De Tweede Wereldoorlog: de wereld in vlammen

Hoofdvragen

Hoe verliep de Tweede Wereldoorlog?

Hoe organiseerde Nazi-Duitsland de Jodenvervolging?

Hoe verliep de Duitse bezetting van Nederland?

1936
1938
september 1938
maart 1939
1 september 1939
10 mei 1940
1941
1 december 1941
1943
1944
30 april 1945
8-9 mei 1945
2 september 1945
20 november 1945
Bezetting van het Rijnland.
Anschluss. Oostenrijk werd deel van het Duitse Rijk van Hitler.
Appeasementpolitiek van Frankrijk en Engeland. Hitler mocht een deel van Tsjecho-Slowakije annexeren.
De volledige inname van Tsjecho-Slowakijke door Nazi-Duitsland.
Polen werd van twee kanten ingenomen.
Nazi-Duitsland viel Nederland binnen.
Nazi-Duitsland begon een militaire operatie tegen de Sovjet-Unie.
Japan viel de Amerikaanse haven van Pearl Harbor aan.
De legers van Hitler werden teruggedrongen door de Sovjet-Unie.
Een massale geallieerde tegenaanval bekend als D-Day.
Adolf Hitler pleegde zelfmoord
De capitulatie van Nazi-Duitsland.
Overgave van het keizerrijk Japan.
Het Proces van Neurenberg startte.

In 1933 werden verkiezingen gehouden waar de NSDAP als één van de grootste partijen uit naar voren kwam. Voor Adolf Hitler was deze machtstoename niet voldoende. Door slim gebruik te maken van de Rijksdagbrand in 1933 wist hij alle andere politieke partijen uit te schakelen. Hitler werd een dictator. Zijn dictatorschap zou leiden tot de nazificatie van de Duitse samenleving. In deze nieuwe totalitaire staat werd de belang van het individu afgeschreven: de burger was er voor de staat. Met deze gedachte zou Adolf Hitler de wereld in een nieuwe allesverwoestende oorlog storten, waarin gruwelijkheden werden begaan. Hele bevolkingsgroepen werden vermoord en steden weggevaagd met één enkele bom.

Kenmerkende aspecten
null

De Tweede Wereldoorlog: van Weimar naar Potsdam

Ga terug naar de overzichtspagina.

  • 37     De rol van Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38     Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 40     Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • 41     Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden.
  • 42     De Duitse bezetting van Nederland.
  • 43     Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • 44     Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

4. Nog een wereldoorlog?

Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom Frankrijk en Engeland overgingen tot appeasementpolitiek.
  • Kent de 4 fasen van de Tweede Wereldoorlog.
  • Kan het succes van de Wehrmacht verklaren.
  • Kan uitleggen dat er sprake was van een totale oorlog
  • Kan uitleggen dat er sprake was van vernietiging op nooit eerder vertoonde schaal.
  • Kan aangeven op welke 4 manieren WO 2 anders was dan WO 1 (verdiepingsstof).

Toen Hitler aan de macht kwam, deed hij wat hij aan de kiezers had beloofd: hij draaide het vredesdictaat van Versailles terug. Hitlers NSDAP begon na de machtsovername verschillende beslissingen te nemen die in strijd waren met het Verdrag van Versailles. Om Duitsers Lebensraum te geven, werd gewerkt aan het nieuwe Duitse leger (Wehrmacht), aangezien oorlog onvermijdelijk was. In 1935 werd dan ook de dienstplicht opnieuw ingevoerd, terwijl in het vredesakkoord dit nadrukkelijk was verboden. Daarnaast bezetten Duitse troepen het Rijnland in 1936, dat in 1919 aan de geallieerden was afgestaan als onderdeel van het Verdrag van Versailles. In dit gebied waren belangrijke grondstoffen te vinden zoals kolen en staal. In maart 1938 ging Nazi-Duitsland een stap verder. De Duitse Wehrmacht marcheerde Oostenrijk binnen. Alle Duitsers moesten in een groot Duitsland leven aldus Hitler. Dat betekende dat ook het broedervolk de Oostenrijkers zich bij hem moest aansluiten. Deze Anschluss (aansluiting) was de eerste uitbreiding van velen die nog zouden volgen. Vervolgens eiste Hitler het grensgebied met Tsjecho-Slowakije op, het Sudetenland, want ook daar woonden veel Duitssprekenden. Bovendien stond dit gebied bekend om zijn industrie; dat tevens een belangrijke bijdrage kon leveren aan Hitlers visie van een groot Duits rijk. Zou Tsjecho-Slowakije niet ingaan op Hitlers eis, dan was het oorlog!

