Leerroute: Operatie Kraai

Hoofdvraag

Welke factoren droegen bij aan het ontstaan van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld steeds vaker gebruikt werd?

null

Introductie opdrachten

Klik hier om terug te gaan naar de pagina met oriënterende opdrachten.

1942
1945
1946
1947
1948
1949
Japanse leger verslaat KNIL en bezet Indonesië.
15 augustus: Japan capituleert. 17 augustus: Soekarno roept de onafhankelijkheid uit. Het gevolg is een periode van onrust. De Britten beginnen met het bevrijden van Nederlands-Indië.
Eerste Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië. In november wordt het Akkoord van Linggadjati getekend.
27 juli tot en met 4 augustus begint de Eerste politionele actie.
19-31 december begin van de Tweede politionele actie.
27 december wordt de soevereiniteit overgedragen aan de Republiek Indonesië. Een migratiegolf vanaf Indonesië begint. Blanke Nederlanders vertrekken naar Nederland.
  • Kan uitleggen waarom oorlogsmisdadigers gestraft worden aan de hand van het Oorlogsrecht.
  • Kent het verloop van de Bersiap periode.
  • Kan uitleggen waarom Nederland, door die Bersiap periode, de orde in Nederlands-Indië wilde herstellen.
  • Kan de propaganda ‘boodschap’ uitleggen die de Nederlandse soldaten meekregen richting Nederlands-Indië.
  • Kan de propaganda boodschap verklaren vanuit de Nederlandse overheid en legerleiding.
  • Kan uitleggen waarom Nederlandse soldaten grepen naar extreem oorlogsgeweld.
  • Kan uitleggen wat een guerrillaoorlog is.
  • Kan uitleggen waarom een guerrillaoorlog extreemoorlogsgeweld in de hand speelt.
  • Kan uitleggen dat de Nederlandse dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers in Nederlands-Indië te maken kregen met een koloniale traditie van geweld.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse legerleiding het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid en de legerleiding negatieve berichten over de oorlog probeerde te verhullen
  • Kan een historische gebeurtenis, persoon of bron plaatsen binnen de historische context.
  • Kan een argument logisch structureren binnen een antwoord.
  • Kan meerdere perspectieven verwerken in een antwoord.
  • Kan ‘gevoelige historische onderwerpen’ vanuit verschillende perspectieven beschrijven.
  • Kan stelling innemen binnen een historiografisch debat en zijn positie beargumenteren.
Door hier te klikken ga je naar de overzichtspagina van historische vaardigheden die je in dit project zult gebruiken.
Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom oorlogsmisdadigers gestraft worden aan de hand van het Oorlogsrecht.
  • Kent het verloop van de Bersiap periode.
  • Kan uitleggen waarom Nederland, door die Bersiap periode, de orde in Nederlands-Indië wilde herstellen.
  • Kan de propaganda ‘boodschap’ uitleggen die de Nederlandse soldaten meekregen richting Nederlands-Indië.
  • Kan de propaganda boodschap verklaren vanuit de Nederlandse overheid en legerleiding.
  • Kan uitleggen waarom Nederlandse soldaten grepen naar extreem oorlogsgeweld.
  • Kan uitleggen wat een guerrillaoorlog is.
  • Kan uitleggen waarom een guerrillaoorlog extreemoorlogsgeweld in de hand speelt.
  • Kan uitleggen dat de Nederlandse dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers in Nederlands-Indië te maken kregen met een koloniale traditie van geweld.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse legerleiding het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid en de legerleiding negatieve berichten over de oorlog probeerde te verhullen
  • Kan een historische gebeurtenis, persoon of bron plaatsen binnen de historische context.
  • Kan een argument logisch structureren binnen een antwoord.
  • Kan meerdere perspectieven verwerken in een antwoord.
  • Kan ‘gevoelige historische onderwerpen’ vanuit verschillende perspectieven beschrijven.
  • Kan stelling innemen binnen een historiografisch debat en zijn positie beargumenteren.
Historische vaardigheden
Door hier te klikken ga je naar de overzichtspagina van historische vaardigheden die je in dit project zult gebruiken.

