Hoofdvraag van dit project

Hoe kan het Nederlandse oorlogsgeweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog verklaard worden, gezien de historische context van 1945-1949 en rekening houdend met de perspectieven van soldaten, legerleiding en overheid die naar voren komen uit de bronnen?

In 1947 begon de Nederlandse overheid aan militaire acties om de orde en rust te herstellen in haar kolonie Nederlands-Indië: de politionele acties. Aan Indonesische en Nederlandse kant zouden deze acties leiden tot oorlogsgeweld en oorlogsmisdaden. In 1969 werd geopperd dat Nederland en zijn militairen aan de verkeerde kant van de geschiedenis hebben gestaan en zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ook werd niet begrepen waarom Nederland zich in een oorlog wilde storten terwijl dat het net zelf bevrijd was? We gaan terug in de tijd en doen onderzoek naar deze Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en de militairen die daarin vochten in opdracht van de Nederlandse legerleiding en de overheid. Wie waren er schulding aan het begaan van oorlogsmisdaden of waren de handelingen van de Nederlandse soldaten begrijpelijk gezien de oorlogssituatie?

Manschappen 2e Eskadron Pantserwagens KNIL poseren voor hun voertuigen. Bron: Wikimedia Commons.

Op 11 juni 1945 werden de laatste Duitsers uit Nederland verdreven. Dit betekende niet dat heel Nederland bevrijd was. De Nederlandse kolonie, Nederlands-Indië, behoorde ook tot het grondgebied. Deze kolonie was nog steeds bezet door Japan, de bondgenoot van Nazi-Duitsland. Voor veel Nederlanders was het duidelijk: ‘De geallieerde soldaten hadden Nederland bevrijd, nu was het aan de Nederlanders om hun steentje bij te dragen en de Indonesische bevolking te bevrijden van de Japanse bezetter’. Net als dat Nederlanders hadden samengewerkt met de Nazi’s die Nederland hadden bezet, zo werkten ook enkele Indonesiërs samen met de Japanse bezetter. Deze Indonesische collaborateurs, die ondertussen een onafhankelijke republiek hadden uitgeroepen, wilden onderhandelen met de Nederlandse overheid. Zowel de Nederlandse overheid als de Indonesische Republiek stonden voor een dilemma: ‘was de tegenpartij wel te vertrouwen’?

Bron 1. In 1945 kenden veel Nederlanders de kolonie Nederlands-Indië alleen van de aardrijkskunde les en van de berichten uit de krant. Waarom moesten zij zich druk maken om het Indonesische archipel? Bron: NPO, De Oorlog.

Leerdoelen
  • Kan de politieke, economische en sociale situatie in Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog beschrijven.
  • Kent de manier waarop er tegen de Nazioorlogsmisdadigers aangekeken werd.
  • Kent het doel van de processen in Neurenberg vlak na de Tweede Wereldoorlog.
  • Kan uitleggen waarom oorlogsmisdadigers gestraft worden aan de hand van het Oorlogsrecht.
  • Kan vijf verschillende vormen van oorlogsmisdaden benoemen.
  • Kan uitleggen waarom de formulering van het oorlogsrecht zo belangrijk is voor het vervolgen van oorlogsmisdadigers.
  • Kent het verloop van de Bersiap periode.
  • Kan uitleggen waarom Nederland, door die Bersiap periode, de orde in Nederlands-Indië wilde herstellen.

Na de Tweede Wereldoorlog

Het laatste Nederlandse gebied wat bevrijd zou worden van de Duitse bezetter, was Schiermonnikoog op 11 juni 1945. In de Nederlandse politiek en onder de Nederlandse bevolking, vond men dat iedereen die had samengewerkt met de Duitsers gestraft hoorde te worden. Over welke straf moest volgen was niet elke Nederlander het eens.

Opdracht 1. Bestraffing van oorlogsmisdaden en collaborateurs vanuit Nederlands perspectief

Gebruik bij de beantwoording van de onderstaande vragen bron 2 en 3. Geef duidelijk en gestructureerd antwoord. Hulp bij het beantwoorden van een vraag.

  1. Veel Nederlandse vrouwen die waren omgegaan met Duitse soldaten tijdens de bezettingstijd werden na 11 juni 1945 publiekelijk vernederd. Leg uit waarom die vernedering plaatsvond. Gebruik in je antwoord: Nazi, collaborateur, vrouwen.
  2. Was iedereen het eens met de bestraffing van de collaborateurs? Leg je antwoord uit.
  3. Veel Nederlandse politici vonden dat de Nederlandse bevolking zich niet moest wreken op de collaborateurs. Leg uit waarom deze politici dat vonden en hoe zij dit verwoorden. Gebruik in je antwoord een voorbeeld uit de bron.

