Van Etruskisch dorp naar Imperium Romanum

Hoofdvragen

Hoe wist Rome uit te groeien van dorp tot een Romeins imperium?

Waarom kregen Romeinse bevelhebbers uit het leger steeds meer invloed op het bestuur van de Romeinse Republiek?

Wat waren de oorzaken en de gevolgen van de Pax Romana?

Op welke manier werd Europa geromaniseerd?

800 v.C.
509 v.C.
500 v.C.
275 v.C.
De Etrusken veroverden grote delen van Italië.
De Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus werd afgezet.
Opstand tegen de Etrusken.
Rome veroverde de Griekse kolonisten in Zuid-Italië.

Een groot deel van Noord- en Midden-Italië werd rond 800 v.C. veroverd door de Etrusken. Rome lag in dit gebied. De inwoners van dit dorp leefden van de landbouw, maar door de ligging aan de rivier de Tiber was het dorp ook een belangrijke handelsplaats. Dit was dan ook een reden voor de Etrusken om Rome te veroveren. Om het dorp nog groter te laten groeien brachten de Etruskische veroveraars nieuwe landbouwtechnieken met zich mee. Hierdoor steeg de landbouwopbrengst van de Romeinse dorpelingen en verbouwden ze genoeg om deel te gaan nemen aan de Etruskische handel. Als gevolg van deze handel groeide Rome uit tot een stad. Veel van de steden in Italië begonnen zich te verzetten tegen de vreemde overheersing. Tezamen met andere steden, kwam Rome in opstand tegen de Etrusken en wisten zich van hen vrij te vechten.

Kenmerkende aspecten
  • 5.   De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
  • 6.   De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • 7.   De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
  • 8.   De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.
Bron 1. Volgens de oorsprongsmythe zou Rome gesticht zijn door de tweeling broers Romulus en Remus. De vader van de jongens was de oorlogsgod Mars. Hun moeder had hen achtergelaten aan de oever van de Tiber. Een wolvin vond hen en voedde hen met haar melk. Op den duur werden ze door een herder gevonden. Het beeld hierboven is 500 v.C. vervaardigd. De kinderen onder de wolvin zijn later toegevoegd.

1. ‘Res Publica’: de Romeinse Republiek

Leerdoelen
  • Kan de overgang van het Etruskische koninkrijk naar de Romeinse Republiek beschrijven.
  • Kan uitleggen hoe het bestuur van de Romeins Republiek functioneerde.
  • Kent het verschil tussen patriciërs en plebejers (verdiepingsstof).

Rond 500 v.C. begon Rome met het gebied rondom de stad te veroveren. Omliggende steden werden opgenomen en zouden onder Romeins bestuur vallen. In 275 v.C. wisten de Romeinen het Italiaanse vasteland, met uitzondering van het Noorden, in hun greep te houden. Griekse kolonisten hadden zich in Zuid-Italië gevestigd. Doordat ook zij veroverd werden door de Romeinen, werden gedeelten van de Griekse cultuur samengevoegd met de Romeinse. Door deze vermenging begon de Romeinse cultuur enigszins op de Griekse te lijken. Die mengcultuur werd de Grieks-Romeinse cultuur genoemd. Naast cultuur als schilderingen en beeldhouwwerken, werd ook de Griekse godsdienst overgenomen. Zo werd de Griekse oppergod Zeus de oppergod Jupiter. De Romeinse overheersing van Italië zou duizend jaar duren.

Rome werd net als veel Griekse poleis, geregeerd door koningen. Toch zou het al snel een republiek worden, nadat de laatste Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus een tiran bleek te zijn en hij afgezet werd door woedende Romeinse burgers. In deze republiek lag de macht bij gekozen bestuurders, die na verloop van tijd werden vervangen voor nieuwe bestuurders. Uit deze groep werden de twee belangrijkste of populairste bestuurders gekozen, die consul zouden worden. De consuls hadden de belangrijke taak ervoor te zorgen dat in tijden van oorlog de ‘Res Publica’, oftewel de Romeinse Republiek, beschermd bleef. Na een dienstperiode van een jaar werden de consuls vervangen. Naast de bestuurders en de consuls, was de senaat het belangrijkst. De senaat was een vergadering van oud-bestuurders en oud-consuls, die advies gaven aan de bestuurders van de republiek. In de praktijk bleek echter dat het advies van de senaat altijd werd opgevolgd. Deze gehoorzaamheid aan de senaat, maakte van senatoren machtige en invloedrijke mannen en zou op den duur betekenen dat de daadwerkelijke macht bij de senaat kwam te liggen.

