Leerroute: De weg naar Linggadjati

Hoofdvraag

Welke factoren droegen bij aan het ontstaan van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld steeds vaker gebruikt werd?

1942
1945
1946
1947
1948
1949
Japanse leger verslaat KNIL en bezet Indonesië.
15 augustus: Japan capituleert. 17 augustus: Soekarno roept de onafhankelijkheid uit. Het gevolg is een periode van onrust. De Britten beginnen met het bevrijden van Nederlands-Indië.
Eerste Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië. In november wordt het Akkoord van Linggadjati getekend.
27 juli tot en met 4 augustus begint de Eerste politionele actie.
19-31 december begin van de Tweede politionele actie.
27 december wordt de soevereiniteit overgedragen aan de Republiek Indonesië. Een migratiegolf vanaf Indonesië begint. Blanke Nederlanders vertrekken naar Nederland.
Leerdoelen
  • Kan uitleggen waarom oorlogsmisdadigers gestraft worden aan de hand van het Oorlogsrecht.
  • Kent het verloop van de Bersiap periode.
  • Kan uitleggen waarom Nederland, door die Bersiap periode, de orde in Nederlands-Indië wilde herstellen.
  • Kan de propaganda ‘boodschap’ uitleggen die de Nederlandse soldaten meekregen richting Nederlands-Indië.
  • Kan de propaganda boodschap verklaren vanuit de Nederlandse overheid en legerleiding.
  • Kan uitleggen waarom Nederlandse soldaten grepen naar extreem oorlogsgeweld.
  • Kan uitleggen wat een guerrillaoorlog is.
  • Kan uitleggen waarom een guerrillaoorlog extreemoorlogsgeweld in de hand speelt.
  • Kan uitleggen dat de Nederlandse dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers in Nederlands-Indië te maken kregen met een koloniale traditie van geweld.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse legerleiding het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid het extreem oorlogsgeweld probeerde te verhullen.
  • Kan uitleggen waarom de Nederlandse overheid en de legerleiding negatieve berichten over de oorlog probeerde te verhullen
  • Kan een historische gebeurtenis, persoon of bron plaatsen binnen de historische context.
  • Kan een argument logisch structureren binnen een antwoord.
  • Kan meerdere perspectieven verwerken in een antwoord.
  • Kan ‘gevoelige historische onderwerpen’ vanuit verschillende perspectieven beschrijven.
  • Kan stelling innemen binnen een historiografisch debat en zijn positie beargumenteren.

Bekijk het filmpje hiernaast. In deze leerroute ga je aan de hand van leerteksten en bronnen antwoord geven op de hoofdvraag van deze leerroute. Deze hoofdvraag is gebaseerd op de onderwerpen die Joop Hueting (uit het filmpje) aansnijdt. In de opdrachten ga je elke keer verschillende perspectieven gebruiken om de opdrachten uit te werken. Bij de verschillende opdrachten staan hulppagina’s vermeld die je kan gebruiken bij de uitwerking van de opdrachten. Vraag je docent voor verdere hulp.

Interview met oud-soldaat Joop Hueting. Bron: Achter het Nieuws, VARA, 1969.

De weg naar Indië

Na de Japanse overgave in 1945 ontstond een machtsvacuüm in Indonesië waar jonge nationalisten, pemuda’s genoemd, gebruik van maakten. Zij wilden niet weer terugkeren naar de periode waarin blanke Nederlanders het Indonesische volk onderdrukten. Deze drang naar vrijheid begon geleidelijke wijs radicale vormen aan te nemen. Nederlanders die net uit de interneringskampen vrijkwamen werden het slachtoffer van dit radicalisme. Zij liepen de kans vermoord of verkracht te worden. De pemuda’s gingen onder de leus Bersiap, wees paraat, de straten op.

In Nederland werd met een oud-imperialistisch sentiment gekeken naar Indonesië, een sentimentele visie verwrongen van racisme en etnische vooroordelen. De inheemse bevolking hadden altijd de neiging gehad om tot geweld te vervallen aldus deze visie. Zij waren net kinderen die een begeleidende hand nodig hadden van een ouder of een voogd. Met die voogdijgedachte werd Nederlands-Indië het grootste gedeelte van de negentiende en begin twintigste eeuw bestuurd. Het radicalisme uit de Bersiap periode en het Indonesische geweld gericht tegen blanke Nederlanders bevestigden het imperialistische beeld: zonder Nederland was er geen rust en orde in Indonesië. Bovendien werden de Indonesische nationalisten geleid door Soekarno. In de Nederlandse media zou hij vooral afgebeeld worden als de ‘Indonesische Mussert’. Vanuit dit perspectief was Soekarno niks anders dan een opruier, die gelijk stond aan de ergste nazioorlogsmisdadigers en communisten. De Republiek Indonesië uitgeroepen door Soekarno werd gezien als een product van Japan. Toen verhalen over de gruweldaden van de Indonesische nationalisten Nederland bereikten, vond de Nederlandse overheid onder druk van de Nederlandse bevolking dat de orde en rust hersteld moest worden in Nederlands-Indië.

‘Sparen lukt de Indonesiër niet, omdat het hem aan innerlijke dwang ontbreekt. Overtuigd van zijn eigen zwakheid zal hij dan ook altijd zijn toevlucht nemen tot een ander en een duidelijk teken is wel de benoeming van een Nederlander als minister van Financiën voor de Grote Oost. Hij zal er zich wel voor houden dat ambt aan een rasgenoot toe te vertrouwen’.

Bron 1. ‘Sparen, een ongekend begrip voor Indonesiërs’, de Volkskrant, 7 juni 1947. Een artikel in de Volkskrant naar aanleiding van de formatie van een Indonesische regering.

