1825 tegen de Nederlanders in opstand was gekomen.

Met Diponegoro als voorbeeld besloot de PKI een grote communistische opstand te organiseren in 1926. Het doel was een onafhankelijk communistisch Indonesië. De opstand moest beginnen op Sumatra. Als het KNIL van Java weggelokt kon worden, konden de communisten op Java de macht grijpen. Op verscheidene plaatsen op Java en Sumatra namen revolutionairen de wapens op en pleegden sabotageacties. Het KNIL kon de opstand snel neerslaan. De Nederlandse overheid was wel geschrokken en had niet verwacht dat de opstand zo ver had kunnen komen. De reactie van de overheid was dan ook fel. Een periode van keiharde onderdrukking volgde: dertienduizend personen werden gearresteerd en in werkkampen gestopt. Een speciale inlichtingendienst werd opgericht om de Indonesische nationalisten en communisten te infiltreren.

Eind 1927 had het Nederlandse optreden een einde gemaakt aan de PKI en de Sarekat Islam. Andere oppositieleiders stonden echter al klaar. Indonesische jongeren kregen steeds vaker de kans om in Nederland te studeren. In 1922 hadden Indonesische studenten in Nederland tijdens hun studieperiode hun studentenvereniging de naam Perhimpoenan Indonesia (PI). Volgens voorzitter Mohammed Hatta vormden alle inheemse inwoners van Nederlands-Indië samen één volk: het Indonesische volk en zij woonden in Indonesië. Dat was de eerste keer dat naar het land gerefereerd werd als Indonesië. De vereniging ging zich inzetten voor Indonesia Merdeka, een vrij en onafhankelijk Indonesië. Dezelfde ideeën waaiden vanuit Nederland naar Nederlands-Indië. In 1927 richtte de jonge ingenieur Soekarno de Partai Nasional Indonesia (PNI) op. Deze partij nam de ideeën van Hatta over. De Nederlandse overheid zou ook nu weer snel overgaan tot de onderdrukking van die nationalistische ideeën tot aan 1942.

Bron 21. Mohammed Hatta, leider van de Indonesische nationalisten en communisten, zou na de Indonesische onafhankelijkheid de eerste vice-president van de Republiek Indonesië worden.
Bron 22. Lenin, Trotski en Stalin wisten in 1917 een communistische revolutie te beginnen in Rusland. De Russische tsaar zou afgezet worden en alle bedrijven zouden door de staat genationaliseerd worden.
Bron 23. Indonesië Merdeka (Vrijheid voor Indonesië) zou een bekende leus worden tijdens de 20e eeuw voor de Indonesiërs die streden voor onafhankelijkheid. Bron: collectie Tropenmuseum.

‘Dat Indonesië van Holland los zal komen, staat voor ons vast! Voor wie eerlijk is, is dit geen vraag. Of hij nou Indonesiër of Nederlander is. In de hele wereldgeschiedenis is geen enkel volk eeuwig overheerst door een ander volk. Altijd wisten overheerste volken zich te bevrijden van de ketenen die hen gevangen hielden. Als het Indonesische volk streeft naar het einde van de Nederlandse overheersing, doet ze dus het goede. Maar de manier waarop wij vrij zullen worden, ligt in de handen van de imperialisten. Niet aan ons, niet aan het Indonesische volk is het laatste woord. Het laatste woord is aan de imperialisten’.

Bron 24. Toespraak van de nationalistische leider Soekarno in 1929. Bron: P. A. M. Geurts, bronnenboek: de laatste vijftig jaar in teksten en documenten (1971).