Bron 2. Na de bevrijding werden collaborateurs het doelwit van wraakgevoelens. Nederlandse vrouwen die met Duitse soldaten waren omgegaan werden bijvoorbeeld het doelwit van vernederingen. Ook werden collaborateurs geïnterneerd. Niet iedereen was het eens met deze behandeling. Bron: documentaire reeks NPO, De Oorlog.

Bron 3. 'Moffenhoer' of 'moffenslet' werd de scheldnaam voor Nederlandse vrouwen die waren omgegaan met Duitse soldaten tijdens de bezetting van Nederland door Nazi-Duitsland. Veel van deze vrouwen werden publiekelijk te schande gezet uit wraakgevoelens. Bron: Wikimedia Commons.

Aan het begin van de twintigste eeuw was een speciaal gerechtshof opgericht voor rechtszaken die de hele wereld aangingen: het Internationaal Arbitragehof in Den Haag. Dit Arbitragehof bestrafte misdaden die waren begaan tijdens een oorlog op basis van regels die internationaal overeen waren gekomen tijdens de Geneefse Conventies. In deze regels stond het soort geweld dat toegestaan was tijdens een oorlog. Dat werd omschreven als oorlogsgeweld. Alles wat buiten dit toegestane geweld viel werd omschreven als buitenproportioneel oorlogsgeweld of extreem oorlogsgeweld. Als een land, groep mensen of een persoon zich tijdens een gewapend conflict had schuldig gemaakt aan een extreem oorlogsgeweld, dan bestrafte het Internationaal Arbitragehof hen volgens het oorlogsrecht gebaseerd op die Geneefse Conventies. De veroordeelde soldaten hadden dan oorlogsmisdaden begaan. In Europa reageerde men geschokt op de oorlogsmisdaden die de Nazi’s hadden begaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen de gruwelijkheden uit de eerste concentratiekampen aan het licht kwamen, werden politici en burgers uit de landen Frankrijk, Engeland, de Verenigde-staten, de Sovjet-Unie maar ook Nederland die van de gruwelijkheden afwisten het eens: deze oorlogsmisdaden moesten bestraft worden. Omdat de oorlogsmisdaden van de Nazi’s niet beperkt waren gebleven tot één land maar verspreid hadden plaatsgevonden over heel de wereld, kon niet maar één land de Nazi’s bestraffen. De Nazioorlogsmisdadigers zouden in 1945 volgens dat oorlogsrecht door een speciaal internationaal gerechtshof bestraft worden.

Opdracht 2. Wat zijn oorlogsmisdaden en wat is het oorlogsrecht?

In deze opdracht gaan we kijken naar het oorlogsrecht en naar de oorlogsmisdaden die daarin beschreven staan. In het oorlogsrecht tot aan 1945 staan verschillende soorten oorlogmisdaden beschreven, die onder te verdelen zijn in vijf verschillende categorieën. Na de onderstaande schuifcarrousel staat een inleidend filmpje over het oorlogsrecht. Bekijk het filmpje van het Rode Kruis en de onderstaande bronnen en beantwoord daarna de vragen.

  1. Bekijk het filmpje over het Humanitair Oorlogsrecht. Aan het begin van de twintigste eeuw werden internationale afspraken gemaakt over wat wel en wat niet mag tijdens een oorlog. Die afspraken zouden uiteindelijk het oorlogsrecht vormen. In diezelfde periode neemt de vernietigingskracht van de wapens die in een oorlog gebruikt kunnen worden ook toe.
    Beredeneer waarom veel Europese politici het noodzakelijk vonden dat er afspraken gemaakt moesten worden over wat wel en wat niet mag tijdens een oorlog.
  2. Wat is het verschil tussen buitenproportioneel oorlogsgeweld (extreem oorlogsgeweld) en een oorlogsmisdaad?
  3. Geef de vijf categorieën waarin oorlogsmisdaden begaan kunnen worden.
  4. In de bronnen kom je vaak het begrip functioneel tegen. Leg uit voor elke bron wat met functioneel in die bron bedoeld wordt. Schrijf dat als volgt op: ‘In bron 5 wordt functioneel…’
  5. Functioneel is een subjectief begrip. Beredeneer waarom het begrip functioneel subjectief is. Bedenk ook een voorbeeld aan de hand van de bronnen en verwerk die situatie in je uitleg.
  6. Situatie: ‘soldaten moeten een dorp invallen opzoek naar vijandige soldaten. Bij binnenkomst in het dorp worden ze gelijk beschoten. De soldaten besluiten de hulp in te roepen van hun artillerie. Ze weten dat door artilleriebeschietingen huizen met burgers daarin geraakt kunnen worden, terwijl burgers eigenlijk niet het doelwit zijn’.