Bron 2. Veel Nederlanders waren bang voor het Bolsjewisme, ook wel communisme genoemd. Een weerloze (gebonden) man en een onschuldig kind zijn lafhartig afgemaakt. Het kruis - dat staat voor 'de christelijke Europese cultuur' - ligt er gebroken tussenin. Aan de vrouw is te zien wat er van het communisme komt: wanhoop en verdriet. Bron: verzetsmuseum.nl
Bron 3. Het KNIL maakte gebruik van inheemse Indonesiërs om mee te vechten in gewapende conflicten. Deze inheemse soldaten zouden ook worden ingezet om tegen de soldaten van de Republiek Indonesië te vechten en tegen de Indonesische nationalistische opstandelingen. Bron: Wikimedia Commons.
Opdracht 1. Verwerkingsvragen
  1. Na de Japanse overgave ontstond er een machtsvacuüm.
    A. Leg uit hoe Soekarno gebruik maakte van dit machtsvacuüm. Gebruik in je antwoord: Republiek, soevereiniteit.
    B.   Leg uit hoe de pemuda’s gebruik maakten van dit machtsvacuüm.
  2. Wat betekende dit machtsvacuüm voor de Nederlanders die nog in de Japanse interneringskampen zaten?
  3. Bekijk bron 1.
    A.   Op welke manier kijkt de maker van de bron naar de Indonesische bevolking?
    B.   Is de bron representatief voor de manier waarop een groot gedeelte van Nederland keek naar Indonesiërs? Leg je antwoord uit. Gebruik daarin: racisme, etnische vooroordelen en superioriteitsgevoelens.
  4. Bekijk bron 2. Leg aan de hand van bron 2 uit waarom Soekarno niet vertrouwd werd.
  5. Stelling: ‘In Nederland vond men dat de Indonesische Republiek een product was van Japan’.

    Wat wordt met de bovenstaande stelling bedoeld. Leg de bovenstaande stelling uit.

Demonstratie voor een onafhankelijk Indonesië in Semarang, najaar 1945. Tekening is afkomstig van een Nederlandse ooggetuige. Bron: Kamptekeningen uit bezet Nederlands-Indië (1942-1945), MUSEON/ Geheugen van Nederland.

Rust en orde

Rust en orde herstellen werd het Nederlandse motto waarmee de eerste soldaten naar de kolonie werden gestuurd. De soldaten van het eerste uur waren oud-krijgsgevangenen geweest van de Japanners, geïnterneerde Koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) militairen. Met een door de overheid geformuleerd mandaat moesten deze soldaten de basis leggen voor een grotere krijgsmacht die pas in 1947 zou arriveren. Het mandaat werd losjes geformuleerd: snel en effectief werden de kernwoorden, voor de rest zouden de militairen zelf wel weten welke acties wel en niet toegestaan waren.

Opdracht 2. Verwerkingsvragen
  1. Toen de eerste berichten uit Indonesië kwamen vlak na de Tweede Wereldoorlog Nederland bereikten, vond de overheid dat de rust en orde hersteld moesten worden. Leg uit waarom de Nederlandse overheid het nodig vond om de orde en rust te herstellen. Gebruik in je antwoord: Bersiap, nationalisten, interneringskampen, Japan.
    Tip: Gebruik ook jouw kennis opgedaan uit de vorige pagina.
  2. Leg uit wat een mandaat is.
  3. Leg uit waarom het belangrijk is voor soldaten om een nauwkeurig geformuleerd mandaat te krijgen? Gebruik in je antwoord: oorlogshandelingen, geweld, oorlogsmisdaden.
  4. Leg in je eigen woorden uit wat propaganda is.

Opdracht 3. Propaganda

In deze opdracht gaan we kijken naar de propaganda die door de Nederlandse overheid en de legerleiding ingezet werd om de Nederlandse bevolking te informeren over de gebeurtenissen uit Nederlands-Indië tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Deze propaganda was een manier om de Nederlandse bevolking te ‘informeren’. In deze opdracht maak je gebruik van bronnen 4 t/m 11.

 

  • Elke propaganda poster wil een boodschap overbrengen. Zoek uit welke boodschap dat is voor elke poster. Daarvoor moet je de bron interpreteren. Schrijf je antwoord op als volgt: ‘De maker van bron 9 vind dat Nederlands-Indië bevrijd moet worden van…, dat kan je zien aan…, de maker wil de Nederlandse bevolking motiveren om….’.
  • Geef vervolgens antwoord op de vraag:

    Welk beeld van Nederlands-Indië, de Indonesiër en de Indonesische nationalisten werd gecreëerd door de Nederlandse overheid?

Bron 12. Waarom naar Indonesië? Niet de minste Nederlandse militair legt het uit. Onderdeel van de NPO documentaire De Oorlog.

‘Gepousseerd door een aantal extremistische heethoofden, daarbij oogluikend gesteund door Japanse autoriteiten. Soekarno bezit zeker op Midden-Java als demagoog een reputatie en aanhang en voorlopig speelt hij nog zijn rol in het “politieke schaakspel”. Vooral extreme figuren onder de nationalisten gesteund door in Japansche geest opgeleide inheemse “Hitler-Jugend” hebben alle ruimte gekregen’.

Bron 14. Generaal Spoor had de leiding over de missie in Nederlands-Indië. Spoor had een uitgesproken mening over Soekarno. Bron: Louis Zweers, De gecensureerde oorlog: militairen versus media in Nederlands-Indië 1945-1949 (Zutphen: Walburg Pers, 2013), 30-31.

Bron 13. De eerste Nederlandse oorlogsvrijwilligers gingen met een missie naar Nederlands-Indië. Zij zouden daar wat groots verrichten. Zo herinnerd zich de vrijwilliger in dit fragment ook de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Onderdeel van de NPO documentaire De Oorlog.

Opdracht 4. De bevrijder

Bekijk bron 12 t/m 15 en jouw antwoorden van opdracht 3. Vat in maximaal 100 woorden samen door wie en met welke boodschap de eerste oorlogsvrijwilligers richting Nederlands-Indië werden gezonden. Let op de manier waarop je jouw samenvatting schrijft. De samenvatting moet te begrijpen zijn voor jouw groepsgenoten. Hulp bij het schrijven van een samenvatting.

Bron 15. Wat kregen de Nederlandse militairen te horen van hun missie naar Nederlands-Indië? Bron: Andere Tijden, NPO.