Tsjecho-Slowakije had een verdrag gesloten met Frankrijk, waarin stond dat de Fransen te hulp zouden schieten bij eventuele conflicten. Hierdoor zou een mogelijk conflict tussen Duitsland en Tsjecho-Slowakije kunnen escaleren tot een Europese oorlog. Zowel Frankrijk als Engeland waren nog niet hersteld van de vorige en vreesden dan ook een mogelijk conflict. Premier Daladier van Frankrijk en premier Chamberlain van Engeland reisden naar München om het probleem met Hitler te bespreken. Beide heren vonden Hitlers eisen redelijk: alleen de gebieden inlijven waar Duitssprekenden woonden. De premiers verklaarden Tsjecho-Slowakije dat zij het land niet zouden helpen. Dit werd de appeasementpolitiek genoemd. Bij aankomst in Londen hield Chamberlain enthousiast zijn getekende afspraak met Hitler hoog in de lucht en zei: ‘goede vrienden, dit is de tweede keer in onze geschiedenis dat een Britse premier uit Duitsland terugkomt, terwijl hij een eerzame vrede heeft bereikt. Wij zullen in onze tijd alleen vrede kennen. Ga naar huis en slaap rustig, er komt geen oorlog met Hitler’. Kort daarop trok het Duitse leger het Sudetenland binnen. In maart 1939 hoorde Chamberlain met eigen oren wat Hitlers beloften waard waren: de Wehrmacht bezette ook de rest van Tsjecho-Slowakije. Engeland en Frankrijk protesteerden: toekomstige agressie van Duitsland zou niet geaccepteerd worden.

Bron 17. De Britse premier Neville Chamberlain verwachte door Hitler tegemoet te komen, een nieuwe oorlog te voorkomen.

Bron 18. Geschiedenis les in Duitsland. 'De Duitse economie heeft 2,5 keer zo veel consumenten als Frankrijk of Engeland'. Welke boodschap wilde het onderwijs hier mee overbrengen?
Bron 19. De korte termijn uitbreidingen van Adolf Hitler. Hij wilde Lebensraum voor het Duitse volk.
Bron 20. Door het verdrag tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie werd Polen van twee kanten aangevallen en verdeeld onder de totalitaire regimes.

De Frans-Engelse dreigementen konden alleen kracht worden bijgezet als de Sovjet-Unie (SU) hen zou helpen. Tot de grote verbazing van de West-Europese landen, sloten de SU en Nazi-Duitsland in 1939 het Molotov-Ribbentrop-pact waarin zij beloofden elkaar niet aan te vallen. Daarnaast werd er in dit verdrag de geheime verdeling van Polen vastgesteld. Op 1 september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen. Vandaar dat deze aanval de aanleiding werd voor een tweede wereldoorlog. Drie dagen na de inval, verklaarden Frankrijk en Engeland de oorlog aan Duitsland. De Duitsers maakten gebruik van een nieuwe aanvalstactiek: de Blitzkrieg (flitsende oorlog). Het Poolse leger werd van twee kanten ingesloten. De Duitse aanvallen waren onverwacht, daarbij gebruikmakend van tanks, ondersteund door zware luchtaanvallen en bommenwerpers. Hierdoor maakte het Poolse leger geen schijn van kans. In april veroverde Nazi-Duitsland Denemarken en Noorwegen. Op 10 mei 1940 volgde de aanval op Nederland, België en Frankrijk. Ook de legers van deze landen werden onder de voet gelopen. Frankrijk, een van de grootste en sterkste landen van Europa en overwinnaar uit de Eerste Wereldoorlog, werd in vijf weken verslagen. Engeland stond daardoor alleen in de oorlog. Elke nacht voerde de Duitse luchtmacht bombardementen uit op Engelse steden. Het doel was de burgerbevolking schrik aan te jagen, zodat de bevolking niet verder wilde vechten. Maar de Engelsen vochten terug, geleid door de nieuwe premier Winston Churchill.

