Middeleeuwse koningen: koningschap in de vroege middeleeuwen
De Germanen die in de late oudheid het West-Romeinse Rijk binnenvielen, werden aangevoerd door krijgsheren. Vaak hadden deze krijgsheren alleen de leiding tijdens een militaire veldtocht. Zij werden gekozen op basis van hun militaire verdiensten: hoe dapper ze waren tijdens een gevecht, hoe kundig ze waren met een zwaard of bijl of hoe vrijgevig zij waren bij de verdeling van de buit. De Romeinen maakten graag gebruik van deze krijgsheren door hen aan zich te binden. Zulke krijgsheren kregen de Romeinse titel “Rex,” dat koning betekent. De Romeinen waren fel tegenstander van het vestigen van Germanen binnen de rijksgrenzen, als deze onvoldoende waren geromaniseerd. Maar doordat het Romeinse leger steeds vaker moest rekenen op de hulp van Germaanse krijgsheren, kon het leger deze krijgsheren niet tegenhouden wanneer zij besloten zich te vestigen binnen de rijksgrenzen. Eenmaal binnen de Romeinse grenzen besloten deze krijgsheren Germaanse staten te vestigen waar zij als koning regeerden. Zelfs na de val van het West-Romeinse Rijk bleven deze krijgsheren aan de macht en zouden de nieuwe koningen worden van Europa.