Bron 16. De Nederlandse soldaten hadden verwacht onthaald te worden als bevrijders. In de praktijk werden ze met gemengde gevoelens begroet. Bron: Wikimedia Commons.
Bron 17. De familie Hoekstra laat een foto maken. Zoon Eeltje wordt naar Indonesië gestuurd als een van de dienstplichtigen. Wat de Nederlander weet van Indonesië, heeft hij vaak uit de krant of van de propaganda meegekregen. Bron: privé archief Hoekstra.

Soldaat in Indonesië

Voor de eerste oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen uit Nederland was de aankomst in Indonesië een schok. Via propaganda werd hen voorgeschoteld dat de Indonesische bevolking stond te springen om de hulp van Nederlandse soldaten. De Indonesische vrijheidsstrijders waren een uitzondering op die regel en moesten daarom bestreden worden. Dit vijandbeeld bleek niet te kloppen en moest snel worden aangepast door de nieuwe soldaten van het Koninklijk leger (KL). De nieuwe soldaten hadden een te korte trainingsperiode gehad en wisten niet hoe zij zich moesten acclimatiseren aan de nieuwe jungle omgeving.

Om de overgang te versoepelen naar een nieuw vijandbeeld, werd tijdens de bootreis de KL-soldaten verteld dat zij het voorbeeld moesten volgen van de KNIL-soldaten. Deze KNIL-soldaten waren immers gewend om in een jungle omgeving te vechten. Het KNIL kende een traditie van geweld. Zij hadden altijd gebruik gemaakt van de Atjeh-methode. Deze methode was een strategie waarin doelgericht werd geplunderd en brandgesticht. De uitgekozen doelen hadden vaak een economische waarde, zoals rijstvelden of andere middelen van bestaan. Door de vernietiging zou de vijand gedwongen worden het verzet tegen de Nederlanders op te geven. Voor het KNIL had deze strategie altijd gewerkt en er werd vanuit gegaan dat het ook weer zou werken bij het breken van het Indonesische radicalisme en de verzetshaarden op de Indonesische eilanden.

De Nederlandse overheid had echter nadrukkelijk verboden plantages en andere economisch waardevolle bedrijven te vernietigen. Deze waren nodig om de naoorlogse economie te herstellen. Hierdoor koos het KNIL steeds vaker kampongs waar mogelijke Indonesische vrijheidsstrijders te vinden waren als ‘gericht’ doel voor de Atjeh-methode. Kampongs waarin ook nog burgers woonden die het slachtoffer zouden worden van het oorlogsgeweld, om achteraf bestempeld te worden als noodzakelijk. Hierdoor ontstond een probleem, want de dubieuze tactieken van het KNIL voor de Tweede Wereldoorlog zochten al de scheidingslijn van functioneel oorlogsgeweld en buitenproportioneel geweld op. Met de ‘nieuwe’ doelwitten vervaagde die scheidingslijn nog meer.

‘Wat een belevenis, en wat een gelukzalig volkje! […] We begonnen aan een onbeschrijflijk mooie tocht over het eiland. We kwamen langs schitterend aangelegde sawah’s […]. We verbaasden ons over de kleurschakeringen die de natuur hier bood; over de indrukwekkende stilte om ons heen wanneer we even stilstonden; over de vriendelijkheid van de lachende en wuivende bevolking wanneer we een kampong passeerden. […] boordevol indrukken van dit exotische eiland met haar wonderlijke bewoners hadden we nog dagen stof tot praten’.

Bron 18. Getuigenis van soldaat A. Hooydonk. Bron: Van Holst Pellekaan 1993, 130-131; Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Opdracht 5. Een vreemd land, een vreemd volk en vreemde gebruiken

In 1947 toen de eerste oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen voet aan wal zetten op Java en daarmee Indonesië, waren velen onder de indruk van het land en zijn inwoners. De reacties van de soldaten liepen dan ook uiteen. De onderstaande opdracht gaat over de eerste kennismaking met het nieuwe land en zijn inwoners. Gebruik bij het beantwoorden van de vragen bronnen 16 t/m 21.

 

  1. Is soldaat Hooydonk positief of negatief onder de indruk van Nederlands-Indië? Leg je antwoord uit met behulp van een citaat uit de bron.
  2. Er waren ook soldaten die de nieuwe omgeving intimiderend vonden. Uit welke bron blijkt dit? Leg je antwoord uit met behulp van een citaat uit de bron.
  3. Vanaf het begin werd bij een groot gedeelte van de net aangekomen soldaten twijfel richting de inheemse bevolking gezaaid.
    A.   Uit welke bron blijkt dat er vanaf het begin al twijfel werd gezaaid richting de inheemse bevolking?
    B.   Welk legeronderdeel maakte zich ‘schuldig’ aan het zaaien van twijfel?
    C.   Bekijk bron 3 en 20. Waarom werd alles wat dat legeronderdeel verkondigde geloofd door de nieuwe soldaten?
  4. Ook bleken racisme en vooroordelen mee te spelen in de omgang met de plaatselijke bevolking. Uit welke bron deze vooroordelen en dit racisme blijken? Leg je antwoord uit met behulp van een citaat uit de bron.

‘Ik voel me helemaal niet op me gemak. Het is alles zo vreemd, warm en intens geluidloos, alsof alles om je heen dood en rottend is. Ik ben alleen en zo voel ik me ook. Erg alleen zelfs. Maar je wilt niet weten en je doet gewoon; toch inwendig vol spanning, intuïtief voorbereid op iets vreemds, waarvan je schrikken kunt’.

Bron 19. Getuigenis van een anonieme soldaat. Bron: Hofs 1950, 25. Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

‘We leerden een beetje van de taal, toen nog het Maleis, we kregen wat informatie over land en volk. Dat werd meestal gedaan door KNIL-militairen. Ze vertelden dat de inlanders in het algemeen vriendelijke beleefde mensen waren, maar dat we ze toch nooit moesten vertrouwen. Wij jonge knullen van 20, 21, 22 jaar, namen het zonder meer aan’.

