Het Interbellum: van Sovjet utopie naar American dream

Hoofdvragen

Welke oorzaken zijn te geven voor het ontstaan van de Sovjet-Unie?

Hoe bouwden de communisten een nieuwe maatschappij die uitgroeide tot een totalitaire staat?

Hoe zag de Amerikaanse economie en samenleving er uit in de jaren twintig van de twintigste eeuw?

Hoe kon de crisis uit 1929 ontstaan?

Door de industrialisatie van de negentiende eeuw was de kloof tussen rijk en arm als maar groter geworden. Verschillende socialistische denkers, waaronder Karl Marx, probeerden deze oneerlijke verdeling om te keren. Zij spoorden arbeiders aan om in opstand te komen. In 1917 zou de Russische bevolking door de ideeën van Marx worden aangespoord om het heft in eigen handen te nemen. Ze zetten de tsaar af en gebruikten de ideeën van Marx, ook wel het communisme genoemd, om een staat van gelijkheid op te zetten. Het gevolg: de communistische staat de Sovjet-Unie. Een staat waarin vrijheid beperkt was, buren elkaar bij de geheime politie aangaven en hele landen onder de terreur en dictatuur van Moskou moesten leven.

Kenmerkende aspecten
  • 37. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38. Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 39. De crisis van het wereldkapitalisme.
  • 45. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

Bron 1. In 1917 braken in heel Rusland opstanden uit. De onvrede in Rusland had het hoogtepunt bereikt. Arbeiders, boeren en soldaten trokken plunderend op naar overheidsgebouwen. Daar aangekomen begonnen ze met het overnemen van deze gebouwen.

Bron 2. Karl Marx wordt wel de vader van het communisme genoemd. Marx geloofde dat het proletariaat (arbeiders) de macht van de fabriekseigenaren zouden overnemen. Geld en macht zouden op den duur weer verdeeld worden onder de bevolking. Het resultaat: een utopie (perfecte samenleving), waarin geweld en jaloezie verleden tijd zouden zijn. Socialistische denkers als Marx en hun ideeën, zijn nog steeds populair.

1. Revolutie in Rusland

Leerdoelen
  • Kent de 4 lagen van de Russische samenleving in de tijd van de tsaren.
  • Kan aangeven dat in 1917 overal opstanden ontstonden door voedseltekorten, wapen- en munitietekorten in het leger en de onderdrukking van het volk en dat deze opstanden leidden tot de Februarirevolutie.
  • Kent 4 stromingen van Russische maatschappijverbeteraars.
  • Kan oorzaken aangeven voor het uitbreken van de Oktoberrevolutie en dat deze een burgeroorlog tussen de ‘Roden’ en ‘Witten’ als gevolg had.
  • Kan aangeven dat de beginselen van de Russische revoluties uit 1917 gelegd zijn in 1905 (verdiepingsstof).

Bron 3. Deze foto genomen in 1913 zou een van de laatste foto’s zijn waarop de gehele koninklijke familie, de Romanovs, afgebeeld zou staan. In 1917, vlak na de Oktoberrevolutie, werd de familie begeleid door revolutionairen naar een van de buitenverblijven van de tsaar. In het midden van de nacht drongen enkele revolutionairen het verblijf binnen. Daar begonnen ze wild om zich heen te schieten. Niemand van de koninklijke familie zou het overleven. Pas vele jaren na de dood van de tsaar zouden de lichamen worden teruggevonden in een geïmproviseerd graf.

Rusland aan het begin van de twintigste eeuw werd van bovenaf geregeerd. Bovenaan stond de oppermachtige tsaar. Hij regeerde Rusland bijna als een absoluut vorst; en een vader die leidinggaf aan zijn gezin. Behalve paleizen bezat de tsarenfamilie (de Romanovs) ook aandelen, kapitaal en grote lappen grond. In zijn regeren werd de tsaar geholpen door de Russisch-orthodoxe Kerk en de Russische adel. Die twee groepen hoefden geen belasting te betalen. Om de macht van de adel en de tsaar te legitimeren, verkondigde de Kerk dat God de tsaar en de adel boven de gewone mensen had gesteld. Verzet tegen hen was dus een doodzonde. Mensen met een afwijkende mening of opstandige houding werden in de gaten gehouden door de geheime politie en genadeloos aangepakt, gemarteld of verbannen naar Siberië.

 

De Russische samenleving

De Russische maatschappij bestond uit een aantal groepen en was tot aan de Eerste Wereldoorlog grotendeels afhankelijk van de landbouw:

  • De Russische adel was zeer conservatief. Nieuwe moderne ideeën uit Frankrijk of Engeland werden niet overgenomen; bang dat die ideeën konden leiden tot minder macht.
  • In de steden woonde de bourgeoisie bestaande uit winkeliers en ambachtslieden met een eigen werkplaats. Regeringsambtenaren samen met intellectuelen en schrijvers behoorden ook aan die groep toe. Intellectuelen en schrijvers lieten zich graag inspireren door ideeën uit het westen.
  • Doordat Rusland pas laat begon met industrialiseren waren er maar weinig fabrieksarbeiders.
  • De meeste Russen waren boer en zelfs tot 1861 lijfeigene. Deze boeren behoorden een Russische edelman toe. Die mocht hen verkopen of als inzet gebruiken bij het gokken. Boeren woonden in kleine dorpsgemeenschappen. In deze gemeenschappen overlegden de familiehoofden over belangrijke zaken: wie de herendiensten moest verrichten voor de edelman, hoe landbouwgrond werd verdeeld en welk aandeel van de oogst iedere boer kreeg na de afdracht aan de adellijke heer.

Maar de Russische landbouw bracht weinig op en was gevoelig voor misoogsten. Dat lag aan het landklimaat – met zijn ijskoude winters en hete zomers – maar ook aan de adel. Zij weigerden over te gaan op mechanisatie. Dat was volgens hen ook niet nodig: ‘er waren toch genoeg lijfeigenen’.