Bron 2. Etruskische Dansers en muzikanten. Zie jij overeenkomsten met de oude Grieken?
Bron 3. Marcus Tullius Cicero was een Romeinse retoricus. Hij had als beroep mensen te overtuigen door goede argumenten te gebruiken. Hij was dan ook vaak op de senaat vloer te vinden.
Bron 4. Kaart met hierop de veroveringen van de Romeinen (klik om te vergroten).
Verschillen in de Romeinse Republiek

Nadat de Romeinen de laatste Etruskische koning hadden verdreven en met hem de Etruskische inwoners uit de stad, namen de rijke Romeinen de macht over in Rome. Zij werden patriciërs genoemd. Als niet welvarende Romein, was je een plebejer. In de Romeinse Republiek kregen alleen patriciërs een leidinggevende functie. Je werd als patriciër of plebejer geboren. De patriciërs probeerden hun macht, welvaart en aanzien veilig te stellen. Het gevolg was dat zij probeerden plebejers van patriciërs te scheiden. Zo lieten deze rijke Romeinen een wet aannemen waarin stond dat het voor een plebejer verboden was om met een patriciër te trouwen.

Rond 300 v.C. begon de situatie voor de plebejers te veranderen. Naarmate de Romeinse Republiek steeds groter werd en meer handel begon te drijven, werden de achtergestelde Romeinen ontevreden. Enkele rijke plebejers, die hun rijkdom hadden verdiend met handelen, begonnen meer belasting te betalen. Dit geld was nodig om het Romeinse leger te bekostigen, zodat het de republiek kon beschermen en nieuwe gebieden kon veroveren. Dankzij de financiële situatie van deze rijke plebejers, konden ze inspraak op het bestuur afdwingen. Armere plebejers lieten zich daardoor inspireren. Ze leenden geld om ook inspraak op het bestuur te kopen, maar vaak ook om een boerderij of onderneming te kopen om zo het benodigde geld te verdienen. Vaak konden deze armere plebejers de lening niet meer terugbetalen. Om hun lening af te betalen, verkochten ze zichzelf ‘vrijwillig’ voor een aantal jaren als slaaf.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Opdracht 1.5 Onderzoek: Met olifanten over de Alpen

In deze opdracht ga je onderzoek doen naar de Romeinse hegemonie. In je onderzoek staat de volgende vraag centraal: Waarom had de Romeinse Republiek in 200 v.C. de hegemonie in Europa en niet Carthago? Hiervoor gebruik je het artikel: Hannibal Barkas: met olifanten over de Alpen. Lees dit artikel eerst goed door. Maak daarna de onderstaande vragen.

Bron A. Video over Hannibals Elephants (olifanten). Bekijk de video om erachter te komen hoe en waarom dit wapen werd ingezet.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


2. Caesar, soldaat der soldaten

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat de Romeinse Republiek overstapte van een dienstplicht leger naar een beroepsleger.
  • Kan uitleggen dat de Romeinse veroveringen hebben geleid tot het ontstaan van een proletariaat.
  • Kan uitleggen dat met de invoering van een beroepsleger bevelhebbers steeds machtiger werden.
  • Kan uitleggen hoe Julius Caesar een dictator werd en welke gevolgen zijn moord had.

Bron 5. Julius Caesar stond bekend als een behendig generaal. Hij zou alle Gallische gebieden (Frankrijk) onderwerpen. Deze gebieden werden geplunderd en de rijkdommen werden mee terug genomen naar Rome. Plunderingen waren voor generaals een manier om rijk te worden.