Bron 20. Getuigenis van soldaat Zwart 1995, 135; Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

‘De [Indonesiër] hecht aan macht en machtsvertoon grote waarde. […] Heeft men nu werkelijk gedacht dat ons prestige herwonnen zou worden door het steeds meer verlenen van concessies? Vooral tegen [Indonesiërs]? O, gruwelijke onwetendheid van de psyche van de [Indonesiër], die zo overgevoelig is voor machtsvertoon en vooral voor karaktervolle waardigheid’.

Bron 21. Getuigenis van soldaat Helfrich 1950, 231, 253; Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

‘Aan het einde van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw braken regelmatig opstand uit in Nederlands-Indië. Deze opstanden gingen vaak gepaard met veel geweld, waarbij blanke inwoners van Nederlands-Indië slachtoffer werden van verkrachtingen en verminkingen. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) had een beproefde tactiek om af te rekenen met die opstanden: het koloniale leger viel de tegenstander aan, trok zich terug in het geval van een nederlaag en kwam terug met meer manschappen om de tegenstander met bruut geweld te verslaan. Het motto van het KNIL werd: ‘volledige capitulatie of volledige dood’.

De oorlogsvoering van het KNIL was gericht op de vernietiging van de bestaansmiddelen van de Indonesische bevolking, waarbij stelselmatig kampongs, akkers, boomgaarden en voorraden in as werden gelegd of geconfisqueerd door het leger. Tijdens de Atjeh-oorlog (1873-1942), een van de langslopende conflicten uit het Nederlandse koloniale verleden, zouden die tactieken massale hongersnoden en volksverhuizingen teweegbrengen.  De tactieken bleken echter zeer succesvol vanuit koloniaal perspectief. Met deze Atjeh-tactieken of de Atjeh-methode, kon het Nederlandse koloniale gouvernement met een beperkte hoeveelheid manschappen een relatief groot gebied beheersen. Ook vanuit internationaal perspectief, vooral vanuit Engeland, werd met bewondering gekeken wat de Nederlanders allemaal klaar wisten te spelen in Indonesië. Deze Atjeh-methode zou tot aan de Japanse bezetting in 1942 op grote schaal worden toegepast’.

Bron 22. Een historicus over de oorlogsvoering van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De tactieken die werden toegepast bleken zeer effectief om een groot gebied op brute wijze te beheersen. Bewerking van Kreike, “Genocide in the Kampongs? Dutch nineteenth century colonial warfare in Aceh, Sumatra”, 307-311.

Opdracht 6. Een traditie van geweld

Bekijk bron 3 en lees bron 21. Deze opdracht gaat over de oorlogsvoering van het KNIL. Historicus Kreike beargumenteert dat de oorlogsvoering in Nederlands-Indië, met als doel het onderdrukken van nationalisme en verzet tegen het Nederlandse gezag, zowel economisch als militair was. De onderstaande vragen gaan over deze oorlogsvoering.

  1. Met een beperkte hoeveelheid manschappen kon het KNIL een relatief groot gebied beheersen.
    A.   Leg in je eigen woorden hoe deze tactiek eruit zag.
    B.   Bedenk een praktijkvoorbeeld van hoe deze tactiek eruit zou hebben gezien in Indonesië.
  2. De Atjeh-methode was niet alleen militair oorlog voeren, maar ook economisch. Leg uit op welke manier aan deze methode ook een economische oorlogsvoering verbonden was.
  3. In het oorlogsrecht aan het begin van de twintigste eeuw, dat in de Neurenberger processen werd gebruik in 1945, werd vermeld wat wel en niet mocht tijdens een oorlog. We spreken dan over functioneel oorlogsgeweld (mag wel) en buitenproportioneel oorlogsgeweld (mag niet).
    Beredeneer aan de hand van dit oorlogsrecht (jouw antwoorden bij opdracht 2 op de vorige pagina) of deze Atjeh-methode wel mocht? Gebruik in je antwoord: functioneel geweld, burgers, kampongs.

Opdracht 7. Het doorgeven van een traditie

In deze opdracht gaan we kijken hoe de (koloniale) traditie van geweld door werd gegeven tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Lees de onderstaande stelling.

 

Stelling: ‘De traditie van geweld en daarmee de Atjeh-methode werd via het KNIL doorgegeven aan de nieuwe Koninklijke Landmacht soldaten die in 1947 in Indonesië aankwamen’.

 

Beredeneer aan de hand van jouw antwoorden bij opdracht 5 en 6, de bronnen die je bij de opdrachten gebruikt hebt en de leertekst of jij het eens of oneens bent met de bovenstaande stelling. Houd rekening met de historische context. Jouw antwoord moet goed te volgen zijn voor jouw medeleerlingen en de docent.

Vechten in Indonesië

De Britse soldaten die vlak na de Tweede Wereldoorlog waren begonnen met het bevrijden van Nederlands-Indië waren oorlogsmoe. Zij hadden al tegen Nazi-Duitsland en Japan gevochten. Engeland had geen zin om ook nog een oorlog aan te gaan tegen de Republiek Indonesië, daarom hadden de Engelsen alleen Batavia bevrijd. Met de komst van de eerste Nederlandse soldaten, begonnen de Engelse soldaten met hun vertrek. De Nederlandse legerleiding wilde actie zien. De overheid wilde afwachten en tot een compromis komen met de Republiek Indonesië via de politieke weg.

Bron 23. De aankomst van de eerste Nederlandse soldaten. Wat was hun taak? Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

Bron 24. De eerste politionele actie: Operatie Product, had meerdere oorzaken en gevolgen. Naarmate de oorlog vorderde, werden de gevechten steeds gewelddadiger. Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

Bron 25. De Tweede politionele actie: Operatie Kraai, had als doel de Republiek Indonesië te dwingen de nieuwe Nederlandse versie van het Akkoord van Linggadjati na te komen. Bij de tweede actie wisten de Nederlandse soldaten zelfs de hoofdstad Yogyakarta van de Indonesische republiek te bereiken en politieke kopstukken als Soekarno te arresteren. Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

Opdracht 8. Verwerking

Bekijk de bovenstaande filmpjes van links naar rechts. Maak daarna de onderstaande vragen met behulp van bron 22 t/m 24.