    Lees de bovenstaande situatie. Achteraf wordt door een rechter de vraag gesteld of deze soldaten schuldig zijn aan het begaan van oorlogsmisdaden.
    A.   Leg uit of volgens het oorlogsrecht de bovenstaande situatie mag. Verwerk in je antwoord het perspectief van de soldaten die het dorp aanvallen en het perspectief van de burgers die aangevallen werden.
    B.   Zou jij de soldaten bestraffen voor hun daden? Leg je antwoord uit. Verwerk in je antwoord een citaat uit één van de bronnen en benoem de bron waar dit citaat uit komt.

Bron 9. Filmpje van het Rode Kruis over het Humanitair Oorlogsrecht, in het kort Oorlogsrecht.

Opdracht 3. De bestraffing van Nazioorlogsmisdadigers in Neurenberg

Op 20 november 1945 begonnen de eerste processen tegen de Nazioorlogsmisdadigers. Deze processen werden in Neurenberg gehouden. Om de deze opdracht te maken heb je de onderstaande vier bronnen nodig. Deze bronnen zijn pagina’s uit Nederlandse kranten uit 1945. Klik op de afbeeldingen om deze te vergroten.

Bron 10. Het vrije volk democratisch socialistisch dagblad 20 november 1945. Bron: Delpher.nl.
Bron 11. De Patriot 20 november 1945. Bron: Delpher.nl.
Bron 12. De vrije stemmen van Schouwen Duiveland tevens mededeelingenblad militair gezag 6 december 1945. Bron: Delpher.nl.
Bron 13. De Tijd godsdienstig staatkundig dagblad 13 december 1945. Bron: Delpher.nl.

Stelling: De processen in Neurenberg hadden als doel te straffen, maar ook als doel een voorbeeld te stellen voor de toekomst.

Leg uit of jij het eens of oneens bent met de bovenstaande stelling aan de hand van de bovenstaande bronnen (Tip: zoek specifiek naar kranten artikelen die gaan over de Neurenberg processen). Gebruik in je antwoord twee voorbeelden. Elk voorbeeld moet uit een andere bron komen. Je antwoord moet goed te volgen zijn voor de docent, maar ook je medeleerlingen (Hulp bij het beantwoorden van vragen).

Opdracht 4. Zien vanuit de historische context: het bestraffen van oorlogsmisdaden

In 1945 vonden veel Duitse soldaten die verantwoording aan de geallieerden moesten afleggen, dat zij niets fout hadden gedaan. Ze hadden gewoon hun bevelen uitgevoerd. De soldaten vertelden in de rechtbank dat ze niet door hadden gehad dat Hitler miljoenen Joden had vermoord. De Duitse soldaten reageerden even geschokt op de gruwelijke manier hoe de Joden de dood hadden gevonden als dat de geallieerden hadden gedaan.

 

Sommige Nederlanders vonden in 1945 dat elke Duitse soldaat straf moest krijgen en berecht moesten worden als oorlogsmisdadigers. Ben jij het daarmee eens? Houd in je antwoord rekening met:

  • De naoorlogse situatie en de mensen die de Duitser graag gestraft wilden zien.
  • Het oorlogsrecht gebaseerd op de Geneefse Conventies.
  • Het doel van de Neurenberger processen.
Bron 14. De processen in Neurenberg. Achteraf werd vaak de vraag gesteld: 'waarom wilden de geallieerden de oorlogsmisdadigers bestraffen'? Bron: Wikimedia Commons.

De Bersiap periode

Bron 15. Japan bezette tijdens de Tweede Wereldoorlog Nederlands-Indië. Voor Nederlanders stonden de Japanse bezetters gelijk aan de Nazi's. Bron: Geheugen van Nederland.
Bron 16. Soekarno riep na de Japanse capitulatie de Indonesische onafhankelijkheid uit. Met die abrupte actie maakte Soekarno zichzelf niet populair in de ogen van Nederland. Soekarno werd gezien als een verrader en een product van Japanse corruptie. Bron: Wikimedia Commons.

Drie maanden nadat Japan zich als bondgenoot van Nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog had gestort, dwongen de Japanse soldaten het Koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) tot de overgave. Tijdens de Japanse inval kreeg het KNIL geen steun van de plaatselijke bevolking. De Indonesiërs wilden liever afwachten. De Nederlandse kolonie werd nu overheerst door Japan. Veel Indonesiërs hoopten dat de Japanse inval het einde van de Nederlandse overheersing betekende en misschien zelfstandigheid voor het Indonesische volk. Hoe die zelfstandigheid eruit zou gaan zien, wist de bevolking niet.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten Indonesische nationalisten samen met de Japanners. In de ogen van de Nederlanders waren deze Indonesische nationalisten collaborateurs en geen haar beter dan de Nazi-bezetter in Nederland. Soekarno wilde wel samenwerken met de Japanners. Hij dacht dat Japan eerst de oorlog zou winnen en dan Indonesië de onafhankelijkheid zou schenken. In ruil voor vage beloften over onafhankelijkheid hielp Soekarno met het werven van dwangarbeiders en het verspreiden van antiwesterse propaganda. Via luidsprekers en massaorganisaties werden de Indonesiërs met anti-Nederlandse propaganda bestookt. Het gevolg was dat twee miljoen jongeren zich aansloten bij paramilitaire organisaties. Zij zouden tot hulpsoldaten van de Japanners worden opgeleid. De Japanners slaagden er niet in de Indonesiërs voor zich te winnen, aangezien de Indonesiërs door de Japanners als tweederangs Aziaten werden behandeld. De Japanse bezetting kostte naar schatting 2,5 miljoen Indonesiërs het leven.