In de laatste twee eeuwen voor christus breidden de Romeinen hun grondgebied uit. De Romeinen noemden hun rijk een Imperium: een rijk bestaande uit de oorspronkelijke staat met een verzameling van onderworpen staten. De onderworpen staten werden opgedeeld in provincies. Om deze gebieden onder controle te houden, werden er Romeinse troepen gelegerd en het plaatselijke bestuur vervangen voor een Romeins bestuur.

Het Romeinse leger had altijd bestaan uit dienstplichtige burgers. Vaak waren dat boeren en burgers geweest die in of rondom de stad Rome woonden. Door de vele veroveringstochten waren vooral de boeren lang weg van hun land. Het gevolg was dat het werk zich opstapelde op het platteland; en dat de achtergebleven familieleden dit niet meer bij konden houden. Met als gevolg dat er dan ook regelmatig oogsten mislukten. Omdat de boeren geen andere inkomsten hadden dan die uit de landbouw of veeteelt, trokken hele boerengezinnen naar Romeinse steden toe opzoek naar werk. Hier ontstond een bevolkingslaag van verarmde boeren en plebejers. Samen werden zij proletariërs genoemd. Dit proletariaat moest rondkomen van tijdelijk werk als bijvoorbeeld bouwvakker. Ook besloten sommigen het leger in te gaan. Het bestuur in Rome had gemerkt dat het steeds moeilijker werd om dienstplichtige burgers te vinden die genoeg geld hadden om hun eigen wapenuitrusting te betalen. Om dat probleem op te lossen, werd een beroepsleger ingevoerd. De nieuwe beroepssoldaten moesten voor een aantal jaar werken in het leger. In ruil voor hun diensttijd kregen de soldaten een wapenuitrusting, loon en een pensioen in de vorm van een stuk land binnen de rijksgrenzen dat uitgekeerd werd na de diensttijd.

 

Een greep naar de macht

De beroepssoldaten lieten geen familie achter in Italië. Ze waren volledig afhankelijk van hun bevelhebber voor hun loon (soldij) en later een stuk land als pensioen. Dat had als gevolg dat de soldaten loyaler waren aan hun bevelhebber dan aan de Romeinse Republiek. Zo’n bevelhebber was Julius Caesar. In 49 v.C. trok Caesar met zijn leger naar Rome toe, waar hij zich als consul wilde laten kiezen. De senaat vreesde de populariteit van deze machtige legerleider. De senatoren gaven het bevel om dat poorten van Rome te laten sluiten voor Julius Caesar, tenzij hij zijn leger achterliet en alleen naar Rome kwam. Maar Caesar gehoorzaamde niet. Hij trok de (provincie)grensrivier de Rubicon over en trok op naar Rome. Het gevolg was een burgeroorlog die vier jaar zou duren. Senatoren – die vaak ook generaal waren – trokken ten strijde tegen Caesar. Hij versloeg ze echter allemaal. Als overwinnaar keerde hij terug naar Rome. Daarnaast had de oorlog Caesar rijk gemaakt. Uit de veroverde gebieden nam hij geplunderde goederen mee en slaven die hij weer doorverkocht. Met dit geld kocht Caesar de liefde van het volk. Eenmaal aankomen in Rome, liet hij broden uitdelen aan de arme bevolking en organiseerde Julius Caesar spelen in het Colosseum om de bevolking te vermaken. In dit Colosseum liet hij veldslagen naspelen die door zijn troepen waren gewonnen. Door verhalen te vertellen over zijn overwinningen, maakte Julius Caesar zichzelf nog populairder. Onder andere hierdoor werd Caesar in 44 v.C. verkozen tot dictator voor het leven. Maar in plaats van zijn politieke tegenstanders uit te schakelen, liet hij hen in leven. Dit zou een grote vergissing blijken. Op 15 maart begaf Caesar zich richting het senaatsgebouw. Hier werd hij opgewacht door enkele leden van de senaat. Ze gingen om hem heen staan, zogenaamd om de Romeinse dictator eer te bewijzen. Vervolgens haalden de senatoren onder een gewaden dolken en zwaarden vandaan en begonnen op Caesar in te steken. Julius Caesar zou op de vloer van de senaat sterven aan drieëntwintig dolkstoten. De senaat hoopte dat hiermee het gevaar van een tweede tiran geweken was. Maar in feite hadden ze een tweede burgeroorlog veroorzaakt. Ditmaal geleid door Octavianus, de achterneef en opvolger van Julius Caesar, die op jacht ging naar de moordenaars van zijn oom.

