Het Interbellum: van Sovjet utopie naar American dream

Hoofdvragen

Welke oorzaken zijn te geven voor het ontstaan van de Sovjet-Unie?

Hoe bouwden de communisten een nieuwe maatschappij die uitgroeide tot een totalitaire staat?

Hoe zag de Amerikaanse economie en samenleving eruit in de jaren twintig van de twintigste eeuw?

Hoe kon de crisis uit 1929 ontstaan en hoe reageerde de Amerikaanse overheid op deze crisis?

Door de industrialisatie van de negentiende eeuw was de kloof tussen rijk en arm als maar groter geworden. Verschillende socialistische denkers, waaronder Karl Marx, probeerden deze oneerlijke verdeling om te keren. Zij spoorden arbeiders aan om in opstand te komen. In 1917 zou de Russische bevolking door de ideeën van Marx worden aangespoord om het heft in eigen handen te nemen. Ze zetten de tsaar af en gebruikten de ideeën van Marx, ook wel het communisme genoemd, om een staat van gelijkheid op te zetten. Het gevolg: de communistische staat de Sovjet-Unie. Een staat waarin vrijheid beperkt was, buren elkaar bij de geheime politie aangaven en hele landen onder de terreur en dictatuur van Moskou moesten leven.

Kenmerkende aspecten
  • 37. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38. Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 39. De crisis van het wereldkapitalisme.
  • 45. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

Bron 1. In 1917 braken in heel Rusland opstanden uit. De onvrede in Rusland had het hoogtepunt bereikt. Arbeiders, boeren en soldaten trokken plunderend op naar overheidsgebouwen. Daar aangekomen begonnen ze met het overnemen van deze gebouwen.

Bron 2. Karl Marx wordt wel de vader van het communisme genoemd. Marx geloofde dat het proletariaat (arbeiders) de macht van de fabriekseigenaren zouden overnemen. Geld en macht zouden op den duur weer verdeeld worden onder de bevolking. Het resultaat: een utopie (perfecte samenleving), waarin geweld en jaloezie verleden tijd zouden zijn. Socialistische denkers als Marx en hun ideeën, zijn nog steeds populair.

1. Revolutie in Rusland

Leerdoelen
  • Kent de 4 lagen van de Russische samenleving in de tijd van de tsaren.
  • Kan aangeven dat in 1917 overal opstanden ontstonden door voedseltekorten, wapen- en munitietekorten in het leger en de onderdrukking van het volk en dat deze opstanden leidden tot de Februarirevolutie.
  • Kent 4 stromingen van Russische maatschappijverbeteraars.
  • Kan oorzaken aangeven voor het uitbreken van de Oktoberrevolutie en dat deze een burgeroorlog tussen de ‘Roden’ en ‘Witten’ als gevolg had.
  • Kan aangeven dat de beginselen van de Russische revoluties uit 1917 gelegd zijn in 1905 (verdiepingsstof).

Bron 3. Deze foto genomen in 1913 zou een van de laatste foto’s zijn waarop de gehele koninklijke familie, de Romanovs, afgebeeld zou staan. In 1917, vlak na de Oktoberrevolutie, werd de familie begeleid door revolutionairen naar een van de buitenverblijven van de tsaar. In het midden van de nacht drongen enkele revolutionairen het verblijf binnen. Daar begonnen ze wild om zich heen te schieten. Niemand van de koninklijke familie zou het overleven. Pas vele jaren na de dood van de tsaar zouden de lichamen worden teruggevonden in een geïmproviseerd graf.

Rusland aan het begin van de twintigste eeuw werd van bovenaf geregeerd. Bovenaan stond de oppermachtige tsaar. Hij regeerde Rusland bijna als een absoluut vorst; en een vader die leidinggaf aan zijn gezin. Behalve paleizen bezat de tsarenfamilie (de Romanovs) ook aandelen, kapitaal en grote lappen grond. In zijn regeren werd de tsaar geholpen door de Russisch-Orthodoxe Kerk en de Russische adel. Die twee groepen hoefden geen belasting te betalen. Om de macht van de adel en de tsaar te legitimeren, verkondigde de Kerk dat God de tsaar en de adel boven de gewone mensen had gesteld. Verzet tegen hen was dus een doodzonde. Mensen met een afwijkende mening of opstandige houding werden in de gaten gehouden door de geheime politie en genadeloos aangepakt, gemarteld of verbannen naar Siberië.

 

De Russische samenleving

De Russische maatschappij bestond uit een aantal groepen en was tot aan de Eerste Wereldoorlog grotendeels afhankelijk van de landbouw:

  • De Russische adel was zeer conservatief. Nieuwe moderne ideeën uit Frankrijk of Engeland werden niet overgenomen; bang dat die ideeën konden leiden tot minder macht.
  • In de steden woonde de bourgeoisie, bestaande uit winkeliers en ambachtslieden met een eigen werkplaats. Regeringsambtenaren samen met intellectuelen en schrijvers behoorden ook aan die groep toe. Intellectuelen en schrijvers lieten zich graag inspireren door ideeën uit het westen.
  • Doordat Rusland pas laat begon met industrialiseren waren er maar weinig fabrieksarbeiders.
  • De meeste Russen waren boer en zelfs tot 1861 lijfeigene. Deze boeren behoorden een Russische edelman toe. Die mocht hen verkopen of als inzet gebruiken bij het gokken. Boeren woonden in kleine dorpsgemeenschappen. In deze gemeenschappen overlegden de familiehoofden over belangrijke zaken: wie de herendiensten moest verrichten voor de edelman, hoe landbouwgrond werd verdeeld en welk aandeel van de oogst iedere boer kreeg na de afdracht aan de adellijke heer.

Maar de Russische landbouw bracht weinig op en was gevoelig voor misoogsten. Dat lag aan het landklimaat – met zijn ijskoude winters en hete zomers – maar ook aan de adel. Zij weigerden over te gaan op mechanisatie. Dat was volgens hen ook niet nodig: ‘er waren toch genoeg lijfeigenen’.

Ondanks dat tsaar Alexander II in 1861 de lijfeigenschap ophief – niet omdat hij betrokken was met het lot van de lijfeigenen, maar juist om de landbouw te mechaniseren – veranderde de situatie voor de boeren nauwelijks. Zij bleven even arm. Daarom blies een groep ontevreden boeren tsaar Alexander II op met koets en al. Ook zijn opvolger Alexander III was niet succesvol. Hij liet te veel voedsel exporteren naar het buitenland. Daardoor ontstonden in heel Rusland hongersnoden.

 

Februarirevolutie in Rusland

In 1917 braken in heel Rusland grote en kleine opstanden uit. De Russische bevolking zag tsaar Nicolaas II – de opvolger van Alexander III – als de belichaming van alle problemen in Rusland. De bevolking van het land leed honger, er was een tekort aan wapens en munitie in het leger en de bevolking werd onderdrukt door de Romanovs (bron 3), de kerk en de geheime politie. Het volk eiste dat de tsaar aftrad. Maar wat voor regering Nicolaas II moest vervangen was onduidelijk. Vier stromingen wisten het wel:

  • Anarchisten waren tegen elke vorm van georganiseerde regering. Ook privébezit was ondenkbaar bij het anarchisme. Iedereen moest grond en productiemiddelen – als fabrieken – met elkaar delen. Anarchisten waren ervan overtuigd dat iedereen hun denkbeelden fantastisch vonden en dat de gedroomde maatschappij snel zou volgen. Toen het tegendeel waar bleek, werden zij terroristen. Hierdoor verslechterde hun naam en leverde het verder niets op.
  • Socialisten deelden het idee waarbij grond, bezit en productiemiddelen gedeeld werden door iedereen. Maar de meeste socialisten vonden dat de overheid eerst de bevolking moest helpen wennen aan de nieuwe staat en dus alles moest beheren en gelijkwaardig verdelen.
  • Sociaal-revolutionairen wilden het idee van gedeeld bezit en gelijkheid voor iedereen bereiken door een revolutie. Deze revolutionairen beredeneerden dat zij die bezit hadden, nooit vrijwillig dat zouden opgeven. Via een politieke weg hen dwingen hun rijkdom af te staan zou zinloos zijn. Want het waren deze rijke Russen die in het bestuur zaten.
  • Een andere belangrijke groep van maatschappijverbeteraars waren de narodniki. Zij zagen de Russische boerengemeenschap als de ideale staatsvorm: traditioneel. Volgens deze groep was het ‘ware Russische socialisme’ op het platteland te vinden; kleine gemeenschappen die zichzelf konden besturen. Andersdenkenden binnen de boerengemeenschap werden dan ook door de narodniki aan de geheime politie uitgeleverd. Zelfs al ging het om hun eigen zoons of dochters.