Ondanks dat de haat richting de Japanners was gegroeid, verlangden de Indonesiërs niet terug naar de periode van Nederlandse overheersing. De Nederlandse nederlaag tegen Japan aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had aangetoond dat de blanken niet onoverwinnelijk waren. De roep naar zelfstandigheid werd alsmaar groter. Tegen het einde van de oorlog verzwakte Japan. Het gaf de toezegging dat Indonesië onafhankelijk zou worden. Voordat Japan de kans kreeg om Indonesië onafhankelijk te maken, gaf het zich op 15 augustus over aan de geallieerden. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno onder druk van de nationalistische jongeren de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. De dekolonisatie werd begonnen.

Opdracht 5. De Japanse bezetting van Nederlands-Indië

Deze opdracht gaat over de Japanse bezetting van Indonesië en het Indonesische vrijheidsstreven. Bekijk de onderstaande bronnen. Maak vervolgens de vragen. In deze opdracht moet je bronnen interpreteren en binnen de historische context plaatsen.

  1. Gebruik bron 18. Waarom noemt de Indonesische schrijver Toer Nederland een tandeloze leeuw?
  2. Gebruik de leertekst en bron 17. Waarom steunen veel Indonesiërs de Japanners?
  3. Bekijk bron 20. Welk beeld wil de maker van de bron schetsen van de Japanse bezetting?
  4. In 1945 vonden veel Nederlanders Soekarno een verrader en een collaborateur. Indonesiërs beschouwden hem als een volksheld.
    Gebruik bron 17 t/m 20. Leg in je eigen woorden uit waar dit verschil in perspectief vandaan komt.
  5. Vat in je eigen woorden samen welke gevolgen de Japanse bezetting had voor de verhoudingen tussen Nederlanders en Indonesiërs.

Bron 17. Soekarno wordt door de Indonesiërs tot aan de dag van vandaag beschouwd als een volksheld. Hij zette zich vanaf het begin in voor de Indonesische onafhankelijkheid. Bron: documentaire reeks NPO, De Oorlog.

Bron 21. Provinciale Drentsche en Asser courant 27 november 1945, bericht over de Britse troepen die Java proberen terug te veroveren op de Indonesische opstandelingen. Bron: Delpher.nl.

Was Indonesië nu echt onafhankelijk? Op papier wel, maar meer dan een papieren verklaring was er niet. De verklaring werd niet erkend door de Nederlandse regering en niet door de geallieerden die waren begonnen met de bevrijding van Nederlands-Indië. Op 15 augustus was besloten dat de Britten Java en Sumatra zouden bevrijden. Door logistieke problemen zouden pas na zes weken de eerste Britse soldaten op Java aankomen. In de tussentijd was het Japanse leger begonnen met grote delen van het bestuur over te dragen aan de Indonesische Republiek. De Republiek vormde een eigen leger. Er kwam een parlement waarin de belangrijke politieke stromingen (moslims, nationalisten, socialisten) waren vertegenwoordigd.

De eerste weken na het uitroepen van de onafhankelijkheid bleef het vrij rustig. Door nieuws dat de Britten in aantocht waren, sloeg op Java de vlam in de pan. Indonesische jongeren genaamd pemuda’s, dezelfde die een paramilitaire opleiding hadden gekregen van de Japanners begonnen met het bezetten van overheidsgebouwen, roofden wapenarsenalen leeg en nemen hele stadsdelen in bezet. De pemuda’s richtten hun woede op Blanken, Indo-Europeanen en Chinezen. Zij werden het slachtoffer van gruwelijke moorden en verkrachtingen. De Indonesische Republiek deelde de blanke bevolking dan ook mee, dat het in de Jappenkampen moest blijven. Alleen door in de kampen te blijven kon de Republiek de blanke inwoners van Indonesië beschermen.

