De wereld van de oude Grieken: de scherven van de democratie

Hoofdvragen

Hoe groeide het oude Griekenland uit tot een gebied waarin poleis verschillende bestuursvormen hadden?

Waardoor kon Athene de leiding nemen over de andere Griekse poleis?

Welke rol speelde de mythologie in het dagelijks leven van de oude Grieken?

Hoe wist Alexander de Grote een gigantisch rijk te veroveren en te behouden?

Waardoor werd de Griekse vormentaal verspreid over Europa en het Midden-Oosten?

Historici hebben lang gedacht dat de eerste hoogontwikkelde cultuur rond 800 v.C. ontstond in het oude Griekenland. Zij gingen ervan uit dat dit wel de stadstaat Athene moest zijn geweest. Pas aan het einde van de 19e eeuw kwamen archeologen erachter dat in het gebied waar het huidige Turkije en Griekenland liggen, veel oudere ontwikkelde culturen waren te vinden. Op Kreta was 2000 v.C. de Minoïsche cultuur ontstaan. De Minoïsche bevolking produceerde meer voedsel dan dat het op kon eten. Hierdoor ontstond een levendige handel met steden op andere Griekse eilanden. Zo stond deze beschaving ook bekend om de zeevaart. Toch stortte de Minoïsche cultuur 1400 v.C. in. Historici weten dat rond dezelfde periode de Myceners Kreta binnenvielen. Of deze inval ook de oorzaak was voor het einde van de Minoïsche cultuur is niet bekend. We weten wel dat die eerste contacten ervoor zorgden dat de Griekse steden steeds groter werden, doordat ze handel met elkaar dreven. De Grieken ontwikkelden dan ook bijzonder culturen, gingen wetenschappelijk denken en zelfs andere gebieden veroveren. Het oude Griekenland wordt dan ook wel de geboorteplaats van de westerse beschaving genoemd.

Kenmerkende aspecten
  • 4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
  • 5. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
  • 8. De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

Bron 1. Een Minoïsche fresco (muurschildering). Welk dier zou belangrijk zijn geweest in de Minoïsche cultuur?

1. De opkomst van een polis

Leerdoelen
  • Kan aangeven dat natuurlijke barrières hebben geleid tot het ontstaan van veel verschillende oud Griekse stadstaten.
  • Kent de manier waarop poleis werden ontworpen en de functie die de akropolis en de agora hierin hadden.
  • Kent de bestuursvormen uit de Griekse oudheid: monarchie, aristocratie, tirannie, democratie, plutocratie, oligarchie en timocratie.
  • Kent de 2 vormen van democratie en kan het verschil uitleggen hiertussen met bijpassend voorbeeld.
  • Kent de reden waarom rond 750 v.C. Grieken kolonies stichtten en waarom er na 550 v.C. nauwelijks meer kolonies bijkwamen.

Bron 2. De akropolis van Athene. De Atheense akropolis boezemde ontzag in bij bezoekers uit andere poleis. Het moest de macht uitstralen van Athene.

Griekenland was in de klassieke oudheid (750 v.C.-500 n.C.) een bonte verzameling van eilanden. Het was in totaal 131.957 km² groot. In het oude Griekenland waren veel gebieden van elkaar gescheiden door bergen of door zee. Dit noemen we natuurlijke barrières. Deze natuurlijke omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat er tussen 800 en 500 v.C. ongeveer 700 stadstaten ontstonden. Zo’n stadstaat werd een polis (meervoud: poleis) genoemd.

Een polis bestond uit een stad met een omliggend stuk land. Hier werden vaak de gewassen verbouwd die door de inwoners werden opgegeten of werden gebruikt voor de handel. De meeste van de poleis hadden een omvang van ongeveer 50 tot 100 km². Dit bedroeg zowel de stad als het omliggende land. Athene en Sparta vormden een uitzondering op die grote. Deze twee stadstaten waren duizenden vierkante kilometers groot. Daardoor waren zij ook gelijk de twee machtigste poleis. Poleis werden niet altijd op dezelfde manier bestuurd, maar leken wel veel op elkaar. De Grieken ongeveer dezelfde taal, geloofden in dezelfde goden en vertelden elkaar dezelfde heldenverhalen. Daarom spreken we van één ‘Griekse wereld’ (bron 4).