1. Werken als een historicus

Bekijk het filmpje hiernaast. In deze leerroute ga je aan de hand van leerteksten en bronnen antwoord geven op de hoofdvraag van deze leerroute. Deze hoofdvraag is gebaseerd op de onderwerpen die Joop Hueting (uit het filmpje) aansnijdt. In deze leerroute ga je zelfstandig onderzoek doen naar de verschillende factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld gebruikt werd. Om je op weg te helpen staan verschillende bronnen en leerteksten bij elkaar gegroepeerd. Het is aan jou om uit te werken hoe zo’n factor bijgedragen heeft aan een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld werd gebruikt.

Interview met oud-soldaat Joop Hueting. Bron: Achter het Nieuws, VARA, 1969.

Opdracht 1: onderzoek doen als een historicus

Er wordt beweerd dat de Nederlandse krijgsmacht zich in de oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging in de periode 1945-1949 op grote schaal schuldig maakte aan moord, marteling, brandstichting en andere buitensporige gewelddaden. In 1969 werd al onderzoek gedaan naar die wandaden, naar aanleiding van Joop Huetings interview in het VARA-programma Achter het Nieuws (het bovenstaande filmpje). Historicus Rémy Limpach, auteur van het onlangs verschenen boek De brandende kampongs van Generaal Spoor, komt na bestudering van een grote hoeveelheid ambtelijke en niet-ambtelijke bronnen en literatuur tot diezelfde conclusie. Om die reden kunnen we volgens hem spreken van structureel extreem geweld.

Goed historisch onderzoek doen, is niet zomaar geloven wat een bron of auteur beweert. Je vergelijkt het onderzoek met bronnen en andere onderzoeken voordat je het gelooft. In deze leerroute ga je kijken of jij het eens bent met Rémy Limpachs conclusie. Dit ga je doen aan de hand van primaire en secundaire bronnen. Je onderzoekt de verschillende factoren die bijdroegen aan een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld gebruikt werd. Om je hierbij te helpen zijn een aantal deelvragen opgesteld. Elke deelvraag richt zich op één factor, om uiteindelijk al jouw bevindingen te bundelen en die vergelijken met de conclusie van Rémy Limpach.

Klik op de afbeelding om bij het artikel van Rémy Limpach in het tijdschrift de Militaire Spectator te komen. In zijn stuk legt Limpach uit hoe een situatie kon ontstaan waarin Nederlandse soldaten extreem oorlogsgeweld gebruikten.

Beantwoord de onderstaande vraag met behulp van het artikel hiernaast (klik op de afbeelding).

Onderzoeksvraag: Welke factoren hebben volgens Rémy Limpach bijgedragen aan het ontstaan van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld gebruikt werd? Benoem en leg deze factoren kort uit (max 5 zinnen per factor).

2. Het beeld van de vijand

Opdracht 2. Het vijandbeeld

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 1 t/m 15. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvraag. Wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar minimaal 4 bronnen die een aanvulling geven op het vijandbeeld dat Nederlandse soldaten meekregen naar Indië. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag: Met welk vijandbeeld en door wie werden Nederlandse oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen naar Nederlands-Indië gestuurd?

3. Nederlandse soldaat in Indonesië zijn

Opdracht 3. De aankomst in Indonesië

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 16 t/m 21. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvragen. Wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar minimaal 4 bronnen die een aanvulling geven op jouw antwoord op de deelvragen. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag 1: Hoe zag de eerste kennismaking van de Nederlandse soldaten in 1947 met Indonesië eruit?

Deelvraag 2: Hoe verschilde het beeld dat de soldaten vanuit Nederland hadden meegekregen, met de werkelijkheid die ze aantroffen?

