Middeleeuwen

Moordenaar in het zwart: de pestuitbraken in de middeleeuwen

De val van het Romeinse rijk in 476 maakte een einde aan eeuwen van handel en culturele uitwisseling in Europa. Het Romeinse bestuur in de Europese gebieden maakte plaats voor plaatselijke besturen, die eerst nog gebruik maken van de bestuurlijke structuren achtergelaten door de Romeinen. Toch verdwenen ook deze politieke restanten. Gebieden werden in plaats daarvan bestuurd door landheren, die autarkische koninkrijken creëerden. Dit waren koninkrijken die volledig in hun eigen levensonderhoud voorzagen en niet meer afhankelijk waren van handel of andere gebieden.

 

Van autarkie naar handelsnetwerken

De autarkische koninkrijken bloeiden op. De economieën in deze koninkrijken werd steeds sterker door de heropleving van handel en nijverheid. Dankzij deze nieuwe rijkdom konden kooplieden afreizen naar andere gebieden om handel te drijven. Tevens groeide de bevolking en vertrok naar de nog bestaande oud-Romeinse steden of gingen op plekken wonen waar veel handel werd gedreven. Op die plekken ontstonden zo ook steden. Zodoende begonnen deze grote nederzettingen te groeien. Daarnaast ontstonden binnen deze gemeenschappen nieuwe beroepen, die zich gingen verenigen in gilden.

De nieuw gevonden rijkdom en welvaart was een van de oorzaken voor de eerste vormen van Europees middeleeuws politiek bestuur, niet meer gebaseerd op de Romeinse overblijfselen. Deze bestuursvormen konden worden waargenomen tot aan de veertiende eeuw. In de veertiende eeuw kwam echter abrupt een einde aan de bloeiperiode. De helft van de Europese bevolking werd weggevaagd. Waar Europa eerst nog 70 miljoen inwoners telde, werd deze bijna gehalveerd naar 45 miljoen rond 1400.

 

De ‘zwarte dood’

De moordenaar was de pest, oftewel de ‘zwarte dood’. Een toen nog onverklaarbare ziekte die gruwelijke ziekteverschijnselen veroorzaakte. Tegenwoordig schrijven historici de snelle verspreiding van de builenpest toe aan die nieuw ontstane handel en internationale contacten. Verspreiding werd bevorderd door de slechte hygiëne. Door dat alles werd jong noch oud gespaard. Hele dorpen werden ontdaan van al het leven. Zo snel de pest was opgedoken, zo snel kon de ziekte ook weer verdwijnen om enkele jaren later weer op te duiken. Dit verwoestende effect had als gevolg dat de hele Europese samenleving ontregeld werd. Huwelijken werden uitgesteld. Daarnaast waren inwoners van Europa bang om te reizen, want je kon tenslotte terecht komen in een gebied waar de ‘zwarte dood’ nog volop huishield. De handel tussen verschillende steden kwam stil te liggen, want vreemdelingen – waaronder dus handelaren – waren niet meer welkom. Steden waren bijzonder vatbaar voor de pest, aangezien de stedelingen dicht op elkaar woonden en hierdoor ook vatbaarder werden voor ziektes die niet geassocieerd worden moet de pest.

De dood lag altijd op de loer. Door de dreigende dood waren de levenden altijd druk bezig met hun angst voor de toekomst en met het begraven van de doden. Het gevolg was een doodscultuur. Een middeleeuwse cultuur die zich bezighield met alle aspecten van de dood. De dood werd bijna als belangrijker beschouwd dan het leven, als een heilig onderdeel van het menselijk bestaan. Ook werden er verwoede pogingen gedaan om de pest te begrijpen, om zodoende jezelf ertegen te kunnen beschermen. Er ontstonden speciale uitrustingen voor ‘pestdoctoren’. Gewapend in lange zwarte gewaden en een ravenmasker gevuld met kruiden om de ziekmakende dampen in de lucht te filteren, was het aan deze doctoren om de pest te doorgronden.

 

Sociale en politieke gevolgen

Pestdokters beschermden zichzelf met een ravenmasker. Het masker was voorzien van kruiden en een bril van rood glas. Het masker moest de ‘duivelse’ invloed van de pest zuiveren.

Overlevenden van de pest hadden ook baat bij de halvering van de Europese bevolking. Veel geschoolde arbeiders stierven door de pest. De vraag naar geschoolde arbeiders bleef echter even hoog als voor de pestuitbraak. Het gevolg was dat de lonen enorm stegen. Dezelfde arbeiders die nu meer betaald kregen, konden nu ook meer respect afdwingen. Ze waren gewild binnen de samenleving en konden hierdoor eisen stellen aan hun bestaan, zoals betere levensomstandigheden als ze herendiensten moesten verrichten. Wanneer deze eisen niet werden ingewilligd kwamen de arbeiders in opstand om ze alsnog af te dwingen, wat blijkt uit de Engelse Wat Tyler opstand in 1381.

Ook Europese koningen kwamen voor problemen te staan. Legers in de veertiende eeuw bestonden grotendeels uit opgeroepen leenmannen en betaalde huurlingen die voor een koning moesten vechten. Veel van de leenmannen van een koning waren door de pest gestorven en waren niet zo happig om ook nog een keer te sterven in een oorlog tegen een vijandige vorst. Daardoor moest een koning vaak meer huurlingen in dienst nemen. Deze huurlingen waren prijzig, omdat het aanbod van het aantal huurlingen ook afnam door het aantal pestslachtoffers. Legers werden dus aanzienlijk kleiner. Dezelfde legers die voor oorlogen werden gebruikt, werden door koningen ingezet om belangrijke wegen te ontdoen van struikrovers en andere gevaren. Door de pest beschikten de Europese koningen niet meer over genoeg soldaten om alle wegen veilig te stellen. Het gevolg was dat reizen steeds gevaarlijker werd.

De pest fascineert nog steeds en is nog niet volledig uitgeroeid. Nog steeds hangt deze epidemie in een sluier van mysterie. Waarom dook die ziekte in deze periode op? Wat waren de vergaande politieke, economische en sociale gevolgen van de ziekte? Daarom doen historici nog steeds onderzoek naar de gevolgen van de pest, waar deze vandaan kwam en de invloed van deze vernietigende epidemie op de verdere verloop van de Europese geschiedenis.

Literatuur

Byrne, Joseph Patrick. The Black Death. Westport: Greenwood Press, 2004.

Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.

Rosenwein, Barbara H. A Short History of the Middle Ages. Toronto: University of Toronto Press, 2009.