 

Stadstaten in de Griekse wereld

Een stadstaat moest goed verdedigbaar zijn. Niet elke polis kon een verdedigingsmuur betalen. Als oplossing werden de poleis zo gebouwd dat in het midden van de polis een versterkte heuvel lag, die de akropolis werd genoemd. Op deze heuvel zochten de inwoners van steden zonder muur hun toevlucht in tijden van oorlog. Het middelpunt van zo’n akropolis was een tempel. In deze tempel werd de beschermgod(in) van de polis vereerd.

Ondanks dat deze akropolis het middelpunt van de Griekse polis was, speelde het dagelijks leven hier niet af. De inwoners van de stadstaat ontmoetten elkaar op de agora. Op dit plein bespraken de bewoners het bestuur van de polis, hier werd handelgedreven en de laatste roddels gewisseld. Doordat het dagelijks leven rond de agora afspeelde, besloten veel inwoners van de stadstaat ook rond het plein te gaan wonen. De wijken die eromheen ontstonden, konden zelfs beschouwd worden als kleine steden. Een stad is een grote nederzetting waar de meeste bewoners leven van iets anders dan akkerbouw en veeteelt. Vaak leverde de landbouwgrond zoveel landbouwproducten op, dat de inwoners van de polis een overschot hadden. Dit overschot werd over de hele Griekse wereld verhandeld, ook aan niet-Grieken. Dankzij die contacten vond er uitwisseling van culturen plaats. Van handelaren uit Fenicië (Libanon) leerden ze het alfabet kennen en van de Lydiërs (West-Turkije) het gebruik van geld.

 

Bestuur in de polis

Grieken noemden besturen ‘politiek’ naar het woord polis. In veel van de eerste poleis regeerden koningen. Als een koning het bestuur van een stadstaat op zich heeft dan noemen we het bestuur een monarchie. In het hoofdstuk Jagers, boeren en steden heb je kunnen lezen dat in de eerste steden vooral de koning, samen met een klein groepje belangrijke soldaten en ambtenaren, de macht had. Dit gold ook voor veel van de Griekse poleis. Dit kleine groepje van soldaten en ambtenaren dat de baas was, noemen we adel. De adel had de gewoonte om hun macht en rijkdom na te laten aan hun nakomelingen. Deze machtige families wisten zo hun belangrijke positie te behouden. De adel had vaak een belangrijke functie in het bestuur van de stadstaat. Zij vormden een raad van edelen, die alle beslissingen nam. Zo’n bestuursvorm wordt een aristocratie genoemd, als de adel regeerde zonder koning. Toch kon een aristocratie niet besturen zonder hulp van het volk. De edelen riepen zo nu en dan een vergadering van volwassen mannen bij elkaar: de volksvergadering. Toch nam de onvrede over deze bestuursvorm langzaam toe.

Bron 3. Het ostracisme was een manier om dictators en politieke tegenstanders uit de stad te verbannen. Het werd het schervengericht genoemd, omdat de namen op aardewerkenschijven werden geschreven. De stem werd geteld, waarna de schijf kapot werd gegooid.

Op voorstel van Kleisthenes besloten de Atheners in 509 v.C. een nieuwe bestuursvorm in te voeren: de directe democratie. Hierdoor zouden in Athene voortaan de belangrijkste beslissingen worden genomen door de volksvergadering. Daarnaast moesten alle vrije mannen boven de 18 jaar deelnemen aan de volksvergadering en de verdediging van de stad; zij kregen het burgerschap en werden burgers genoemd. Zo kreeg het volk (dèmos) de macht (kratos) in handen. Grieken waarvan de ouders niet in Athene waren geboren, hadden niet diezelfde rechten. Zij werden methoiken). Vrouwen hadden binnen de Atheense samenleving ook een andere rol: zij moesten gehoorzaam zijn. De Atheense vrouw moest allereerst haar vader gehoorzamen en later haar echtgenoot. Het was de taak van deze vrouwen om voor het gezin te zorgen en daarmee het voortbestaan van de Atheense polis garanderen.