Deze groepen werden steeds gewelddadiger. Nicolaas vreesde voor zijn leven en dat van zijn gezin, want zelfs het leger luisterde niet meer naar hem. Hij besloot zijn functie als tsaar neer te leggen. Kort daarna werden Nicolaas en zijn gezin vastgezet. Deze opstanden worden ook wel de Februarirevolutie genoemd. Het tsaristische regime werd afgezet en vervangen door de Doema, een regering van vertegenwoordigers uit de Russische bevolking. Deze was kort voor de revolutie opgericht door tsaar Nicolaas II als tegemoetkoming aan de ontevredenheid van het volk.

Bron 4. Alexandr Kerenski (links) zou een grote rol spelen tijdens de Februarirevolutie. Op deze foto moedigt Kerenski Russische soldaten aan om Rusland te verdedigen tegen vijandige troepen. Waarom zou Kerenski niet gelijk vrede hebben gesloten met de Centralen?

Bron 5. Vladimir Iljitsj Lenin zou Kerenski opvolgen als leider van vrijgevochten Rusland. Na een burgeroorlog die tot aan 1922 zou duren, stond Lenin aan het hoofd van de Sovjet-Unie. Hier staat Lenin afgebeeld op communistische propaganda, met de typische symbolen van het communisme op de achtergrond: een hamer en sikkel.

Bron 6. Poolse Sovjet propaganda uit 1920. In de nadagen van de Eerste Wereldoorlog werd propaganda gebruikt om politieke ideeën te verspreiden. De Sovjet-Unie begon met het investeren in communistische partijen in het buitenland. Hier zie je dat het leger van de Sovjet-Unie bereidwillig wordt onthaald. Maar wie zouden er verjaagd worden?

In tegenstelling tot de jaren die de Doema had gediend onder de tsaar, hoefden de ministers niet meer alleen advies te geven. Zij begonnen met het bestuur van het nieuwe Rusland. Minister-president Alexandr Kerenski werd echter gedwongen het Russische leger gemobiliseerd te laten, aangezien Rusland nog steeds tegen Duitsland en zijn bondgenoten vocht. Dit leidde tot grote onvrede. Het was de oorlog die de problemen in Rusland alleen maar hadden versterkt. Kerenski, eerst heel populair, begon zijn populariteit te verliezen door de voortzetting van de oorlog.

 

Oktoberrevolutie in Rusland

Bij een volgende reeks aan opstanden, de Oktoberrevolutie genoemd, werd de voorlopige regering van Kerinski belegerd. Het gevolg was een burgeroorlog. Kerenski’s doema werd uiteindelijk vervangen door een bolsjewistische regering onder leiding van Vladimir Lenin. Hij besloot gelijk een vrede te sluiten met de Centralen: de Vrede van Brest-Litovsk.

Ondanks dat de Russen niet meer mee hoefden te vechten in de Grote Oorlog, betekende deze vrede nog niet het einde van alle problemen. De grote burgeroorlog die was ontstaan door de Oktoberrevolutie, werd nog altijd uitgevochten. Twee groepen stonden door deze tweede revolutie lijnrecht tegenover elkaar:

  • De ‘Roden’ Dit waren bolsjewieken met een strenge leer. Zij werden ook wel communisten genoemd. Deze groep vreesde de terugkeer van de tsaar. Daarom besloten de Roden Nicolaas II en zijn gezin in de nacht van 16 op 17 juli 1918 te executeren.
  • En de ‘Witten’. Deze groep was heel divers. Het bestond uit liberalen, mensjewieken, gematigde sociaal-revolutionairen, leden van de regering van Kerenski en Russische adel. Maar het overgrote deel was mensjewiek. Zij geloofden niet in een grote Russische omwenteling door geweld. De mensjewieken geloofden dat het communistische ideaal van gelijkheid ook bereikt kon worden via een democratische weg. Bovendien geloofde deze groep dat vroeg of laat de arbeiders zelf wel in opstand zouden komen. Forceren was niet nodig!

De burgeroorlog zou tot aan 1922 duren en kostte meer dan zeven miljoen Russen het leven, bijna vier keer zoveel als de Eerste Wereldoorlog. De bolsjewieken zouden als overwinnaar uit de strijd komen. Lenin kon niet lang van zijn overwinning genieten. Hij stierf op 21 januari 1924. Door Lenins dood raakte de partijtop verdeeld: wie moest Lenin opvolgen? Door handig gebruik te maken van propaganda en de geheime politie, liet Jozef Stalin de andere leden van de partijtop het veld ruimen.

Drie revoluties?

In de tekst is geschreven over de Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie, maar de eerste revolutie die het tsaristische regime in gevaar bracht vond plaats in 1905. Een jaar eerder probeerde het Russische keizerrijk zijn invloed uit te breiden in het oosten tot aan de Japanse zee. Ook Japan probeerde zijn invloed uit te breiden in 1904, ten koste van het zwakker wordende China. Beide landen hadden hun ogen gericht op de Chinese havenstad Port Arthur, in Mantsjoerije. Rusland verklaarde Japan de oorlog. Het Russische keizerrijk mobiliseerde het leger en de vloot en probeerde Mantsjoerije in te nemen. De tsaar had verwacht het Japanse keizerrijk binnen enkele dagen te verslaan. Maar de Japanse marine zette troepen aan land, die het Russische leger met gemak versloegen. In 1905 werd het nog erger toen de Russische vloot in de pan werd gehakt. Door nederlaag op nederlaag begonnen de Russen zich af te vragen: ‘hoe kon het dat zij verloren van een minderwaardige vijand’? Zij gaven de schuld aan de adviseurs en ministers van de tsaar, maar was ‘vadertje tsaar ook schuldig’?

Uit protest trok een mensenstoet met vrouwen en kinderen naar het paleis van de tsaar. Toen een regiment van soldaten op de stoet begon in te hakken, bleef een aantal demonstranten gewoon doorlopen. Hierop werden ze aan bajonetten geregen en beschoten. Zo werd zondag 9 januari Bloedige Zondag. Velen gaven de tsaar de schuld: ‘waarom had hij niet ingegrepen’?

Als reactie op Bloedige Zondag braken overal in Rusland opstanden uit. Lenin en Trotski – beiden overtuigd communist – organiseerden socialistische bijeenkomsten en richtten sovjets op, raden van arbeiders in een fabriek of stad. Nicolaas II wist uiteindelijk de rust te herstellen. Hij deed beloftes aan het volk van meer inspraak in bestuur: de Doema. Ook greep hij hardhandig in door het leger opstanden in de grote steden te laten onderdrukken. Lenin en zijn mede-communisten werden verbannen naar het buitenland. Maar de rust was schijn. Het zou tijdelijk blijken toen Lenin in 1917 terugkeerde naar Rusland.