  1. De eerste Nederlandse militairen die aankwamen in Indonesië wilden gelijk overgaan tot actie. De Nederlandse overheid gaf echter niet het bevel hiervoor. Leg uit waarom de Nederlandse overheid niet het bevel aan de legerleiding gaf om de Indonesische Republiek aan te vallen.
  2. Wat was de taak van de Nederlandse soldaten in het voorjaar van 1947?
  3. Leg het doel uit van Operatie Product. Gebruik in je antwoord: economie, legerleiding, overheid.
  4. Na de eerste politionele actie moest de Nederlandse overheid haar handelen internationaal verdedigen en de militaire actie stoppen door internationale kritiek van onder andere de Verenigde Staten. De overheid stelde dat die actie geen militaire agressie was om de economische bezittingen terug te winnen, maar de actie had als doel de orde en rust in de bezette gebieden te laten terugkeren.
    Leg uit waarom de Nederlandse overheid voor die formulering koos. Gebruik in je antwoord een voorbeeld uit bron 23.
  5. Waarom dachten de Nederlanders dat na de tweede politionele actie de Republiek Indonesië verslagen was?
  6. Beredeneer aan de hand van jouw kennis uit de vorige bronnen en leerteksten dat de Indonesische Republiek niet afhing van zijn leiders. Gebruik in je antwoord: nationalisten, Soekarno, verzet.

De gevechten in Indonesië waren chaotisch. De Nederlandse krijgsmacht dacht dat het de wapens zou moeten opnemen tegen de Republiek Indonesië, maar kwam erachter dat de vijand verschillende vormen had aangenomen. Er was een Indonesisch leger, met een leider die niet altijd wilde luisteren naar de politieke leiders. Daarnaast waren er allerlei andere, soms machtige strijdgroepen die ook tegen het Nederlandse leger vochten, maar soms ook tegen de Republiek en tegen elkaar. Bovendien waren er op lokaal niveau allerlei paramilitaire groeperingen waarvan het onduidelijk was in hoeverre zij de republiek steunden of vooral criminele bendes waren die gebruik maakten van de situatie om zichzelf te verrijken.

Opdracht 9. Oorlog of een guerrilla?

Bron 26. Vochten de Indonesische vrijheidsstrijders en extremisten wel een oorlog uit? Dat was de situatie waar de Nederlandse overheid, de legerleiding en de soldaten te velde zich zorgen om maakten in 1947-1949? Bron: Andere Tijden, NPO.

Bron 27. De gevechten die tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog plaatsvonden waren vaak onoverzichtelijk. Een oud-soldaat legt uit waarom. Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

Bekijk bron 26 t/m 36. Let op, een gedeelte van de bronnen staan in een carrousel. Om de onderstaande vragen te beantwoorden, moet je gebruik maken van bron 26 t/m 36. Gebruik in je antwoord elke keer een voorbeeld uit een bron!

  1. Leg uit waarom de eerste politionele actie door Nederland gezien werd als een succes?
  2. De Indonesische strijders konden niet op dezelfde manier vechten als het Nederlandse leger. Leg uit op welke manier de Indonesiërs vooral terug begonnen te vechten na de eerste politionele actie. Tip: leg deze tactiek ook uit!
  3. De tactiek van de Indonesische vrijheidsstrijders was niet alleen gericht op de Nederlandse soldaten, maar ook op de eigen bevolking. Leg uit waarom ook de eigen bevolking het doelwit werd.
  4. Leg uit waarom de situatie die ontstond doordat de Indonesische vrijheidsstrijders gebruik maakten van de eerdergenoemde tactiek, de Nederlandse soldaten angst aan jaagden. Gebruik in je antwoord: guerrilla, onzichtbaar, uniform, angst.
  5. Uit welke bron(nen) blijkt dat deze situatie de Nederlanders veel angst aanjaagden?

Bron 37. Digitale kaart van Indonesië (Google Maps). Nederlands-Indië bestond uit verschillende eilanden. Op verschillende eilanden ontstonden verzetshaarden tegen het Nederlandse gezag. Om dit verzet te breken moest het Nederlandse leger verspreid worden over een gigantisch omvangrijk gebied.

Opdracht 10. Geografische beperkingen

Bekijk bron 37. Deze bron is een digitale weergave van Indonesië. De kaart kan bewogen worden, zodat de omvang van Indonesië vergeleken kan worden met de omvang van Nederland. Bekijk de Indonesische geografie. Het Indonesische archipel staat bekend om zijn dichte en slecht begaanbare jungles, onbegaanbare bergketens en beklemmend tropisch klimaat.

De Nederlandse overheid had maar een beperkt aantal Nederlandse soldaten om tijdens de politionele acties in te zetten. Beredeneer 3 problemen waarmee het Nederlandse leger te maken kon krijgen aan de hand van: de Indonesische geografie, het klimaat en landschap.

Extreem oorlogsgeweld?

Nederlandse leger had niet genoeg manschappen om iedere soldaat van rugdekking te voorzien. Dat maakte op patrouille gaan heel gevaarlijk. Historici en Nederlandse soldaten over de gevolgen voor dit tekort aan soldaten in hun strijd tegen de guerrillatactiek van de Indonesische tegenstander:

Opdracht 11. Gevolgen van de onderbezetting.

In deze opdracht ga je uitzoeken welke gevolgen het tekort aan militairen had voor de oorlogssituatie in Nederlands-Indië in de periode 1947-1949. Ook kijk je naar de manier waarop de Nederlandse soldaten probeerden terug te vechten tegen de guerrilla tactieken van de Indonesische vijand. Bij de onderstaande vragen moet je de bron elke keer interpreteren. Kijk daarbij ook goed naar het onderschrift van de bron. Elke vraag bestaat uit een aantal gedeelten die jouw helpen met deze interpretatie. Gebruik bron 38 t/m 44.