Ondanks dat tsaar Alexander II in 1861 de lijfeigenschap ophief – niet omdat hij betrokken was met het lot van de lijfeigenen, maar juist om de landbouw te mechaniseren – veranderde de situatie voor de boeren nauwelijks. Zij bleven even arm. Daarom blies een groep ontevreden boeren tsaar Alexander II op met koets en al. Ook zijn opvolger Alexander III was niet succesvol. Hij liet te veel voedsel exporteren naar het buitenland. Daardoor ontstonden in heel Rusland hongersnoden.

 

Februarirevolutie in Rusland

In 1917 braken in heel Rusland grote en kleine opstanden uit. De Russische bevolking zag tsaar Nicolaas II – de opvolger van Alexander III – als de belichaming van alle problemen in Rusland. De bevolking van het land leed honger, er was een tekort aan wapens en munitie in het leger en de bevolking werd onderdrukt door de Romanovs (bron 3), de kerk en de geheime politie. Het volk eiste dat de tsaar aftrad. Maar wat voor regering Nicolaas II moest vervangen was onduidelijk. Vier stromingen wisten het wel:

  • Anarchisten waren tegen elke vorm van georganiseerde regering. Ook privébezit was ondenkbaar bij het anarchisme. Iedereen moest grond en productiemiddelen – als fabrieken – met elkaar delen. Anarchisten waren er eerste van overtuigd dat iedereen hun denkbeelden fantastisch vonden en dat de gedroomde maatschappij snel zou volgen. Toen het tegendeel waar bleek, werden zij terroristen. Hierdoor verslechterde hun naam en leverde het verder niets op.
  • Socialisten deelden het idee waarbij grond, bezit en productiemiddelen gedeeld werden door iedereen. Maar de meeste socialisten vonden dat de overheid eerst de bevolking moest helpen wennen aan de nieuwe staat en dus alles moest beheren en gelijkwaardig verdelen.
  • Sociaal-revolutionairen wilden het idee van gedeeld bezit en gelijkheid voor iedereen bereiken door een revolutie. Deze revolutionairen beredeneerden dat zij die bezit hadden, nooit vrijwillig dat zouden opgeven. Via een politieke weg hen dwingen hun rijkdom af te staan zou zinloos zijn. Want het waren deze rijke Russen die in het bestuur zaten.
  • Een andere belangrijke groep van maatschappijverbeteraars waren de narodniki. Zij zagen de Russische boerengemeenschap als de ideale staatsvorm: traditioneel. Volgens deze groep was het ‘ware Russische socialisme’ op het platteland te vinden; kleine gemeenschappen die zichzelf konden besturen. Andersdenkenden binnen de boerengemeenschap werden dan ook door de narodniki aan de geheime politie uitgeleverd. Zelfs al ging het om hun eigen zoons of dochters.

Deze groepen werden steeds gewelddadiger. Nicolaas vreesde voor zijn leven en dat van zijn gezin, aangezien het volk steeds gewelddadiger werd en zelfs het leger niet meer naar hem luisterde. Hij besloot zijn functie als tsaar neer te leggen. Kort daarna werden Nicolaas en zijn gezin vastgezet. Deze opstanden worden ook wel de Februarirevolutie genoemd. Het tsaristische regime werd afgezet en vervangen door de Doema, een regering van vertegenwoordigers uit de Russische bevolking. Deze was kort voor de revolutie opgericht door tsaar Nicolaas II als tegemoetkoming aan de ontevredenheid van het volk.

Bron 4. Alexandr Kerenski (links) zou een grote rol spelen tijdens de Februarirevolutie. Op deze foto moedigt Kerenski Russische soldaten aan om Rusland te verdedigen tegen vijandige troepen. Waarom zou Kerenski niet gelijk vrede hebben gesloten met de Centralen?

Bron 5. Vladimir Iljitsj Lenin zou Kerenski opvolgen als leider van vrijgevochten Rusland. Na een burgeroorlog die tot aan 1922 zou duren, stond Lenin aan het hoofd van de Sovjet-Unie. Hier staat Lenin afgebeeld op communistische propaganda, met de typische symbolen van het communisme op de achtergrond: een hamer en sikkel.

Bron 6. Poolse Sovjet propaganda uit 1920. In de nadagen van de Eerste Wereldoorlog werd propaganda gebruikt om politieke ideeën te verspreiden. De Sovjet-Unie begon met het investeren in communistische partijen in het buitenland. Hier zie je dat het leger van de Sovjet-Unie bereidwillig wordt onthaald. Maar wie zouden er verjaagd worden?

In tegenstelling tot de jaren die de Doema had gediend onder de tsaar, hoefden de ministers niet meer alleen advies te geven. Zij begonnen met het bestuur van het nieuwe Rusland. Minister-president Alexandr Kerenski werd echter gedwongen het Russische leger gemobiliseerd te laten, aangezien Rusland nog steeds tegen Duitsland en zijn bondgenoten vocht. Dit leidde tot grote onvrede. Het was de oorlog die de problemen in Rusland alleen maar hadden versterkt. Kerenski, eerst heel populair, begon zijn populariteit te verliezen door de voortzetting van de oorlog.

 

Oktoberrevolutie in Rusland

Bij een volgende reeks aan opstanden, de Oktoberrevolutie genoemd, werd de voorlopige regering van Kerinski belegerd. Het gevolg was een burgeroorlog. Kerenski’s doema zou uiteindelijk vervangen door een bolsjewistische regering onder leiding van Vladimir Lenin. Hij besloot gelijk een vrede te sluiten met de Centralen: de Vrede van Brest-Litovsk.