Opdracht 1.5 Chronologie aanbrengen met bronnen
Bron A. Amerikaanse krant
Bron B. De nieuwe Tilburgsche Courant.
Bron C. Het Algemeen Handelsblad.
Bron D. Het Centrum.
Bron E. Bataviaasch Nieuwsblad.
Bron F. Amerikaanse krant.
Bron G. Het Volk.

In 1917 braken in heel Rusland opstanden uit. De hele wereld keek geschokt toe hoe de Russische bevolking leden van de adel, geestelijkheid en geheime politie om het leven brachten. Het startschot van de revolutie begon met de moord op Raspoetin. De gewone burger geloofde dat Raspoetin de tsaar en de tsarina vergiftigde en overhaalde om het volk uit te hongeren. Het volk vond dat de tsaar nog wel als het grootste probleem was. Ook de keizerlijke familie Romanov werd het slachtoffer van dit revolutionaire geweld.

Aan het begin van de twintigste eeuw was de krant het grootste en vaak het enige medium om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws in de wereld. Goede verslaggeving verkocht, daarom probeerden kranten de gebeurtenissen zo goed mogelijk vast te leggen. Het was ook niet ongebruikelijk dat mensen de belangrijkste nieuwsberichten uitknipten en opplakten in speciale verzamelalbums.

Deze opdracht maak je in tweetallen. Bekijk de bovenstaande bronnen eerst goed. De bronnen zijn krantenknipsels die verslagleggen van de Russische Revolutie. Ze staan alleen niet op volgorde. Een museum wil de krantenknipsels gebruiken in hun tentoonstelling over de opkomst van het communisme in Rusland. Jullie gaan de bronnen in de juiste volgorde zetten. Gebruik hiervoor de historische kennis die je terugvindt in de leertekst van deze paragraaf. Leg bij elke bron uit waarom jullie hem juist op die plek gezet hebben. Volg de onderstaande stappen om het voor jezelf makkelijker te maken:

  1. Noteer minimaal 7 belangrijke gebeurtenissen uit de Russische Revolutie en 1 uit de introductie en zorg dat deze gebeurtenissen van vroeger naar later staan. Vind je dit lastig? Dan kan je bij de hint kijken, maar deze staan in willekeurige volgorde.
  2. Lees de krantenartikelen goed door. Overleg met elkaar: bij welke door jou opgeschreven gebeurtenis jij de bron vindt passen.
  3. Noteer achter elke gebeurtenis-broncombinatie waarom jullie voor deze combinatie hebben gekozen. Er blijft 1 gebeurtenis over zonder bron.

Tip: Let op belangrijke woorden in de krantenartikelen die verklappen waar de inhoud over gaat.

2. De Sovjet-Unie

Leerdoelen
  • Kent de economische hervormingen onder Vladimir Lenin en Jozef Stalin en kan beargumenteren waarom zij die hervormingen noodzakelijk vonden.
  • Kan de opvolgingsstrijd na de dood van Lenin beschrijven.
  • Kan aangeven wat er veranderde door de Vijfjarenplannen en welke 3 economische veranderingen daarbij het ingrijpendst waren.
  • Kent het verschil tussen leninisme en stalinisme.
  • Kan aangeven dat de Sovjet-Unie onder Stalin een totalitaire staat was aan de hand van 4 ingrijpende maatregelen.
  • Kan aangeven waar en op welke manier het communisme in de rest van Europa te vinden was (verdiepingsstof).

De communistische staat de Sovjet-Unie was een verbond van staten waarin Rusland de belangrijkste was. Dit verbond bestond tussen 1922 en 1991. Daarbij gingen ze uit van de ideeën die de Duitse filosoof Karl Marx halverwege de negentiende eeuw had ontwikkeld. Marx geloofde dat de arbeidersklasse in opstand zou komen tegen de fabriekseigenaren. Als de arbeiders de macht hadden overgenomen, zou er een ideale samenleving ontstaan; hierin waren fabrieken en landbouwgrond van iedereen. Alle opbrengsten zouden eerlijk verdeeld worden onder de bevolking. Naar die communistische ideologie zou de samenleving moeten worden ingericht.

 

Van revolutie naar een utopie?

Bron 7. Propaganda werd door Jozef Stalin gebruikt als manier om de bevolking te indoctrineren, maar ook als zelfverheerlijking.

In 1918 liet Vladimir Lenin het begrip bolsjewistisch vervangen door communistisch. Bolsjewisme klonk te Russisch tegenover het buitenland. Als het gedachtegoed van Karl Marx buiten Rusland verspreid wilde raken, moest het niet gehinderd worden door buitenlandse critici die beweerden dat bolsjewisme – en dus communisme – alleen een Russische ideologie was. De ideale communistische staat – waarin sovjets door samenwerking het land bestuurden – van gelijkheid, was een staatsvorm dat overal ter wereld geschikt en gewild was aldus Lenin. Maar was Rusland al klaar om het communisme te exporteren?

Ondanks de gewonnen burgeroorlog, bleef het verzet tegen de communistische regering. Daarnaast hadden de Eerste Wereldoorlog en de burgeroorlog hun tol geëist. Veel landbouwgrond was vernietigd. Ook waren boeren van hun land gevlucht. Degenen die nog wel produceerden, deden dat voor heel Rusland. Daarom beval de communistische regering het platteland gratis graan en vlees moesten leveren aan de staat. Dat voedsel ging rechtstreeks naar de militairen en de industriearbeiders. Deze aanpak noemde Lenin oorlogscommunisme. Maar de arme boeren en landarbeiders – opgehitst door narodniki – weigerden dat. Als communistische brigades graan of vlees kwamen halen, staken de boeren hen dood of hingen hen op. Het oorlogscommunisme pakte dan ook slecht uit, want de voedselaanvoer droogde op waardoor men in de stad hongerleed. De regering liet duizenden onwillige boeren doodschieten en tienduizend anderen werden naar strafkampen in Siberië gestuurd, de goelags. Door deze maatregelen daalde de voedselproductie naar een dieptepunt, met een vreselijke hongersnood als gevolg. Nu begonnen ook de arbeiders in de steden te staken. Het Rode Leger sloeg hardhandig deze stakingen neer. Na afloop werden duizenden arbeiders geëxecuteerd of naar een goelag gestuurd. Was dit de ideale samenleving van de communisten?

 

Lenins economische politiek

Ondanks de massale onderdrukking, waren de communisten uiteindelijk machteloos tegen de groeiende onvrede van het Russische volk. De regering van Lenin besloot in 1921 tot de Nieuwe Economische Politiek (NEP). Hierin werd onder andere besloten dat boeren grond mochten bezitten en de producten die zij verbouwden weer vrij mochten verkopen, nadat zij een klein gedeelte ervan als belasting hadden afgedragen. Hetzelfde gold voor winkels, werkplaatsen en kleine fabrieken. De mijnbouw, grote fabrieken en zware industrie bleven staatsbezit. Het gevolg was dat de handel en productie weer opgang kwam. Meel en vlees keerden terug in de winkels. Alleen de echte communisten vonden dat de NEP van Lenin een stap terug was en niet overeenkwam met de idealen van Marx. Zij vonden dat de NEP te veel leek op het verafschuwde ‘westerste’ kapitalisme.

