Nederlands-Indië
Hoofdvragen
Op welke manier probeerde Willem I Indonesië te hervormen?
Hoe werd Indonesië hervormd onder Johannes van den Bosch?
Hoe functioneerde het bestuur van Nederlands-Indië?
Wat waren de positieve en negatieve gevolgen van het cultuurstelsel, halverwege de 19e eeuw?
In de loop van de achttiende eeuw raakte de VOC in verval. Ze kreeg steeds meer last van Britse en Franse concurrentie. De Britten organiseerden hun koffie- en theehandel veel efficiënter. Daar kwam bij dat de VOC werd bestolen door haar eigen personeel. Velen gebruikten VOC-producten om hun privéhandel te financieren. In 1780 kwam de VOC in de rode cijfers. Dat betekende een neerwaartse spiraal voor de VOC. De schulden van de compagnie liepen steeds verder op, totdat de Nederlandse overheid zich gedwongen zag de VOC-bezittingen over te nemen. Voor de Nederlandse koning Willem I was de vraag: ‘hoe konden de bezittingen in de Oost zou worden ingericht dat de Nederlandse staat kon profiteren van deze exotische gebieden’?
Klik op de video om een korte geschiedenis te bekijken van Indonesië onder de VOC naar de beginjaren van Nederlands-Indië.
1. Nederlands-Indië: een wingewest
- Kent de reden waarom alle VOC-bezittingen over gingen naar de Nederlandse staat.
- Kent de stappen die door Willem I werden ondernomen om Indonesië te hervormen.
- Kent de Indonesische reactie op de Nederlandse hervormingspogingen.
- Kent de reden van het falen van Willem I zijn hervormingsplannen.
- Leerdoelen
-
- Kent de reden waarom alle VOC-bezittingen over gingen naar de Nederlandse staat.
- Kent de stappen die door Willem I werden ondernomen om Indonesië te hervormen.
- Kent de Indonesische reactie op de Nederlandse hervormingspogingen.
- Kent de reden van het falen van Willem I zijn hervormingsplannen.
- Extra uitleg
-
De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgeheven, doordat ze failliet was gegaan. De Nederlandse overheid nam de bezittingen van de compagnie over, maar wat moest Nederland doen met al die VOC-bezittingen? Ze zomaar opgeven was geen optie. De Nederlandse staat wilde bereiken waarin de VOC had gefaald: een winstgevend wingewestEen gebied dat gebruikt wordt om winst te behalen..
Willems kolonie
In 1814 kwam Indonesië onder het gezag van koning Willem I van het Koninkrijk der Nederlanden te staan. De koning was optimistisch: Nederland zou welvarend worden met behulp van de Indonesische kolonie. Om de kolonie welvarend te maken, werden de volgende stappen ondernomen:
- Allereerst moest de oude VOC-monopolieIs een situatie waarin een product of dienst slechts door één partij mag worden aangeboden of wordt aangeboden. worden opgeheven. Dat monopolie was niet effectief gebleken. Iedereen kreeg weer de vrijheid om handel te drijven in Indonesië.
- Ten tweede werd er een modern Nederlands bestuur ingesteld. Zo probeerde Nederland de macht van de plaatselijke Indonesische vorsten en de adel te breken, zodat de Nederlanders zelf de controle konden overnemen.
- Ten derde bleek het besturen van een enorm gebied duur te zijn. Daarom werd de landrenteWas een manier van belasting innen in Nederlands-Indië onder koning Willem I, waarbij de inlandse bevolking 2/5 deel van de door haar verbouwde landbouwproducten of vergelijkbaar bedrag in geld afdroeg aan het koloniaal bestuur. ingevoerd. Die landrente was een soort belasting die de boeren moesten betalen over hun rijstoogst. Door de landrente zouden de boeren onder het gezag en de bescherming van de Nederlanders komen te staan. Deze belasting zou makkelijk te betalen zijn, omdat de boeren bevrijd waren van de herendienstenEen herendienst is een dienst die een bepaalde groep personen aan een vorst of edele moet leveren. die ze normaal moesten verrichten voor de Indonesische adel. Zo zouden de Javaanse boeren tijd overhouden om extra rijst te verbouwen voor de landrente.