Ondanks dat de Russen niet meer mee hoefden te vechten in de Grote Oorlog, betekende deze vrede nog niet het einde van alle problemen. De grote burgeroorlog die was ontstaan door de Oktoberrevolutie, werd nog altijd uitgevochten. Twee groepen stonden door deze tweede revolutie lijnrecht tegenover elkaar:

  • De ‘Roden’ Dit waren bolsjewieken met een strenge leer. Zij werden ook wel communisten genoemd. Deze groep vreesde de terugkeer van de tsaar. Daarom besloten de Roden Nicolaas II en zijn gezin in de nacht van 16 op 17 juli 1918 te executeren.
  • En de ‘Witten’. Deze groep was heel divers. Het bestond uit liberalen, mensjewieken, gematigde sociaal-revolutionairen, leden van de regering van Kerenski en Russische adel. Maar het overgrote deel was mensjewiek. Zij geloofden niet in een grote Russische omwenteling door geweld. De mensjewieken geloofden dat het communistische ideaal van gelijkheid ook bereikt kon worden via een democratische weg. Bovendien geloofde deze groep dat vroeg of laat de arbeiders zelf wel in opstand zouden komen. Forceren was niet nodig!

De burgeroorlog zou tot aan 1922 duren en kostte meer dan zeven miljoen Russen het leven, bijna vier keer zoveel als de Eerste Wereldoorlog. De bolsjewieken zouden als overwinnaar uit de strijd komen. Lenin kon niet lang van zijn overwinning genieten. Hij stierf op 21 januari 1924. Door Lenins dood raakte de partijtop verdeeld: wie moest Lenin opvolgen? Door handig gebruik te maken van propaganda en de geheime politie, liet Jozef Stalin de andere leden van de partijtop het veld ruimen.

Drie revoluties?

In de tekst is geschreven over de Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie, maar de eerste revolutie die het tsaristische regime in gevaar bracht vond plaats in 1905. Een jaar eerder probeerde het Russische keizerrijk zijn invloed uit te breiden in het oosten tot aan de Japanse zee. Ook Japan probeerde zijn invloed uit te breiden in 1904, ten koste van het zwakker wordende China. Beide landen hadden hun ogen gericht op de Chinese havenstad Port Arthur, in Mantsjoerije. Rusland verklaarde Japan de oorlog. Het Russische keizerrijk mobiliseerde het leger en de vloot en probeerde Mantsjoerije in te nemen. De tsaar had verwacht het Japanse keizerrijk binnen enkele dagen te verslaan. Maar de Japanse marine zette troepen aan land, die het Russische leger met gemak versloegen. In 1905 werd het nog erger toen de Russische vloot in de pan werd gehakt. Door nederlaag op nederlaag begonnen de Russen zich af te vragen: ‘hoe kon het dat zij verloren van een minderwaardige vijand’? Zij gaven de schuld aan de adviseurs en ministers van de tsaar, maar was ‘vadertje tsaar ook schuldig’?

Uit protest trok een mensenstoet met vrouwen en kinderen naar het paleis van de tsaar. Toen een regiment van soldaten op de stoet begon in te hakken, bleef een aantal demonstranten gewoon doorlopen. Hierop werden ze aan bajonetten geregen en beschoten. Zo werd zondag 9 januari Bloedige Zondag. Velen gaven de tsaar de schuld: ‘waarom had hij niet ingegrepen’?

Als reactie op Bloedige Zondag braken overal in Rusland opstanden uit. Lenin en Trotski – beiden overtuigd communist – organiseerden socialistische bijeenkomsten en richtten sovjets op, raden van arbeiders in een fabriek of stad. Nicolaas II wist uiteindelijk de rust te herstellen. Hij deed beloftes aan het volk van meer inspraak in bestuur: de Doema. Ook greep hij hardhandig in door het leger opstanden in de grote steden te laten onderdrukken. Lenin en zijn mede-communisten werden verbannen naar het buitenland. Maar de rust was schijn. Het zou tijdelijk blijken toen Lenin in 1917 terugkeerde naar Rusland.

Opdracht 1.5 Chronologie aanbrengen met bronnen
Bron A. Amerikaanse krant
Bron B. De nieuwe Tilburgsche Courant.
Bron C. Het Algemeen Handelsblad.
Bron D. Het Centrum.
Bron E. Bataviaasch Nieuwsblad.
Bron F. Amerikaanse krant.
Bron G. Het Volk.

In 1917 braken in heel Rusland opstanden uit. De hele wereld keek geschokt toe hoe de Russische bevolking leden van de adel, geestelijkheid en geheime politie om het leven brachten. Het startschot van de revolutie begon met de moord op Raspoetin. De gewone burger geloofde dat Raspoetin de tsaar en de tsarina vergiftigde en overhaalde om het volk uit te hongeren. Het volk vond dat de tsaar nog wel als het grootste probleem was. Ook de keizerlijke familie Romanov werd het slachtoffer van dit revolutionaire geweld.

Aan het begin van de twintigste eeuw was de krant het grootste en vaak het enige medium om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws in de wereld. Goede verslaggeving verkocht, daarom probeerden kranten de gebeurtenissen zo goed vast te leggen. Het was ook niet ongebruikelijk dat mensen de belangrijkste nieuwsberichten uitknipten en opplakten in speciale verzamelalbums.

