Soorten bronnen

Naast historische kennis, jaartallen en historische actoren (personen) krijg je bij het vak geschiedenis ook te maken met bronnen. Bronnen zijn overblijfselen uit het verleden die we aflezen in het heden. Praktisch gezien zijn het dus voorwerpen uit het verleden die we gebruiken om het verleden uit te leggen.

 

Primaire of secundaire bronnen

Bronnen kunnen primair of secundair zijn. Primaire bronnen zijn bronnen die gecreëerd zijn in het verleden door historische personen. Dit kan zowel bedoeld zijn als onbedoeld. Een beeldhouwer kan een marmeren beeld gemaakt hebben van Napoleon Bonaparte, met als doel de grootsheid van Napoleon te bewaren voor latere generaties uit Frankrijk. De beeldhouwer wil dat het beeld overgedragen wordt. Een primaire bron kan ook onbedoeld overgedragen worden. Omdat een herbergier van zijn afval af wilde, gooide hij bijvoorbeeld een wijnkruik in een put. De put werd een paar weken later bedekt met aarde, waardoor het afval in de put bewaard bleef. Zodoende werd de wijnkruik onbedoeld overgeleverd aan latere generaties om te bestuderen.

Secundaire bronnen beschrijven het verleden. Deze bronnen geven informatie over het verleden en worden gemaakt door onderzoekers of historici; vaak door primaire bronnen te bestuderen. In tegenstelling tot primaire bronnen, komen secundaire bronnen niet uit het verleden dat ze beschrijven. Een voorbeeld van een secundaire bron is een biografie over Karel de Grote, een boek over de geschiedenis van de Nederlanden, maar ook een historische documentaire. Zelfs het lesboek dat je gebruikt tijdens het vak geschiedenis is een secundaire bron.

Het verdrag van Münster, gesloten in 1648, is een geschreven bron waaraan verschillende betekenissen verbonden kunnen worden. Deze betekenissen hangen af van het perspectief van waaruit gekeken wordt naar het document.
Napoleon Bonaparte. Keizer van Frankrijk, artillerie officier, despoot of verspreider van de democratie? Welke interpretatie kan worden gegeven aan de ongeschreven bron hier afgebeeld?

Geschreven en ongeschreven bronnen

Op toetsen krijg je vaak te maken met primaire bronnen, daarom richten we ons voornamelijk op de interpretatie van deze bronnen. We maken hierbij onderscheid tussen twee soorten bronnen. Allereerst zijn er ongeschreven bronnen. Dit zijn voorwerpen uit het verleden zoals wapens, schilderijen, foto’s, beelden enzovoort. Dit type bron maakt dus niet gebruik van tekst en zijn dus overblijfselen uit het verleden die terug zijn de vinden in het heden. Vaak is het moeilijk om te begrijpen waar de voorwerpen voor gebruikt zijn of de betekenis die aan het voorwerp werd verbonden in de tijd waar de bron uit stamt. Daarom maken we bij de bestudering van het verleden ook gebruik van geschreven bronnen.

Geschreven bronnen zijn stukken tekst uit het verleden geschreven door historische actoren. Deze teksten vertellen iets over hoe de schrijver tegen zijn wereld aankeek, oftewel het perspectief van de maker. Dit wereldbeeld is beïnvloed door de omgeving van de maker, oftewel zijn standplaatsgebondenheid. Een bron interpreteer je altijd binnen zijn tijdsperiode (context). Je kijkt dus ook vanuit de periode waaruit de bron stamt naar de bron, niet vanuit je eigen tijd. Dit zou anachronistisch zijn.

Literatuur

Boone, Marc. Een inleiding tot de historische kritiek. Gent: Academia Press, 2011.