4. Een traditie van geweld

‘Voor de eerste oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen uit Nederland was de aankomst in Indonesië een schok. Via propaganda werd hen voorgeschoteld dat de Indonesische bevolking stond te springen om de hulp van Nederlandse soldaten. De Indonesische vrijheidsstrijders waren een uitzondering op die regel en moesten daarom bestreden worden. Dit vijandbeeld bleek niet te kloppen en moest snel worden aangepast door de nieuwe soldaten van het Koninklijk leger (KL). De nieuwe soldaten hadden een te korte trainingsperiode gehad en wisten niet hoe zij zich moesten aanpassen aan de nieuwe jungle omgeving. Om de overgang te versoepelen werd tijdens de bootreis de KL-soldaten verteld dat zij het voorbeeld moesten volgen van de KNIL-soldaten. Deze KNIL-soldaten waren immers gewend om in een jungle omgeving te vechten.

Het KNIL altijd gebruik gemaakt van de Atjeh-methode. Deze methode was een strategie waarin doelgericht werd geplunderd en brandgesticht. De uitgekozen doelen hadden vaak een economische waarde, zoals rijstvelden of andere middelen van bestaan. Door de vernietiging zou de vijand gedwongen worden het verzet tegen de Nederlanders op te geven. Voor het KNIL had deze strategie altijd gewerkt en er werd vanuit gegaan dat het ook weer zou werken bij het breken van het Indonesische radicalisme en de verzetshaarden op de Indonesische eilanden. De Nederlandse overheid had echter nadrukkelijk verboden plantages en andere economisch waardevolle bedrijven te vernietigen. Deze waren nodig om de naoorlogse economie te herstellen. Hierdoor koos het KNIL steeds vaker kampongs waar mogelijke Indonesische vrijheidsstrijders te vinden waren als ‘gericht’ doel voor de Atjeh-tactiek. Kampongs waarin ook nog burgers woonden die het slachtoffer zouden worden van het oorlogsgeweld, om achteraf bestempeld te worden als noodzakelijk. Hierdoor ontstond een probleem, want de dubieuze tactieken van het KNIL voor de Tweede Wereldoorlog zochten al de scheidingslijn van functioneel oorlogsgeweld en buitenproportioneel geweld op. Met de ‘nieuwe’ doelwitten vervaagde die scheidingslijn nog meer’.

Bron 22. Historicus J. A. A. van Doorn over de militaire acties van het KNIL tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Bewerking uit: Doorn, J. A. A. van, en Willem J. Hendrix. Het Nederlands/Indisch conflict: ontsporing van geweld. 3de druk. Amsterdam/Dieren: Bataafse Leeuw, 1985.

‘Aan het einde van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw braken regelmatig opstand uit in Nederlands-Indië. Deze opstanden gingen vaak gepaard met veel geweld, waarbij blanke inwoners van Nederlands-Indië slachtoffer werden van verkrachtingen en verminkingen. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) had een beproefde tactiek om af te rekenen met die opstanden: het koloniale leger viel de tegenstander aan, trok zich terug in het geval van een nederlaag en kwam terug met meer manschappen om de tegenstander met bruut geweld te verslaan. Het motto van het KNIL werd: ‘volledige capitulatie of volledige dood’.

De oorlogsvoering van het KNIL was gericht op de vernietiging van de bestaansmiddelen van de Indonesische bevolking, waarbij stelselmatig kampongs, akkers, boomgaarden en voorraden in as werden gelegd of geconfisqueerd door het leger. Tijdens de Atjeh-oorlog (1873-1942), een van de langslopende conflicten uit het Nederlandse koloniale verleden, zouden die tactieken massale hongersnoden en volksverhuizingen teweegbrengen.  De tactieken bleken echter zeer succesvol vanuit koloniaal perspectief. Met deze Atjeh-tactieken of de Atjeh-methode, kon het Nederlandse koloniale gouvernement met een beperkte hoeveelheid manschappen een relatief groot gebied beheersen. Ook vanuit internationaal perspectief, vooral vanuit Engeland, werd met bewondering gekeken wat de Nederlanders allemaal klaar wisten te spelen in Indonesië. Deze Atjeh-methode zou tot aan de Japanse bezetting in 1942 op grote schaal worden toegepast’.

Bron 23. Een historicus over de oorlogsvoering van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De tactieken die werden toegepast bleken zeer effectief om een groot gebied op brute wijze te beheersen. Bewerking van Kreike, “Genocide in the Kampongs? Dutch nineteenth century colonial warfare in Aceh, Sumatra”, 307-311.