Eenmaal op Java aangekomen waren de Britten onder de indruk van de felle Indonesische reactie. Engeland had besloten de eigen koloniën onafhankelijk te maken, dus het was niet bereid alles op alles te zetten voor herstel van het Nederlandse koloniale gezag in het Indisch archipel. De Britten besloten alleen Batavia, huidig Jakarta, te bezetten en de ordehandhaving op de rest van Java over te laten aan de troepen van de Republiek Indonesië. De Republiek was daartoe niet in staat. Het gevolg was dat de situatie verder uit de hand liep.

Bron 22. KNIL-Manschappen ontdekken in Balapulang een massagraf. In een put zijn de stoffelijke resten gevonden van achttien Nederlanders, onder wie kinderen en een zwangere vrouw. Op 17 augustus 1946 - toen het eenjarige bestaan van de Republiek werd gevierd - werden de slachtoffers uit hun woningen gehaald. Met bamboesperen werden de Nederlanders doorstoken ten overstaan van de Indonesische bevolking, waarna de slachtoffers op het achterhoofd werden geslagen en in de put met grondwater werden geworpen. Dit soort gruwelijkheden waren niet uitzonderlijk tijdens de Bersiap periode. Bron: Kok,René. Koloniale oorlog 1945-1949: Van Indië naar Indonesië. Amsterdam: Uitgeverij Carrera, 2015.
Opdracht 5. Een uit de hand gelopen situatie

In deze opdracht ga je een reconstructie maken van de Bersiap periode. Net zoals historici dat doen, ga ook jij het verleden beschrijven aan de hand van bronnen. Om je op weg te helpen staat hieronder de structuur die je gaat hanteren. De structuur staat op volgorde, maar wel in steekwoorden. Jij gaat die steekwoorden uitwerken. De informatie die je daarvoor nodig hebt staat in de leertekst hierboven en in bron 21 (zoek naar het krantenartikel over Java) tot en met bron 26. Gebruik de structuur hieronder als een checklist.

Doe dit als volgt:

‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kolonie Nederlands-Indië bezet door de Japanners. Het KNIL werd in korte tijd verslagen…’

 

Gebruik de onderstaande structuur. Linkerkolom eerst van boven naar onderen en daarna de rechterkolom.

  • Uitroepen onafhankelijkheid
  • Republiek Indonesië
  • Komst van de Britten
  • Pemuda’s
  • Begin Bersiap periode
  • Onrust
  • Geweld
  • Moorden
  • Blanken
  • Andere Aziaten
  • Interneringskampen
  • Reactie Indonesiërs (leg uit waarom Indonesiërs zich verzetten tegen het terugkeren van het blanke gezag)
  • Reactie Nederland (leg uit hoe de Nederlanders naar dit geweld zouden hebben gekeken, wat moest er volgens de Nederlanders gedaan worden?)

Bron 23. De Bersiap (betekenis: wees gereed of sta paraat) periode was een tijd van revolutie en onrust. Bron: documentaire van de NPO, De Oorlog.

Bron 24. Nieuws uit Indië werd in de Nederlandse bioscopen getoond om de Nederlandse bevolking op de hoogte te houden van de gebeurtenissen uit Nederlands-Indië. Wat de Nederlander wist van de kolonië hing dus grotendeels af van het nieuws wat hem voorgeschoteld werd. Bron: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Bron 25. Tijdens de Bersiap periode werden niet alleen blanken het slachtoffer van geweld, ook Aziatische immigranten als Chinezen moesten het ontgelden.
Bron 26. Indo-Europeanen en blanke westerlingen zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen in kampen. Tijdens de Bersiap periode werd hen aangeraden in de kampen te blijven zowel door de Indonesische Republiek, die niet in staat was de blanken te beschermen, als door de Britten die waren begonnen met het bevrijden van Java. Bron: Geheugen van Nederland.

Naar Indië!

In de Tweede Wereldoorlog had de Nederlandse regering vanuit Londen, wat vage beloftes gedaan over hervormingen in het bestuur van Indonesië (bron 26). In 1945 wilde de regering zich aan die beloftes houden. Indonesië zou geleidelijk zelfstandig worden, maar moest in dit zelfstandigheidsproces begeleid worden aldus de Nederlandse overheid. De Indonesische regering-Soekarno wilde volledige zelfstandigheid. Vanuit het Indonesische perspectief was het immers al zelfstandig en had Nederland geen invloed meer.

Toch zou in 1946 onderhandeld worden over de positie van Indonesië, aangezien de Republiek Indonesië niet de macht in handen had op alle Indonesische eilanden. In het akkoord van Linggadjati zou komen te staan dat Nederland en Indonesië een unie zouden vormen en gelijke partners zouden worden. Zowel in Indonesië als in Nederland leidde dit akkoord tot een storm van verontwaardiging.