In Willems visie voor Nederlands-Indië zouden Indonesië en Nederland samenwerken. Maar van de mooie plannen van koning Willem I kwam niets terecht. De kolonie maakte geen winst en kostte elk jaar meer geld. Nederlandse ondernemers voeren naar Indonesië met verouderde schepen, soms nog uit de VOC-periode. Deze schepen waren langzaam en hadden weinig laadruimte, waardoor ze niet konden concurreren met Britse en Amerikaanse ondernemers, die door de afschaffing van het monopolie ook naar de kolonie kwamen. Bovendien wilden veel Javaanse boeren niet werken voor Nederland. Ze vonden het aanbod van de Nederlandse kolonisten niet veel beter dan de herendiensten die ze eerder voor de Javaanse adel moesten verrichten. Daarom werd de Nederlandse wil vaak met geweld opgelegd, wat leidde tot opstanden. De Javaanse prins Diponegoro leidde zo’n opstand in 1825 (bron 2). Hij kreeg veel aanhang en bracht het Nederlandse leger grote nederlagen toe. Pas na vijf jaar werd Diponegoro gedwongen zich over te geven. Deze Javaanse Oorlog kostte tweehonderdduizend mensen het leven, zowel aan Indonesische als aan Nederlandse kant.
2. Het roer om
- Kent de reden waarom het roer werd omgegooid.
- Kent de stappen die werden ondernomen om Indonesië te hervormen onder Johannes van den Bosch.
- Kent het functioneren van het cultuurstelsel.
- Kent de rol van de Javaanse adel binnen het cultuurstelsel.
- Leerdoelen
-
- Kent de reden waarom het roer werd omgegooid.
- Kent de stappen die werden ondernomen om Indonesië te hervormen onder Johannes van den Bosch.
- Kent het functioneren van het cultuurstelsel.
- Kent de rol van de Javaanse adel binnen het cultuurstelsel.
- Extra uitleg
-

Bron 3. Johannes van den Bosch (1780-1844), de bedenker van het cultuurstelsel in Indonesië. Hij toverde Indonesië om in een ‘wingewest’.
De verschillende Javaanse opstanden hadden Nederland veel geld gekost. Daarnaast kon de Nederlandse kolonie nog steeds niet concurreren met de Britse en Franse koloniën. Koning Willem I besloot daarom het roer om te gooien. De koning benoemde Johannes van den Bosch tot gouverneur-generaalDe titel van de hoogste gezagsdrager in een kolonie / hoogste ambtenaar in de kolonie.. Van den Bosch behoorde tot de oude VOC-elite. Toch was hij om een andere reden geliefd bij de koning. Johannes van den Bosch had veel lof ontvangen voor zijn sociale project: de Maatschappij van Weldadigheid. In deze Drentse veenkolonie liet Van den Bosch mensen zonder toekomst werken voor kost en inwoning. Deze ervaring paste hij toe op het bestuur van de kolonie: de kolonie was er voor het moederland, en niet andersom. Het was de taak van de Javaan om voor de Nederlander te werken. Nederlands-Indië had geen ander doel dan de Nederlandse schatkist te vullen. Daarom voerde Van den Bosch in 1830 het cultuurstelselHet cultuurstelsel was een belastingsysteem dat door gouverneur-generaal van Nederlands-Indië Johannes van den Bosch werd opgezet. Het stelsel werd in 1830 onder Willem I ingevoerd ter vervanging van het landrentestelsel. In het cultuurstelsel moesten boeren 1/5 van hun grond inrichten om exportgewassen te verbouwen. in.
Werken voor Nederland
Johannes van den Bosch vond dat heel Indonesië van Nederland was. Als eigenaar van de grond mocht de Nederlandse overheid een vergoeding eisen van de boeren voor het gebruik van die grond, een soort huur of pachtPacht is een op huur lijkende overeenkomst waarbij grond dat gebruikt kan worden voor landbouw of veeteelt aan een pachter wordt gegeven in ruil voor een vergoeding.. Met het cultuurstelsel werd de Javaanse bevolking gedwongen door de Nederlandse overheid deze huur te betalen. Deze betaling – net als onder Willem I – werd landrente genoemd. De vergoeding moest in exportgewassen worden betaald, zoals koffie, suiker of tabak. Per dorp bepaalde het gouvernementEen koloniaal bestuur ingesteld om een gebied te besturen. Vaak staat een gouverneur aan het hoofd van dit bestuur. wat er geleverd moest worden door de Javaanse boeren. Elke boer moest één vijfde van zijn land gebruiken voor deze exportgewassen, die verwerkt zouden worden tot exportproducten. Wanneer de boeren naar verwachting hadden geproduceerd, kregen ze een kleine vergoeding voor die gewassen: plantloonEen financiële vergoeding voor het geleverde werk in de productie van de exportgewassen ten tijde van het cultuurstelsel..