Naast de directe democratie kennen we ook de indirecte. In deze indirecte democratie worden beslissingen niet door het hele volk genomen, maar door een klein groepje. Dit groepje vertegenwoordigde de hele bevolking en werd vaak om de 4-10 jaar vervangen. Zij werden volksvertegenwoordigers genoemd. Het gevaar bestond dat één man alle macht in handen zou nemen en een tirannie zou vestigen. Niet alle Grieken stonden negatief tegenover een tirran. Vaak kreeg zo’n alleenheerser de steun van mensen die in de bestuursvorm voor hem weinig te zeggen hadden. Maar Atheners vreesden zo’n tiran en bedachten een democratische oplossing om zo’n machtsgreep te voorkomen: het ostracisme, ook wel het schervengericht genoemd. Elk jaar kregen de burgers de kans om op iemand te stemmen die ervan verdacht werd alleenheerser te willen worden. De burgers die de meeste stemmen kregen, werden voor een aantal jaren uit Athene verbannen. In de geschiedenis van Athene ging dit ook wel eens mis. Rijke burgers die de armere bevolking ondersteunden (patronen) kochten vrije mannen om, zodat zij op de vijand van zo’n patroon zouden stemmen. Daardoor werden soms onschuldige burgers de stad uitgegooid.

 

Kolonisatie

Dankzij de grote welvaart nam de bevolking in de periode 750 tot 550 v.C. toe in heel Griekenland. Sommige poleis konden de groei niet aan. Zij konden niet genoeg voedsel verbouwen om de bevolking te onderhouden. Het gevolg was dat er soms ruzie ontstond over voedsel of land. In plaats van over te gaan op moord, besloten groepen mensen dit probleem op te lossen door onderzoekstochten te organiseren. Zij zochten een andere plaats waar een nieuwe stad gesticht kon worden. We noemen het stichten van zo’n overzeese nieuwe stadstaat en het veroveren van het omliggende land kolonisatie. Vanaf 750 v.C. ontstonden zo aan de kust van de Middellandse zee nieuwe Griekse stadstaten. Grote steden als Marseille en Napels zijn in die tijd ontstaan als kolonies Massalia en Neapolis.

Sommige groepen namen de oude bestuursvorm van de moederpolis met zich mee naar de kolonië. Anderen besloten om de nieuwe polis te besturen door de macht te geven aan een klein groepje van rijke inwoners (plutocratie); de macht te geven aan een klein groepje oude en wijze mannen (oligarchie) of het bestuur zo in te delen dat je een bepaald inkomen nodig had om mee te mogen beslissen in de volksvergadering (timocratie).

De poleis in Zuid-Italië en op Sicilië waren als snel rijker dan de moederpoleis. Zo konden zij graan gaan leveren aan de moederpolis en de rest van Griekenland. Daardoor was kolonisatie niet meer zo hard nodig. Daarnaast was de politieke situatie rond 550 v.C. ook veranderd. Door machtige rijken als die van de Etrusken in Italië, het Perzische Rijk in Klein-Azië en Carthago in Noord-Afrika werd het moeilijker voor Griekse kolonisten om nieuwe kolonies te stichten.

In de 5e eeuw v.C. nam de handel en nijverheid sterk toe in Athene. Dit had als gevolg dat er meer werk beschikbaar was voor mensen. Daarentegen waren er niet genoeg arbeiders in de stad. Om dit probleem op te lossen, werden slaven aangevoerd. Hierdoor steeg het aantal slaven in de polis van een handje vol, naar een derde deel van de bevolking.

Bron 4. Kaart met de verschillende Griekse poleis. In het rood de Griekse poleis.

2. Athene tegen Sparta

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat de overwinning op de Perzische koning Xerxes I leidde tot de Atheense hegemonie (overheersing) van Griekenland.
  • Kent de reden achter het ontstaan van de twee grote Griekse bondgenootschappen.
  • Kan uitleggen dat de oorlog tussen de Griekse poleis een einde maakte aan de hegemonie van Athene en Sparta.
  • Kent de politieke, economische, culturele, sociale, economische en genderstatus verschillen tussen Athene en Sparta.
  • Kan aangeven dat de Perzische Oorlogen uitgelokt werden door de Grieken (verdiepingsstof).

Bron 5. Een Grieks schild met daarop afgebeeld de strijd van een Griekse hopliet (soldaat) tegen een Perzische krijger.

De democratie van Kleisthenes was een groot succes. Atheners wisten hun stad op te bouwen tot één van de sterkste stadstaten in Griekenland. Maar in het oosten dreigde gevaar. In het Midden-Oosten, ten hoogte van het huidige Iran, was het machtige Perzische Rijk ontstaan, dat zich uitstrekte van Egypte tot India.

