Franse Revolutie (1789-1815), uiting van de Verlichting?
De Franse koningen probeerden de opkomst van verlichte ideeën waarin het functioneren van het Ancien Régime werd bekritiseerd te onderdrukken. Vooral onder de leden van de Derde Stand groeide verzet tegen de absolute heerschappij van de Franse koning Lodewijk XVI. Rijke burgers wilden meer invloed op het bestuur en arme burgers wilden vooral een beter bestaan. Daarnaast streefden boeren naar een eerlijkere grondverdeling en een afschaffing van de herendiensten. De gebreken van het Ancien Regime werden duidelijker zichtbaar door de staatsschuld, die groeide vanwege de vele gevoerde oorlogen. In 1789 leidde een financiële crisis tot het besluit van Lodewijk XVI om de Staten-Generaal bijeen te roepen, waarin een vertegenwoordiging van de Eerste, Tweede en Derde Stand zouden vergaderen over het lot van Frankrijk. Deze vergadering moest een aantal hervormingen accepteren, die Frankrijk er weer bovenop zouden helpen. Maar de Eerste Stand, de geestelijkheid, en de Tweede Stand, de adel, weigerden in te stemmen met de beoogde hervormingen, bang dat zei hun bevoorrechte status zouden verliezen. Hierop volgde een aantal revoluties waarin hervormingen werden geëist. Deze revoluties zouden samen worden aangeduid als de Franse Revolutie.
De eerste revolutie leidde tot de Verklaring van de Rechten van de Mens in 1789 en de grondwet van 1791, waarin verschillende verlichte ideeën werden toegepast. Frankrijk werd een constitutionele monarchie waarbij de standenmaatschappij en de voorrechten van de adel en geestelijkheid werden afgeschaft. In 1792 vond een tweede revolutie plaats: Frankrijk werd een republiek en de Jacobijnen kregen de macht in handen. Deze machtsovername zorgde voor een radicalisering van de revolutie. Tegenstanders werden onder leiding van Robespierre op grote schaal vervolgd en ter dood gebracht. Zo werd de Franse koning ook bestempeld als verrader. Hij en zijn vrouw Marie-Antoinette moesten dit verraad met de dood bekopen. Dit schrikbewind kwam in 1795 ten val. Een andere groep revolutionairen (Girondijnen) namen de macht over en draaiden een aantal veranderingen terug. Om machtsmisbruik te voorkomen werd Frankrijk bestuurd door een vijfkoppig bestuur, waarvan elk jaar een lid werd vervangen. Dit nieuwe bestuur werd het Directoire genoemd. De onrust en chaos bleven voortduren onder de gematigd revolutionairen. Hierdoor kon het Directoire ook de rust niet laten wederkeren. In 1799 maakte de generaal Napoleon Bonaparte een eind aan het Directoire, tot grote vreugde van het Franse volk dat schreeuwde om iemand die hen zou verlossen van de problemen die Frankrijk teisterden. Napoleon kroonde zich tot keizer en veroverde een groot deel van Europa. In 1815 werd de Franse keizer verslagen door een coalitie van verschillende Europese landen. Na de val van Napoleon probeerden de koningen uit die landen de absolute heerschappij van de vorst te laten wederkeren. Maar de ideeën van de Verlichting waren niet meer weg te denken uit de samenleving. Men wilde niet meer terugkeren naar een status van machteloosheid. Zo bleef de grondwet die door Napoleon werd geïntroduceerd in de door hem veroverde landen, in aangepaste vorm bestaan.