Opdracht 6.1 Verwerkingsvragen: Communisme
  1. Beschrijf wat het communistische gedachtegoed is.
  2. Waarom vreesde de Nederlandse overheid het communisme?
  3. Waarom vreesde de Nederlandse overheid de opkomst van het communisme in Indonesië?
  4. Welke strategie pasten de communisten toe om Indonesië te bevrijden van de Nederlanders? Beschrijf in je antwoord ook het verloop van deze opstand.
  5. Soekarno gaf zijn partij PNI een nationale inslag. Beredeneer dat Soekarno met deze naam meer aanhangers kreeg.
  6. Sommige historici zeggen dat Indonesië in 1927 ontstond. Leg uit waarom deze historici dat vinden. Beargumenteer je antwoord historisch.
Opdracht 6.2 Samenvatting: Communisme

Maak een samenvatting van de leertekst: Communisme. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Eerste Wereldoorlog – Communisme – PKI – opstand – Hatta – Soekarno – Indonesia Merdeka.

Opdracht 6.3 Begrippen: Communisme

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

7. ‘Indonesia Merdeka’

Leerdoelen
  • Kan de rol van Japan in het ‘ontwaken van Azië’ beredeneren en uitleggen.
  • Kan uitleggen waarom het KNIL niet opgewassen was tegen de Japanse invasietroepen vanuit een militair en mentaal perspectief.
  • Kent het verloop van de Japanse bezetting van Indonesië.
  • kan beredeneren waarom Nederland na de Japanse capitulatie Nederlands-Indië terug wilde en waarom de Indonesiërs dit niet wilden.

Ondanks dat de Nederlanders het communisme onderdrukten, was de politieke bewustwording van de Indonesiërs niet meer terug te draaien. Deze bewustwording was het gevolg van de Ethische Politiek: door onderwijs aan te bieden was een hoogopgeleide Indonesische elite ontstaan. Na 1900 begon Azië te ‘ontwaken’. Japan had zich van een feodale samenleving rap ontwikkeld in een industrienatie. Het had zelfs Rusland weten te verslaan in een oorlog in 1905. Dit was de eerste keer dat een Aziatisch land een Europese grootmacht had verslagen. Door deze nederlaag begonnen de Aziatische volken in te zien dat de Europeanen niet onoverwinnelijk waren.

De Tweede Wereldoorlog zou het beeld van de onoverwinnelijke Europeaan verder afbreken. Drie maanden nadat Japan, de bondgenoot van Nazi-Duitsland, zich in de strijd had geworpen; werd het KNIL verslagen door Japanse invasietroepen. Het KNIL dacht voorbereid te zijn op een oorlog, maar was zwaar onder bewapend en kreeg geen steun van de Indonesische bevolking. Veel Indonesiërs waren zelfs blij met de nederlaag van het Nederlandse leger tegen het Japanse. De Japanners begonnen al snel met het uitwissen van alle Nederlandse sporen in Indonesië. Ook voor de blanke Nederlanders was geen plaats meer. Zij werden verwijderd en opgesloten in afgeschermde kampen. De Japanners verboden zelfs de Nederlandse taal.

Bron 25. Blanke Europeanen werden in speciale kampen ondergebracht tijdens de bezetting van 1942-1945. In deze kampen moesten zij dwangarbeid verrichten en werden de Nederlanders vernederd en behandeld als vee.
Bron 26. Jonge Indonesische nationalisten werden getraind door het Japanse leger om te kunnen vechten tegen westerlingen mochten zij een poging doen Indonesië te bevrijden.
Bron 27. Veel KNIL-soldaten en andere blanke soldaten zouden door de Japanse bezetter onthoofd worden.

De Japanners zagen de Indonesische nationalisten als vertegenwoordigers van het Indonesische volk. De nationalist Soekarno wilde wel met ze samenwerken. Hij hoopte dat Japan na de oorlog Indonesië de onafhankelijkheid zou schenken, aangezien de Japanners al begonnen waren met Indonesiërs op te nemen in het bestuur. Zelf namen de Japanners alleen de hoogste bestuursposten in. In ruil voor vage beloften over onafhankelijkheid hielp Soekarno bij het werven van dwangarbeiders en het verspreiden van antiwesterse propaganda. Deze propaganda zweepten jonge Indonesische nationalisten op om te vechten tegen westerlingen.