Deze opdracht maak je in tweetallen. Bekijk de bovenstaande bronnen eerst goed. De bronnen zijn krantenknipsels die verslagleggen van de Russische Revolutie. Ze staan alleen niet op volgorde. Een museum wil de krantenknipsels gebruiken in hun tentoonstelling over de opkomst van het communisme in Rusland. Jullie gaan de bronnen in de juiste volgorde zetten. Gebruik hiervoor de historische kennis die je terugvindt in de leertekst van deze paragraaf. Leg uit bij elke bron uit waarom jullie hem juist op die plek gezet hebben. Volg de onderstaande stappen om het voor jezelf makkelijker te maken:

  1. Noteer minimaal 7 belangrijke gebeurtenissen uit de Russische Revolutie en 1 uit de introductie en zorg dat deze gebeurtenissen van vroeger naar later staan. Vind je dit lastig? Dan kan je bij de hint kijken, maar deze staan in willekeurige volgorde.
  2. Lees de krantenartikelen goed door. Overleg met elkaar: bij welke door jou opgeschreven gebeurtenis jij de bron vindt passen.
  3. Noteer achter elke gebeurtenis-broncombinatie waarom jullie voor deze combinatie hebben gekozen. Er blijft 1 gebeurtenis over zonder bron.

Tip: Let op belangrijke woorden in de krantenartikelen die verklappen waar de inhoud over gaat.

2. De Sovjet-Unie

Leerdoelen
  • Kent de economische hervormingen onder Vladimir Lenin en Jozef Stalin en kan beargumenteren waarom zij die hervormingen noodzakelijk vonden.
  • Kan de opvolgingsstrijd na de dood van Lenin beschrijven.
  • Kan aangeven wat er veranderde door de Vijfjarenplannen en welke 3 economische veranderingen daarbij het ingrijpendst waren.
  • Kent het verschil tussen leninisme en stalinisme.
  • Kan aangeven dat de Sovjet-Unie onder Stalin een totalitaire staat was aan de hand van 4 ingrijpende maatregelen.
  • Kan aangeven waar en op welke manier het communisme in de rest van Europa te vinden was (verdiepingsstof).

De communistische staat de Sovjet-Unie was een verbond van staten waarin Rusland de belangrijkste was. Dit verbond bestond tussen 1922 en 1991. Daarbij gingen ze uit van de ideeën die de Duitse filosoof Karl Marx halverwege de negentiende eeuw had ontwikkeld. Marx geloofde dat de arbeidersklasse in opstand zou komen tegen de fabriekseigenaren. Als de arbeiders de macht hadden overgenomen, zou er een ideale samenleving ontstaan; hierin waren fabrieken en landbouwgrond van iedereen. Alle opbrengsten zouden eerlijk verdeeld worden onder de bevolking. Naar die communistische ideologie zou de samenleving moeten worden ingericht.

 

Van revolutie naar een utopie?

Bron 7. Propaganda werd door Jozef Stalin gebruikt als manier om de bevolking te indoctrineren, maar ook als zelfverheerlijking.

In 1918 liet Vladimir Lenin het begrip bolsjewistisch vervangen door communistisch. Bolsjewisme klonk te Russisch tegenover het buitenland. Als het gedachtegoed van Karl Marx buiten Rusland verspreid wilde raken, moest het niet gehinderd worden door buitenlandse critici die beweerden dat bolsjewisme – en dus communisme – alleen een Russische ideologie was. De ideale communistische staat – waarin sovjets door samenwerking het land bestuurden – van gelijkheid, was een staatsvorm dat overal ter wereld geschikt en gewild was aldus Lenin. Maar was Rusland al klaar om het communisme te exporteren?

Ondanks de gewonnen burgeroorlog, bleef het verzet tegen de communistische regering. Daarnaast hadden de Eerste Wereldoorlog en de burgeroorlog hun tol geëist. Veel landbouwgrond was vernietigd. Ook waren boeren van hun land gevlucht. Degenen die nog wel produceerden, deden dat voor heel Rusland. Daarom beval de communistische regering het platteland gratis graan en vlees moesten leveren aan de staat. Dat voedsel ging rechtstreeks naar de militairen en de industriearbeiders. Deze aanpak noemde Lenin oorlogscommunisme. Maar de arme boeren en landarbeiders – opgehitst door narodniki – weigerden dat. Als communistische brigades graan of vlees kwamen halen, staken de boeren hen dood of hingen hen op. Het oorlogscommunisme pakte dan ook slecht uit, want de voedselaanvoer droogde op waardoor men in de stad hongerleed. De regering liet duizenden onwillige boeren doodschieten en tienduizend anderen werden naar strafkampen in Siberië gestuurd, de goelags. Door deze maatregelen daalde de voedselproductie naar een dieptepunt, met een vreselijke hongersnood als gevolg. Nu begonnen ook de arbeiders in de steden te staken. Het Rode Leger sloeg hardhandig deze stakingen neer. Na afloop werden duizenden arbeiders geëxecuteerd of naar een goelag gestuurd. Was dit de ideale samenleving van de communisten?

 

Lenins economische politiek

Ondanks de massale onderdrukking, waren de communisten uiteindelijk machteloos tegen de groeiende onvrede van het Russische volk. De regering van Lenin besloot in 1921 tot de Nieuwe Economische Politiek (NEP). Hierin werd onder andere besloten dat boeren grond mochten bezitten en de producten die zij verbouwden weer vrij mochten verkopen, nadat zij een klein gedeelte ervan als belasting hadden afgedragen. Hetzelfde gold voor winkels, werkplaatsen en kleine fabrieken. De mijnbouw, grote fabrieken en zware industrie bleven staatsbezit. Het gevolg was dat de handel en productie weer opgang kwam. Meel en vlees keerden terug in de winkels. Alleen de echte communisten vonden dat de NEP van Lenin een stap terug was en niet overeenkwam met de idealen van Marx. Zij vonden dat de NEP te veel leek op het verafschuwde ‘westerste’ kapitalisme.