  1. Bekijk Bron 38, historicus J. A. A. van Doorn over patrouille gebieden.
    A.   Leg uit wat het gevolg was van te weinig militairen om te patrouilleren.
    B.   Konden de Nederlandse soldaten dan nog wel effectief hun werk doen?
    C.   Door een tekort aan manschappen liepen de Nederlandse soldaten door de guerrillatactiek van de Indonesische vrijheidsstrijders extra risico bij het uitkammen van een kampong. Leg uit waarom de Nederlandse extra risico liepen.
  2. Bekijk bron 39, historicus Rémy Limpach over de gevolgen van onder bemanning.
    A.   Leg uit wat het gevolg was van te weinig militairen voor de manier waarop militairen werden ingezet door de legerleiding.
    B.   Beredeneer waarom het gevaarlijk is als de zogenaamde ‘psychopaten’ onderdeel blijven van de Nederlandse legermacht.
    C.   Beredeneer dat als het gedrag van deze psychopaten niet bestraft werd, de andere militairen dit gedrag konden gaan overnemen. Gebruik in je antwoord: bestraffing, legerleiding, gedogen, overnemen.
  3. Bekijk bron 40, de getuigenis van Jan Glissenaar uit 1949.
    A.   Leg uit waarom Nederlandse soldaten huizen in kampongs in brand moesten steken.
    B.   Deze tactiek zou negatieve gevolgen hebben voor de relatie met de Indonesische bevolking. Leg uit welke gevolgen dat zouden kunnen zijn.
  4. Bekijk bron 41, de getuigenis van soldaat Jan te Golde uit 1949.
    A.   Waarom vielen er zoveel burgerslachtoffers aldus soldaat Jan te Golde?
    B.   Beredeneer waarom Te Golde dit pijnlijk vond?
  5. Bekijk bron 42, de getuigenis van artillerie soldaat J. P. H. Peters.
    A.   Zoek op wat een sniper/sluipschutter is (tip: gebruik het internet).
    B.   In de bron staat dat een artilleriebombardement werd uitgevoerd. Leg uit waarom deze plaatsvond.
    C.   Beredeneer waarom geen Nederlandse soldaten de kampong binnentrokken om opzoek te gaan naar die sluipschutter.
    D.   Wat is het risico van zo’n bombardement voor de burgers wonend in de kampongs?
  6. Bekijk bron 43, historicus Rémy Limpach over de gevolgen van onderbemanning.
    A.   Op welke manier werden Indonesiërs gebruikt om het tekort aan soldaten op te vangen aldus Limpach?
    B.   Leg uit op welke manier dit zowel aan de kant van de vrijheidsstrijders als aan de Nederlandse kant leidde tot extreem geweld?
  7. Bekijk bron 44, de getuigenis van soldaat W.J. Tomesen uit 1949. De actie beschrijven in bron 44 vond plaats naar aanleiding van vijftig vrijheidsstrijders die zich hadden verscholen in een kampong.
    A.   Soldaat W.J. Tomesen zegt dat de actie nodig was. Leg uit waarom Tomesen vond dat de actie met de spitfires nodig was.
    B.   Tomesen vind het erg voor de bevolking in de kampong, maar ook voor de bevolking die staat toe te kijken samen met de Nederlandse militairen. Toch heeft hij zo zijn twijfels over de onschuld van de bevolking. Beredeneer waarom Tomesen twijfelt.
  8. Bekijk bron 45, de getuigenis van een soldaat van de militaire inlichtingendienst uit 1947.
    A.   Leg uit waarom een contraguerrilla werd aangegaan.
    B.   Welke mening heeft de maker van de bron over deze militaire tactiek?
  9. Bekijk bron 46, de getuigenis van een KL-sergeant uit 1947.
    A.   Beredeneer waarom de KL-sergeant een gevangene verhoorde.
    B.   Wie deden volgens de maker normaal de verhoren?
    C.   Welke middelen werden ingezet bij zo’n verhoor?
  10. Het KNIL was er om de ‘nieuwe jongens’ te ondersteunen bij de aankomst in Indonesië. Zij wisten hoe je tegen een guerrilla moest vechten: op dezelfde brute manier terugslaan.
    Beredeneer aan de hand van wat je tot nu toe geleerd hebt over het KNIL, de traditie van geweld en de onderbezetting; dat de nieuwe Nederlandse soldaten de tactieken van het KNIL overnamen om zich staande te houden in de gevechten tegen de Indonesische vrijheidsstrijders.

Opdracht 12. Extreem oorlogsgeweld

Bekijk bron 38 t/m 46 nog een keer en bron 47. In de bronnen zou extreem oorlogsgeweld beschreven kunnen staan. Gebruik je kennis van het oorlogsrecht (opdracht 2 op de vorige pagina) om te beoordelen of er mogelijk sprake is van de schending van dit oorlogsrecht. Doe dit voor bronnen 38 t/m 47. Schrijf je antwoord als volgt op:

 

  • In bron 38 is er wel/niet sprake van extreem oorlogsgeweld, want in de bron staat…., volgens het oorlogsrecht mag dit wel/niet want oorlogsrecht zegt….. hierover.

Bron 47. Een Baboe (wasvrouw) doet de was. Er waren veel Indonesische vrouwen die voor het Nederlandse leger werkten. Zij deden de was voor de soldaten. Daarnaast kwam het voor dat zij geld aannamen in ruil voor seks. Veel gevallen zijn ook bekend dat de seks niet vrijwillig was. De baboes vreesden om ontslagen te worden of erger als zij geen seks hadden met de soldaten. Bron: Collectie Tropen Museum.
Opdracht 13. Oorlogsmisdaden?

Bekijk bron 38 t/m 46 nog een keer en bron 47. In de bronnen zou naast extreem oorlogsgeweld ook sprake kunnen zijn van oorlogsmisdaden. Vanuit Nederlands perspectief is vaak gesproken over functioneel oorlogsgeweld in plaats van extreem oorlogsgeweld. De Nederlandse soldaten zeiden dat ze geen andere keus hadden. Indonesiërs spreken wel van oorlogsmisdaden als zij het hebben over dezelfde gebeurtenissen. (1) Beargumenteer aan de hand van de bronnen of Nederlandse soldaten tijdens de oorlog hun handelingen zagen als oorlogsmisdaden. (2) Beargumenteer aan de hand van de bronnen of de Indonesische soldaten en slachtoffers van geweld, de gevechtshandelingen van de Nederlanders als oorlogsmisdaden zouden bestempelen. Let op! Dit is geen juridisch oordeel. Je kijkt of het bestempelen van een oorlogsmisdaad van het perspectief afhangt.