 

Het Perzische Rijk

Het Perzische Rijk stond onder leiding van Xerxes I. In het rijk van Xerxes was de macht in de handen van de koning. Zijn wil was wet. Net als zijn vader Darius I, wilde Xerxes het Perzische Rijk uitbreiden door heel Griekenland te veroveren. Het machtige Athene stond in de weg. Driemaal probeerden de Perzen Griekenland te veroveren. Deze oorlogen worden de Perzische Oorlogen (490 – 479 v.C.) genoemd. De Grieken wisten Xerxes terug te drijven onder leiding van Athene en Sparta. Een bekende veldslag uit de Perzische Oorlogen is de slag bij Thermopylae in 480 v.C. waar de Spartaanse koning Leonidas, met behulp van driehonderd Spartanen en aanvullende troepen, 250.000 Perzische krijgers voor een lange tijd wist tegen te houden. Voorafgaand aan de veldslag was Leonidas naar het orakel van Delphi gegaan. Deze waarzegster had tegen hem gezegd: ‘Kom terug met dit schild of erop’, dat betekende dat hij zou overwinnen of dood zou gaan. Het laatste was het geval. Leonidas wist echter de Perzen lang genoeg tegen te houden, zodat de Atheense vloot tezamen met zijn bondgenoten de Perzen van Xerxes in de pan konden hakken.

 

De Atheense hegemonie

Dankzij de overwinning op de Perzen werd Athene de leider van de Griekse poleis. Zij verenigden zich in de Delisch-Attische Bond, vernoemd naar het Griekse eiland Delos. Athene zou de poleis die in het bondgenootschap zaten, dwingen hieraan mee te werken. De poleis mochten dan ook niet uit dit verbond stappen. Daarnaast dwong het de andere poleis geld en grondstoffen te betalen aan Athene. Daarmee was de Atheense hegemonie, oftewel overheersing, een feit. Maar steeds meer gingen de poleis zich daartegen verzetten. Onder leiding van Sparta sloten zij zich aaneen in de Peloponnesische Bond. De twee bondgenootschappen gingen de oorlog met elkaar aan (de Peloponnesische Oorlog (431 – 404 v.C.). Ondanks dat Sparta als overwinnaar uit de strijd kwam, waren zowel Athene als Sparta ernstig verzwakt door deze oorlog. Al gauw daarna werden de Griekse poleis veroverd door Macedonië en onder de heerschappij gebracht van Alexander de Grote.

Bron 6. Een muurtekening van Perzische onsterfelijken. De Griekse historicus Herodotus gaf hen die naam, omdat deze Perzische krijgers moeilijk waren te doden in een gevecht.
Bron 7. De buste van een hopliet laat goed zien dat Griekse, maar vooral Spartaanse hoplieten goed beschermd waren als ze ten strijde trokken. Vermoedelijk is dit de buste van de Spartaanse koning Leonidas.
Bron 8. Atheense hoplieten (soldaten) vechten tegen Spartaanse hoplieten.
De Perzische Oorlogen

In het Perzische Rijk dat ten oosten van Griekenland lag, waren verschillende Griekse stadstaten ontstaan. Deze poleis waren ontstaan als kolonie, maar konden al snel onafhankelijk van de moederstad voortbestaan. Toen deze koloniën werden toegevoegd aan het Perzische Rijk leidde dat tot grote onvrede. Zij waren ontevreden over de hoge Perzische belasting. Daarnaast dwongen de Perzen de nieuw veroverde Griekse stadstaten om te stoppen met het handelen met de rest van Griekenland. Dat leidde in 499 v.C. tot een opstand. Athene kwam hen te hulp. Toen de Grieken niet alleen de kust hadden veroverd, maar ook landinwaarts trokken, vond koning Darius I het genoeg. Hij stelde een leger samen en ging de oorlog aan (Eerste Perzische Oorlog). Dit Perzische leger kwam in 490 v.C. tot aan Athene, maar werd bij het plaatsje Marathon verslagen door het Atheense leger van hoplieten.

Dat Darius wraak wilde nemen voor de nederlaag bij Marathon, was de Atheense legeraanvoerder Themistokles al duidelijk. Hij overtuigde de volksvergadering ervan de opbrengsten uit de Atheense zilvermijnen te gebruiken voor het bouwen van tweehonderd oorlogsschepen. Themistokles was ervan overtuigd dat deze nodig waren om de Perzen tergen te houden. Samen met Sparta boden de Grieken de Perzen – die aangevoerd werden door Xerxes die zijn vader Darius reeds had opgevolgd – het hoofd. Maar niet zonder verliezen. Terwijl 300 Spartanen zich tegen een gigantische overmacht aan Perzische soldaten doodvochten, vertrokken de inwoners van Athene uit de stad. Die zou later geplunderd en verwoest worden door de Perzen. In 479 v.C. werden de Perzen bij het eiland Salamis tegengehouden. De Perzische vloot werd vernietigd door de Atheense oorlogsschepen en daarmee kwam er een einde aan de Tweede Perzische Oorlog. Themistokles bleek gelijk te hebben.

