Kenmerkende aspecten tijdvak 7: pruiken en revoluties

Kenmerkende aspecten

27. Rationeel optimisme en ‘Verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

29. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden Trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

30. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

Hoofdvragen
  • Wat was de Verlichting en wat waren de belangrijkste filosofische ideeën? 
  • Op welke manieren probeerden absolute vorsten het ancien regime in stand te houden?
  • Op welke manier werd de Europese overheersing uitgebouwd en welke gevolgen had dit voor handel in tot slaafgemaakten?
  • Wat waren de oorzaken en gevolgen van de westerse democratische revoluties?

27. Rationaal optimisme en ‘verlicht denken’ werden toegepast op alle terreinen van de samenleving

  • Kan met de gedachtegang van Voltaire verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op godsdienst.
  • Kan met de gedachtegang van Rousseau verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de sociale verhoudingen.
  • Kan met de gedachtegang van Montesquieu verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de politiek.
  • Kan met de gedachtegang van Adam Smith verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de economie.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kan met de gedachtegang van Voltaire verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op godsdienst.
  • Kan met de gedachtegang van Rousseau verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de sociale verhoudingen.
  • Kan met de gedachtegang van Montesquieu verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de politiek.
  • Kan met de gedachtegang van Adam Smith verduidelijken dat het ‘verlichte denken’ werd toegepast op de economie.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

Door de wetenschappelijke revolutie nam het vertrouwen in ons verstand (= ratio / rede) toe. Door scherp waar te nemen en je verstand goed te gebruiken, kon je nieuwe waarheden ontdekken. In de achttiende eeuw zorgde dit bij mensen voor de neiging om gunstige uitkomsten te verwachten (= optimisme). Er zou een betere wereld komen als iedereen verstandig zou gaan handelen. De mensen zouden uit de duisternis van bijgeloof en onwetendheid kunnen komen (Verlichting). Hierdoor nam de neiging af om overal een religieuze verklaring achter te zoeken. De mens konden alles vormen zoals zij dat wilden (maakbare samenleving).

Enkele verlichte filosofen zijn het bekendst.

  • Voltaire vond dat op religieus terrein eer vrijheid van godsdienst en verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden moest zijn. Ook op religieus gebied moest je immers vrij zijn om je verstand te gebruiken.
  • Rousseau vond op het gebied van sociale verhoudingen in de samenleving dat er op het terrein van het bestuur er vrijheid moest zijn in de vorm van volkssoevereiniteit (= hoogste macht bij het volk) en grondrechten. Dat zou leiden tot natuurlijke sociale verhoudingen, want mensen zijn van nature gelijk en moeten dus ook gelijke rechten hebben. Het was immers niet redelijk om uit te gaan van aangeboren standsverschillen.
  • Om te voorkomen dat het bestuur corrupt zou worden, stelde Montesquieu voor de macht van het bestuur (de vorst) op te splitsen in drie delen: wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht (driemachtenleer/trias politica). Zo kon men macht niet misbruiken.
  • Op economisch terrein betekende dit een vrijemarkteconomie met zo min mogelijk overheidsbemoeienis volgens Adam Smith.
Bron 1. De salon van madame Geoffrin. In de Franse salons, waarin ook voor vrouwen een rol was weggelegd, kwamen wetenschappers, letterkundigen en aristocraten bijeen. Hier werd de laatste kennis uitgewisseld om zo verspreid te worden.
Bron 2. Op het schilderij uit 1768 van Joseph Wright wordt een huiskamer experiment getoond. Dit soort experimenten waren populair, omdat ze entertainment waren voor de mensen met geld. Daarnaast werden dit soort experimenten gebruikt om wetenschappelijke theorieën aan een breder publiek te onderwijzen. Op het schilderij legt de vader aan de twee bange meisjes uit dat dit soort experimenten nodig zijn in het belang van de wetenschap.

28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen van verlicht absolutisme

  • Kan aangeven wat er veranderde aan het absolutisme in de 18e eeuw onder invloed van de Verlichting.
  • Kan een politiek idee van de Verlichting noemen dat niet door ‘verlicht absolute vorsten’ werd overgenomen en kan aangeven waarom zij dat niet overnamen.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kan aangeven wat er veranderde aan het absolutisme in de 18e eeuw onder invloed van de Verlichting.
  • Kan een politiek idee van de Verlichting noemen dat niet door ‘verlicht absolute vorsten’ werd overgenomen en kan aangeven waarom zij dat niet overnamen.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

Bron 3. Koning Frederik II van Pruisen inspecteerde zelf de gevolgen van het verplichte aardappelplanten. Het gevolg: meer voedsel voor zijn inwoners.

In een tijd waarin het verlichte denken werd omarmd, was het bestaande absolutisme eigenlijk niet langer houdbaar. Steeds meer werd het gezien als een ´oud regeerstelsel´ (ancien regime) dat aan herziening toe was. Toch slaagden vrijwel alle absolute vorsten er nog in hun macht te behouden. Sommigen namen wel andere verlichte denkbeelden over zoals de verdraagzaamheid tegenover andere godsdiensten. Daarom spreken we van verlicht absolutisme. ‘Alles voor, niets door het volk’ was geliefde uitdrukking van deze vorsten.

