Door de democratische revoluties in de 18e eeuw was er meer dan ooit aandacht voor ´het volk´ als kiezer en kandidaat in de politiek. Tijdens het ancien régime ging alle aandacht nog uit naar de adel of de koning, of, zoals in Nederland, naar rijke burgers (regenten). De vraag was in de negentiende eeuw wat er precies bedoeld werd met ‘het volk’, wat mensen met elkaar verbond en hoe de invloed van het volk vorm moest worden gegeven. Daarop werden verschillende antwoorden gegeven:

Bron 10. Tijdens de grondwetswijziging van 1917, met als bijnaam de Pacificatie, werden een tweetal zaken geregeld. Aletta Jacobs, met het briefje Niks, is nog niet tevreden. Vrouwen kregen alleen maar passief kiesrecht.
- LiberalenVoorstanders van een zo groot mogelijke vrijheid en zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Dit wordt door liberalen al snel geïnterpreteerd als economische vrijheid. legden de nadruk op het volk als een verzameling vrije individuen. De vrijheid van ieder individu moest zoveel mogelijk beschermd worden. Verder moest de staat zich zo min mogelijk bemoeien met het leven van burgers. Overigens verschilden liberalen onderling van mening over de vraag wie er in aanmerking kwam voor kiesrecht en welke rol de overheid moest spelen in de sociale kwestie.
- NationalistenMensen met een voorliefde voor het eigen volk, gecombineerd met een gevoel van saamhorigheid en een zekere afkeer voor het “vreemde”. legden de nadruk op het volk als natie, een stamverwante groep mensen die dezelfde taal en cultuur deelden en gevoelsmatig bij elkaar hoorden. De eenheid van het volk was voor nationalisten belangrijker dan de vrijheid van het individu. Zij beschouwden het volk dan ook als eenzelfde groep mensen die een extreme voorliefde heeft voor het land waarin zij wonen.
- Socialisten wezen erop dat tot het volk ook de grote arme massa van arbeiders, bedelaars en andere bezitlozen gerekend moest worden. Zij gingen uit van een tegenstelling tussen deze arme massa en de bezittende klasse. Alleen door een revolutie kon het bezit opnieuw onder de mensen worden verdeeld. Als tussenoplossing koos een deel van de socialisten voor hervormingen langs democratische weg. Zij werden Sociaal-democratenGroep socialisten die langs democratische weg tot sociale hervormingen wilde komen, voorstanders van uitbreiding van het kiesrecht..
- ConfessionelenAanhangers van de politieke stroming die is gebaseerd op een godsdienstige grondslag, bijvoorbeeld orthodox-protestants. – die vooral in Nederland actief op de voorgrond traden – zagen het volk het liefst georganiseerd in geloofsgemeenschappen. Alle geloofsgemeenschappen moesten dezelfde rechten hebben en binnen de eigen kring zaken zoveel mogelijk zelf kunnen regelen. Daarom wilden de confessionelen bijvoorbeeld dat ook hun lagere scholen werden gefinancierd door de overheid (= de Schoolstrijd).
- Feministes wezen erop dat het volk niet alleen bestond uit mannen. Vrouwen moesten volgens hen dezelfde rechten en mogelijkheden krijgen als mannen, bijvoorbeeld het recht om volksvertegenwoordigers te kiezen en aan een universiteit te studeren.
Revolutionaire tijden
In 1848 slaagden liberalen in een aantal landen erin hun politieke idealen voor een deel te verwezenlijken. In Nederland lukte dat met de grondwet van Thorbecke. Nederlandse liberalen kwamen na 1850 tegenover andere stromingen te staan, vooral tegenover confessionelen (in de Schoolstrijd) en tegenover sociaal-democraten (in verband met het algemeen kiesrecht en de sociale kwestie).
Twee van deze drie ‘kwesties’ werden in 1917 opgelost:
- Allereerst kwam er in dat jaar een einde aan de Schoolstrijd. Bijzondere scholen (= alle scholen die buiten het openbaar onderwijs vallen) konden voortaan net als openbare scholen rekenen op subsidie van de overheid.
- Ten tweede werd met het algemeen kiesrecht in ditzelfde jaar een overwinning geboekt. Door de sociaal-democraten werd algemeen mannenkiesrecht afgedwongen.
- In 1919 was ook het actieve vrouwenkiesrecht een feit.
Europa in de greep van het nationalisme
In 1870 vierden de Italiaanse nationalisten de eenwording van Italië. Een jaar later kreeg de koning van Pruisen de Duitse keizerstitel aangeboden tijdens een oorlog tegen Frankrijk. Maar het nationalisme zorgde na 1900 ook voor verdeeldheid binnen en spanningen tussen staten. Zo wilden Slavische nationalisten zich afscheiden van Oostenrijk-Hongarije en wilden Franse nationalisten revanche op Duitsland voor de nederlaag van 1871.