Sparta Athene
Politiek

Monarchie, aristocratie en democratie

– 2 koningen

– raad van edelen

– volksvergadering

Democratie

– volksvergadering

– raad van 500

Economie Landbouw (soberheid) Ambachten en handel (welvaart)
Cultuur

Weinig

– soldatencultuur

– ernst

Veel

– amusement

– Toneel, tragedie en komedie

Sociaal

Gesloten dorp

– strikte gelaagde samenleving

– slavernij

Open stad

– gelaagde samenleving met mogelijk tot wisseling tussen lagen

– slavernij

Genderstatus

Zeer vrouwvriendelijk

– vrouwen kregen een opleiding

– militaire opleiding

– kans om mee te beslissen in het bestuur

– gehoorzaamheid aan vader en echtgenoot

Vrouwenonderdrukking

– voortbestaan van de polis

– gehoorzaamheid aan vader en echtgenoot.

Bron 11. Verschillen tussen de Poleis Sparta en Athene.

Bron 9. Delisch-Attische bond. In het oranje het gebied van Athene. In het geel Athene zijn bondgenoten.
Bron 10. De Peloponnesische bond. Alle gekleurde gebieden behoorden tot de bond. Sparta stond aan het hoofd.

3. Het land van goden, helden en filosofen

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat de Griekse poleis veel op elkaar leken, maar ook verschillend waren.
  • Kent de rol van Homerus bij het verspreiden van de oud Griekse godsdienst.
  • Kan uitleggen dat godsdienst een belangrijke rol speelde in het leven van de Grieken.
  • Kent de 3 terreinen van wetenschap waar de oude Grieken bedreven in raakten.
  • Kan uitleggen dat Grieken een goede opleiding noodzakelijk vonden.

Bron 12. Een digitale versie van het Parthenon in Athene. In dit gebouw werden de verschillende Griekse goden aanbeden. De belangrijkste god voor de inwoners van Athene was Athena, zij was de voornaamste godin voor wie de tempel was gebouwd. Copyright: Assassin’s Creed Odyssey

Ondanks de verschillende oorlogen tussen de Griekse poleis, leken de poleis en de Grieken veel op elkaar. De inwoners van Griekenland spraken dezelfde taal; lazen dezelfde boeken en dachten na over onderwijs, filosofie en kunst. Dankzij deze gemeenschappelijke basis wist de dichter en verhalenverteller Homerus (± 700 v.C.) zijn beroemde verhalen de Ilias en de Odyssee te verspreiden. In de verhalen van Homerus stonden de heldendaden van mensen, halfgoden en de bemoeienis van de goden in het dagelijks leven van de mensen centraal. Deze verhalen droegen dan ook bij aan de verering van dezelfde goden door heel Griekenland. Alle goden bij elkaar, van dezelfde godsdienst noemen we een pantheon. De Griekse goden leken sterk op mensen. De goden waren wel onsterfelijk, maar hadden dezelfde emoties als de mens. Zo ruzieden ze met elkaar, waren jaloers en werden verliefd. Sommige emoties werden dan ook toegeschreven aan een specifieke god. Zo werd verliefdheid gekoppeld aan de Griekse godin Aphrodite en woede aan de oorlogsgod Ares. Bij levensveranderende beslissingen werden de goden om advies gevraagd. Hiervoor gingen de Grieken naar een orakel: iemand die kon spreken voor de goden. Zo was de Spartaanse koning Leonidas naar het orakel van Delphi gegaan. Dit orakel communiceerde met de god van de oorlog en gaf het advies van de oorlogsgod door. Door deze directe bemoeienis van de goden, was de invloed van de godsdienst op het leven van de Grieken groot. Om hen tevreden te houden waren de inwoners van Griekenland elke dag bezig met het tevreden houden van deze goden.