Doe dit als volgt:

  • In bron 38 is er vanuit Nederlands perspectief wel/niet sprake van een oorlogsmisdaad, want in de bron staat….
  • In bron 38 is er vanuit Indonesisch perspectief wel/niet sprake van een oorlogsmisdaad, want in de bron staat….

Verhulling

Naarmate de oorlog vorderde, ontstonden er steeds vaker geruchten dat Nederlandse soldaten zich schuldig maakten aan extreem oorlogsgeweld. De Nederlandse legerleiding en de overheid deden nauwelijks iets om dit geweld te voorkomen. Incidenten van extreem geweld werden gelegitimeerd weggeschreven in de officiële verslagen van de legerleiding als ‘noodzakelijk om de veiligheid van het personeel te waarborgen’. Ook werden incidenten door de legerleiding goed gepraat, want het was logisch dat de soldaten soms uit wraak vrijheidsstrijders doodschoten als diezelfde strijders eerder op ‘gruwelijke’ wijze een kameraad hadden gedood.

Voor soldaten gold een andere gedachtegang. Als methoden effectief waren gebleken, zoals het in brand steken van kampongs om de Indonesische vijand uit te roken, dan werden ze vaker toegepast vanuit de mentaliteit: ‘liever zij dood dan ik’. Dat daarbij ook burgerslachtoffers, was jammer. Deze methoden werden verspreid als ze niet werden afgestraft. De soldaten zouden gaan denken dat ze goedgekeurd werden door de legerleiding als deze de methoden niet bestrafte. Het gevolg was dat dit soort tactieken wijdverspreid voorkwamen.

Vanuit de legerleiding werd dan ook actief aan verhulling gedaan door enerzijds de bestraffing van extreem oorlogsgeweld over te laten aan officieren te velde, die vaak kozen voor een tik op de vingers. Anderzijds door bewust niet over te gaan op een krijgsraad, aangezien deze het imago van het leger zou schaden en een mogelijk risico zou vormen voor de missie in Indonesië. Een slecht imago zou kunnen betekenen dat de Nederlandse samenleving niet meer achter de missie in Indonesië zou staan. De legerleiding had die steun hard nodig om de missie succesvol ten einde te brengen, aangezien het alle oorlogsvrijwilligers kon gebruiken.

Ook Nederlandse ambtenaren in Indonesië en Nederland verhulden extreem geweld door soldaten. De ambtenaren vonden dat zij niet bevoegd waren soldaten te vervolgen: dat was de taak van de legerleiding. Bovendien wilden deze overheidsfunctionarissen niet het imago van het leger en daarmee de Nederlandse missie schaden door actief soldaten te vervolgen. De geruchten van extreem geweld strookten niet met het zelfbeeld wat veel Nederlanders hadden: de strijder die vocht voor mensenrechten en dat had aangetoond door te vechten tegen de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er werd gedacht dat het allemaal wel mee viel en dat dit extreem oorlogsgeweld incidenteel was.

Bron 48. Naarmate de oorlog vorderde begon het geweld aan Nederlandse en Indonesische kant te escaleren. Beide kanten werden steeds gewelddadiger. Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

Bron 49. Twee perspectieven op de periode 1947-1949. Bron: documentaire reeks De Oorlog, NPO.

‘De lijken van de [standrechtelijk] geëxecuteerden moesten worden opgegraven en verbrand, om zo de sporen van het lugubere bedrijf uit te wissen, voordat het wereldkundig zou kunnen worden gemaakt. Dit duurde tot middernacht en het scheen dat alle sporten waren uitgewist’.

Bron 50. Interview met oud-soldaat Math Jalhay uit 1983. Bron: Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, 154.

‘Ook in het havengebied waren uiteraard hongerlijders die wel eens probeerden wat eten te stelen. […] De meesten van hen werden met een welgemikt schot van de KNIL-man als een rat doodgeschoten. De lijken werden vervolgens door koelies in een jutezak gestapt en achter het gebouw begraven. […] De soldaat die het schot gelost had was trots op zijn daad’.

Bron 51. Memoires van soldaat Jan van ’t Zand, in Van ’t Zand 1994. Bron: Interview met oud-soldaat Math Jalhay uit 1983. Bron: Oostindie, Hoogenboom, en Verwey, Soldaat in Indonesië, 1945-1950: getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, 193.

Bron 52. KNIL soldaten kregen instructie om ´vijandige elementen´ te zoeken om te laten ondervragen door de officieren. Bron: 106465 (persfoto), Het militaire leven, Nederlands Nationaal Militair Museum, Soesterberg.
Bron 53. Het Nieuwsblad voor Sumatra bericht op 1 juli 1949 van een Nederlander die vecht voor het Indonesische vrijheidsstreven.
Opdracht 14. Verhullingen in de media

Bekijk bron 48 t/m 53. Bronnen 50 t/m 53 zijn in de periode 1947-1949 via de media: radio, tv en krant verspreid. De Nederlandse legerleiding en de overheid vonden deze verspreiding zeer kwalijk.

Je bent een medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken in 1949. Minister Johannes Henricus van Maarseveen geeft jou de opdracht een een korte brief van minimaal 200 woorden te schrijven, die naar elk mediabedrijf kon worden verstuurd. In deze brief moeten de volgende punten aan bod komen:

  • Leg uit waarom het schadelijk is dat deze media bron 50 t/m 53 publiceren, vanuit het oogpunt van de soldaten.
  • Leg uit waarom het schadelijk is dat deze media bron 50 t/m 53 publiceren, vanuit het oogpunt van de overheid.
  • Leg uit waarom het ‘logisch’ is dat militairen soms over de schreef gingen, gezien de situatie die was ontstaan door de guerrillaoorlog.
  • Leg uit waarom dit een vertekend beeld gaf van de reden waarom Nederlanders naar Indonesië waren gegaan.