Adolf Hitler besloot zijn bondgenoot Stalin aan te vallen. In 1941 begon een grootschalige militaire operatie tegen de Sovjet-Unie. Doordat Nazi-Duitsland op vele fronten oorlog voerde, had het grondstoffen nodig zoals olie en staal. Dezelfde grondstoffen die in het zuiden van de SU waren te vinden. De eerst snelle Duitse opmars zou vastlopen in 1942 bij de steden Leningrad en Stalingrad. Door de strenge winters in het Russische gedeelte van de Sovjet-Unie, raakten de Duitse soldaten moe en hun voorraden op. Vanaf 1943 werden de Duitse legers steeds verder teruggedrongen. In Azië was Hitlers bondgenoot Japan begonnen aan een opmars. Dit land wilde een groot Aziatisch keizerrijk stichten en daarnaast extra grondstoffen veroveren. Japans grootste concurrent in de Aziatische wateren was Amerika, dat enkele koloniën had. Op 7 december 1941 viel Japan de marinebasis van Pearl Harbor aan op Hawaii, als een preventieve actie. Een dag later verklaarde de Amerikaanse president Roosenvelt de oorlog aan Japan en zijn bondgenoten.

Bron 21. De oorlogstactieken van de Sovjet-Unie werden beperkt door de productiecapaciteit van wapens en munitie.

Bron 22. De atoombom die op Nagasaki werd geworpen. De paddenstoelwolk laat de omvang zien van de explosie. Onderaan zie je het vaste land. De rookwolk afkomstig van de bom kwam zelfs boven de wolken uit.

De VS gaf militaire en financiële steun aan de landen die vochten tegen Hitler er zijn bondgenoten: de asmogendheden. Na de Slag bij Stalingrad vroeg Stalin, de leider van de Sovjet-unie, om een tweede front in West-Europa zodat niet alleen het Russische leger het opnam tegen de Duitse Wehrmacht. Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – samen de geallieerden genoemd – spraken af dat ze de nachtelijke bombardementen op de Duitse oorlogsindustrie en de Duitse steden zouden opvoeren. Dezelfde tactiek waarmee Hitler zo snel Europa had weten te veroveren. Bovendien spraken de geallieerden af dat ze vanuit Engeland een bevrijdende invasie zouden voorbereiden: D-Day. Het plan was om te landen op de stranden van Normandië in Frankrijk en Nazi-Duitsland al in 1944 verslagen te hebben. Op 6 juni 1944 landden Amerikaanse, Engelse en Canadese troepen op de Franse kust. In de winter van 1944 begonnen de Duitsers aan een tegenaanval. Hierdoor werd het geplande overwinningsjaar niet gehaald. Pas in 1945 vielen de geallieerden Duitsland binnen. Het Sovjetleger zou als eerst Berlijn binnentrekken. Op 30 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord. Een week daarna gaf Duitsland zich over. In Azië was de oorlog nog niet gewonnen. Japan vocht door. De Verenigde Staten veroverde eiland naar eiland, maar Japan weigerde zich over te geven. Om verdere soldatenlevens te sparen, werd gebruik gemaakt van een nieuw wapen. De nieuwe president Truman – die de onverwachts gestorven Roosevelt had opgevolgd – gaf het bevel om twee atoombommen te werpen op Hiroshima en Nagasaki. Beide steden werden verwoest door de bommen en de daaropvolgende vlammenzee. Kort daarop tekende de Japanse keizer Hirohito de capitulatie. De Tweede Wereldoorlog was voorbij.

Een andere wereldoorlog

In 1914 waren duizenden mensen dolenthousiast geweest om een oorlog te beginnen. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heerste de blijdschap niet. De volwassenen herinnerden zich nog de vernietiging van de vorige oorlog. Bij een nieuwe oorlog, met nog grotere wapens, vreesden ze het ergste: zouden er gifgasbommen uit vliegtuigen geworpen worden? Er zijn enkele grote veranderingen te geven in de oorlogsvoering voor de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van de Eerste Wereldoorlog.

Bron 30. Door het gebruik van wapens als vliegtuigen en tanks was de oorlog mobieler dan oorlogsvoering ooit was geweest.