De Nederlandse verontwaardiging werd gebundeld in het Comité Handhaving Rijkseenheid. Dit comité betoogde dat het verlies van Nederlands-Indië economisch rampzalig zou zijn: ‘Indië verloren, rampspoed geboren’. Driehonderdduizend Nederlanders waren het eens met het comité. De Nederlandse overheid besloot het akkoord van Linggadjati te veranderen. Koningin Wilhelmina moest ook de vorst blijven van Indonesië en Nieuw-Guinea zou niet meer onderdeel uit maken van de unie tussen Nederland en de Republiek Indonesië. Dit was onacceptabel voor de Republiek. Daarop besloot de Nederlandse regering dat overgegaan moest worden tot actie. Plannen werden gemaakt om Nederlandse militairen naar Indonesië te sturen.  Het conflict wat daar op volgde zou de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog genoemd worden (1947-1949).

 

Opdracht 6. De weg naar Indonesië

In 1947 besloot Nederland tot een militaire aanval op de Republiek over te gaan. Het Akkoord van Linggadjati had gefaald. Beredeneer dat beide versies van het Akkoord van Linggadjati vanuit zowel Nederland perspectief als Indonesisch perspectief niet geaccepteerd werden.

Nederland probeerde te voorkomen dat de vlag neerging in Indië. Daarvoor moest de overheid soldaten naar Indonesië toesturen. Vanuit Nederlands oogpunt werd dit gedaan om de rust en orde te herstellen in Nederlands-Indië. Indonesiërs zouden zelfstandigheid krijgen, maar alleen op de voorwaarden van Nederland. Vanuit Indonesisch oogpunt probeerden de blanke westerlingen het imperialistische gezag te herstellen. Aan zowel Indonesische als aan de Nederlandse kant zou geprobeerd worden de soevereiniteit van het Indonesië in handen te krijgen. Dit ging in de periode van 1947-1949 gepaard met veel geweld. In 1969 zou aan het licht komen dat Nederlanders zich van extreem oorlogsgeweld hadden bediend. Ook ontstonden er geruchten dat Nederlanders oorlogsmisdaden op grote schaal hadden begaan. Aan de andere kant werd hier ook weer fel op gereageerd. Soldaten die in Indonesië hadden gevochten zeiden dat de oorlogssituatie verschrikkelijk was en dat ze vaak voor de keuze hadden gestaan: ‘de vijand of ik’.

‘In vroegere radio-reden kondigde ik reeds aan, dat het in mijn bedoeling ligt, na de bevrijding, de gelegenheid te scheppen om gezamenlijk te overleggen over een voor de veranderde omstandigheden passenden bouw van het Koninkrijk en zijn deelen. De daartoe bijeen te roepen rijksconferentie werd in een regeerings-verklaring van 27 Januari 1942 nader omschreven. Deze conferentie, waarin vooraanstaande vertegenwoordigers van de drie overzeesche deelen van het Koninkrijk met die van Nederland aan een ronde tafel zullen samenkomen, werd in de toen nog vrije gebieds-deelen Nederlandsch-Indië, Suriname en Curacao reeds voorbereid. Vooral in Nederlandsch-Indië waren daartoe uitvoerige gegevens ver­zameld, welke mij nog in December 1941 vanwege den Gouverneur-Generaal hebben bereikt.

De strijd in Nederlandsch-Indië heeft deze veelbelovende voorbereiding verstoord. Wij kunnen haar eerst weder hervatten, zoodra een ieder zijn overtuiging vrijuit zal kunnen uitspreken. Staat het dus vast, dat vernieuwing noodig is in den staatkundigen bouw van het Rijk en in dien van Nederland en de overzeesche gebieden, het zou daarom niet juist zijn en ook niet mogelijk zijn daarvan nu reeds den vorm te willen bepalen.

Ik weet, hoeveel groots en goeds in Nederland, onder den druk der bezetting, aan het groeien is; ik weet, dat zulks ook in Indië het geval is, waar de saamhoorigheid door het ondervonden leed wordt versterkt. Dit kan slechts worden uitgewerkt in vrij overleg, waarbij de beide gebiedsdeelen van elkanders denkbeelden zullen willen kennisnemen. Bovendien heeft de bevolking van Nederland en van Nederlandsch-Indië, door haar lijden en haar verzet, haar recht bevestigd om mede te beslissen over den vorm, die zal worden gegeven aan die verantwoordelijkheid van het geheele volk tegenover de wereld en van de verschillende bevol­kingsgroepen tegenover elkander en tegenover zichzelf. Door daarop nu vooruit te loopen zou dat recht worden miskend en het door bittere ervaring verworven inzicht van mijn volk worden terzijde geschoven.

Ik ben overtuigd – en de geschiedenis en de berichten uit de bezette gebieden bevestigen mij daarin – dat het Rijk na den oorlog zal kunnen worden opgebouwd op den hechten grondslag van volledige deelgenootschap, die de voltooiing zal beteekenen van hetgeen zich in het verleden reeds heeft ontwikkeld’.