Na de dood van Lenin in 1924 stonden Trotski en Stalin – twee hooggeplaatste leiders van de communistische partij – lijnrecht tegenover elkaar. Trotski presenteerde zich als conservatieve communist en sprak zich openlijk uit tegen de NEP van de recent gestorven Lenin. Het was deze politiek waardoor een wereldrevolutie uitbleef. Daarentegen wilde Stalin Lenins economische politiek voortzetten. ‘Er moest eerst sprake zijn van revolutie binnen het eigen land’ zodat de industrie zich kon ontwikkelen. Pas daarna kon de in 1922 nieuwgevormde Sovjet-Unie de revolutie over de wereld verspreiden. Stalin presenteerde zich als opvolger van de ‘geliefde’ Lenin, door ook zijn politiek voort te zetten. Hierdoor was het voor de communistische partij duidelijk; Stalin was de echte opvolger van Lenin! Trotski werd in 1929 verbannen.

Bron 8. Stalin gebruikte veel propaganda om zijn vijfjarenplannen te promoten. Op de poster staat: 'landbouwopbrengst is het hoogste doel'. De landbouw was immers de basis van de samenleving, niet alleen voor voedsel maar ook andere grondstoffen. Die grondstoffen konden dan weer in de industrie verwerkt worden. Maar waren de boeren ook zo blij met deze veranderingen?

Bron 9. Op deze twee afbeeldingen enkele gevolgen van het communisme. (1) Veel politieke tegenstanders en critici van Lenin en Stalin werden naar een goelag als deze gestuurd. (2) [Pas op kan schokkend zijn] Een Russisch paar verkoopt noodgedwongen tijdens het oorlogscommunisme mensenvlees op de markt. Foto uit 1921.

Stalins economische politiek

Na Lenins opvolging, maakte Stalin gelijk een eind aan de NEP. Hij en de andere Sovjetleiders richtten zich op ingrijpende hervorming van de economie, aangezien deze ver op de andere Europese economieën achterliep. Stalin probeerde de gelijkheid tussen de inwoners van de Sovjet-Unie te vergroten door de economische vrijheid sterk in te perken. In een korte periode moest de economie hervormd worden. De staat was de enige die deze hervormingen goed kon leiden. Hij liet daarom Vijfjarenplannen opstellen. In die plannen stond de snelle opbouw van zware industrie naar westers voorbeeld centraal. In korte tijd werden hoogovens, scheepswerven en machinefabrieken uit de grond gestampt.

In deze Vijfjarenplannen was geen ruimte voor vrijheid. Er werd vastgelegd wat en hoeveel iedereen de komende vijf jaar moest produceren. Ook werden lonen en prijzen bepaald door de staat. Vrije concurrentie tussen bedrijven verdween daardoor. Enkele economische veranderingen waren het ingrijpendst:

  • Bedrijven werden staatseigendom gemaakt. Particulier eigendom, zoals een eigen bedrijf, werd verboden.
  • Rusland had onder het bewind van de tsaren gekampt met een tekort aan eten. Stalin begon dan ook met grootschalige hervormingen in de landbouw om dit probleem aan te pakken. Hij gaf opdracht tot grootschalige collectivisatie. Boeren werkten in kolchozen, waarin zij naast de gemeenschappelijke landbouwgrond ook nog een eigen stukje grond hadden om te verbouwen of te bebouwen. Of zij werkten in sovchozen, staatsbedrijven waarin de boeren in loondienst waren.
  • De industrie begon de productie van consumptiegoederen in het voorheen agrarische Rusland over te nemen van de ambachtslieden. Talloze machinefabrieken werden aangelegd door ongeschoolde arbeiders. Kwaliteit maakte plaats voor kwantiteit.

In sommige opzichten had Stalin succes met zijn economische beleid. De opkomst van de zware industrie, met name wapenfabrieken, maakte van de Sovjet-Unie in korte tijd een machtig land.

Maar er waren ook negatieve gevolgen. Om de doelen die gesteld waren in de Vijfjarenplannen te halen, moesten arbeiders keihard werken. Ze kregen slecht betaald en hadden weinig rechten. Ook waren veel van Stalins economische doelstellingen onmogelijk om te halen. Vanuit Moskou werd bijvoorbeeld bepaald waar landbouwproducten verbouwd moesten worden. Het kwam regelmatig voor dat gewassen op stukken grond verbouwd moesten worden, die totaal niet geschikt waren. Maar aan Stalin kon dat niet liggen. Daarom liet hij communistische managers door de geheime politie oppakken en vervangen door jaknikkers.

 

Leninisme en stalinisme: twee handen op de buik van het totalitarisme

Onder Lenins regering was de communistische partij er al van overtuigd dat de benodigde communistische verandering alleen bewerkstelligd kon worden door gehoorzaamheid af te dwingen. In deze leninistische kijk op het communisme werd de revolutie niet door de bevolking – of arbeidersklasse – gevoerd, maar door de regering uit naam van het volk. Daarom werden tegenstanders al tijdens Lenins bewind veroordeeld na showprocessen – waarin beklaagden verzonnen bekentenissen aflegden – en werden verbannen of geëxecuteerd.

Onder Lenins opvolger Stalin groeide het staatswantrouwen tegen vermeende tegenstanders uit tot een ware staatsterreur. Stalin wantrouwde iedereen. Zelfs zijn medestanders uit de revolutietijd. ‘Waren zij niet uit op zijn positie’? Zo dacht hij. Ook zij bekenden gefantaseerde misdaden. Sommigen uit angst voor hun familie. Anderen uit blinde trouw aan het communisme. Maar de meesten vanwege de vreselijke martelingen die zij hadden ondergaan. Ze werden vervangen door een jongere generatie van partijleden die hun positie hadden te danken aan Stalin. Maar ook deze jongere generatie moest het ontgelden, want Stalins wantrouwen groeide. Ze werden doodgemarteld, doodgeschoten of naar goelags gestuurd.

Stalins visie op het communisme ging nog een stap verder dan Lenins. Waarbij Lenin de partij de revolutie liet dragen namens het volk, daarbij werd onder Stalin de revolutie gedragen door één man. Tijdens die periode van stalinisme riep Stalin in 1934 zelfs: ‘het Russische volk heeft behoefte aan een tsaar’. Zodoende maakte hij elke inwoner ondergeschikt aan de staat. Het waren de burgers die verantwoording moesten afleggen aan de staat en niet andersom. Enkele politieke, culturele, religieuze en sociale veranderingen onder Stalins regime waren het ingrijpendst:

  • Godsdienst moest in de Sovjet-Unie worden uitgeroeid. De Kerk stond gelijkheid in de weg, want ‘zij die konden communiceren met God waren niet gelijk aan diegenen die dat niet konden’. Eerst werden kerkklokken weggehaald en omgesmolten om wapens en werktuigen van te maken. Daarna werden gebedshuizen vernietigd en geestelijken gedeporteerd of gedood.
  • Romans, gedichten, muziek en kunst mochten alleen over het communisme en Stalin gaan. Overal werden borstbeelden en afbeeldingen van Stalin en Lenin geplaatst. Het werd een regelrechte persoonsverheerlijking in dit ‘socialistisch-realisme’.
  • Het gezin werd ondergeschikt aan de staat. Daarom werden gezinswoningen vervangen door grote woonkazernes. Verschillende gezinnen woonden in hetzelfde gebouw met gemeenschappelijke toiletten, badkamers en soms zelfs keukens. De muren tussen de verblijven waren er dun. Een privéleven was daarom niet mogelijk. Bovendien stond er een fikse beloning op ‘verraders van de revolutie’. Buren gaven elkaar dan ook regelmatig aan op verdenking van verraad.
  • Ook kinderen geïndoctrineerd. Zij moesten verplicht bij de Pionier, een soort communistische padvinderij waarin de ideologie en Stalin werden verheerlijkt. Zo werd een nieuwe generatie klaargemaakt om het communisme te dienen. Zo werden kinderen aangespoord hun ouders, vrienden, buren of familie aan te geven wanneer zij er iets opstandigs uitflapten.