Allereerst werden zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog op wereldniveau uitgevochten. Toch was het grootste strijdtoneel van de Eerste Wereldoorlog te vinden in West-Europa, terwijl in de Tweede Wereldoorlog net zulke grote strijdtonelen waren te vinden in Noord-Afrika en Azië. Daarbij kwam dat niet alleen Europese landen agressors waren. Ook Aziatische landen als Japan hadden imperialistische ambities. Ten tweede zou de oorlog van 1939/1940-1945 bestempeld kunnen worden als een bewegingsoorlog. Voertuigen, vliegtuigen en schepen waren sterk verbeterd. Hele groepen soldaten konden bijvoorbeeld in vliegtuigen vervoerd worden om boven de vijandelijke linie te droppen. Er werd dan ook veel gebruik gemaakt van parachutisten. Tanks kregen een nog belangrijkere rol in de oorlogsvoering. Het was daarom niet meer mogelijk om je als soldaat te verschuilen in een loopgraaf. Soldaten werden getraind om zich snel voort te bewegen, in kleine groepjes richting de vijand. Er werd niet meer geprobeerd de vijand in man-tegen-mangevechten te lijf te gaan.

Als derde verandering kan het gebruik van destructieve wapens worden aangewezen. De atoombom is het beste voorbeeld van deze verandering. Door het werpen van deze bommensoort was het mogelijk om vernietiging te brengen op nooit eerder vertoonde schaal. Hierdoor kwam het oorlogsgeweld nog dichter bij de bevolking.

Dat de burgerbevolking nog meer betrokken werd bij de oorlogsvoering kan als vierde punt van verandering worden aangewezen. De Tweed Wereldoorlog was nog meer een totale oorlog, als deze vergeleken wordt met de vorige wereldoorlog. Burgers werden bedolven onder propaganda, de economische gevolgen van de oorlog en het oorlogsgeweld. Door de Tweede Wereldoorlog werd het alsmaar duidelijker dat oorlog altijd voorkomen moest worden. Desondanks zou het nog 50 jaar duren voordat landen steeds vaker opzoek gingen naar vreedzame oplossingen voor hun conflicten, in plaats van over te gaan tot een gewapend conflict.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.5 Video: Hitler in de aanval

In deze opdracht ga je de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog onderzoeken, nadat de geallieerden de oorlog aan Duitsland hadden verklaard. Welke strategie paste Adolf Hitler toe om de oorlog snel te beëindigen? In de onderstaande video ga je aan de hand van vragen antwoord zoeken op deze vraag. De opdracht bestaat uit 6 vragen verdeeld over 3 gedeelten. Beantwoord de vragen tijdens het kijken van de video.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


5. Joden krijgen de schuld

Leerdoelen
  • Kent de oorsprong van het antisemitisme.
  • Kan uitleggen waarom Joden als zondebok werden aangewezen door de NSDAP.
  • Kent de anti-Joodse maatregelen van de NSDAP.
  • Kan uitleggen dat de genocide op de Joden in 3 fasen verliep: isoleren, concentreren en elimineren.

Bron 31. Propaganda film ‘De eeuwige Jood’ was een nazistische visie op de kerneigenschappen van Joden. In deze visie werden Joden afgeschilderd als kwaadaardig en duivels.

In West-Europa woonden al eeuwenlang Joden. De Joodse bevolking had zich aangepast aan de gewoonten, normen en waarden van het land waarin zij woonden. Veel van deze Joodse inwoners voelden zich in eerste plaats een burger en op de tweede plaats een Jood. Daarnaast was zelf een grote groep niet meer bezig met het geloof. In Duitsland gold hetzelfde. De Joden waren een kleine minderheid. Ze vormden slechts 1 % van de bevolking (500.000). In Oost-Europa was dit aantal veel groter. In Polen woonden 3,5 miljoen en in de Sovjet-Unie 3 miljoen Joden. Over het aantal Joden in de andere Oost-Europese landen zijn weinig gegevens, maar ook hier lopen de schattingen in de miljoenen. Vanaf 1933 zou dit aantal langzaam dalen. Overal waar de Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie de macht overnamen, werden Joden gediscrimineerd en bedreigd.

