Alexander de Grote: een succesverhaal?
Alexander (356 – 323 v.C.) was een koningszoon uit Macedonië, een gebied dat ten noordoosten van Griekenland lag. Zijn vader was Philippus, van wie hij het koningschap over Macedonië had geërfd en ook zijn veroveringsdrang. Philippus had tijdens zijn regeerperiode heel Griekenland onder zijn heerschappij gebracht. Door de onderlinge ruzie tussen de Griekse stadstaten wist de Macedonische koning één voor één de poleis te veroveren. Philippus beloofde dat de stadstaten hun eigen bestuur mochten blijven regelen. Dat waren ze namelijk gewend. Maar in de praktijk werden de poleis vanuit Macedonië bestuurd. Daardoor was hun autonomie verleden tijd.
Alexanders succes
Alexander erfde deze situatie van zijn vader en had het ambitieuze plan om het hele Perzische Rijk te veroveren. Hierdoor zou de oudste vijand van de Grieken uitgeschakeld worden. Dit Perzische Rijk strekte zich uit van West-Turkije, Egypte en het huidige Afghanistan. Uiteindelijk slaagde Alexander op 33-jarige leeftijd het hele Perzische Rijk te veroveren. Daarnaast was hij begonnen aan nog een veldtocht, gericht op de verovering van India. Tijdgenoten van Alexander waren onder de indruk van zijn kunnen: ‘het had veel moeite gekost om honderdduizend soldaten te voeden en te motiveren om te vechten zo ver van hun thuis’. Volgens oud Griekse geschiedschrijvers lag het aan een combinatie van Alexanders persoonlijke eigenschappen en militaire inzicht. Drie van die eigenschappen vormen een mogelijke verklaring voor Alexanders succes.
Allereerst was de jonge Macedonische koning een groot militair. Hij stond bekend als een man met een enorm doorzettingsvermogen. Volgens de verhalen twijfelde Alexander nooit aan zijn eigen kunnen. Bovendien was hij ook een groot strateeg, die veldslagen tot in detail voorbereidde en zijn legeronderdelen op verrassende manieren opstelde en inzette. Dan werd het voor zijn vijanden moeilijk om te voorspellen wat hij op het slagveld van plan was. Hierdoor wist de jonge Macedonische vorst het veel grotere leger van de Perzische koning Darius III in de pan te hakken.
Daarnaast had Alexander ook talent voor politiek. De ene keer was hij wreed, dan weer vrijgevig. Dankzij die onvoorspelbaarheid waren zijn ondergeschikten telkens bang om uit de gunst te raken en kwamen ze niet in opstand tegen Alexander. Zo dwong de Macedonische vorst loyaliteit af, maar inspireerde hij ook zijn volgelingen om naar zijn voorbeeld te leiden.
Als derde verklaring voor zijn succes schrijven de oud Griekse historici, dat de Macedonische vorst wist dat je met loyaliteit maar zo ver kwam. Hij begon dan ook vanaf het begin van zijn regeerperiode in te spelen op de tradities uit de veroverde gebieden. Voor de mensen uit die gebieden waren tradities erg belangrijk. Alexander probeerde zichzelf populair te maken in Griekenland door te verkondigen dat hij als leider van de Grieken de verschillende Griekse poleis – die als kolonie in het Midden-Oosten waren begonnen – te bevrijden van de Perzische overheersing. Hiermee maakte de jonge Macedonische vorst gebruik van de eeuwenoude Griekse vijandigheid gericht tegen de Perzen. Diezelfde Perzen die al eens eerder door Griekse helden als de Spartaanse koning Leonidas waren tegengehouden. Maar in Egypte presenteerde hij zichzelf als de nieuwe farao. Door zijn verovering van Egypte had de jonge vorst aan de Egyptenaren laten zien dat hij wel de afstammeling moest zijn van de zonnegod Re. Dankzij deze verering was het voor de inwoners van Egypte makkelijker om Alexander te accepteren als hun koning.
Huwelijkspolitiek
De Macedonische koning Alexander had in het Perzische Rijk meer moeite met de bevolking voor hem te winnen. Koning Darius had dan veel macht gehad, hij had altijd verantwoording moeten afleggen aan de plaatselijke elite. Deze werden satrapen genoemd. Darius had zijn rijk opgedeeld in provincies, om het makkelijker te maken om vanuit één punt te regeren. Aan het hoofd van elke provincie stond zo’n satraap. Nadat Alexander het rijk op Darius had veroverd, liet hij dat bestuurssysteem intact. Een gedeelte van de satrapen mochten aanblijven en een gedeelte werd vervangen door volgelingen van Alexander. Om ervoor te zorgen dat de Perzische elite niet in opstand zou komen tegen hem, dwong hij zijn volgelingen te trouwen met dochters van de satrapen. Zo ontstond er een gemengde elite van Grieks-Macedonische-Perzische afkomst. Het huwelijk gebruiken voor politieke doeleinden wordt huwelijkspolitiek genoemd. Zo organiseerde Alexander een massahuwelijk in Susa in 324 v.C., waar hij trouwde met de dochter van Darius en tachtig van zijn generaals met dochters van de plaatselijke elite.
Toch zou Alexanders heerschappij niet lang duren. Op 33-jarige leeftijd werd hij ziek en stierf. Na zijn dood zou het gigantische rijk worden opgedeeld onder zijn volgelingen, aangezien de jonge koning stierf zonder wettige opvolger. Alexander kreeg pas na zijn dood de bijnaam: ‘de Grote’.