Bron 6. Julius Caesar werd op de senaatsvloer overvallen. Ook één van zijn vertrouwelingen Brutus was bij de moord aanwezig. Terwijl Brutus op Caesar instak vroeg de Romeinse dictator: 'ook gij Brutus'?

Bron 7. Caesar gebruikte zijn rijkdom om verschillende spelen in het amfitheater in Rome te organiseren. Dit amfitheater werd het colosseum genoemd. Van gevechten tussen gladiatoren tot aan nagespeelde veldslagen, niets was gek genoeg.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


3. Augustus, keizer onder burgers

Leerdoelen
  • Kent 3 veranderingen die door Augustus werden ingevoerd.
  • Kan uitleggen dat de veranderingen van Augustus leidden tot de Pax Romana.
  • Kent de manier waarop handel, nijverheid en landbouw onderdeel uitmaakten van de Romeinse economie.

De moordenaars van dictator Julius Caesar hadden verwacht toegejuicht te worden door het volk van Rome. Alleen was dat niet het geval; alleen de senaat wilde Caesar dood hebben. De vermoorde dictator was juist geliefd bij het volk. Het gevolg was dat er weer een burgeroorlog ontstond. Ditmaal ging de strijd tussen Octavianus, de achterneef en opvolger van Julius Caesar en Marcus Antonius, de onderbevelhebber van Caesar. Beiden zagen het als de perfecte kans om de macht te grijpen. Naar jarenlange strijd won uiteindelijk Octavianus. Hij liet zijn naam veranderen in Augustus Caesar. De naam Augustus betekende ‘de verhevene’. Hij nam de achternaam van zijn oom als eerbetoon aan de man die hem had onderwezen. Door deze naamsverandering liet de hernoemde Octavianus duidelijk merken dat hij boven alle andere machthebbers in Rome stond. De opvolgers van Augustus zouden de naam Caesar ook adopteren. Hierdoor werd de achternaam een titel die aanzien en macht moest uitdrukken, maar vooral dat de man die de titel droeg de rechtmatige heerser was van het Romeinse Rijk. Ons woord keizer is dan ook afgeleid van Caesar. Met de regeerperiode van Augustus werd Rome een keizerrijk.

 

Het keizerrijk

Tijdens zijn regeerperiode voerde Augustus een aantal veranderingen door. Drie van deze veranderingen, of maatregelen zouden grote gevolgen hebben voor Europa. Allereerst besloot hij het bestaande bestuur van de senaat, consuls en volksvergadering in naam te laten voorbestaan. In de praktijk zouden de besluiten worden genomen door Augustus en zijn opvolgers; de wil van de keizers werd wet. Om de schijn van een democratie hoog te houden, bleef Augustus de senaat om hulp vragen. Bovendien liet hij zichzelf princeps noemen, dat eerste burger betekent, zodat men hem niet zou zien als een koning of tiran. Hierdoor wilde Augustus voorkomen dat hij net als Caesar vermoord zou worden. Zo legde Augustus de basis voor het keizerschap waarin het leek alsof hij niet een alleenheerser was, maar bleek dit in de praktijk wel te zijn.

Bron 8. Een beeld van Augustus Caesar.
Bron 9. Een munt met hierop de afbeelding van Augustus. Deze munten werden verspreid over het hele Romeinse Rijk.
Bron 10. In de veroverde gebieden bouwden de Romeinen grote forten. Dat deden ze niet alleen om de bevolking te onderdrukken, maar ook om de handel met de plaatselijke bevolking veilig te stellen.