Antisemitisme was niet nieuw. Het ontstond in de eerste eeuw na Christus. In de tijd van de Romeinen, werden Joden verdreven uit Palestina. Zij verspreidden zich over verschillende landen. Dit werd onder de Joden de grote diaspora genoemd. Deze verspreidde groepen bleven vaak een hechte gemeenschap vormen met hun eigen gebruiken. Joden werden om die reden en andere religieuze redenen in het christelijke Europa vervolgd. Zo werden zij tijdens de middeleeuwen het slachtoffer van kruistochten, die als doel hadden andersgelovigen uit te roeien. De Joden kregen in dit middeleeuws Europa de schuld van de dood van Jezus Christus en werden vaak als dader aangewezen van (natuur)rampen, oorlogen en epidemieën. De Joden werden dus als zondebok aangewezen bij het minste of geringste. Het opkomende nationalisme verergerde de discriminatie van Joden. Het eigen volk werd belangrijk in deze periode. Joden werden gezien als buitenstaanders en niet onderdeel van het volk. De nationaalsocialisten maakten in de jaren dertig handig gebruik van het al bestaande antisemitisme. De Dolkstootlegende liet de Duitse bevolking geloven dat het verraden was tijdens de Eerste Wereldoorlog. De bevolking ging opzoek naar deze verraders. De NSDAP maakte gretig gebruik van die zoektocht en wezen de Joden aan als landverraders en profiteurs. De Joodse bevolking kreeg dan ook de schuld van het verlies van die oorlog in de schoenen geschoven.

Toen Hitler in 1933 de volledige macht greep, maakte hij zijn verkiezingsbeloften waar: de verraders van de Eerste Wereldoorlog te straffen. Joden werden ontslagen, winkels en bedrijven van Joden werden geboycot en later zelfs onteigend. In 1935 werd tijdens de NSDAP-partijdag de Neurenberger rassenwetten afgekondigd. Deze wetten waren bedoeld om ervoor te zorgen dat hoogwaardige rassen zich niet vermengden met minderwaardige rassen. In de praktijk werden huwelijken tussen Joden en Duitsers strafbaar. Ook waren Joden door deze wetten officieel geen Duitse burgers meer; hierdoor hadden ze niet meer dezelfde rechten als andere Duitsers. Vervolgens werd een J aangebracht in het paspoort om aan te geven dat het betreffende persoon een Jood was. Het werd hen verboden om in openbare ruimten te komen, zoals een park, bioscoop, schouwburg, dierentuin, restaurants of andere gelegenheden. De identificatieplicht zou vanaf 1941 uitgebreid worden. Als Jood werd het verplicht om een gele ster op de kleding te dragen, want Joden moesten herkenbaar zijn voor niet-Joden. Door al deze maatregelen werden Joodse inwoners afgezonderd van de rest van de samenleving.

Bron 32. Het antisemitisme uitte zich in openlijke discriminatie. Joodse winkels werden vernield; Joden mochten niet meer in openbare gelegenheden komen en op het laatst werden bedrijven zelfs onteigend.

In 1938 werd een Duitse diplomaat in Parijs door een 19-jarige Joodse jongen vermoord. Als reactie op deze gebeurtenis organiseerden de nazi’s een gespeelde uitbarsting van volkswoede tegen de Joden. In de nacht van 9 op 10 november werden overal in Duitsland en Oostenrijk Joodse winkels, bedrijven en synagogen door de SA en bereidwillige burgers vernield en in brand gestoken. De politie en brandweer deden niets. Door al het gebroken glas ging deze gebeurtenis de geschiedenisboeken in als de Rijkskristalnacht.  Na deze nacht begon de NSDAP met het organiseren van bevolkingsdeportaties. Joden, zigeuners, gehandicapten, Afro-Europeanen en homoseksuelen vastgezet in concentratiekampen. Hier moesten zij dwangarbeid verrichten, zoals stenen hakken of sjouwen, kanalen graven of kleding maken, wassen en herstellen. In deze kampen werden mannen van vrouwen gescheiden en sliepen zij opeengepakt in barakken. Hitler was al begonnen met bouwen van deze kampen na zijn overwinning in 1933, om hier zijn politieke tegenstanders de communisten, sociaaldemocraten en andere politici op te sluiten. Daarnaast begonnen de nazi’s op een andere manier Joden te concentreren: in zogenaamde getto’s. Deze methode werd vooral in Oost-Europa toegepast. Het bekendste voorbeeld is het getto van Warschau. Joden werden naar deze afgesloten stadswijken toegedreven, vaak ging dit gepaard met moordpartijen. Bij de inval van Polen door de Sovjet-Unie in 1941 werd duidelijk dat ook in dit land het antisemitisme groot was. Duizenden Joden werden door Russische soldaten doodgeschoten en in massagraven gegooid. Eind 1941 waren al één miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen in de Sovjet-Unie en bezet Polen doodgeschoten.