Na de dood van Lenin in 1924 stonden Trotski en Stalin – twee hooggeplaatste leiders van de communistische partij – lijnrecht tegenover elkaar. Trotski presenteerde zich als conservatieve communist en sprak zich openlijk uit tegen de NEP van de recent gestorven Lenin. Het was deze politiek waardoor een wereldrevolutie uitbleef. Daarentegen wilde Stalin Lenins economische politiek voortzetten. ‘Er moest eerst sprake zijn van revolutie binnen het eigen land’ zodat de industrie zich kon ontwikkelen. Pas daarna kon de in 1922 nieuwgevormde Sovjet-Unie de revolutie over de wereld verspreiden. Stalin presenteerde zich als opvolger van de ‘geliefde’ Lenin, door ook zijn politiek voort te zetten. Hierdoor was het voor de communistische partij duidelijk; Stalin was de echte opvolger van Lenin! Trotski werd in 1929 verbannen.

Bron 8. Stalin gebruikte veel propaganda om zijn vijfjarenplannen te promoten. Op de poster staat: 'landbouwopbrengst is het hoogste doel'. De landbouw was immers de basis van de samenleving, niet alleen voor voedsel maar ook andere grondstoffen. Die grondstoffen konden dan weer in de industrie verwerkt worden. Maar waren de boeren ook zo blij met deze veranderingen?

Bron 9. Op deze twee afbeeldingen enkele gevolgen van het communisme. (1) Veel politieke tegenstanders en critici van Lenin en Stalin werden naar een goelag als deze gestuurd. (2) [Pas op kan schokkend zijn] Een Russisch paar verkoopt noodgedwongen tijdens het oorlogscommunisme mensenvlees op de markt. Foto uit 1921.

Stalins economische politiek

Na Lenins opvolging, maakte Stalin gelijk een eind aan de NEP. Hij en de andere Sovjetleiders richtten zich op ingrijpende hervorming van de economie, aangezien deze ver op de andere Europese economieën achterliep. Stalin probeerde de gelijkheid tussen de inwoners van de Sovjet-Unie te vergroten door de economische vrijheid sterk in te perken. In een korte periode moest de economie hervormd worden. De staat was de enige die deze hervormingen goed kon leiden. Hij liet daarom Vijfjarenplannen opstellen. In die plannen stond de snelle opbouw van zware industrie naar westers voorbeeld centraal. In korte tijd werden hoogovens, scheepswerven en machinefabrieken uit de grond gestampt.

In deze Vijfjarenplannen was geen ruimte voor vrijheid. Er werd vastgelegd wat en hoeveel iedereen de komende vijf jaar moest produceren. Ook werden lonen en prijzen bepaald door de staat. Vrije concurrentie tussen bedrijven verdween daardoor. Enkele economische veranderingen waren het ingrijpendst:

  • Bedrijven werden staatseigendom gemaakt. Particulier eigendom, zoals een eigen bedrijf, werd verboden.
  • Rusland had onder het bewind van de tsaren gekampt met een tekort aan eten. Stalin begon dan ook met grootschalige hervormingen in de landbouw om dit probleem aan te pakken. Hij gaf opdracht tot grootschalige collectivisatie. Boeren werkten in kolchozen, waarin zij naast de gemeenschappelijke landbouwgrond ook nog een eigen stukje grond hadden om te verbouwen of te bebouwen. Of zij werkten in sovchozen, staatsbedrijven waarin de boeren in loondienst waren.
  • De industrie begon de productie van consumptiegoederen in het voorheen agrarische Rusland over te nemen van de ambachtslieden. Talloze machinefabrieken werden aangelegd door ongeschoolde arbeiders. Kwaliteit maakte plaats voor kwantiteit.

In sommige opzichten had Stalin succes met zijn economische beleid. De opkomst van de zware industrie, met name wapenfabrieken, maakte van de Sovjet-Unie in korte tijd een machtig land.

Maar er waren ook negatieve gevolgen. Om de doelen die gesteld waren in de Vijfjarenplannen te halen, moesten arbeiders keihard werken. Ze kregen slecht betaald en hadden weinig rechten. Ook waren veel van Stalins economische doelstellingen onmogelijk om te halen. Vanuit Moskou werd bijvoorbeeld bepaald waar landbouwproducten verbouwd moesten worden. Het kwam regelmatig voor dat gewassen op stukken grond verbouwd moesten worden, die totaal niet geschikt waren. Maar aan Stalin kon dat niet liggen. Daarom liet hij communistische managers door de geheime politie oppakken en vervangen door jaknikkers.

 

Leninisme en stalinisme: twee handen op de buik van het totalitarisme

Onder Lenins regering was de communistische partij er al van overtuigd dat de benodigde communistische verandering alleen bewerkstelligd kon worden door gehoorzaamheid af te dwingen. In deze leninistische kijk op het communisme werd de revolutie niet door de bevolking – of arbeidersklasse – gevoerd, maar door de regering uit naam van het volk. Daarom werden tegenstanders al tijdens Lenins bewind veroordeeld na showprocessen – waarin beklaagden verzonnen bekentenissen aflegden – en werden verbannen of geëxecuteerd.

Onder Lenins opvolger Stalin groeide het staatswantrouwen tegen vermeende tegenstanders uit tot een ware staatsterreur. Stalin wantrouwde iedereen. Zelfs zijn medestanders uit de revolutietijd. ‘Waren zij niet uit op zijn positie’? Zo dacht hij. Ook zij bekenden gefantaseerde misdaden. Sommigen uit angst voor hun familie. Anderen uit blinde trouw aan het communisme. Maar de meesten vanwege de vreselijke martelingen die zij hadden ondergaan. Ze werden vervangen door een jongere generatie van partijleden die hun positie hadden te danken aan Stalin. Maar ook deze jongere generatie moest het ontgelden, want Stalins wantrouwen groeide. Ze werden doodgemarteld, doodgeschoten of naar goelags gestuurd.