Bron 27. Radiotoespraak koningin Wilhelmina 6 december 1942. Bron: Wikisource.

Bron 28. De vlag gaat neer in Indië. Wilt gij dit? Het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid voerde actief propaganda tegen het het akkoord van Linggadjati. Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
Onderzoek

Jullie gaan als groep onderzoeken wat er gebeurd is in de periode van 1947-1949. Er zal gekeken worden naar de oorlogssituatie die ontstond tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Deze situatie wordt verklaard vanuit de de historische context. Maar eerst worden jullie door de docent ingedeeld in een leerroute: de weg naar Linggadjati, Operatie Product of Operatie Kraai. Deze leerroute ga je individueel uitwerken, om vervolgens samen te eindigen met een afsluitende opdracht. In deze opdracht gaan jullie samen de oorlog en het oorlogsgeweld definiëren.

Bibliografie

Boekaerts, Monique. “Motivatie om te leren (concepttekst) | vertaling van ‘Motivation to learn’ (2002)”. Educational Practices A4 – Cordys Onderwijstrajecten (2005): 1–19.

van Boxtel, Carla, en Jannet van Drie. “Het vermogen tot historisch redeneren: onderliggende kennis, vaardigheden en inzichten”. Hermes 12, no. 43 (2008): 45–54.

Centrale examens VO. Geschiedenis vwo: syllabus centraal examen 2018. Utrecht: College voor Toetsen en Examens, 2018.

van Delden, Mary C. “Bersiap in Bandoeng: een onderzoek naar geweld in de periode van 17 augustus 1945- 24 maart 1946”. Jambatan: tijdschrift voor Indonesische geschiedenis 7 (1989): 129–147.

Dennis, Peter. Troubled Days of Peace: Mountbatten and South East Asia Command 1945-46. Manchester: Manchester University Press, 1987.

van den Doel, H. W. Afscheid van Indie: de val van het Nederlandse imperium in Azie. Amsterdam: Prometheus, 2000.

Doorn, J. A. A. van, en Willem J Hendrix. Het Nederlands/Indonesisch conflict: ontsporing van geweld. 3de druk. Amsterdam/Dieren: Bataafsche Leeuw, 1985.

van Drie, Jannet. Samenwerkend leren in het geschiedenisonderwijs. Utrecht: Doctoraalscriptie Universiteit Utrecht, 1997.

Glissenaar, Frans. Indië verloren, rampspoed geboren. Hilversum: Verloren, 2003.

Goor, J van. Imperialisme in de marge: de afronding van Nederlands-Indië. Utrecht: HES, 1986.

Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland: de Nederlandse rol in de wereldpolitiek. 3e ed. Utrecht: Spectrum, 1995.

Heshusius, C. A. “Het gebruik van tanks in Nederlands-Indië”. Militaire spectator: tijdschrift voor het Nederlandsche leger 116 (1947): 348–353.

Houwelingen, Barend van, en Arie van den Dool. Pa, vertel ’s over je tijd in Indië!: dagboekaantekeningen Indië 1946-1949. Maastricht: Boekenplan, 2011.

Huijgen, Tim, Carla van Boxtel, Wim van de Grift, en Paul Holthuis. “Toward Historical Perspective Taking: Students’ Reasoning When Contextualizing the Actions of People in the Past”. Theory & Research in Social Education 45, no. May (2016): 110–144.

Huijgen, Tim, Wim van de Grift, Carla van Boxtel, en Paul Holthuis. “Teaching historical contextualization: the construction of a reliable observation instrument”. European Journal of Psychology of Education (2016): 159–181.

Huijgen, Tim, en Paul Holthuis. “Why am i Accused of Being a Heretic? A Pedagogical Framework for Stimulating Historical Contextualisation”. Teaching History 158 (2015): 50–55.

IJzereef, Willem. De Zuid-Celebes affaire: Kapitein Westerling en de standrechtelijke executies. Dieren: De Bataafsche Leeuw, 1984.

de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azie en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu uitgevers, 1998.

Keppy, Peter. Sporen van vernieling: oorlogsschade, roof en rechtsherstel in Indonesië, 1940-1957. Amsterdam: Boom, 2006.

Kok, René, Erik Somers, en Louis Zweers. Koloniale oorlog 1945-1949: van Indië naar Indonesië. 1e dr. Amsterdam: Carrera, 2009.

Kreike, Emmanuel. “Genocide in the Kampongs? Dutch nineteenth century colonial warfare in Aceh, Sumatra”. Journal of genocide research 14, no. 3–4 (2012): 297–315.

Liempt, Ad van. De lijkentrein: waarom 46 gevangen de reis naar Surabaya niet overleefden. Den Haag: Sdu uitgevers, 1997.