Opdracht 4. Het voortzetten van een traditie?

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 22 en 23 en gebruik je antwoorden bij opdracht 2 op de vorige pagina. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvraag. Leg je antwoord uit en wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar de bronnen op deze pagina, maar ook op de vorige pagina. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag: Op welke manier kan het extreem geweld door Nederlandse soldaten verklaard worden, doordat de Atjeh-methode werd doorgegeven aan de oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen?

5 Vechten in Indonesië

Opdracht 5. Te wapen!

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 24 t/m 27. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvragen. Leg je antwoord uit en wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoorden naar de bronnen. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag 1: Op welke manier werd er door het Nederlandse leger gevochten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog?

Deelvraag 2: Op welke manier werd er door het Indonesische leger gevochten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog?

6. Oorlog of een guerrilla?

Opdracht 6. Vechten tegen een guerrilla

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 28 t/m 38. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvraag. Leg je antwoord uit en wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar de bronnen. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag: Waarom was het voor de Nederlandse soldaten moeilijk, gevaarlijk en angstaanjagend om te vechten tegen de Indonesische vijand?

7. Onderbezetting en de gevolgen

Opdracht 7. Onderbezetting

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 39 t/m 47. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvragen. Leg je antwoord uit en wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar de bronnen. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag 1: Wat waren de oorzaken en de gevolgen van de onderbezetting in het Nederlandse leger?

Deelvraag 2: Hoe probeerde de Nederlandse legerleiding deze onderbezetting op te vangen?

Deelvraag 3: Welke risico’s zijn verbonden aan het niet bestraffen van extreem oorlogsgeweld?

8. Verhulling van geweld

Opdracht 8. Verhulling

Lees en bekijk de bovenstaande bronnen 48 t/m 55. Gebruik deze bronnen bij het beantwoorden van de onderstaande deelvragen en je antwoorden bij opdracht 2 op de vorige pagina. Leg je antwoord uit en wees zo compleet mogelijk. Verwijs in je antwoord naar de bronnen. Klik hier voor extra hulp bij het beantwoorden van een vraag.

 

Deelvraag 1: Waarom probeerde de Nederlandse legerleiding gevallen van extreem oorlogsgeweld te verhullen?

Deelvraag 2: Waarom probeerde de Nederlandse overheid gevallen van extreem oorlogsgeweld te verhullen?

Deelvraag 3: Waarom probeerden Nederlandse soldaten gevallen van extreem oorlogsgeweld te verhullen?

Deelvraag 4: Waarom was externe controle belangrijk tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, maar bleek deze niet effectief?

Opdracht 9. Extreem oorlogsgeweld

Historicus Rémy Limpach stelt in zijn artikel dat extreem oorlogsgeweld werd gepleegd door soldaten en officieren, maar dat dit buitenproportioneel geweld mogelijk was omdat de overheid niet ingreep en de legerleiding dit ook niet deed. Leg uit dat hierdoor zowel de soldaten, de overheid en de legerleiding het mogelijk maakte dat er steeds meer extreem oorlogsgeweld werd gebruikt tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Gebruik de informatie uit de voorafgaande opdrachten.

Opdracht 10. Afsluiting van het individuele onderzoek

Je hebt aan de hand van primaire en secundaire bronnenonderzoek gedaan naar de verschillende factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van extreem oorlogsgeweld.

  1. Vergelijk de antwoorden die jij gegeven hebt bij opdracht 2 t/m 7 met jouw antwoord op vraag 1. Trek jij dezelfde conclusie als Rémy Limpach? Leg je antwoord uit.
  2. Beantwoord de hoofdvraag kort en bondig:

Hoofdvraag

Welke factoren droegen bij aan het ontstaan van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld gebruikt werd?

Afsluitende groepsopdracht
null

Afsluitende groepsopdracht

Samen met je groepsgenoten ga je nadenken over de hoofdvraag in deze afsluitende opdracht. bij de beantwoording van de vraag moet je rekening houden met alles wat je op deze pagina en de vorige pagina hebt geleerd.