Een voorbeeld van verlicht absolutisme was het bestuur van Frederik de Grote van Pruisen. Hij beweerde niet door God te zijn aangesteld, maar de eerste dienaar van de staat te zijn. Hij schafte censuur af en zorgde voor godsdienstige verdraagzaamheid en introduceerde de aardappel om zijn bevolking van meer voedsel te voorzien. Hij liet de voorrechten van edelen echter gewoon bestaan en hield zelf de touwtjes strak in handen. Politici hadden bij hem alleen een adviserende rol; van volkssoevereiniteit was geen sprake.

29. Uitbouw van de Europese overheersing in de vorm van plantagekoloniën, trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme

  • Kan aangeven hoe in de achttiende eeuw de Europese overzeese expansie verder werd uitgebreid.
  • Kan aangeven waardoor in de achttiende eeuw er steeds meer kritiek kwam op de trans-Atlantische slavenhandel.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kan aangeven hoe in de achttiende eeuw de Europese overzeese expansie verder werd uitgebreid.
  • Kan aangeven waardoor in de achttiende eeuw er steeds meer kritiek kwam op de trans-Atlantische slavenhandel.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

In de achttiende eeuw werd de Europese overzeese expansie verder uitgebreid. In Azië en Afrika was deze gericht op handel. In Amerika werden plantagekoloniën gesticht. Een voorbeeld daarvan is Suriname. Op grote landbouwondernemingen (plantages) in Suriname werd onder meer suiker aangeplant waarbij het werk werd gedaan door tot slaafgemaakten die vanuit Afrika (door de WIC) werden aangevoerd. Deze trans-Atlantische slavenhandel bereikte zijn hoogtepunt in de achttiende eeuw toen zes miljoen mensen werden verscheept.

In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond, mede onder invloed van verlichte denkbeelden – maar ook vanuit christelijke naastenliefde – een tegenbeweging. Zij protesteerde tegen de trans-Atlantische slavenhandel, de slavernij en de mensonterende toestanden op de plantages. Die tegenbeweging wordt het abolitionisme (van het Engelse ‘to abolish’ = afschaffen) genoemd. Onder andere door verzet van abolitionisten zou in de 19e eeuw eerst de slavenhandel en daarna de slavernij worden verboden.

Bron 4. De trans-Atlantische slavenhandel als onderdeel van de Driehoekshandel.
Bron 5. Abolitionisten lieten dit soort afbeeldingen op allerlei voorwerpen drukken. Zo kon de antislavernij boodschap snel verspreid worden.

30. De democratische revoluties

  • Kent twee voorbeelden van democratische revoluties in westerse landen.
  • Kan met een voorbeeld verduidelijken dat Amerikaanse revolutionairen werden geïnspireerd door politieke ideeën van de Verlichting.
  • Kan met een voorbeeld verduidelijken dat Franse revolutionairen werden geïnspireerd door politieke ideeën van de Verlichting.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kent twee voorbeelden van democratische revoluties in westerse landen.
  • Kan met een voorbeeld verduidelijken dat Amerikaanse revolutionairen werden geïnspireerd door politieke ideeën van de Verlichting.
  • Kan met een voorbeeld verduidelijken dat Franse revolutionairen werden geïnspireerd door politieke ideeën van de Verlichting.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog

De eerste democratische revolutie was in Noord-Amerika (1776) waar Engelse koloniën zich onafhankelijk verklaarden van de Engelse koning. De opstellers van de Onafhankelijkheidsverklaring waren geïnspireerd door de politieke ideeën van de Verlichting. Alle mensen waren volgens hen gelijk geschapen en hadden rechten die hun niet konden worden afgenomen: leven, vrijheid en het streven naar geluk. Het gezag van de overheid moest berusten op de wil van het volk. In de grondwet werden regeringstaken gesplitst in drieën: een uitvoerende, een wetgevende en een rechterlijke macht. Sindsdien heeft Amerika een systeem waarbij ieder van de drie machten in toom wordt gehouden door de andere twee. In de Bill of Rights werden daarna de belangrijkste grondrechten vastgelegd.

Bron 6. George Washington steekt de Delaware over. Een belangrijk moment in de strijd om de Amerikaanse onafhankelijkheid van Engeland.
De Franse Revolutie

De belangrijkste democratische revolutie in Europa was de Franse Revolutie die begon in 1789. Op 14 juli kwam alle onvrede in dat land tot een uitbarsting: onvrede over de ongelijkheid tussen standen en het misbruik van voorrechten, over de onvrijheid en de willekeur van de koning, over de economische tegenslag en het gebrek aan daadkracht van de regering. Verlichte denkers boden een aantrekkelijk
alternatief van meer vrijheid en van gelijkheid. Tijdens de revolutie die volgde, werden deze vastgelegd in een Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger. Daarmee stortte ook het ancien regime ineen.

De vraag was daarna wie er staatsburger moesten zijn: alle volwassen inwoners van de staat of slechts een gedeelte. Er werd gekozen het staatsburgerschap te beperken tot mannen, en wel die mannen die blijk gaven van enig ontwikkelingspeil en economische zelfstandigheid. Daarom werd het kiesrecht beperkt tot de rijkste laag van de mannelijke burgerij.

Het afbreken van de oude macht was meestal gemakkelijker dan het met succes vestigen van een nieuw democratisch bestuur. Dat laatste lukte alleen in de Verenigde Staten. In Frankrijk liep de revolutie uit op de dictatuur van Napoleon.

Lid worden
Abonneren op
0 Aantekeningen
Inline Feedbacks
Bekijk alle aantekeningen