Door zijn hervormingen, kreeg Stalin de bijnaam: ‘de man van staal’. Het waren niet alleen tegenstanders van het regime die slachtoffer werden. Ook onschuldige mensen konden na valse beschuldigingen worden opgepakt en vermoord. De Sovjet-Unie onder Stalin en zijn opvolgers was dan ook een totalitaire staat, want het hele leven werd beheerst door een ideologie. Een groot deel van de bevolking verdroeg dit uit idealisme, anderen onder dwang van de vreselijke terreur.

Communisme in Europa

Niet alleen in Rusland vonden communistische revoluties plaats. In landen waar het net zo slecht aan toe ging als in Rusland, werden arbeiders ook aangezet om in opstand te komen. In het naoorlogse Duitsland dachten revolutionairen dat het land rijp was voor een communistische opstand. Onder de naam ´Spartacusopstand´ brak in januari 1919 een volksopstand uit. De naam Spartacus was afgeleid van de slaaf Spartacus die in 73 v.C. in opstand kwam tegen de Romeinen. Voor het oud-keizerlijk paleis riepen de socialisten Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg de bevolking op om een revolutie te ontketenen. Het regeringsleger en de socialisten Spartakisten vochten hard tegen elkaar. De opstand mislukte uiteindelijk. De twee leiders werden door de politie gearresteerd en vermoord.

Ook in Nederland werd geprobeerd een communistische opstand van de grond te krijgen. Pieter Jelles Troelstra, de voorman van de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, was de initiatiefnemer. Troelstra had zich echter vergist. In Nederland was er geen opstandig klimaat. De revolutiepoging liep op niks uit.

Opdracht 2.5 Video Stalin, de man van staal en hervormingen

Bekijk de video hiernaast. Vanaf de jaren 30 begint Jozef Stalin met grootscheepse veranderingen in de Sovjet-Unie. Jij gaat kijken naar deze veranderingen vanuit verschillende perspectieven. Dit doe je door verschillende vragen te beantwoorden tijdens het kijken. De vragen zijn op volgorde. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Druk elke keer op volgende om bij de twee daaropvolgende vragen te komen. In totaal zijn het 16 vragen die je moet beantwoorden.

Opdracht 2.6 Propaganda: Maak je eigen communistische propaganda

Jullie werken voor het propaganda bureau van de Communistische partij in Rusland. Het hoofdkwartier van deze partij, het Kremlin, geeft jullie de opdracht nieuwe propagandaposters te ontwerpen. Stalin komt jullie uitleggen dat hij zich wil richten op één specifieke doelgroep; met een duidelijke boodschap en een duidelijk doel. De propagandaposter moet vol staan met communistische symboliek. Deze doelgroep moet overtuigd worden van de grootschalige hervormingen die Stalin in gedachten heeft.

Ontwerp de propaganda poster op de computer of teken hem uit. Volg de onderstaande stappen om tot een mooie poster te komen. De poster moet hetzelfde vormgegeven worden als de bovenstaande voorbeelden.

  1. Kies een doelgroep uit: twijfelende communisten, jonge vrijwilligers voor het leger, vrouwen, boeren, opstandige arbeiders, kapitalisten, buitenlandse communistische politici of kunstenaars.
  2. Bedenk het doel wat je wil bereiken met deze poster in de hervormingsperiode van Stalin (1930-1953).
  3. Bedenk de boodschap waarmee je dit doel wil bereiken.
  4. Gebruik communistische symboliek. Bijvoorbeeld hamer en sikkel (je kan meer voorbeelden uit de bovenstaande posters halen of symboliek googelen). Bedenk dat propaganda moest voldoen aan het sociaal realisme. Dat wordt in de video uit opdracht 2.5 uitgelegd. Bekijk deze als je de opdracht nog niet gemaakt hebt.
  5. Lever naast je poster, ook een schema in met hierin vermeld: doelgroep, doel, boodschap en gekozen symboliek.

Lever deze opdracht in tweetallen in bij je docent op A3 formaat, tezamen met je schema (stap 5).

3. The roaring twenties

Leerdoelen
  • Kent het Amerikaanse politieke systeem met daarin de twee grootste politieke partijen.
  • Kan aangeven welke twee maatschappelijke vraagstukken hebben geleid tot de overwinning van de republikein Warren G. Harding en hoe de binnenlandse en buitenlandse politiek van de Verenigde Staten door die overwinning veranderde.
  • Kent 3 oorzaken van de Amerikaanse urbanisatie tijdens het Interbellum.
  • Kan aangeven dat de ‘Amerikaanse droom’ leidde tot een consumptiemaatschappij.
  • Kent 3 negatieve gevolgen van de roaring twenties.
  • Kan aangeven wat de ‘red scare’ was en hoe dit de Amerikaanse samenleving beïnvloede (verdiepingsstof).

Eind oktober 1929 stonden miljoenen Amerikanen in de rij voor gratis voedsel en een uitkering. Van het ene op het andere moment waren de aandelen op Wall Street, de beleggingsbeurs van New York, niets meer waard. Hierdoor gingen banken, fabrieken, landbouwbedrijven en ondernemers allemaal failliet. De periode die daarop volgde zou bekend staan als de economische crisis.

Voor velen kwam de crisis uit de lucht vallen. Aangezien de Verenigde Staten daarvoor het welvarendste land ter wereld was. Volgens de Amerikanen was dat toe te schrijven aan het politieke systeem van de Verenigde Staten. Elke staat had bevoegdheden en zelfs eigen wetten. Samen vormden ze een federatie van staten. De overheid in Washington kon besluiten nemen voor alle staten. Die golden dan voor alle Amerikanen. Maar over de mate waarin de overheid mocht ingrijpen verschilden de politieke partijen van meningen. In de politiek waren twee partijen het grootst:

  • De Republikeinen vonden dat de overheid zich zo min mogelijke mocht bemoeien met de economie en het dagelijks leven van de burgers. De overheid was er om de inwoners van Amerika te beschermen.
  • De Democraten waren juist voorstanders van een actieve en invloedrijke overheid. Volgens hen ging bescherming verder dan wetten verzinnen en uitvoeren. Het moest de burger ook economisch en sociaal bescherming bieden.

 

Terug naar normaal: isolationisme

Na de Eerste Wereldoorlog was er steeds meer kritiek ontstaan op het beleid van de democratische president Woodrow Wilson. Moest Amerika zich wel bemoeien met Europese kwesties? En nog belangrijker: was het na de oorlog nog wel nodig dat de overheid zich bemoeide met de productie van goederen, zoals het tijdens de oorlog had gedaan? In november 1920 werden deze twee vragen het onderwerp van de nieuwe verkiezingen. Het Amerikaanse volk koos de republikeinse kandidaat Warren G. Harding. Harding beloofde de kiezer een ‘return to normalcy’: de overheid bemoeide zich niet met de economie en op het gebied van buitenlandse politiek zou Amerika zich weer zoveel mogelijk afzijdig houden van problemen en conflicten buiten het eigen continent. Dat wordt isolationisme genoemd.

Voor mensen die niet in het communisme geloofden, waren de Verenigde Staten van Amerika tot dan toe het antwoord op de vraag hoe de moderne samenleving moest worden ingericht. Dankzij de Eerste Wereldoorlog was Amerika een wereldmacht geworden. Vooral Frankrijk en Engeland hadden tijdens de oorlog gigantisch veel Amerikaanse producten geïmporteerd. De Amerikaanse economie bleef ook na de oorlog alleen maar stijgen. Veel mensen profiteerden van de grotere welvaart en kochten allerlei nieuwe producten. Het geld kon niet op. Het waren dan ook ‘the roaring twenties: de uitbundige jaren twintig.