Bron 34. Hitler over vreemde elementen in de samenleving. De video laat een goed beeld zien van de jodenhaat uit de jaren dertig.

Bron 35. Joden werden uit de treinwagons gelijk geselecteerd door medewerkers van het concentratiekamp. In de verte zie je de poorten van het concentratiekamp Auschwitz.

In januari 1942 kwamen enkele belangrijke nazipartijleden bij elkaar in een villa aan de Wannsee, een meer vlak bij Berlijn. Hier werd gediscussieerd over hoe het verder moest met het Joodse vraagstuk. Er werd besloten om over te gaan tot de Endlösing, de definitieve uitroeiing van de Joden. Enkele vooraanstaande Duitse geleerden probeerden een manier te verzinnen om in korte tijd miljoenen mensen te vermoorden. Er werd een systematisch plan uitgedacht om deze Endlösing te stroomlijnen. Allereerst moesten de Joden op een zo’n effectief mogelijke wijze worden opgepakt; vaak met behulp van de plaatselijke bevolking. Vervolgens zouden de Joden naar speciale kampen worden vervoerd. In Polen werden zes van die nieuwe vernietigingskampen gebouwd, zoals, Treblinka, Sobibor en Birkenau-Auschwitz. Met behulp van Zyklon B (blauwzuurgas) een uitvinding van chemicus Frits Haber – tevens de uitvinder van chloorgas en mosterdgas dat massaal tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ingezet – zouden miljoenen mensen vermoord worden in de gaskamers, die speciaal voor dit doel werden ontworpen. Duizenden mensen zouden per dag vervoerd worden naar de kampen met de boodschap: ‘neem alleen uw kostbaarheden mee’. Velen vermoedden dat voor hen weinig goeds stond te wachten. Toch konden de gedeporteerden niet vermoeden dat zij bij aankomst werden vergast. De Duitsers maakten hen wijs dat ze eerst gingen douchen en dat ze daarna een maaltijd zouden krijgen. Zo voorkwamen ze paniek en chaos tijden de selectie van mannen, vrouwen en kinderen. Bovendien konden zo makkelijker kostbaarheden worden verzameld. Vervolgens zouden de lijken door andere gevangenen worden verzameld en begraven worden in kuilen. Later zou dit proces te lang duren en werden de lijken verbrand in crematoria. Schatting is dat bijna 6 miljoen Joden stierven tijdens de Holocaust. Het precieze aantal is echter niet bekend, doordat in de laatste oorlogsmaanden de kampbewaarders niet meer de moeite namen om de namen van slachtoffers te noteren. Het werd voor de nazi’s belangrijker dat de klus werd geklaard.  Na de capitulatie van Nazi-Duitsland werden de daders van de Joodse genocide berecht door een speciale rechtbank, tijdens de processen van Neurenberg. Deze veroordelingen werden voltrokken op dezelfde plaats waar de NSDAP altijd haar partijdagen had gehouden.

Bron 36. In het midden Hermann Goering. Hij was een van de hoogste leden van de nazipartij. Goering zou berecht worden en schuldig worden bevonden aan oorlogsmisdaden. Hij pleegde echter zelfmoord voordat hij kon worden opgehangen.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 5.5 Video: Hoe de Joden uit Nederland verdwenen

In deze opdracht ga je de Jodenvervolging in Nederland onderzoeken. Hoe organiseerden de nazi’s in Nederland de Jodenvervolging? In de onderstaande video ga je aan de hand van vragen antwoord zoeken op deze vraag. De opdracht bestaat uit 9 vragen verdeeld over 3 gedeelten. Beantwoord de vragen tijdens het kijken van de video.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


6. Nazi-Nederland?

Leerdoelen
  • Kent de 3 fasen van de Nederlandse bezetting.
  • Kan uitleggen waarom de nazi’s een distributiesysteem instelden.
  • Kan het verschil uitleggen tussen afwachten, collaboratie en verzet; en beredeneren waarom Nederlanders hiervoor kozen.
  • Kan de gevolgen van de bezetting voor de vrijheid van meningsuiting aan de hand van kranten uitleggen (verdiepingsstof).

