De bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog
Nederland had tijdens de Eerste Wereldoorlog de neutraliteit afgekondigd. Het wilde niet meegetrokken worden in een allesvernietigend conflict. Ook in 1940 had het verwacht neutraal te blijven. Dit liep echter niet volgens plan, want op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen vanuit de lucht en over land Nederland binnen. Het doel van de Duitse Wehrmacht – de naam voor het Duitse leger – was om snel door te stoten richting België en vervolgens Frankrijk. Toch hield het Nederlandse leger langer stand dan gepland, waaronder bij de Grebbelinie en Kornwerderzand aan de Afsluitdijk.
Als gevolg van deze weerstand besloot de Duitse legerleiding Rotterdam te bombarderen. Want dat het Nederlandse leger standhield, vertraagde de snelle Duitse opmars die nodig was om West-Europa in handen te krijgen. Terwijl Rotterdam in vlammen stond, dreigden de Duitsers dit ook te doen met andere Nederlandse steden. Op 15 mei werd de Nederlandse overgave getekend. Ondertussen was koningin Wilhelmina per boot naar Engeland vertrokken, een dag later gevolgd door de regering. De Nederlandse koningin, het symbool van de Nederlandse macht, mocht geen marionet worden van de Duitsers zo vond de regering. Zowel de koningin als de regering probeerden vanuit Londen samen met de geallieerden Nederland en de rest van Europa te bevrijden.
Het leven gaat door
Door het bombardement op Rotterdam stierven negenhonderd Rotterdammers. Nog eens 78.000 werden dakloos. Maar voor de rest van Nederland ging het dagelijks leven door. Nederland kreeg na de capitulatie een Duits bestuur onder leiding van de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart. Naar Duits voorbeeld werd ook in Nederland de democratie afgeschaft; daardoor werd het parlement ontbonden. De hoogste ambtenaren van de ministeries mochten tijdens de bezetting wel op hun post blijven. Maar daarvoor moesten ze eerst een Ariërverklaring ondertekenen, waarin stond dat zij geen Joods bloed hadden. Tot grote verbazing van de bezetter, weigerden maar acht ambtenaren het tekenen van de verklaring, duizenden anderen zetten wel hun handtekening. Zij probeerden het beste ervan te maken door het nieuwe gezag te accepteren. Dat noemen we accommodatie.
In het eerste jaar van de oorlog veranderde er weinig voor de meeste Nederlanders. De Duitse bezetter wilde de Nederlanders winnen voor het nationaalsocialisme, aangezien het een broedervolk was. In het begin leek de bezetting mee te vallen. Het leven ging door en de economie bloeide op door orders vanuit Duitsland. Grote hoeveelheden schoenen, laarzen, elektromotoren en gloeilampen werden geëxporteerd naar Nazi-Duitsland. Hierdoor nam de werkeloosheid van crisisjaren snel af. Een deel van de Nederlanders begon zelf sympathie te ontwikkelen voor de Duitse bezetter.
De economische bloei was van korte duur. Voedsel, kleding en brandstof begonnen steeds schaarser te worden, aangezien dit naar het Duitse leger ging. Om ervoor te zorgen dat het nog beschikbare voedsel eerlijk verdeeld werd onder de bevolking – zodat het voor zowel arm als rijk beschikbaar was – werd een distributiesysteem ingevoerd. Schaarse producten konden alleen nog maar verkregen worden via bonkaarten, die uitgedeeld werden door speciale overheidskantoren. Alleen op vertoon van een identiteitsbewijs kon men aan een bonkaart komen.
Een moeizame samenwerking
De samenwerking tussen de bezetter en de Nederlandse bevolking begon steeds moeizamer te verlopen. Daarom werd de aanpak van de nazi’s harder. In de zomer van 1942 werd de bezetting nog merkbaarder door de Arbeitseinsatz. Nederlandse mannen moesten in Duitse krijgsdienst of werken in Duitse munitie- en wapenfabrieken. Veel van deze mannen besloten onder te duiken. Desondanks zou de helft nog gevonden worden en naar Duitsland worden gestuurd. Daarnaast werden politieke tegenstanders en mensen die niet meewerkten opgespoord en opgesloten in werkkampen.