De Japanners wisten de Indonesiërs niet voor zich te winnen. Dit kwam door het wrede Japanse bewind dat 2,5 miljoen Indonesiërs het leven kostte. Japan was aanvankelijk niet van plan geweest Indonesië werkelijk de onafhankelijkheid te geven.  Door de grote hoeveelheden rubber en aardolie was het daar te belangrijk voor. Hierdoor groeide de haat tegen de Japanners. Maar terugverlangen naar de Nederlandse overheersing deden de Indonesiërs niet.  Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Twee dagen nadat Japan capituleerde. Was Indonesië nu echt onafhankelijk? Op papier wel, maar in de praktijk wilde Nederland zijn kolonie terug.

‘Kami bangsa Indonesia dengan ini. Menjatakan Kemerdekaan Indonesia. Hal hal mengenai pemindahan kekoeasaan d.l.l., diselenggarakan dengan tjara saksama dan dalam tempo jeng sesingkat-singkatnja’.

 

‘Wij Indonesiërs proclameren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Zaken die betrekking hebben op de overgang van het gezag e.d., zullen stipt en in de kortst mogelijke tijd worden geregeld’.

Bron 28. De Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 17 augustus 1945. In eerste instantie wilde Soekarno wachten met het verklaren van de onafhankelijkheid. Jonge extreme nationalisten, genaamd Pemuda's, ontvoerden hem en dwongen Soekarno de onafhankelijkheid uit te roepen.

Bron 29. De Japanners begonnen alle Nederlandse elementen uit de samenleving te wissen, ook het geld waarmee betaald werd. Indonesiërs konden hun Nederlandse guldens inwisselen voor speciaal geld dat was gedrukt door de Japanse bezetter.

Opdracht 7.1 Verwerkingsvragen: ‘Indonesia Merdeka’
  1. Leg uit op welke manier de Ethische Politiek het nationale bewustzijn heeft aangewakkerd.
  2. Vanuit het perspectief van de Aziatische geschiedenis is het jaar 1905 een belangrijk jaar. Leg uit waarom dit jaar belangrijk is vanuit Aziatisch perspectief.
  3. Veel Indonesiërs zagen de Westerlingen niet meer als onoverwinnelijk vanaf 1905. Leg uit hoe de gebeurtenis uit vraag 2 bij heeft gedragen aan het ‘ontwaken van Azië’ (leg ook uit wat met die uitspraak bedoeld wordt).
  4. Vanuit cultureel perspectief was het een grote schok voor het KNIL en Nederland dat het zo snel was verslagen door Japan. Leg uit waarom dit het geval was.
  5. Beredeneer waarom veel Indonesiërs niet bereid waren de Nederlandse soldaten te helpen tijdens de Japanse inval.
  6. Leg uit waarom Soekarno bereid was samen te werken met de Japanners.
  7. Leg vanuit economisch perspectief uit dat de Japanners niet bereid waren tijdens de oorlog Indonesië onafhankelijk te maken.
  8. Leg uit waarom de Japanse bezetter begon met het uitwissen van alle Nederlandse elementen uit de Indonesische samenleving? Geef ook een voorbeeld van dit uitwissen.
  9. Met welk doel werden de Pemuda’s getraind door de Japanners?
Opdracht 7.2 Samenvatting: ‘Indonesia Merdeka’

Maak een samenvatting van de leertekst: ‘Indonesia Merdeka’. Gebruik in samenvatting de volgende begrippen, gebeurtenissen en historische personen.

 

Politieke bewustwording – Japan – 1905 – Tweede Wereldoorlog – KNIL – uitwissen – kampen – pemuda’s – Soekarno – onafhankelijkheid – Nederlandse overheersing – capitulatie.

Opdracht 7.3 Begrippen: ‘Indonesia Merdeka’

Noteer de begrippen uit de leertekst. Schrijf achter de begrippen de definitie van de begrippen uit de leertekst door ze op te zoeken in de begrippenlijst op deze website. Begrippen kunnen zowel in de lijst met geschiedenis begrippen staan als in de lijst met algemene begrippen.