Bron 37. Nazi-Duitsland zette een heel propaganda systeem in om de Nederlanders te overtuigen van de nationaalsocialistische ideologie.

Nederland had tijdens de Eerste Wereldoorlog de neutraliteit afgekondigd. Het wilde niet meegetrokken worden in een allesvernietigend conflict. Ook in 1940 had het verwacht neutraal te blijven. Dit liep echter niet volgens plan, want op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen vanuit de lucht en over land Nederland binnen. Het doel van de Duitse Wehrmacht was om snel door te stoten richting België en vervolgens Frankrijk. Toch hield het Nederlandse leger langer stand dan gepland. Als gevolg van deze weerstand besloot de Duitse legerleiding Rotterdam te bombarderen. Terwijl Rotterdam in vlammen stond, dreigden de Duitsers dit ook te doen met andere steden. Op 15 mei werd de Nederlandse overgave getekend. Ondertussen was koningin Wilhelmina per boot naar Engeland vertrokken, een dag later gevolgd door de regering. Zowel de koning als de regering probeerden vanuit Londen samen met de geallieerden Nederland en de rest van Europa te bevrijden.

Nederland kreeg na de capitulatie een Duits bestuur onder leiding van de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart. Naar Duits voorbeeld werd ook in Nederland de democratie afgeschaft; daardoor werd het parlement ontbonden. In het eerste jaar van de oorlog veranderde er weinig voor de meeste Nederlanders. De Duitse bezetter wilde de Nederlanders winnen voor het nationaalsocialisme, aangezien het een broedervolk was. In het begin leek de bezetting mee te vallen. Het leven ging door en de economie bloeide op door orders vanuit Duitsland. Grote hoeveelheden schoenen, laarzen, elektromotoren en gloeilampen werden geëxporteerd naar Nazi-Duitsland.

De economische bloei was van korte duur. Voedsel, kleding en brandstof begonnen steeds schaarser te worden, aangezien dit naar het Duitse leger ging. Om ervoor te zorgen dat het nog beschikbare voedsel eerlijk verdeeld werd onder de bevolking – zodat het voor zowel arm als rijk beschikbaar was – werd een distributiesysteem ingevoerd. Schaarse producten konden alleen nog maar verkregen worden via bonkaarten, die uitgedeeld werden door speciale overheidskantoren. Alleen op vertoon van een identiteitsbewijs kon men aan een bonkaart komen.

De samenwerking tussen de bezetter en de Nederlandse bevolking begon steeds moeizamer te verlopen. Daarom werd de aanpak van de nazi’s harder. In de zomer van 1942 werd de bezetting nog merkbaarder door de Arbeitseinsatz. Nederlandse mannen moesten in Duitse krijgsdienst of werken in Duitse fabrieken. Zij moesten werken in Duitse munitie en wapenfabrieken. Veel van deze mannen besloten onder te duiken. Toch zou de helft nog gevonden worden en naar Duitsland worden gestuurd. Daarnaast werden politieke tegenstanders en mensen die niet meewerkten opgesloten in werkkampen. De bezetter begon in dezelfde periode met het doorvoeren van anti-Joodse maatregelen. Op initiatief van de nazi’s werd de Joodse Raad in het leven geroepen. Dit was een overleg tussen vooraanstaande leden uit de Nederlandse Joodse gemeenschap, die als doel had deze gemeenschap te besturen. In de praktijk moest de raad alle bevelen van de bezetter opvolgen en was dus het gezicht van de anti-Joodse maatregelen en later de deportatie van de Joodse bevolking. Veel van de raadsleden zijn na de oorlog gevraagd naar hun motivatie om samen te werken met de nazi’s. Velen gaven hetzelfde antwoord: ‘om ergere maatregelen te voorkomen en te redden wat er te redden viel’. Ook een andere groep Nederlanders werkte nauw samen met de bezetter: de Nationaalsocialistische Beweging (NSB). Dit samenwerken heet collaboratie.

Door de schaarste begon het verzet in Nederland te groeien. Steeds meer verzetsgroepen organiseerden zich tegen de nazi’s. Deze groepen probeerden de bezetter dwars te zitten door overvallen te plegen, voedselbonnen te kopiëren voor onderduikers en Joden helpen door ze laten onderduiken of Nederland helpen te ontvluchten. De meest georganiseerde hulp begon halverwege 1942 dankzij de oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO).