———. Nederland valt aan: op weg naar oorlog met Indonesië 1947. Amsterdam: Balans, 2012.

Limpach, Rémy. De brandende kampongs van generaal Spoor. Amsterdam: Boom, 2016.

———. “Extreem Nederlands militair geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog”. Militaire spectator: tijdschrift voor het Nederlandsche leger 185, no. 10 (2016): 416–429.

Means, Mary L, en James F Voss. “Who reasons well? Two studies of informal reasoning among children of different grade, ability, and knowledge levels”. Cognition and Instruction 14, no. 2 (1996): 139–178.

Merrill, M. David. “First Principles of instruction”. Educational Technology Research and Development 50, no. 3 (2002): 43–59.

Van Der Meulen, Jan, en Joseph Soeters. “Dutch courage: The politics of acceptable risks”. Armed Forces and Society 31, no. 4 (2005): 537–558.

Moeyes, Paul. De sterke arm, de zachte hand: het Nederlandse leger & de neutraliteitspolitiek 1839-1939. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2006.

Moor, Jaap de. Westerling’s oorlog: Indonesië 1945-1950: de geschiedenis van de commando’s en parachutisten in Nederlands-Indië 1945-1950. Amsterdam: Balans, 1999.

Nabulsi, Karma. Traditions of War: Occupation, Resistance, and the Law. Oxford: Oxford University Press, 1999.

Oostindie, Gert. “Fragmentierte’Vergangenheitsbewältigung’: Kolonialismus in der Niederländischen Erinnerungskultur”. New York Review Of Books (2005): 41–52.

Oostindie, Gert, Ireen Hoogenboom, en Jonathan Verwey. Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Amsterdam: Prometheus, 2015.

Peters, J. P. H. A.A.T. ers in Indië 2046: 7de A.A.T. compagnie, O.V.W.-ers. Venlo: De auteur, 1999.

Princen, H. J. C., en Joyce van Fenema. Een kwestie van kiezen. ’s-Gravenhage, 1995.

Raben, Remco. “Het geweld van de Bersiap”. Historisch Nieuwsblad 7 (2011). https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/27900/het-geweld-van-de-bersiap.html.

Rejali, Darius M. T. A. Torture and Democracy. Princeton, N.J.: Princeton University Press, 2009.

Romijn, Peter. “Learning on the job Dutch war volunteers entering the Indonesian war of independence 1945-46”. Journal of Genocide Research 14, no. 3–4 (2012): 317–336.

Runia, Eelco. Moved by the past: dicontinuity and historical mutation. New York: Columbia University Press, 2014.

Sas, N. C. F. van. De kracht van Nederland: internationale positie en buitenlands beleid. Haarlem: Becht, 1991.

Scagliola, Stef, en Tessa Kerkvliet-Oldewarris. Last van de oorlog: de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië en hun verwerking. Amsterdam: Balans, 2002.

Schindler, Dietrich, en Jiri Toman. The Laws of Armed Conflicts: A Collection of Conventions, Resolutions, and Other Documents. Leiden: Martinus Nijhoff Publishers, 2004.

Schumacher, Peter. “Indonesië ’45-’49: de dilemma’s van generaal Spoor, de methodes van kapitein Westerling”. Kortschrift 18 (1980): 1–24.

Speerstra, Hylke. Op klompen door de dessa: Indiëgangers vertellen. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2015.

Trip, F . H. P. Brieven uit Indië 1946-1949. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1990.

Venner, Dominique, en Jeanette de Vries-Spoor. Westerling “de eenling”. 1e dr. Amsterdam: Uitgeverij Spoor, 1982.

Verwey, Jonathan. “‘Hoeveel wreekt de bruidegom de bruid’: Seksueel geweld en de Nederlandse krijgsmacht in Indonesië, 1945-1950”. Tijdschrift voor Geschiedenis 129, no. 4 (2016): 569–592.

Veugelers, Wiel, en Jaap Schuitema. Docenten en controversiële issues. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2013.

Voss, James F., en Mary L. Means. “Learning to reason via instruction in argumentation”. Learning and Instruction 1, no. 4 (1991): 337–350.

Wineburg, Sam. “Reading Abraham Lincoln: An Expert/Expert Study in the Interpretation of Historical Texts”. Cognitive Science 22, no. 3 (1998): 319–346.

Wineburg, Sam, en Jack Schneider. “Was Bloom’s Taxonomy pointed in the wrong direction?” Phi Delta Kappan 91, no. December 2009 (2010): 56–61.

Zweers, Louis. De gecensureerde oorlog: militairen versus media in Nederlands-Indië 1945-1949. Zutphen: Walburg Pers, 2013.

Wetenschappelijke verantwoording

Empty section. Edit page to add content here.