In tegenstelling tot de Egyptenaren, zochten de Grieken geen goddelijke daad achter natuurlijke verschijnselen zoals regen, onweer, windhozen en stormvloeden. Ze geloofden dat achter deze verschijnselen regels van de natuur zaten. Door onderzoek te plegen konden mensen deze regels leren kennen. Dit was het begin van het wetenschappelijk denken. Griekse geleerden onderzochten niet alleen de natuur, maar ook de mens en zijn handelen. Op drie terreinen werd de meeste vooruitgang geboekt: geneeskunde, filosofie en geschiedenis (bron 13 t/m 15). Logisch nadenken en problemen oplossen met het verstand begonnen centraal te staan in de manier van denken van de Grieken. Op een bepaalde manier denken wordt mentaliteit genoemd.

De Grieken vonden een goede opleiding voor mannen – en in sommige poleis ook vrouwen – heel belangrijk.  Hier zaten vaak praktische redenen achter. Griekse jongens kregen onderwijs in vakken die hen hielpen handel te drijven of een beroep uit te oefenen, deel te nemen aan de politiek of vaardigheden die hen zouden helpen bij de oorlogsvoering. Godsdienstig onderwijs werd door de ouders gedaan. Zij zorgden ervoor dat hun kinderen de belangrijkste Griekse mythen meekregen. Daarnaast werd er aandacht besteed aan sport, muziek en theater. Dit laatste was vooral belangrijk voor de Grieken die niet konden lezen en schrijven. Toneelvoorstellingen werden gebruikt om die groep aan het denken te zetten, nieuws over te brengen en generaals of politici te eren. Een goed voorbeeld hiervan is de Atheense leider Pericles. Hij liet gratis voedsel en wijn uitdelen in het theater. Hij wilde dat alle burgers de voorstellingen bezochten, zodat hij deze Atheense inwoners kon overhalen om mee te vechten tegen Sparta.

Bron 13. Op het gebied van de geneeskunde gingen de oude Grieken steeds meer vertrouwen op hun eigen kunnen, dan hopen dat de goden een patiënt zouden genezen. Artsen als Hippocrates (afbeelding hierboven) begonnen ziekten en hun verloop te beschrijven, om zo de ziekte beter te kunnen begrijpen. Begrip zou leiden tot een betere genezing door menselijke hand.
Bron 14. Griekse onderzoekers zochten tevens naar wijsheid, dat de samenleving zou kunnen verbeteren. Deze filosofen stelden vragen als: wat is goed? Wat is slecht? Hoe weten we dat iets echt is? De bekendste filosofen waren Socrates, zijn leerling Plato en Aristoteles, de leerling van Plato. Filosofen vonden vragen stellen heel belangrijk. Alleen door de juiste vraag te stellen, kan je tot nieuwe informatie komen. Daarom moet je op school dit ook leren doen. Toch werd niet elke vraag gewaardeerd. Soms ging dit filosoferen de oude Grieken te ver. Soms moest je accepteren dat iets van de goden kwam. Zo'n meningsverschil zou uiteindelijk de dood worden van Socrates.
Bron 15. Griekse wetenschappers gingen zich ook specialiseren in het schrijven over het verleden. De beroemdste van deze geschiedschrijvers was Herodotus. Zijn aanpak was heel bijzonder. Hij vertrouwde er niet op dat bronnen en ooggetuigen de waarheid spraken. Hij stelde altijd de vraag: 'kan dit wel echt? Kan hij dit wel echt gedaan hebben'? Had Herodotus twijfel, dan gebruikte hij die onbetrouwbare bron niet in zijn onderzoek naar het verleden.

4. Het rijk van Alexander de Grote

Leerdoelen
  • Kan uitleggen hoe Alexander de Grote een gigantisch rijk wist te veroveren.
  • Kan 3 verklaringen geven voor het succes van Alexander de Grote.
  • Kan uitleggen dat Alexander gebruik maakte van huwelijkspolitiek om zijn rijk bij elkaar te houden (verdiepingsstof).

Alexander (356 – 323 v.C.) was een koningszoon uit Macedonië, een gebied dat ten noordoosten van Griekenland lag. Zijn vader was Philippus, van wie hij het koningschap over Macedonië had geërfd en ook zijn veroveringsdrang. Philippus had tijdens zijn regeerperiode heel Griekenland onder zijn heerschappij gebracht. Door de onderlinge ruzie tussen de Griekse stadstaten wist de Macedonische koning één voor één de poleis te veroveren. Philippus beloofde dat de stadstaten hun eigen bestuur mochten blijven regelen, zoals ze gewend waren. Maar in de praktijk werden de poleis vanuit Macedonië bestuurd. Daardoor was hun autonomie verleden tijd.

