Kruistochten: omdat God het wil?
In de 11e eeuw werden grote delen van het Midden-Oosten, waaronder Jeruzalem, veroverd door een Turks-Islamitisch volk, de Seldjoeken. Deze Turken, zoals ze in Europa werden genoemd, waren niet altijd even vriendelijk tegenover christenen die op pelgrimstocht naar het Heilige Land gingen. Zo noemden christenen de stad Jeruzalem en omgeving, het gebied waar Jezus gepreekt zou hebben. In 1009 liet kalief al-Hakim de Heilig Grafkerk verwoesten, die was gebouwd boven het graf van Jezus. Alle inwoners van Jeruzalem reageerden geschokt, niet alleen christenen! Jeruzalem was niet alleen heilig voor christenen omdat Jezus er zou zijn gestorven en lag begraven. Het was ook een heilige plaats voor joden en moslims. Voor joden was Jeruzalem de stad van de vroegere joodse tempel. Volgens moslims had Mohammed een reis naar de hemel gemaakt vanaf de Tempelberg.
Jeruzalem bevrijden
In 1095 kwamen honderden mensen samen bij het Franse stadje Clermont, om te luisteren naar Paus Urbanus II. Deze had een oproep gekregen van de Byzantijnse keizer. De keizer – die zichzelf zag als opvolger van de grote Romeinse keizers uit de oudheid – had meer soldaten nodig om zijn rijk te beschermen. De keizer liet de paus weten dat ‘als het Byzantijnse Rijk zou vallen, de gehele christelijke wereld in gevaar was’. Met diezelfde woorden wist Urbanus II de menigte over te halen om die boodschap over heel Europa te verspreiden.
Na de oproep in Clermont riepen rondtrekkende monniken in heel Europa mensen op om mee te doen en land te veroveren op niet-christenen. Deze gewapende tochten werden kruistochten genoemd. Deze monniken beloofden een volledige aflaat aan elke deelnemer die zou sterven. Deelnemers droegen een (rode) kruis als teken van hun heilige strijd en schreeuwden in de strijd: ‘Deus Vult’, omdat God het wil!
In 1096 vertrok een enorm leger van vorsten, edelen, roofridders, boeren, burgers, monniken en zelfs criminelen over land via Constantinopel naar Anatolië en Syrië. De eerste slachtoffers van dit leger waren niet moslims maar joden die in Oost-Europa woonden. Na een vreselijke tocht ven enkele jaren stonden de kruisvaarders in 1099 voor de poorten van Jeruzalem. Van het gigantische leger dat uit Europa was vertrokken was weinig meer over. Maar toch wisten ze Jeruzalem op de Arabieren te veroveren, die inmiddels de Turken hadden vervangen als heersers van Jeruzalem. Na Jeruzalem veroverden de kruisvaarders ook gebieden langs de oostkust van de Middellandse Zee. Ze stichtten er vier kruisvaardersstaten, waar ze zich vestigden en gingen heersen over de plaatselijke bevolking.
Constante contacten
Om de kruisvaardersstaten te verdedigen volgenden nog acht kruistochten. Want de Eerste Kruistocht had diepe indruk gemaakt op de moslims. Zij wilden terugslaan. Zo ook de beroemde Arabische generaal Saladin. Hij stond aan het hoofd van een Arabisch leger dat in 1187 Jeruzalem veroverde. Weer namen Europeanen de wapens op om te gaan vechten in het Heilige Land. Met het succes voor ogen van de Eerste Kruistocht, hoopten zij dat ze hetzelfde konden bereiken. Maar Jeruzalem bleef in Arabische handen. In de oorlogen die daarop volgden, verloren de Europeanen steeds meer terrein. In 1291 werd Akko, de laatste kruisvaardersstaat, door de Arabieren veroverd.
De tijd van de kruistochten duurde bijna twee eeuwen. In die lange periode leerden de kruisvaarders het Midden-Oosten op een andere manier kennen. De cultuur was verfijnd en ontwikkeld. Dat kwam onder andere doordat de kennis uit de Oudheid hier goed bewaard was gebleven. Die verfijnde cultuur, met z’n ideeën en gewoonten, werden overgenomen door de Europeanen. Zo leerden ze van de Arabieren dat duiven als postduiven gebruikt konden worden. Ook liet de Franse koning Lodewijk IX een ziekenhuis bouwen in Parijs, nadat hij zo’n goed functionerend gebouw met eigen ogen had gezien tijdens de Zevende Kruistocht. Zo werden ook het tientallig cijferstelsel overgenomen van de Arabieren. De Italiaan Fibonaccio uit Pisa begreep dat dit systeem met tien cijfers, inclusief nul, het rekenen veel makkelijker maakte dan rekenen met Romeinse cijfers. Maar ook werd de geneeskunde afgekeken van de Arabieren. Men kende zelfs al oogoperaties!
Niet alleen de cultuur werd mee teruggenomen naar Europa. Doordat Arabieren en Europeanen niet alleen oorlog tegen elkaar voerden, maar ook handel met elkaar dreven; maakten Europese handelaren kennis met exotische producten als rijst, suiker, papier, katoen, zijde en specerijen. Italiaanse steden als Venetië en Genua profiteerden daarvan. Hoe meer kennis over de Arabische wereld Europa bereikte, hoe meer vraag er ontstond naar Arabische producten.
Langetermijngevolgen
De kruisvaarders bouwden in hun gebieden veel kastelen en stadsmuren. Daarvan is een groot deel bewaard gebleven. Maar verder hebben Europeanen geen sporen nagelaten in dit gebied. In de ogen van Arabieren waren de Europeanen wrede en weinig verdraagzame veroveraars. Voor de Europese cultuur hadden Arabieren weinig of geen interesse.
Andersom vertelden de teruggekeerde kruisvaarders in Europa over hun moedige en heldhaftige tegenstanders. Er ontstond een idee over wat is was om ridder te zijn en over ridderlijkheid, afgekeken van de ridderlijke Arabische generaal Saladin. Volgens dat ridderlijke idee moesten ridders niet alleen vechten maar ook vrouwen, kinderen en zwakkeren beschermen. Daardoor ontstonden bijvoorbeeld organisaties van riddermonniken, zoals de hospitaalridders, die in de kruisvaardersstaten ziekenhuizen stichtten en pelgrims beschermden. Deze organisatie bestaat tegenwoordig nog steeds.
Literatuur
Asbridge, Thomas. The First Crusade: A New History. Londen: Simon & Schuster UK Ltd, 2004.
Rosenwein, Barbara H. A short History of the Middle Ages. Toronto: University of Toronto Press; 5e editie, 2018.
Tang, Frank. De middeleeuwen: een kleine geschiedenis. Amsterdam: Prometheus; 2e druk, 2017.