Bron 12. In hun vrije tijd trokken de Amerikanen de stadscentra in op zoek naar vermaakt. Het kijken van sport werd een rage. Zo ook honkbal. Eén van de bekendste Amerikaanse honkballers was Babe Ruth, doordat hij record na record verbrak.

Bron 13. [Pas op! De rechter afbeelding kan schokkend zijn.] Door de drooglegging of 'prohibition' verdienden gansters als Al Capone veel geld met het illegaal stoken en verkopen van drank. Rivaliserende 'gangs' werden op brute wijze afgeslacht.

De consumptiemaatschappij

In het hoofdstuk De oorlog om alle oorlogen te beëindigen: de Eerste Wereldoorlog, werd geschreven over echte massasamenlevingen. Die ontwikkeling was goed waar te nemen in de Verenigde Staten; en dan vooral in de grote steden die maar bleven groeien. Waar kwamen deze mensen vandaan die de oorzaak waren voor de toenemende urbanisatie van Amerika?

  • Steeds minder mensen woonden op het platteland, doordat velen van het naar de steden trokken. Sommigen hoopten hun kansen te verbeteren in de stad. Anderen konden gewoon niet aan werk komen op het platteland en moesten wel migreren.
  • Ook daalde het sterftecijfer, door betere hygiëne en andere medische ontwikkelingen.
  • Daarnaast verlieten tussen 1919 en 1930 anderhalf miljoen Afro-Amerikanen het zuiden van de Verenigde Staten, op zoek naar werk in de industrie. Maar ook om het racisme uit het zuiden te ontvluchten.

Een belangrijke oorzaak van de Amerikaanse economische groei was de vrijemarkteconomie, oftewel het kapitalisme. De wet van vraag en aanbod bepaalde wat er geproduceerd en voor welke prijs het verkocht werd. Iedereen kon hierdoor ondernemer worden. Wie veel, goede en goedkope producten maakte, kon enorm rijk worden. Dit was dan ook de Amerikaanse droom: opklimmen van krantenjongen tot miljonair. Een regering kon die droom alleen maar in de weg staan. Het moest zich dan ook zo min mogelijk bemoeien met de economie volgens grote industrie iconen als Henry Ford.

Om rijk te worden moesten ondernemers hun producten steeds verbeteren ten opzichte van de concurrentie en goedkoper produceren. Ondernemers begonnen dan ook projecten te financieren die het mogelijk maakten de concurrentie voor te blijven. De Amerikaanse autoproducent Henry Ford is een voorbeeld van zo’n ondernemer. Ford automatiseerde het productieproces door de lopende band te introduceren. Met deze lopende band kon Ford zeven keer sneller en goedkoper zijn auto’s produceren. Fords uitvinding zo snel overgenomen worden door andere producenten.

Het gevolg van deze massaproductie was de consumptiemaatschappij. Mensen ontleenden hun status aan bezit en het kopen van nieuwe spullen. Producenten speelden daarop in. Reclameadvertenties uit de jaren twintig probeerden Amerikanen over te halen om de nieuwste auto’s, stofzuigers, koelkasten en radio’s te kopen; zelfs op lening!

Bron 14. Misschien wel de meest paradoxale foto genomen na 1929. Op de achtergrond reclame voor de Amerikaanse manier van leven. 'Zo'n levensstijl zorgt ook voor de hoogste levensstandaard'. Op de voorgrond een rij met Afro-Amerikanen die staan te wachten op voedsel dat werd uitgedeeld. Velen hadden hun baan verloren door de Beurskrach.
Welvaart voor iedereen?

Veel Amerikanen waren enthousiast over de toegenomen welvaart, maar de roaring twenties kenden ook schaduwzijden op economisch, sociaal en cultureel gebied.

  • Doordat uitgaan steeds toegankelijker werd, nam het drankgebruik ook toe. Sommigen zagen die toename als de oorzaak van alle sociale ellende. De Amerikaanse overheid besloot daarom tot de drooglegging. Dit was een periode tussen 1920 en 1933 waarin het produceren en drinken van alcoholische dranken verboden waren. De regering hoopte met dit verbod een einde te maken aan de criminaliteit, geweld en armoede. Maar de drooglegging bevorderde juist de criminaliteit. Georganiseerde misdaad – gangsters als Al Capone – verdienden enorme bedragen met de illegale verkoop van drank.
  • Een tweede negatief gevolg was dat de verschillen tussen arm en rijk toenamen. Vooral de rijken werden steeds rijker. Zij leefden in uitzonderlijke luxe. Boeren en fabrieksarbeiders profiteerde nauwelijks van de rijkdom. Hun loon bleef laag. De situatie voor deze arme groep verslechterde doordat zij geld leenden – vaak van de bank of maffia – om luxeproducten te kunnen kopen of hun loon aan te vullen. Maar dat werkte natuurlijk averechts.
  • Een derde negatief kenmerk was de toegenomen racisme en discriminatie. De Amerikaanse droom was lang niet voor iedereen weggelegd. Wie blank was en protestants kreeg vele kansen in de Amerikaanse samenleving. Iedereen die van deze norm afweek had het moeilijk. Vooral de Afro-Amerikaanse bevolking had met discriminatie te maken. Donkergekleurde mensen werden niet toegelaten tot universiteiten. Ze moesten gescheiden leven van de rest van de samenleving. Dit gescheiden leven, ook wel segregatie genoemd, was zelfs door de overheid via de wet geregeld. Sinds de negentiende eeuw bestond er een wetgeving die het mogelijk maakte aparte openbare voorzieningen te creëren voor ‘gekleurden’ en ‘blanken’. Bij wet was geregeld dat blanken altijd voorrang hadden op gekleurden. Apartheid had dus de goedkeuring van het Amerikaanse Hooggerechtshof en was daarmee niet in strijd met de grondwet. Veel blanke Amerikanen sloten zich in de jaren twintig aan bij de Ku Klux Klan (KKK). De KKK streed tegen elke vorm van gelijkheid tussen ‘wit’ en ‘zwart’. Mede daardoor bleef gelijkheid nog lang uit. Pas vanaf 1950 zou de positie van gekleurden in de Amerikaanse samenleving veranderen door mensen als Rosa Parks en Martin Luther King, die streden voor gelijke rechten voor de Afro-Amerikaanse bevolking.

Aan de voorkant leek het goed te gaan met de Amerikaanse economie. Maar werkelijkheid ging het niet zo goed met de Amerikaanse droom. De economie was net een zeepbel die op barsten stond.

Bron 15. Een documentaire die het Amerikaanse leven in de jaren twintig beschrijft. Alles leek rozengeur en maneschijn. Maar was dit ook zo?

Red scare

Aanhangers van het communisme werden in Amerika in deze periode als gevaarlijk beschouwd. Ongelijkheid vormde de basis van de Amerikaanse droom. Conservatieve Amerikanen vreesden het socialisme en communisme. Die antisocialistische en anticommunistische gevoelens werden heftiger in de zomer van 1919 na een reeks van aanslagen op Amerikaanse politici en bekende industriëlen als John D. Rockefeller. Enkele politici riepen op tot het oppakken van ‘verdachten’. Wat volgde was een reeks aan gewelddadige arrestaties van vreemdelingen, communisten, anarchisten, vakbondsleden en socialisten. Om hen op te sluiten werd bewijsmateriaal vervalst en bekentenissen afgedwongen. Die periode noemen we de ‘red scare‘.