De bezetter begon in dezelfde periode met het doorvoeren van anti-Joodse maatregelen. Door gebruik te maken van de Nederlandse bevolkingsregisters, wist de Duitse bezetter 160.000 inwoners aan te wijzen als Joods. Joodse leraren, studenten, scholieren werden niet meer toegelaten op Nederlandse scholen en universiteiten. Ook in het Nederlandse straatbeeld verschenen de bordjes waarop stond: ‘verboden voor Joden’. Hierdoor werden bioscopen, zwembaden of parken verboden terrein.
Op initiatief van de nazi’s werd de Joodse Raad in het leven geroepen. Dit was een overleg tussen vooraanstaande leden uit de Nederlandse Joodse gemeenschap, die als doel had deze gemeenschap te besturen. In de praktijk moest de raad alle bevelen van de bezetter opvolgen en was dus het gezicht van de anti-Joodse maatregelen en later de deportatie van de Joodse bevolking. Veel van de raadsleden zijn na de oorlog gevraagd naar hun motivatie om samen te werken met de nazi’s. Velen gaven hetzelfde antwoord: ‘om ergere maatregelen te voorkomen en te redden wat er te redden viel’. Vooral in Amsterdam liepen de Joodse pesterijen uit op gewelddadige aanvallen. Bij razzia’s pakten de Duitsers lukraak Joden op. Maar veel Amsterdammers konden het niet langer aan zien hoe de bezetter omging met ‘hun Joden’. Als protest legden velen op 25 februari 1941 het werk neer dat zij moesten verrichten voor de Duitse bezetter. Deze Februaristaking werd bloedig neergeslagen. De staking ging de geschiedenisboeken in als de enige in West-Europa die ontstond door het antisemitische bezettingsbeleid van de nazi’s. Een deel van de Joden in Nederland was al bekend met de naziterreur, doordat zij oorspronkelijk uit Duitsland waren gevlucht; waaronder de familie Frank. Samen met 25.000 andere Joden doken zij onder. Driekwart zou het overleven. Degenen die echter gevonden werden, zouden samen met nog eens duizenden anderen gedeporteerd worden naar concentratiekampen in Duitsland en Polen. Ongeveer 102.000 Nederlandse Joden overleefden het niet, onder wie Anne Frank.
Ook een andere groep Nederlanders werkte nauw samen met de bezetter, waaronder de Nationaalsocialistische Beweging (NSB). Maar ook de NS hielp de Duitse bezetter. Het bedrijf maakte de deportatie van Nederlandse Joden mogelijk door treinen beschikbaar te stellen. Dit samenwerken heet collaboratie.
Door de schaarste van allerlei producten en grondstoffen, begon het verzet in Nederland steeds verder te groeien. Steeds meer verzetsgroepen organiseerden zich tegen de nazi’s. Deze groepen probeerden de bezetter dwars te zitten door overvallen te plegen, voedselbonnen te kopiëren voor onderduikers en Joden helpen door ze laten onderduiken of Nederland helpen te ontvluchten. De meest georganiseerde hulp begon halverwege 1942 dankzij de oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Daarnaast drukten een aantal verzetsgroepen illegale kranten die niet gecontroleerd werden door de Duitse bezetter. Veel van deze kranten zoals Trouw en Het Parool bestaan tegenwoordig nog steeds.
Is dit het einde?
In september 1944 leek het einde van de oorlog in zicht. Via het geheime radiokanaal Radio Oranje, werden Nederlanders door koningin Wilhelmina en haar regering geïnformeerd over de geallieerde successen en de situatie in de Nederlandse koloniën. Want de oorlog had ook de Nederlandse overzeese gebieden bereikt. In 1942 had Japan Nederlands-Indië veroverd, als onderdeel van de eigen gebiedsuitbreidingen in Azië. Tijdens de Japanse bezetting van Indië werden blanke Nederlanders in kampen opgesloten of moesten dwangarbeid verrichten aan de Birmaspoorweg. Indonesische nationalisten als Soekarno en Hatta, werden met beloften van onafhankelijkheid overgehaald tot collaboratie.
De zuidelijke provinciën onder de rivier de Rijn konden bevrijd worden, maar een poging om ook het noorden te bevrijden mislukte. De bevolking uit het noorden van Nederland moest nog een winter leven onder Duitse bezetting doorstaan. In deze strenge winter van 1945 bereikte de schaarste het hoogtepunt. Duitse soldaten roofden de steden leeg. Het gevolg van deze actie was dat de Nederlandse bevolking honger leed. Naar schatting zouden 20.000 Nederlanders sterven door kou en honger. Nederland zou pas op 5 mei 1945 volledig bevrijd zijn.