Stalins visie op het communisme ging nog een stap verder dan Lenins. Waarbij Lenin de partij de revolutie liet dragen namens het volk, daarbij werd onder Stalin de revolutie gedragen door één man. Tijdens die periode van stalinisme riep Stalin in 1934 zelfs: ‘het Russische volk heeft behoefte aan een tsaar’. Elke inwoner werd ondergeschikt aan de staat en moest hieraan verantwoording afleggen. Enkele politieke, culturele, religieuze en sociale veranderingen onder Stalins regime waren het ingrijpendst:

  • Godsdienst moest in de Sovjet-Unie worden uitgeroeid. De Kerk stond gelijkheid in de weg, want ‘zij die konden communiceren met God waren niet gelijk aan diegenen die dat niet konden’. Eerst werden kerkklokken weggehaald en omgesmolten om wapens en werktuigen van te maken. Daarna werden gebedshuizen vernietigd en geestelijken gedeporteerd of gedood.
  • Romans, gedichten, muziek en kunst mochten alleen over het communisme en Stalin gaan. Overal werden borstbeelden en afbeeldingen van Stalin en Lenin geplaatst. Het werd een regelrechte persoonsverheerlijking in dit ‘socialistisch-realisme’.
  • Het gezin werd ondergeschikt aan de staat. Daarom werden gezinswoningen vervangen door grote woonkazernes. Verschillende gezinnen woonden in hetzelfde gebouw met gemeenschappelijke toiletten, badkamers en soms zelfs keukens. De muren tussen de verblijven waren er dun. Een privéleven was daarom niet mogelijk. Bovendien stond er een fikse beloning op ‘verraders van de revolutie’. Buren gaven elkaar dan ook regelmatig aan op verdenking van verraad.
  • Ook kinderen geïndoctrineerd. Zij moesten verplicht bij de Pionier, een soort communistische padvinderij waarin de ideologie en Stalin werden verheerlijkt. Zo werd een nieuwe generatie klaargemaakt om het communisme te dienen. Zo werden kinderen aangespoord hun ouders, vrienden, buren of familie aan te geven wanneer zij er iets opstandigs uitflapten.

Door zijn hervormingen, kreeg Stalin de bijnaam: ‘de man van staal’. Het waren niet alleen tegenstanders van het regime die slachtoffer werden. Ook onschuldige mensen konden na valse beschuldigingen worden opgepakt en vermoord. De Sovjet-Unie onder Stalin en zijn opvolgers was dan ook een totalitaire staat, want het hele leven werd beheerst door een ideologie. Een groot deel van de bevolking verdroeg dit uit idealisme, anderen onder dwang van de vreselijke terreur.

Communisme in Europa

Niet alleen in Rusland vonden communistische revoluties plaats. In landen waar het net zo slecht aan toe ging als in Rusland, werden arbeiders ook aangezet om in opstand te komen. In het naoorlogse Duitsland dachten revolutionairen dat het land rijp was voor een communistische opstand. Onder de naam ´Spartacusopstand´ brak in januari 1919 een volksopstand uit. De naam Spartacus was afgeleid van de slaaf Spartacus die in 73 v.C. in opstand kwam tegen de Romeinen. Voor het oud-keizerlijk paleis riepen de socialisten Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg de bevolking op om een revolutie te ontketenen. Het regeringsleger en de socialisten Spartakisten vochten hard tegen elkaar. De opstand mislukte uiteindelijk. De twee leiders werden door de politie gearresteerd en vermoord.

Ook in Nederland werd geprobeerd een communistische opstand van de grond te krijgen. Pieter Jelles Troelstra, de voorman van de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, was de initiatiefnemer. Troelstra had zich echter vergist. In Nederland was er geen opstandig klimaat. De revolutiepoging liep op niks uit.

Opdracht 2.5 Video Stalin, de man van staal en hervormingen

Bekijk de video hiernaast. Vanaf de jaren 30 begint Jozef Stalin met grootscheepse veranderingen in de Sovjet-Unie. Jij gaat kijken naar deze veranderingen vanuit verschillende perspectieven. Dit doe je door verschillende vragen te beantwoorden tijdens het kijken. De vragen zijn op volgorde. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Druk elke keer op volgende om bij de twee daaropvolgende vragen te komen. In totaal zijn het 16 vragen die je moet beantwoorden.

Opdracht 2.6 Propaganda: Maak je eigen communistische propaganda

Jullie werken voor het propaganda bureau van de Communistische partij in Rusland. Het hoofdkwartier van deze partij, het Kremlin, geeft jullie de opdracht nieuwe propagandaposters te ontwerpen. Stalin komt jullie uitleggen dat hij zich wil richten op één specifieke doelgroep; met een duidelijke boodschap en een duidelijk doel. De propagandaposter moet vol staan met communistische symboliek. Deze doelgroep moet overtuigd worden van de grootschalige hervormingen die Stalin in gedachten heeft.

Ontwerp de propaganda poster op de computer of teken hem uit. Volg de onderstaande stappen om tot een mooie poster te komen. De poster moet hetzelfde vormgegeven worden als de bovenstaande voorbeelden.

  1. Kies een doelgroep uit: twijfelende communisten, jonge vrijwilligers voor het leger, vrouwen, boeren, opstandige arbeiders, kapitalisten, buitenlandse communistische politici of kunstenaars.
  2. Bedenk het doel wat je wil bereiken met deze poster in de hervormingsperiode van Stalin (1930-1953).
  3. Bedenk de boodschap waarmee je dit doel wil bereiken.
  4. Gebruik communistische symboliek. Bijvoorbeeld hamer en sikkel (je kan meer voorbeelden uit de bovenstaande posters halen of symboliek googelen). Bedenk dat propaganda moest voldoen aan het sociaal realisme. Dat wordt in de video uit opdracht 2.5 uitgelegd. Bekijk deze als je de opdracht nog niet gemaakt hebt.
  5. Lever naast je poster, ook een schema in met hierin vermeld: doelgroep, doel, boodschap en gekozen symboliek.