Bron A. Een rondleiding door Nederlandse steden in de jaren twintig.

Bron B. Een rijtoer door New York, aan de vooravond van Amerika's grote economische succes.

Opdracht 3.6 Video: The roaring twenties

Bekijk de video hiernaast in tweetallen (bron 15). In Amerika staan de jaren twintig bekend als ‘the roaring twenties’. De Amerikaanse economie zorgde voor welvaart maar ook segregatie. Jij gaat kijken naar deze veranderingen . Dit doe je door verschillende vragen te beantwoorden tijdens het kijken. De vragen zijn op volgorde. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Druk elke keer op volgende om bij de twee daaropvolgende vragen te komen. In totaal zijn het 14 vragen die je moet beantwoorden.

4. The American Dream?

Leerdoelen
  • Kent 4 maatschappelijk-economische ontwikkelingen die bijdroegen aan het ontstaan van de crisis uit de jaren 30.
  • Kan de beurskrach van 1929 beschrijven.
  • Kan aangeven hoe de Amerikaanse crisis een wereldcrisis werd.
  • Kan aangeven wat bedoeld wordt met ‘the Great Depression’ en de 3 maatregelen die de regering van Roosevelt nam om dit aan te pakken.
  • Kan aangeven dat de Republikeinen niet blij waren met Roosevelts aanpak.
  • Kan aangeven hoe de Verenigde Staten van isolationisme in een wereldoorlog verzeild raakte en welk effect dit had op de Amerikaanse economie.

In de jaren twintig was het vooral de Republikeinse partij waaruit de presidenten gekozen werden. Presidenten Harding (1921-1923), Coolidge (1923-1929) en Hoover (1929-1933) waren groot voorstander van het kapitalisme. Het overheidsbeleid was dan ook gericht op economische vrijheid; ondernemers moesten hun gang kunnen gaan. De overheid moest zich zo weinig mogelijk bemoeien met de economie en het dagelijks leven. ‘Als er verandering nodig was, dan kwam dat wel vanuit de arbeiders en ondernemers’, was de Republikeinse gedachte. Dit beleid droeg bij aan het groter worden van de ongelijkheid in de samenleving. Rijke Amerikanen werden steeds rijker, waar de middenklasse en de arbeiders erop achteruitgingen. Deze ontwikkeling vormde een bedreiging voor de economische groei. Want het waren juist de middenklasse en de arbeiders die gretig consumptiegoederen afnamen.

 

Zwarte donderdag

Bron 16. Arbeiders lunchen op een van de stalen balken van een wolkenkrabber die in aanbouw is. Door de groeiende vraag naar nieuwe woningen en bedrijfspanden bleven de prijzen van nieuwe panden omhoogschieten.

Naast de eerdergenoemde zwakte van de Amerikaanse economie, kende het nog een aantal andere zwakke plekken.

  • Allereerst kochten veel mensen dure aankopen als huizen, aandelen, investeringen en auto’s op basis van leningen. Dit geleend geld hoopten ze terug te kunnen betalen als zij de gekochte spullen voor meer geld hadden verkocht. In eerste instantie ging dit goed doordat de waarde van huizen en aandelen alsmaar bleef stijgen. Maar velen hadden niet door dat de leningen zich begonnen op te stapelen. Er was niemand die toezicht hield. Niemand controleerde of consumenten wel genoeg verdienden om leningen terug te kunnen betalen. Sommige Amerikanen zagen 80% van hun inkomen verdwijnen aan de afbetaling van leningen.
  • Als tweede was er een crisis in de Amerikaanse landbouwsector. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden veel Europese landen hun voedsel vanuit Amerika geïmporteerd. Om aan die Europese vraag te kunnen voldoen, gingen Amerikaanse boeren flinke investeringen doen en hun landbouwbedrijf uitbreiden. Deze investeringen werden ook gedaan door geld te lenen van banken. Na de oorlog kwam de landbouw in Europa weer opgang. De vraag naar Amerikaanse landbouwproducten begon op te drogen. De boeren hadden dan wel hun productie uitgebreid, maar nu de vraag stopte bleven zij met hun landbouwproducten zitten.
  • Ten derde was de speculatie met aandelen in ‘the roaring twenties’ ongekend populair geworden. De koers – de waarde van een aandeel – kon stijgen als meer mensen zo’n aandeel wilden hebben. Zo kon je bij verkoop van aandelen veel winst maken. Andersom kon ook het geval zijn. Werd een bedrijf minder populair of nam de vraag naar een aandeel af, dan daalde ook de koers.

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 1928 beloofde Hoover een gouden toekomst ‘met voor alle Amerikanen een auto in de garage en een kip in de pan’. Maar het tegendeel bleek waar. Eind jaren twintig waren de eerste tekenen van een economische omslag zichtbaar. Veel boeren verkochten niet meer genoeg om hun leningen terug te kunnen betalen. Het ene na het andere landbouwbedrijf ging failliet. De rijke Amerikanen waren verzadigd met spullen; de arme Amerikanen zaten in de schulden en konden geen nieuwe producten veroorloven. Daardoor ging het ook op de huizenmarkt slechter, want de vraag naar nieuwe huizen daalde.

Beurshandelaren werden ongerust. Uit angst voor deze nieuwe economische ontwikkeling begonnen zij steeds meer aandelen te verkopen. Dit leidde tot paniek. Op 24 oktober 1929 –  ‘zwarte donderdag ‘ – werden meer dan twaalf miljoen aandelen te koop aangeboden. Men begon aandelen te dumpen op de aandelenbeurs, op het New Yorkse Wall Street. Het gevolg: deze aandelen waren niets meer waard. Aandelen die eerst 10 dollar waard waren, werden verkocht voor 5 dollar. Leningen – die afgesloten waren om een aandeel te kopen – konden niet meer terugbetaald worden. Speculanten verloren door deze beurskrach veel geld.

Nu ook de banken hun geld zagen verdwijnen, sloeg ook bij hen de paniek toe. Banken begonnen hun afgesloten leningen aan bedrijven te herroepen. Maar bedrijven waren niet instaat om het geld terug te betalen.  Zo gingen ook zij failliet. Miljoenen Amerikanen verloren hierdoor hun baan. Uiteindelijk verloren sommige mensen het vertrouwen in de economie en begonnen hun spaargeld van hun bankrekening te halen. Dit was de genadeslag voor de al in nood verkerende banken. Ook zij gingen failliet. De zeepbel was gebarsten.

  • Werkeloosheid in percentages

Bron 17. De gevolgen van de economische crisis in werkloosheidcijfers.

Bron 18. Een schoonmaker veegt de vloer van de aandelenmarkt, na de beurskrach op 24 oktober 1929. Op de vloer liggen notities, kranten en verscheurde aandelen die niets meer waard waren.
Crisis in het buitenland

Niet alleen Amerika had last van de crisis. Ook andere landen kregen last vanaf 1929. Vooral Europese landen hadden het zwaar te verduren. Amerikaanse banken hadden veel geld uitgeleend aan Europa tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Zij wilden tijdens de crisis van 1929 hun geld terug. Veel landen konden echter de leningen nog niet terugbetalen, waaronder Duitsland. Dit land had na de wereldoorlog ook van Amerika mogen lenen. Ook Europese bedrijven gingen zo failliet. De Amerikaanse crisis was een wereldcrisis geworden.

