Historische kennis verwerken

Geschiedenisdocenten hebben vaak de neiging leerstof voor te kauwen. Dit is begrijpelijk aangezien zij de experts zijn en zoveel mogelijk grip op het leerproces van de leerling willen houden. In tegenstelling tot een vak zoals wiskunde, wat zich makkelijker stapsgewijs op papier laat vastleggen, is het leren van het vak geschiedenis vaak een ongrijpbaar proces dat zich in de hoofden van leerlingen afspeelt en slecht aan het licht komt.

Om blijvende kennis achter te laten bij leerlingen, moeten zij actief de stof verwerken. Leerlingen moeten zelf produceren. Het produceren van opdrachten of het samenwerken met een buurman of buurvrouw maakt dit leerproces zichtbaar. Zichtbaarheid in productieproces betekent directe feedback voor de docent.

 

Kennis/begrippen/historische denkwijzen verwerven, verwerken en toepassen

Het leren van nieuwe kennis gaat in fasen. Nieuw verworven informatie moet eerst een plaats krijgen binnen het referentiekader van een leerling. De kennis moet gestructureerd worden en verbonden worden met voorkennis. Samen met de voorkennis wordt de nieuwe kennis eigen gemaakt. Begrippen worden geabstraheerd of geïndividualiseerd. Ze worden gekoppeld aan structuren, gebeurtenissen, plaatsen, tijd of personen. Vervolgens moet de leerling evalueren. ‘Begrijp ik wat ik net gedaan heb? Welke factoren heb ik in kaart gebracht? Kan ik dit in eigen woorden beschrijven’? Wanneer de leerling slaagt in al deze facetten is de kennis eigengemaakt en kan het worden toegepast.

 

Kennis verdiepen

Kennis wordt verdiept bij leerlingen op het moment dat zij vaardigheden moeten toepassen, waarbij leerlingen de leerstof moeten analyseren. Deze vaardigheden behoren tot het hogere cognitieve spectrum. Een voorbeeld hiervan is de denkvaardigheid vergelijken. ‘Welke rol speelden burgers in het bestuur’? Wanneer leerlingen deze vraag vergelijkenderwijs betrekken op drie tijdvakken, wordt van hen gevraagd om abstracte begrippen en structuren, zoals bestuur, buiten de historische context te analyseren en overeenkomsten en verschillen te onderscheiden. Van de leerlingen wordt gevraagd het verleden op een objectieve wijze te analyseren, zonder waardeoordeel aan het verleden te verbinden. Op deze manier begrijpen leerlingen dat de geoefende begrippen en structuren ook toe te passen zijn op andere tijdsperioden en kunnen zij structuren en begrippen herkennen zonder dat deze begrippen expliciet worden genoemd in de toekomstige leertekst.

Vlag Soviet-Unie, wapperend boven een verwoest Berlijn, eind Tweede Wereldoorlog
Middeleeuwse geneeskunde: aderlaten. Bloed laten afvloeien was bedoeld om de balans in humoren te herstellen.

Historische kennis zinvol maken

Wat te doen met feiten, begrippen en structuren waar je niks aan hebt? Deze vraag wordt veelal gesteld door leerlingen. Het leren van geschiedenis is dan ook motiverender en effectiever als de betekenis van de stof of het einddoel expliciet wordt gemaakt aan de leerlingen. Kennis expliciet maken door het te koppelen aan het vermogen van leerlingen om zinvolle beslissingen te kunnen maken, verklaringen te kunnen geven, reconstructies te maken, voorspellingen te doen of heldere definities te kunnen formuleren zijn enkele voorbeelden van historische kennis een zinvolle betekenis te geven voor leerlingen.

Spelenderwijs historische kennis verwerven is ook een manier op betekenis te geven aan de stof. Dan is niet de stof an sich leidraad voor de betekenisgeving, maar de vorm waarin het wordt aangeboden. Het spelelement zorgt voor een dermate goede motivatie dat leerlingen actief aan de slag gaan om de verworven kennis of de te verwerven kennis toe te passen in het spel of de ontwikkeling van een spel. Enkele voorbeelden hiervan zijn: historisch ganzenbord, triviant en kwartet. De docent kan er voor kiezen de leerlingen eerst het spel, althans de vragen, zelf te laten ontwikkelen.

 

Samenwerken

Een manier om het denkproces bij de leerlingen zichtbaar te maken is door leerlingen samen te laten werken. Samenwerken activeert een leerling om de leerstof te bewerken, oefenen, toepassen en te herformuleren in een mate waarin het voor de buurman of buurvrouw ook begrijpelijk is. Samenwerken stimuleert een meer flexibele manier van de leerstof verwerken, waardoor een leerling makkelijker kan omgaan met afwijkende vormen van toetsing.

Samenwerking heeft alleen kans van slagen wanneer de opdracht leerlingen wederzijds afhankelijk van elkaar worden. Leerlingen moeten individueel aanspreekbaar zijn op onderdelen die door hen gemaakt zijn. Het moet duidelijk zijn dat de opdracht alleen voltooid kan worden als de leerlingen samenwerken. Samenwerken dwingt een vorm van directe interactie af bij leerlingen: denkstappen, overleg en aanpakken worden onderling hardop gecommuniceerd.

 

 

Literatuur:

Ebbens, S.,  en Ettekoven, S., Effectief leren: basisboek. Noordhoff Uitgevers: Groningen, 2009.

Wilschut, A.  Straaten, D. van, en Riessen, M., Geschiedenisdidactiek: handboek voor de vakdocent. Uitgeverij Coutinho: Bussum, 2013.