Gebruik bij het schrijven van de brief de leertekst over verhulling en de bronnen 48 t/m 53. Houd goed rekening met de historische context! Beredeneer waarom de Nederlandse overheid dit soort mediabedrijven zeer schadelijk vond.

‘Het oorlogsrecht stelde dat deze [controleurs] nodig waren om het recht te bewaken en legereenheden te wijzen op de grenzen van aanvaardbaar oorlogsgeweld en buitenproportioneel oorlogsgeweld. De Verenigde Naties (VN) en de Veiligheidsraad stuurden wel militaire waarnemers naar Indonesië, maar die waren met te weinig om grondig onderzoek te kunnen doen naar extreem oorlogsgeweld in de oorlogsgebieden. Bovendien werden de aanvragen van de buitenlandse waarnemers om bepaalde gebieden te controleren langzaam verwerkt. Hierdoor konden soldaten makkelijk gevallen van extreem geweld verdoezelen’.

Bron 54. Historicus Rémy Limpach over het belang van externe controle tijdens oorlogsconflicten. Bewerking uit: Limpach, De brandende kampongs van generaal Spoor, 565.

‘Netherlands cooperation is necessary before Military Observers can function at all in the field […], mainly because of scarcity of supplies, accommodation and amenities in occupied areas’.

Bron 55. Een Amerikaanse VN-waarnemer over de samenwerking met de Nederlanders tijdens het conflict in Indonesië. Bron: NA, SNI, 1352, Milex Board directive no. 5, Major John H. Harden (USA), 2 februari 1949.

Opdracht 15. Externe controle door de Verenigde Naties

Bekijk bron 50, 54 en 55. Deze opdracht gaat over het belang van controleurs in oorlogsgebieden, die niet aangesloten zijn bij één van de vechtende partijen. Historicus Rémy Limpach stelt dat externe controleurs, bijvoorbeeld van de VN, helpen bij de bestrijding en het voorkomen van extreem oorlogsgeweld en oorlogsmisdaden. Beredeneer aan de hand van bron 50, 54 en 55, waarom deze historicus dat vindt. Gebruik een voorbeeld uit de bron om je antwoord toe te lichten.

Opdracht 16. Extreem oorlogsgeweld in perspectief

Een aantal historici doen onderzoek naar extreem oorlogsgeweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Hun opvattingen verschillen. Lees hieronder de verschillende opvattingen:

  • Historicus A: ‘Het oorlogsgeweld is toe te schrijven aan enkele rotte appels binnen het leger. Deze soldaten gebruikten extreem geweld zoals verkrachtingen, moord een roof om te bereiken wat zij wilden. Het extreem oorlogsgeweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog is dan ook alleen toe te schrijven aan deze soldaten. De overheid, legerleiding en overige soldaten moeten niet op dit extreem geweld worden afgerekend. Het creëren van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld werd gebruikt was niet het doel van de missie naar Nederlands-Indië. Orde en rust moesten naar de kolonie worden gebracht. De collaborateurs die tijdens de bezetting hadden samengewerkt met Japan moesten gestraft worden; zij zouden niet de mening van de Indonesiër vertegenwoordigen. Ook moesten de oorlogsmisdadigers uit de Bersiap periode via het oorlogsrecht worden bestraft. Dat de situatie zou escaleren in een oorlog waarin extreem geweld werd gebruikt, had niemand kunnen voorzien. De overheid, legerleiding en de soldaten mogen dan ook niet worden afgerekend op die ontstane situatie’.
  • Historicus B: ‘Veel soldaten waren schuldig aan extreem oorlogsgeweld. Dit geweld werd via het KNIL doorgegeven aan de oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen die uit Nederland kwamen. De propagandafilmpjes en posters, door de voorlichtingsdienst van het leger opgesteld, droegen bij aan een vijandbeeld waardoor de soldaten sneller geneigd waren te grijpen naar oorlogsgeweld en steeds vaker extreem oorlogsgeweld’. Bovendien vond de legerleiding dat de soldaten geen gevaar mochten lopen tijdens militaire acties. Vaak werd gekozen voor het bombarderen van een kampong of het in brand steken van een kampong. Hierbij kwamen burgers om het leven. Dus  sommige soldaten, heeft ook de legerleiding heeft bijgedragen aan een situatie waarin extreem oorlogsgeweld steeds normaler werd’.
  • Historicus C: Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog werden problemen in de kolonie opgelost door gerichte verwoestingen aan te richten, waarbij vaak burgers het slachtoffer werden van dit oorlogsgeweld. Deze traditie werd doorgegeven via het KNIL aan de nieuwe soldaten die uit Nederland kwamen. Deze methode was de enige manier voor de soldaten om zich staande te houden in een oorlogssituatie die beangstigend en gevaarlijk was. Door deze methode vervaagden de grenzen van wat voor soort geweld was toegestaan en wat niet. De overheid en de legerleiding grepen niet in. Zij hadden een oorlog te winnen en waren afhankelijk van de publieke opinie in Nederland. Geruchten van extreem geweld mochten dan ook niet Nederland bereiken. Het beeld wat geschetst werd door de propaganda moest intact blijven. Nederland bracht orde en rust, geen geweld en chaos. Extreem geweld werd niet bestraft. Door deze factoren zijn zowel soldaten, legerleiding als de overheid schuldig aan het creëren van een oorlogssituatie waarin extreem oorlogsgeweld gebruikt werd.

Met welke historicus ben jij het eens, als jij een zo compleet mogelijk beeld wilt geven van het geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog? Leg uit waarom jij het met hem eens bent. Betrek in je antwoord het perspectief van de Nederlandse soldaten, legerleiding en de overheid. (Tip: gebruik de antwoorden en de kennis die je hebt opgedaan uit de vorige opdracht).

Afsluitende groepsopdracht
null

Afsluitende groepsopdracht

Samen met je groepsgenoten ga je nadenken over de hoofdvraag in deze afsluitende opdracht. Bij de beantwoording van de vraag moet je rekening houden met alles wat je op deze pagina en de vorige pagina hebt geleerd.