Bruikbaarheid van bronnen

Om iets over het verleden te weten te komen, doet een historicus onderzoek. Om het verleden te beschrijven heeft hij bronnen nodig. Maar hoe bepaalt een historicus welke bron bruikbaar is? Bruikbare bronnen, zijn bronnen die informatie geven voor het onderzoek dat de historicus doet. Hetzelfde geldt voor een onderzoek dat je op school doet. Het kan zijn dat je tijdens het zoeken een mooi aantal bronnen hebt gevonden, maar deze gaan over een volledig ander onderwerp. Dan zijn deze bronnen niet bruikbaar. Ook kan het voor komen dat een bron over jouw onderwerp gaat, maar niet betrouwbaar is; want de maker verdraait de gebeurtenissen. Daarnaast moet je kijken of de bron representatief is. Benaderd de bron een gebeurtenis op een manier zoals het ook in andere bronnen is beschreven of geld de mening uit die bron geld voor meer mensen. Bruikbaarheid hangt dus af van de volgende drie punten:

  1. De vraagstelling of het onderzoeksdoel.
  2. De betrouwbaarheid van de bron en daarmee de maker.
  3. De representativiteit van de bron.

De eerste stap in een historisch onderzoek is het bepalen van je onderzoeksvraag, ook wel hoofdvraag genoemd. Om te bepalen of een bron dus bruikbaar is, kijk je naar de inhoud van de bron en je onderzoeksvraag. Hetzelfde geldt voor een toetsvraag. De vraagstelling bepaald of de bronnen bruikbaar zijn. De bruikbaarheid hangt ook af van het soort bron. Er zijn veel verschillende soorten bronnen: ooggetuigenisverslagen, grafieken en schilderijen enzovoort.

 

Ooggetuigenissen

Bij een ooggetuigenisverslag legt een historisch persoon een gebeurtenis vast, door op te schrijven hoe hij of zij de gebeurtenis heeft meegemaakt. Zo’n verslag is dan ook geschreven vanuit het oogpunt van de maker. Houdt bij dit soort bronnen altijd rekening met de standplaatsgebondenheid van de maker van de bron. Is de maker communist of juist democraat? Dit bepaalt hoe hij bijvoorbeeld tegen een communistische opstand aankeek.

Een dagboek is ook een vorm van een ooggetuigenisverslag. Houd bij deze bronnen altijd rekening met de standplaatsgebondenheid van de maker.
Schilderijen worden altijd met een reden geschilderd. Misschien wil de schilder laten zien hoe goed hij de werkelijkheid kan vastleggen? Wil de opdrachtgever zichzelf verwerkt hebben in het schilderij? Allemaal vragen om rekening mee te houden als je de bruikbaarheid van bronnen beoordeeld.

Grafieken

Grafieken laten meestal alleen cijfers zien. Zijn ze dan onbruikbaar? Nee, want in combinatie met andere bronnen kan je conclusies verbinden aan die cijfers. Probeer bij een onderzoek dus niet alleen cijfers over te nemen, maar ook om conclusies aan de cijfers te verbinden.

 

Schilderijen.

Schilderijen kunnen heel goede bronnen zijn. Toch moet jij je afvragen: ‘is dit een precieze voorstelling van de werkelijkheid’? Een schilder zal een gebeurtenis vastleggen naar hoe hij kan. Ook zal hij informatie weggelaten of veranderd hebben om het schilderstuk mooier te maken. Vaak is een schilderij in opdracht gemaakt. De opdrachtgever zal bepaalde dingen niet in zijn schilderij willen hebben. De opdrachtgever heeft de weergave dus beïnvloed. Een schilderij geeft dan ook het verleden niet exact weer.