 

Alexander

Alexander erfde deze situatie van zijn vader en had het ambitieuze plan om het hele Perzische Rijk te veroveren. Hierdoor zou de oudste vijand van de Grieken uitgeschakeld worden. Dit Perzische Rijk strekte zich uit van West-Turkije, Egypte en het huidige Afghanistan. Uiteindelijk slaagde Alexander op 33-jarige leeftijd het hele Perzische Rijk te veroveren. Daarnaast was hij begonnen aan nog een veldtocht, gericht op de verovering van India. Tijdgenoten van Alexander waren onder de indruk van zijn kunnen: ‘het had veel moeite gekost om honderdduizend soldaten te voeden en te motiveren om te vechten zo ver van hun thuis’. Volgens oud Griekse geschiedschrijvers lag het aan een combinatie van Alexanders persoonlijke eigenschappen en militaire inzicht. Drie van die eigenschappen vormen een mogelijke verklaring voor Alexanders succes.

Bron 16. Een kaart van het rijk van Alexander de Grote. In 323 stierf de 33-jarige Alexander in Babylon. Als je de zwarte lijn volgt dan kan je de voortgang bekijken van Alexanders leger. Alexanders leger moest zulke grote afstanden afleggen, dat de aanvoer van verse troepen en voorraden steeds moeilijker werd; om niet te schrijven over de moeilijkheden die Alexanders afwezigheid brachten in de reeds veroverde gebieden.
Bron 17. Een mozaïek van Alexander de Grote (links gezeten op een paard), die Darius III versloeg (rechts in de strijdwagen). De jonge Macedonische vorst liet zijn afbeelding over het hele rijk verspreiden. Dit droeg bij aan het goddelijke beeld dat mensen van hem hadden.

Allereerst was de jonge Macedonische koning een groot militair. Hij stond bekend als een man met een enorm doorzettingsvermogen. Volgens de verhalen twijfelde Alexander nooit aan zijn eigen kunnen. Bovendien was hij ook een groot strateeg, die veldslagen tot in detail voorbereidde en zijn legeronderdelen op verrassende manieren opstelde en inzette. Dan werd het voor zijn vijanden moeilijk om te voorspellen wat hij op het slagveld van plan was. Hierdoor wist de jonge Macedonische vorst het veel grotere leger van de Perzische koning Darius III in de pan te hakken.

Daarnaast had Alexander ook talent voor politiek. De ene keer was hij wreed, dan weer vrijgevig. Dankzij die onvoorspelbaarheid waren zijn ondergeschikten telkens bang om uit de gunst te raken en kwamen ze niet in opstand tegen Alexander. Zo dwong de Macedonische vorst loyaliteit af, maar inspireerde hij ook zijn volgelingen om naar zijn voorbeeld te leiden.

Als derde verklaring voor zijn succes schrijven de oud Griekse historici, dat de Macedonische vorst wist dat je met loyaliteit maar zo ver kwam. Hij begon dan ook vanaf het begin van zijn regeerperiode in te spelen op de tradities uit de veroverde gebieden. Voor de mensen uit die gebieden waren tradities erg belangrijk. Alexander probeerde zichzelf populair te maken in Griekenland door te verkondigen dat hij als leider van de Grieken de verschillende Griekse poleis – die als kolonie in het Midden-Oosten waren begonnen – te bevrijden van de Perzische overheersing. Hiermee maakte de jonge Macedonische vorst gebruik van de eeuwenoude Griekse vijandigheid gericht tegen de Perzen. Diezelfde Perzen die al eens eerder door Griekse helden als de Spartaanse koning Leonidas waren tegengehouden. Maar in Egypte presenteerde hij zichzelf als de nieuwe farao. Door zijn verovering van Egypte had de jonge vorst aan de Egyptenaren laten zien dat hij wel de afstammeling moest zijn van de zonnegod Re. Dankzij deze verering was het voor de inwoners van Egypte makkelijker om Alexander te accepteren als hun koning. Toch zou Alexanders heerschappij niet lang duren. Op 33-jarige leeftijd werd hij ziek en stierf. Na zijn dood zou het gigantische rijk worden opgedeeld onder zijn volgelingen, aangezien de jonge koning stierf zonder wettige opvolger. Alexander kreeg pas na zijn dood de bijnaam: ‘de Grote’.