In september 1944 leek het einde van de oorlog in zicht. Via het geheime radiokanaal Radio Oranje, werden Nederlanders geïnformeerd over de geallieerde successen. De zuidelijke provinciën onder de rivier de Rijn konden bevrijd worden, maar een poging om ook het noorden te bevrijden mislukte. De bevolking uit het noorden van Nederland moest nog een winter leven onder Duitse bezetting doorstaan. In deze strenge winter van 1945 bereikte de schaarste het hoogtepunt. Duitse soldaten roofden de steden leeg. Het gevolg van deze actie was dat de Nederlandse bevolking honger leed. Naar schatting zouden 20.000 Nederlanders sterven door kou en honger. Nederland zou pas op 5 mei 1945 volledig bevrijd zijn.

Bron 38. Een deel van een bonkaart uit 1944. Van een bonkaart moest één gezin twee maanden eten. Veel van deze kaarten zouden vervalst worden. Daarom werd het vervoer van deze kaarten altijd streng bewaakt. Ook op andere manieren bemoeilijkte de nazi's het namaken van deze kaarten, door bijvoorbeeld watermerken toe te voegen of op onverwachte momenten de kaarten uit de roulatie te halen.
Bron 39. In de laatste oorlogjaren groeide het verzet tegen de Duitse bezetter. De hoeveelheid verzetsorganisaties groeiden massaal. Na de oorlog moest het leven weer opgepakt worden. In deze bron deelt de leider van zo'n verzetsorganisatie mede dat de organisatie werd ontbonden.

Bron 40. Tekenaar Leen Jordaan keek in 1945 terug op vijf lange oorlogjaren. Dat deed hij in 150 spotprenten. Hierboven één van deze prenten. Bron: Verzetsmuseum

De Nederlandse pers

Nadat de nazi’s de macht grepen in de Nederland, begonnen zij met het censureren van de pers. De Duitse bezetter bepaalde wat gepubliceerd werd in de kranten via de zogenoemde ‘persnoten’. Hierin werd het nieuws van de dag gedicteerd. Kranten mochten niet over Duitse verliezen publiceren of geallieerde overwinningen. Ook de Jodenvervolgingen mochten de ochtend- en avondedities niet halen. Journalisten die zich niet aan deze persnoten hielden werden ontslagen en vervangen door NSB’ers. Op een overtreding stond vaak nog een andere straf: deportatie naar een werkkamp. Enkele kranten weigerden mee te werken aan de Duitse censuur en werden dan ook verboden (Fries Dagblad, Ons Noorden, De Maasbode, De Zeeuw). Andere kranten besloten de controle van de pers te accepteren of zelfs van harte de collaboratie aan te gaan. Een voorbeeld van die laatste categorie is De Standaard. Deze krant was zo pro-Duits en bereid de bezetter te helpen dat de krant na de oorlog nooit meer verschenen. Andere kranten zoals De Telegraaf kregen een verschijningsverbod opgelegd voor een bepaalde periode.

Ook in de pers was er sprake van verzet. Kranten probeerden zoveel mogelijk ‘echt’ nieuws weg te stoppen in hun uitgaves of krantenartikelen zo kunstig te schrijven dat dit echte nieuws alsnog tussen de regels door was te lezen. Dit moest zorgvuldig worden gedaan, zodat de oplettende lezer op de hoogte bleef van al het oorlogsnieuws zonder dat de bezetter dit verzet doorkreeg. Dit lukte het Algemeen Handelsblad, totdat in juli 1941 de hoofdredacteur vervangen werd door een NSB’er. Uit propaganda oogpunten wist de bezetter goed waar hij mee bezig was. Kranten die al jaren bestonden liet hij voortbestaan. Zo bleef het vertrouwen bestaan in de objectiviteit van de krant en zouden de lezers het nieuws voor waarheid aannemen. Doordat de pers na 1941 bijna volledig gecensureerd werd, begonnen verzetsgroepen hun eigen kranten te publiceren. Deze verzetskranten werden verspreid onder de bevolking om hen van het echte nieuws op de hoogte te houden, maar waren zeer intensief en gevaarlijk om te maken. Ook in het bezit zijn van zo’n verzetskrant kon gevaarlijk zijn.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op