Lever deze opdracht in tweetallen in bij je docent op A3 formaat, tezamen met je schema (stap 5).

3. The roaring twenties

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat het kapitalisme de grote tegenhanger is van het communisme.
  • Kent de wet van vraag en aanbod en kan uitleggen dat deze wet de essentie is van het kapitalisme.
  • Kan uitleggen dat de economische bloei van Amerika terug te leiden is tot de Eerste Wereldoorlog
  • Kan uitleggen dat de landbouw de basis vormde van de Amerikaanse economie.

Eind oktober 1929 stonden miljoenen Amerikanen in de rij voor gratis voedsel en een uitkering. Van het ene op het andere moment waren de aandelen op Wall Street, de beleggingsbeurs van New York, niets meer waard. Hierdoor gingen banken, fabrieken, landbouwbedrijven en ondernemers allemaal failliet. De periode die daarop volgde zou bekend staan als de economische crisis. Voor velen kwam de crisis uit de lucht vallen. Aangezien de Verenigde Staten daarvoor het welvarendste land ter wereld was. Voor mensen die niet in het communisme geloofden, waren de Verenigde Staten van Amerika tot dan toe het antwoord op de vraag hoe de moderne samenleving moest worden ingericht. Dankzij de Eerste Wereldoorlog was Amerika een wereldmacht geworden. Vooral Frankrijk en Engeland hadden tijdens de oorlog gigantisch veel Amerikaanse producten geïmporteerd. De Amerikaanse economie bleef ook na de oorlog alleen maar stijgen. Veel mensen profiteerden van de grotere welvaart en kochten allerlei nieuwe producten. Het geld kon niet op. Het waren dan ook ‘the roaring twenties’: de uitbundige jaren twintig.

Een belangrijke oorzaak van de Amerikaanse economische groei was de vrijemarkteconomie, oftewel het kapitalisme. De wet van vraag en aanbod bepaalde wat er geproduceerd werd en voor welke prijs het verkocht werd. Iedereen kon hierdoor ondernemer worden. Wie veel, goede en goedkope producten maakten, kon enorm rijk worden. Dit was dan ook de Amerikaanse droom: opklimmen van krantenjongen tot miljonair. Een regering kon die droom alleen maar in de weg staan. Het moest zich dan ook zo min mogelijk bemoeien met de economie. Dat de overheid zich niet met de economie zou bemoeien was grotendeels gebaseerd op vertrouwen en daarmee was vertrouwen ook de basis van het kapitalisme.

Technologische vernieuwingen

Om rijk te worden moesten ondernemers hun producten steeds verbeteren ten opzichte van de concurrentie en goedkoper produceren. Ondernemers begonnen dan ook projecten te financieren die het mogelijk maakten de concurrentie voor te blijven. De Amerikaanse autoproducent Henry Ford is een voorbeeld van zo’n ondernemer. Ford automatiseerde het productieproces door de lopende band te introduceren. Met deze lopende band kon Ford zeven keer sneller en goedkoper zijn auto’s produceren. Fords uitvinding zo snel overgenomen worden door andere producenten.

Bron 12. Een documentaire die het Amerikaanse leven in de jaren twintig beschrijft. Alles leek rozengeur en maneschijn. Maar was dit ook zo?

Bron A. Een rondleiding door Nederlandse steden in de jaren twintig.

Bron B. Een rijtoer door New York, aan de vooravond van Amerika's grote economische succes.

Opdracht 3.6 Video: The roaring twenties

Bekijk de video hiernaast in tweetallen (bron 12). In Amerika staan de jaren twintig bekend als ‘the roaring twenties’. De Amerikaanse economie zorgde voor welvaart maar ook segregatie. Jij gaat kijken naar deze veranderingen . Dit doe je door verschillende vragen te beantwoorden tijdens het kijken. De vragen zijn op volgorde. De vragen zijn per twee gegroepeerd. Druk elke keer op volgende om bij de twee daaropvolgende vragen te komen. In totaal zijn het 14 vragen die je moet beantwoorden.

4. The American Dream?

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat de Amerikaanse droom niet voor iedereen was weggelegd.
  • Kent de uitwerking van segregatie in de Amerikaanse samenleving in de jaren twintig.
  • Kan twee oorzaken geven voor de crisis uit 1929.
  • Kan drie gevolgen geven van die crisis.
  • Kan beredeneren waarom de Amerikaanse overheid eerst niet wilde ingrijpen om de economie te stabiliseren.
  • Kent de maatregelen die Franklin Roosevelt nam om de economie te stabiliseren.

De Amerikaanse droom was lang niet voor iedereen weggelegd. Wie blank was en protestants kreeg vele kansen in de Amerikaanse samenleving. Iedereen die van deze norm afweek had het moeilijk. Vooral de Afro-Amerikaanse bevolking had met discriminatie te maken. Donkergekleurde mensen werden niet toegelaten tot universiteiten. Ze moesten gescheiden leven van de rest van de samenleving. Dit gescheiden leven, ook wel segregatie genoemd, werd zelfs door de overheid bevestigd. Sinds de negentiende eeuw bestond er een wetgeving die het mogelijk maakte aparte openbare voorzieningen te creëren voor ‘gekleurden’ en ‘blanken’. Bij wet was geregeld dat blanken altijd voorrang hadden op gekleurden. Apartheid had dus de goedkeuring van het Amerikaanse Hooggerechtshof en was daarmee niet in strijd met de grondwet. Pas vanaf 1950 zou de positie van gekleurden in de Amerikaanse samenleving veranderen door mensen als Rosa Parks en Martin Luther King, die streden voor gelijke rechten voor de Afro-Amerikaanse bevolking. Daarnaast hadden ook religieuze minderheden en de armere bevolking het zwaar in de Amerikaanse samenleving.