Een tweede punt van verandering had te maken met de positie van de keizer in de Romeinse samenleving. Augustus liet zich in het hele Romeinse keizerrijk vereren met standbeelden. Buiten Italië liet hij zichzelf afschilderen als god. Met deze verandering werd de basis gelegd voor de keizerverering in het Romeinse Rijk.

Naar voorbeeld van zijn oom Julius Caesar, kreeg het Romeinse leger in het rijk van Augustus een belangrijke positie en kan daarom als derde verandering worden aangewezen. Met zo’n sterk leger kon vrede afgedwongen worden. De loyaliteit van de Romeinse soldaten werd beloond met meer geld dan vroeger. Ook werd het stuk land vergroot dat Romeinse soldaten kregen na hun dienstjaren als pensioen. Daarnaast gaf Augustus mannen uit veroverde gebieden – en daarmee dus niet Romeinen – de kans om een periode van 16 jaar te dienen in het leger. Naast het loon dat zij verdienden en het stuk land dat deze ‘vreemde’ soldaten kregen als pensioen binnen de grenzen van het Romeinse Rijk, kregen deze niet-Romeinen (barbaren) ook het Romeins burgerschap. Veel van de volken die waren verslagen door de Romeinse troepen (legioenen) wilden leren van hun overheersers en deel uitmaken van deze machtige Romeinse beschaving. Hierdoor ontbrak het de Romeinse keizers nooit aan nieuwe soldaten. Naast legioenen begon Augustus tevens met de bouw van een vloot. Deze vloot moest zowel een wapen als een verdedigingsmiddel zijn. Met de Romeinse schepen kon de Middellandse Zee beveiligd worden. Deze zee was immers heel belangrijk voor de handel in het Romeinse Rijk.

 

De Romeinse Vrede, Pax Romana

De periode van vrede die Augustus met zijn heerschappij voortbracht, oftewel Pax Romana duurde van 30 v.C. tot en met 192 n.C. en heerste in alle gebieden waar de Romeinen de baas waren Deze vrede was vooral te danken aan de veranderingen die Augustus had ingevoerd, maar die werden voortgezet na zijn dood in 14 n.C. door zijn opvolgers. Zij hadden ook het geluk dat er in deze lange periode geen sterke vijanden waren die het Romeinse Rijk uitdaagden of aanvielen.

De meeste mensen in het rijk bleven leven van de landbouw. De manier waarop de akkerbouw en veeteelt werd georganiseerd verschilde. Allereerst was een gedeelte grootgrondbezitter. Dit waren enkele rijke Romeinen die grote stukken – vaak opgekochte landbouwgrond – lieten verbouwen door slaven, of arbeiders die zij inhuurden. Daarentegen was het overgrote gedeelte van de boeren vrij. Deze vrije boeren hadden kleine boerderijen. Het waren vroegere soldaten geweest of proletariërs die een stuk land hadden gekocht of dit hadden gekregen van de keizer. Naarmate de landbouw toenam, bloeide ook de handel op. Langs de kust werden vuurtorens gebouwd, zodat handelsschepen veilig in de havens konden aankomen. De Romeinse vloot beschermde deze handelsschepen tegen piraten en andere vijanden. De handelaren die over de Romeinse wegen trokken, werden beschermd door het Romeinse leger. Vanwege deze veiligheid trokken Romeinse handelaren over de hele wereld. Zo zijn er Romeinse munten gevonden in Nederland, India, Afrika en zelfs China. De grondstoffen die vanuit al deze exotische landen werden gehaald, zouden bewerkt worden tot de meest prachtige producten; denk daarbij aan kammetjes van ivoor en beschilderd Chinees porselein. De werkplaatsen van deze Romeinse handwerklieden waren te vinden in de grote steden. Daardoor concentreerde zowel de handel als de nijverheid zich in die steden.