Huwelijkspolitiek

De Macedonische koning Alexander had in het Perzische Rijk meer moeite met de bevolking voor hem te winnen. Koning Darius had dan veel macht gehad, hij had altijd verantwoording moeten afleggen aan de plaatselijke elite. Deze werden satrapen genoemd. Darius had zijn rijk opgedeeld in provincies, om het makkelijker te maken om vanuit één punt te regeren. Aan het hoofd van elke provincie stond zo’n satraap. Nadat Alexander het rijk op Darius had veroverd, liet hij dat bestuurssysteem intact. Een gedeelte van de satrapen mochten aanblijven en een gedeelte werd vervangen door volgelingen van Alexander. Om ervoor te zorgen dat de Perzische elite niet in opstand zou komen tegen hem, dwong hij zijn volgelingen te trouwen met dochters van de satrapen. Zo ontstond er een gemengde elite van Grieks-Macedonische-Perzische afkomst. Het huwelijk gebruiken voor politieke doeleinden wordt huwelijkspolitiek genoemd. Zo organiseerde Alexander een massahuwelijk in Susa in 324 v.C., waar hij trouwde met de dochter van Darius en tachtig van zijn generaals met dochters van de plaatselijke elite.

Bron 18. Alexander de Grote liet zich op de tempel van Luxor afbeelden. Hiermee zette hij een traditie voort die al heel lang bestond in Egypte, namelijk dat farao's werden afgebeeld op deze tempel. Maker: Rémih - cc.
Bron A. Gouden oktadrachme afbeelding van Ptolemaeus I. Deze Griek zou aan het hoofd komen te staan van de Macedonische provincie Egypte.
Bron B. Griekse bouwkunst in het Perzische Rijk.
Bron C. Macedonische falanx, een sterke tactiek waardoor de vijand makkelijker verslagen kan worden.
Bron D. Bronzen beeldje van Alexander de Grote gevonden in het noorden van Afghanistan.
Bron E. Alexander de Grote afgebeeld als een farao.
Bron F. Schilderij van Costanzi uit de 19e eeuw met hierop afgebeeld Alexander de Grote.
Bron G. Massahuwelijk in Susa.
Bron H. De Peloponnesische Oorlog.

5. Hellenisme: verspreiding van de Griekse cultuur

Leerdoelen
  • Kan uitleggen dat Alexander de Grote de Griekse cultuur heeft verspreid.
  • Kan het hellenisme herkennen in bronnen.

In de stad Babylon stierf Alexander de Grote. Doordat hij in 323 v.C. kinderloos stief, werd zijn rijk opgedeeld onder zijn belangrijkste volgelingen. De rijken die door deze splitsing ontstonden, zouden blijven bestaan totdat ze stuk voor stuk door de Romeinen werden ingenomen. Tijdens de regeerperioden van de diadochen, de benaming voor de opvolgers van Alexander, raakte de Griekse cultuur verspreid. Aangezien de heersers zelf Grieks waren, begonnen steeds meer Grieken te migreren naar deze diadochenrijken: ‘het waren namelijk niet vreemdelingen die daar regeerden’. De migranten zouden onder andere terecht komen in Egypte, Perzië en zelfs zich vestigen aan de randen van India. Deze Grieken namen hun bouwkunst, beeldhouwkunst en schilderkunst met zich mee (Griekse vormentaal).

De nieuwe poleis die gesticht werden, zouden niet volledig Grieks zijn. Vaak werd de plaatselijke cultuur gedeeltelijk overgenomen en vermengd met de Griekse cultuur. De periode in de oudheid waarin steeds meer Griekse mengculturen ontstonden, werd de hellenistische periode genoemd (Hellas was de oud Griekse benaming voor Griekenland). De oorzaak voor deze vermenging is terug te leiden naar Alexander de Grote. Het was immers deze Macedonische vorst die actief begon met het verspreiden van Macedonische en Griekse tradities en het aansluiten op al bestaande tradities, die aanwezig waren in de door hem veroverde gebieden. De cultuur die daaruit ontstond noemen we het hellenisme.

Bron 19. De twaalf werken van Herakles was een mythe die gebruikt werd om tempels en andere gebouwen te versieren. Deze versieringen hadden ook een informatieve functie. Ze moesten de inwoners van een polis herinneren aan de macht van de goden.
Bron 20. Tijdens de Hellenistische periode werd het realisme ook bij andere culturen geïntroduceerd. Hier een Perzische oude vrouw, uitgehouwen in natuursteen. Zie jij ook haar rimpels?
Subscribe
Abonneren op
0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle aantekeningen