In werkelijkheid ging het ook op economisch gebied niet zo goed met de Amerikaanse droom. De Amerikaanse economie was net een zeepbel die op barsten stond. Hiervoor zijn twee redenen aan te wijzen. Allereerst kochten veel mensen dure aankopen als huizen, aandelen, investeringen en auto’s op basis van leningen. Dit geleend geld hoopten ze terug te kunnen betalen als zij de gekochte spullen voor meer geld hadden verkocht. In eerste instantie ging dit goed doordat de waarde van huizen en aandelen als maar bleven stijgen. Als tweede was er een crisis in de Amerikaanse landbouwsector. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden veel Europese landen hun voedsel vanuit Amerika geïmporteerd. Om aan de vraag te kunnen voldoen, gingen Amerikaanse boeren flinke investeringen doen en hun landbouwbedrijf uitbreiden. Deze investeringen werden ook gedaan door geld te lenen van banken. Na de oorlog kwam de landbouw in Europa weer opgang. De vraag naar Amerikaanse landbouwproducten begon op te drogen. De boeren hadden dan wel hun productie uitgebreid, maar nu de vraag stopte bleven zij met hun landbouwproducten zitten. Veel boeren verkochten niet meer genoeg om hun leningen terug te kunnen betalen. Het ene na het andere landbouwbedrijf ging failliet. Nu banken hun geld niet meer terugkregen, gingen ook zij failliet. Uiteindelijk verloren sommige mensen het vertrouwen in de economie. Op 24 oktober 1929 begon men massaal gekochte aandelen weer te verkopen op de aandelenbeurs, op het New Yorkse Wall Street. Het gevolg: aandelen werden niets meer waard. Aandelen die eerst 10 dollar waard waren, werden verkocht voor 5 dollar. Door deze beurskrach konden leningen niet meer terugbetaald worden. De zeepbel was gebarsten.

De economische crisis trof in eerste instantie de laagopgeleiden, de immigranten en de Afro-Amerikanen. Zij werden in groten getale werkeloos, omdat ze ontslagen werden uit fabrieken. In eerste instantie deed de Amerikaanse regering onder president Herbert Hoover niets. De economie zou zichzelf wel weer genezen, zonder hulp van de regering; zo werd er gedacht. De economie herstelde zich echter niet. De problemen werden alleen maar erger. Het aantal werkelozen steeg binnen twee jaar van een half miljoen naar dertien miljoen. Tijdens de verkiezingen van 1932 werd Franklin Roosevelt gekozen tot president. Hij beloofde grote veranderingen. Roosevelt besloot actief in te grijpen in de economie. Zijn maatregelen zouden bekend komen te staan als de ‘New Deal’ (Nieuwe Aanpak). Roosevelt stelde een aantal grote veranderingen voor: directe voedselsteun aan de armen en overheidsprojecten. Deze projecten werden door de overheid gefinancierd, de arbeiders kregen een beetje betaald. Hierdoor hadden mensen weer geld te besteden. Het gevolg was dat de vraag naar producten weer toenam. Deze maatregelen hadden succes; miljoenen Amerikanen hadden vanaf 1936 weer werk.

Bron 13. De Amerikaanse beurskrach (crisis) werd al snel voorpagina nieuws in de Verenigde Staten. In Europa bestede men eerst weinig aandacht aan de koersdalingen. Bron: FPG/Getty Images.
Bron 14. Een schoonmaker veegt de vloer van de aandelenmarkt, na de beurskrach op 24 oktober 1929. Op de vloer liggen notities, kranten en verscheurde aandelen die niets meer waard waren.
Crisis in Europa

Niet alleen Amerika had last van de crisis. Ook andere landen kregen last vanaf 1929. Vooral Europese landen hadden het zwaar te verduren. Amerikaanse banken hadden veel geld uitgeleend aan Europa tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zij wilden tijdens de crisis van 1929 hun geld terug. Veel landen konden echter de leningen nog niet terugbetalen, waaronder Duitsland. Dit land had na de wereldoorlog ook van Amerika mogen lenen. Ook Europese bedrijven begonnen failliet te gaan. De Amerikaanse crisis was een wereldcrisis geworden.

Bron 15. Misschien wel de meest paradoxale foto genomen na 1929. Op de achtergrond reclame voor de Amerikaanse manier van leven. 'Zo'n levensstijl zorgt ook voor de hoogste levensstandaard'. Op de voorgrond een rij met Afro-Amerikanen die staan te wachten op voedsel dat werd uitgedeeld. Velen hadden hun baan verloren door de Beurskrach.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 4.4 Betrouwbaarheid: Bronnen uit het Interbellum

Ga naar de hulppagina voor betrouwbaarheid en lees eerst hoe je bronnen beoordeelt op hun betrouwbaarheid. In deze opdracht ga je bronnen uit het Interbellum beoordelen op hun betrouwbaarheid. Je krijgt eerst 4 leidende vragen die jou helpen na te denken over waar de bron vandaan komt, wie hem gemaakt heeft, wanneer en onder welke omstandigheden. Vervolgens beantwoord je telkens de vraag: ‘is de bron betrouwbaar’?

 

Opdracht 4.6 Ideologieën

Wat is een ideologie? Wikipedia geeft de volgende definitie:

‘Een ideologie is een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse’.

In deze opdracht heb je de taak de verschillen benoemen tussen de ideologie uit de Sovjet-Unie en de ideologie uit de Verenigde Staten. Je gebruikt daar de onderstaande probleemstelling voor. Vind je het lastig om deze hele-taak-eerst in een keer te beantwoorden? Volg dan de voorbereidende stappen die uitgeschreven staan na de probleemstelling op de tweede pagina. Deze vragen helpen je vanuit politiek, economisch en sociaal oogpunt kijken naar de ideologische verschillen tussen de SU en de VS.

 

Subscribe
Abonneren op
0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle aantekeningen