Bron 11. Het hele handelsnetwerk ten tijde van de Pax Romana. Waar haalden de Romeinen hun grondstoffen vandaan?
Bron 12. Het Romeinse grensdorp waar tegenwoordig Valkenburg ligt.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


4. Romanisering

Leerdoelen
  • Kan het begrip romanisering herkennen in bronnen.
  • Kan 4 voorbeelden geven van specifiek Romeinse culturele kenmerken.
  • Kent de 7 punten uit het Romeinse recht en hoe deze te herkennen zijn in onze moderne samenleving (verdiepingsstof).

Bron 12. Een wandschildering uit Pompeï (70 n.C.). Je ziet een Romeins echtpaar. De man houdt een papyrusrol vast en een houtskoolstift waarmee hij kan schrijven. De vrouw houdt een wastafeltje (een uitwisbaar aantekeningenblok, vergelijkbaar met de aantekeningen op je telefoon) vast en een griffel in haar rechterhand. Welke conclusie zou je kunnen afleiden uit deze bron?

Dankzij de handel en de nijverheid die opbloeide tijdens de Pax Romana, kwamen de inwoners van het Romeinse Rijk steeds vaker in contact met barbaarse volken. In eerste instantie vreesde de Romeinse overheid deze volken en hun cultuur. Het deed er dan ook alles aan om de barbaren buiten de rijksgrenzen te houden. Deze starre houding werd echter steeds soepeler. Vooral de Romeinse keizers gebruikten deze barbaren om aan genoeg soldaten te komen voor hun legioenen. Daardoor kregen in de loop van de jaren steeds meer barbaren het Romeinsburgerrecht. Deze nieuwe Romeinen moesten zich dan aan de Romeinse rechtspraak houden, maar kregen dezelfde kansen als oorspronkelijke Romeinen. Voordat het burgerschap uitgedeeld kon worden, moesten de barbaren eerst voldoende geromaniseerd zijn, oftewel de Romeinse cultuur hebben overgenomen. Vreemde gewoonten zouden mogelijk kunnen leiden tot onrust binnen de grenzen van het Romeinse Rijk. Dat kon voorkomen worden als de barbaren Romeins genoeg waren. Maar wat was dan specifiek Romeins?

 

Cultuur, religie en recht

Allereerst moesten de barbaren – en de ingelijfde provincies – de taal van de Romeinen overnemen: het Latijn. In deze taal communiceerden Romeinen met elkaar van: wetenschappers, schrijvers, handelaren, ambtenaren, plebejers tot aan patriciërs iedereen sprak de gemeenschappelijke taal. Latijn zou nog tot aan de 19e eeuw op veel universiteiten de taal van de wetenschap blijven. Bovendien zou het Latijn de taal worden van de christelijke Kerk. Ook vandaag de dag wordt het Latijn gebruikt, namelijk in de rooms-katholieke Kerk.

Ten tweede was onderwijs belangrijk. Het had een belangrijke positie in de Romeinse samenleving. De regering bemoeide zich er niet mee. Desondanks zagen ouders in dat onderwijs een manier was om later succesvol te worden. Zo konden onderwezen rekenvaardigheden handig zijn voor zowel een ambtenaar als een handelaar. Kinderen, vooral jongens, kregen thuis les. Patriciërs kochten daarvoor speciale huisslaven. Vaak waren dat arme plebejers met een opleiding, die zich hadden verkocht om enkele jaren als slaaf te dienen zodat zij een schuld konden afwerken. Tevens lieten patriciërs Grieken tot slaaf maken, zodat die hun kinderen konden onderwijzen. Pas later zouden scholen worden opgericht, waar rijke kinderen naartoe werden gestuurd om Latijn, filosofie, economie, retorica en burgerschap te leren. Zowel huisslaven als naar school gaan waren niet weggelegd voor arme plebejers. Zij moesten een vak leren van hun ouders of een rijke patroon zoeken die hun opleiding wilde betalen.

Bron 13. Een schilderij uit de negentiende eeuw, met daarop het Pantheon uit Rome. Zoals deze geschilderd is, zo staat hij er vandaag de dag nog steeds zo bij. Het bijzondere aan het Pantheon is de koepel constructie met oculus (gat in het midden).
Bron 14. Romeinse klederdracht. Waarin zou het verschil zitten tussen kledingstukken?
Bron 15. Kaart van het oude Rome. Weet jij de belangrijkste bouwwerken op te noemen?