Print de bovenstaande afbeelding uit op A3 formaat. Je hebt dan genoeg ruimte om je bronnen op te kunnen plakken.
Opdracht 7.4 Ordenen: historische ganzenbord, bronnen en gebeurtenissen uit de Indonesische geschiedenis

Het verleden is vaak een bron van inspiratie voor makers van spellen, schilderijen, games, films en boeken. De serie Game of Thrones haalt inspiratie uit de Engelse Rozenoorlogen. De schrijver van Lord of the Rings gebruikte veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog om zijn boek van inspiratie te voorzien. Maar ook het bordspel monopolie heeft een historische achtergrond doordat het economische, geografische en historische elementen combineert in het spel. Jullie gaan als groep een eigen historische variant maken van Indonesisch ganzenbord. Ganzenbord bestaat uit 64 vakjes. Een start vakje, 62 spelvakjes en een finish oftewel het 63e vakje. Onderdeel van die 62 spelvakjes zijn 7 bijzondere vakjes. Als jouw pion op dit vakje beland, dan gebeurt datgene wat in de onderstaande tabel wordt beschreven:

 

6BrugGa verder naar 12
19HerbergEen beurt overslaan
31PutWie hier komt moet er blijven tot een andere speler er komt. Degene die er het eerst was speelt dan verder.
42Doolhof of doornstruikTerug naar 39
52GevangenisDrie beurten overslaan
58DoodTerug naar begin, opnieuw beginnen
63EindeWie hier als eerste komt heeft gewonnen

 

Jullie gaan als groepje elk vakje vullen met een historische bron. Deze bron moet een belangrijke gebeurtenis voorstellen uit de Indonesische geschiedenis. De vakjes zijn oplopend, jouw gebeurtenissen/bronnen moet je ook chronologisch selecteren.

Let op!: Dit betekend dat een bron die over 1801 gaat pas na een bron kan komen uit 1751.

Op de 7 speciale vakjes moeten ook 7 speciale gebeurtenissen komen. Dit moeten gebeurtenissen zijn die van grote invloed zijn geweest op de Indonesische geschiedenis. Jij moet uitleggen achterop je ganzenbord waarom je nou specifiek voor die gebeurtenis hebt gekozen bij dit vakje aan de hand van de bron. Doe dat als volgt:

Op vakje 7 staat een Javaan afgebeeld die koffie aan het plukken is. Vakje zeven symboliseert het cultuurstelsel. Koffie werd alleen verbouwd op java, als exportproduct van het cultuurstelsel. Het cultuurstelsel was heel belangrijk voor het verdere verloop van de geschiedenis, want…

Geef eenzelfde uitleg bij 5 andere vakjes. Samengevat:

  • 64 gebeurtenissen met bijbehorend bron. Deze bronnen print je uit en knip en plak je op het ganzenbord.
  • 7 vakjes zijn speciaal. Kies voor momenten uit de Indonesische geschiedenis die van grote invloed zijn geweest op de Indonesische geschiedenis.
  • Leg uit waarom je gekozen hebt voor juist die bronnen. Doe dit ook voor 5 andere bronnen. Structureer je antwoord op dezelfde manier als in het voorbeeld.
  • Je ganzenbord moet chronologisch zijn.

Je wordt beoordeeld op de bronnen die je gekozen hebt, de 7 bijzondere gebeurtenissen, de argumentatie bij die 7 gebeurtenissen en de 5 ‘normale’ gebeurtenissen.

Literatuur

Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.

Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.

Dalhuisen, Leo. De koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Baarn: Nijghversluys, 2006.

van den Doel, H. W. Afscheid van Indië: de val van het Nederlandse imperium in Azië. Amsterdam: Prometheus, 2000.

Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.

Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht : Het Spectrum B.B., 1995.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.

Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.

Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.

Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.

Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940. 

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.

Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op