 

‘The Great Depression’

De economische crisis in Amerika trof in eerste instantie de laagopgeleiden, de immigranten en de Afro-Amerikanen. Zij werden in groten getale werkeloos, omdat ze ontslagen werden uit fabrieken. In eerste instantie deed de Amerikaanse regering onder president Hoover niets. De economie zou zichzelf wel weer genezen zonder hulp van de regering, zo werd er gedacht. De economie herstelde zich echter niet. De problemen werden alleen maar erger. Het aantal werkelozen steeg binnen twee jaar van een half miljoen naar dertien miljoen. Inmiddels sprak mens niet langer van een economische crisis, maar over de Great Depression.

Tijdens de verkiezingen van 1932 werd de democraat Franklin Delano Roosevelt gekozen tot president. Hij beloofde grote veranderingen. Roosevelt besloot actief in te grijpen in de economie. Zijn maatregelen zouden bekend komen te staan als de ‘New Deal’. Volgens Roosevelt moesten Amerikanen kunnen rekenen op ‘relief, recovery and reform’. Onderdeel van Roosevelts New Deal waren de volgende maatregelen:

  • Allereerst was de bankwereld één van de oorzaken geweest van crisis. Daarom besloot Roosevelt alle banken voor een week te sluiten. In die tijd werden ze gecontroleerd, waarna alleen de banken met voldoende financiële reserves en een betrouwbare achtergrond weer open mochten. Vanaf dat moment besloot de federale overheid toezicht te houden op de bankwereld. Financieel wanbeleid werd strafbaar.
  • Ten tweede besloot de Amerikaanse overheid voedstelsteun aan de armen te verlenen. Hierdoor hoefde het kleine beetje dat er verdiend werd door deze groep, niet meer op te gaan aan voedsel.
  • Als derde grote maatregel besloot Roosevelt overheidsprojecten te organiseren die de werkgelegenheid moesten vergroten. Deze werkgelegenheidsprojecten werden door de overheid gefinancierd, de arbeiders kregen een beetje betaald. Hierdoor hadden mensen weer geld te besteden. Het gevolg was dat de vraag naar producten weer toenam.

Roosevelts maatregelen hadden succes; miljoenen Amerikanen hadden vanaf 1936 weer werk toen Roosevelt opnieuw tot president werd herkozen.

 

Bron 19. Florence Owens Thompson (op afbeelding) is een van de arbeiders die verpauperde tijdens ‘the Great Depression’. Thompson kon haar zeven kinderen niet van voldoende eten voorzien zonder staatssteun.

‘A deal is not enough’

Ondanks Roosevelts populariteit, groeide het aantal tegenstanders van zijn beleid. De Republikeinen vonden dat de overheid een te grote rol in de economie kreeg. Ze vergeleken Roosevelts beleid met die van de communistische leider Jozef Stalin. In de Sovjet-Unie was het Stalin die sturing gaf aan de economie in de vorm van vijfjarenplannen. Ook Roosevelt stond al vier jaar de economie te sturen. Vooral de werkgelegenheidsprojecten hadden de Amerikaanse overheid veel geld gekost. Daarop was dan ook de meeste kritiek gericht.

In 1937 dacht Roosevelt dat de grootste economische problemen voorbij waren. Het werd tijd dat de overheid op z’n eigen uitgaven ging letten door te bezuinigen. Maar die bezuinigingen werkten averechts. Toen de financiering van de grote overheidsprojecten stopten, bleken die weinig meer uit te halen. Daardoor begon de werkeloosheid weer te stijgen.

 

Neutrale schipper op een koers naar oorlog

Onder de Republikeinse presidenten in de jaren twintig had Amerika het isolationisme geprobeerd vol te houden. In eerste instantie zette Roosevelt diezelfde buitenlandse politiek voort. Want inmenging in buitenlandse conflicten zou een zware klap betekenen voor de economie. Met Latijns-Amerika probeerde hij de contacten wel te verbeteren.  Dit werd de Good Neighbor Policy genoemd. Goede contacten met de zuidelijke buren zou vooral positief zijn voor de economie, was Roosevelt gedachte.

Uiteindelijk was het niet de New Deal maar de Tweede Wereldoorlog die zorgde voor het definitieve einde van de economische crisis. Tijdens Roosevelts eerste termijn als president veranderde Europa in rap tempo. In Duitsland had Adolf Hitler de macht overgenomen. Hitlers buitenlandse politiek was agressief, gericht op gebiedsuitbreiding en dreigde Europa in een nieuwe oorlog te doen storten. Ook al verafschuwde Roosevelt dictators, hij was niet bereid zich te mengen in nog een Europese oorlog. Daarom werd in 1935 de Neutraliteitswet aangenomen. Deze wet verbood Amerikanen wapens te leveren aan oorlogvoerende landen. Deze landen mochten de Verenigde Staten niet kunnen beschuldigen van partijdigheid.

Maar dit keer kwam de oorlogsdreiging niet alleen vanuit Europa. Japan, bondgenoot van Duitsland, had een groot tekort aan grondstoffen. Daarnaast wilde dit Aziatische land zijn grondgebied uitbreiden. Deze expansie was gericht op de Franse, Engelse en Nederlandse koloniën. Maar Japan had ook het oog laten vallen op de Amerikaanse overzeese gebieden. Het was dan ook Japan die op 7 december 1941 de Verenigde Staten de oorlog in sleurde door de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor bij Hawaï aan te vallen. Het was deze oorlog die een einde maakte aan de economische crisis. Allerlei bedrijven werden ingeschakeld om materialen voor de oorlog te produceren. De werkeloosheid verdween en het duurde niet lang totdat er zelfs een tekort aan arbeidskrachten ontstond.

Bron 20. In 1940 verscheen 'The Great Dictator' in de Amerikaanse bioscopen. In deze parodie film werd Adolf Hitler gespeeld door Charlie Chaplin. Sommige leden van het Amerikaanse Congres hadden bezwaar tegen deze film. Ze vreesden dat het isolationisme van de Verenigde Staten in gevaar kon komen. Kan jij uit deze scene halen waarom?

Een moderne president?

Franklin Delano Roosevelt was zich ervan bewust dat zijn voorgangers vaak op de achtergrond hadden getreden, want ‘de overheid mocht niet te zichtbaar zijn’. Maar om zijn plannen te laten slagen, was het belangrijk dat de meerderheid van de Amerikanen achter de maatregelen van de New Deal zou blijven staan. Vandaar dat hij massamedia als de radio, de krant en film gebruikte om een breed publiek aan te spreken. Dankzij propaganda wist hij de publieke opinie in zijn voordeel te sturen.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.5 Betrouwbaarheid: Bronnen uit het Interbellum

Ga naar de hulppagina voor betrouwbaarheid en lees eerst hoe je bronnen beoordeelt op hun betrouwbaarheid. In deze opdracht ga je bronnen uit het Interbellum beoordelen op hun betrouwbaarheid. Je krijgt eerst 4 leidende vragen die jou helpen na te denken over waar de bron vandaan komt, wie hem gemaakt heeft, wanneer en onder welke omstandigheden. Vervolgens beantwoord je telkens de vraag: ‘is de bron betrouwbaar’?

 

Opdracht 4.6 Ideologieën

Wat is een ideologie? Wikipedia geeft de volgende definitie:

‘Een ideologie is een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse’.

In deze opdracht heb je de taak de verschillen benoemen tussen de ideologie uit de Sovjet-Unie en de ideologie uit de Verenigde Staten. Je gebruikt daar de onderstaande probleemstelling voor. Vind je het lastig om deze hele-taak-eerst in een keer te beantwoorden? Volg dan de voorbereidende stappen die uitgeschreven staan na de probleemstelling op de tweede pagina. Deze vragen helpen je vanuit politiek, economisch en sociaal oogpunt kijken naar de ideologische verschillen tussen de SU en de VS.

 

Subscribe
Abonneren op
0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle aantekeningen