Ten derde hadden de Romeinen ook een eigen bouw- en beeldhouwkunst. Zij mochten dan veel overgenomen hebben van de Grieken, zoals tempels en theaters. Toch zat er verschil tussen de Griekse en de Romeinse bouw- en beeldhouwkunst. De schaal waarop de Romeinen gebouwen ontwierpen, was groter dan die van de Grieken. Een goed voorbeeld hiervan is het Pantheon (bron 13). Door de draagkracht te berekenen, wisten de Romeinen een gigantische koepel te bouwen met een oculus, zonder steunpilaren! Men is er nog steeds niet precies achter hoe de Romeinen dit voor elkaar hebben kregen. Het Pantheon werd deels bekostigd door de rijke inwoners uit Rome. Hetzelfde gebeurde in de rest van het rijk. Overal lieten rijke bestuurders bruggen, aquaducten, (amfi)theaters, badhuizen, monumenten en tempels bouwen om elkaar te overtreffen. Hetzelfde was terug te zien in de beeldhouwkunst. Romeinse beeldhouwers kregen opdrachten om de meest realistische beelden te creëren, die zowel in de huizen van rijke Romeinen waren terug te vinden als de straat versierden.

Als vierde kan de godsdienst gezien worden als belangrijk onderdeel van de Romeinse cultuur. De Romeinse godsdienst was polytheïstisch. Net als bij de oude Grieken had elke god een eigen karakter, gaven en attributen. Volgens de Romeinse bestuurders hoorden de verering van de Romeinse goden en trouw aan Rome bij elkaar. Het gezamenlijk vereren van deze goden zou bijdragen aan het gemeenschapsgevoel. Alle inwoners van het rijk moesten verplicht deelnemen aan de officiële godsdienstige plechtigheden. Wanneer ze dat deden, mochten Romeinen ook nog andere goden aanbidden. Hierdoor bestonden in het Romeinse Rijk veel verschillende godsdiensten. Zo kon een Fries met burgerrecht, naast de Romeinse god Mars, ook nog Wodan aanbidden. Op den duur zouden niet alleen de barbaren Romeinse gebruiken overnemen, maar namen Romeinen ook ‘vreemde’ niet-Romeinse gebruiken over.

Bron 16. Vrouwe Justitia was de godin van het recht. De godin werd door keizer Augustus toegevoegd aan de bestaande goden. De weegschaal was afgeleid van de weegschaal die werd gebruikt in de Egyptische godsdienst, om de zonden van een dode te wegen.
Het Romeinse recht

Ook het Romeinse recht zorgde ervoor dat inwoners van het rijk zich Romein voelden. Ook wij merken tegenwoordig nog dat onze ‘moderne’ rechtspraak beïnvloed is door de Romeinse. Zo vonden de Romeinen dat de rechten en plichten van burgers moesten worden vastgelegd in wetten. Daarnaast moesten deze wetten voor iedereen gelijk zijn. Als iemand een wet had overtreden, dan moest hij of zij op basis van de vastgelegde regels worden vervolgd. Zeven van die regels vinden we vandaag de dag nog steeds terug in onze rechtspraak:

  1. Als een daad niet door de wet wordt verboden, mag die daad niet worden bestraft.
  2. Iemand mag niet twee keer voor dezelfde overtreding worden veroordeeld.
  3. Er moet vrijheid van denken zijn. Niemand mag worden gestraft voor wat hij denkt.
  4. De rechters moeten onafhankelijk zijn van de regering. Dit voorkomt dat een burger altijd verliest als hij in conflict is met de regering.
  5. Een verdachte is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen.
  6. Een verdachte mag zich altijd tegen een aanklacht verdedigen.
  7. Als de rechter twijfelt over de schuldigheid, dan moet de verdachte worden vrijgesproken.

Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Deze opdracht kan je alleen maken als je ingelogd bent.


Login om aantekeningen te kunnen maken
  Subscribe  
Abonneren op