Winst, winst en nog eens winst
Het stelsel bleef beperkt tot Java. De overige eilanden waren volgens de gouverneur-generaal niet winstgevend genoeg. Zelfs de Molukken kwamen niet onder het cultuurstelsel, terwijl daar vroeger altijd veel geld werd verdiend met de handel in kruidnagel en andere specerijen. Sinds het de Fransen gelukt was kruidnagelbomen naar hun koloniën te smokkelen en daar succesvol te kweken, was de prijs van kruidnagel gekelderd en was het niet meer de moeite waard om in de Molukken en de specerijenhandel te investeren.
Om het cultuurstelsel soepel te laten verlopen, werden de inheemse bestuurders betrokken bij het stelsel. Nederlandse ambtenaren gaven orders door aan inheemse bestuurders, vaak plaatselijke adel. In ruil voor de samenwerking met de Nederlandse overheid kregen de inheemse bestuurders een percentage van de opbrengst uit het cultuurstelsel: de cultuurprocenten. Met dit systeem was er geen plaats meer voor Nederlandse, Franse of Engelse ondernemers. De Nederlandse overheid werd de grootste ondernemer op het eiland. Het vervoer van de cultuurproducten werd verzorgd door de in 1824 door Willem I opgerichte Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM), die het alleenrecht kreeg op het vervoer van deze producten.
| Periode | Winst in guldens |
| 1831 – 1840 | 93 miljoen |
| 1841 – 1850 | 141 miljoen |
| 1851 – 1869 | 239 miljoen |
| Totaal 1830 – 1870 | 473 miljoen |
Bron 6. Inkomsten overzicht uit het cultuurstelsel.
3. Java en Nederland: één gebied, twee huizen
- Kent de werking van het dualistische bestuursstelsel in Nederlands-Indië.
- Kent de reden waarom Javanen de Nederlanders niet gehoorzaamden.
- Kent de rol van de Javaanse edelen in het Indonesisch bestuur en hoe de NHM hen tevreden hield.
- Kan uitleggen dat het cultuurstelsel steeds corrupter werd.
- Leerdoelen
-
- Kent de werking van het dualistische bestuursstelsel in Nederlands-Indië.
- Kent de reden waarom Javanen de Nederlanders niet gehoorzaamden.
- Kent de rol van de Javaanse edelen in het Indonesisch bestuur en hoe de NHM hen tevreden hield.
- Kan uitleggen dat het cultuurstelsel steeds corrupter werd.
- Extra uitleg
-
Van den Bosch voerde een dualistisch bestuursstelselEen bestuursstelsel waarbij de bestuurlijke macht verdeeld is in twee afzonderlijke lagen. in. Dat betekende dat er twee besturen naast elkaar kwamen: een Nederlands bestuur dat over alle onderdanen ging, en een Indonesisch bestuur dat over zaken ging die alleen Indonesiërs betroffen. Boven alle besturen stond de gouverneur-generaal.
Indonesië werd verdeeld in provincies, die weer onderverdeeld werden in afdelingen, vergelijkbaar met gemeenten. Aan het hoofd van elke provincie stond een resident, de hoogste ambtenaar van een provincie. Aan het hoofd van elke afdeling stond een assistent-resident. Deze assistent-resident werkte samen met de inheemse bestuurders: de regenten, de Nederlandse benaming voor de Indonesische adel. Uit de Java-oorlogen was duidelijk geworden dat Nederland Java niet kon besturen zonder hulp van de inheemse bevolking. Javanen voelden er niets voor om de Nederlanders te gehoorzamen, de blanke mensen die in principe niets te zoeken hadden op Java. De eigen adel en dorpshoofden werden daarentegen blindelings gevolgd. Dit betekende echter niet dat de Nederlanders de Javaanse adel te veel macht wilden geven. De cultuurprocenten en ander geïmporteerd vermaak, zoals opium (bron 1), moesten de adel tevreden houden. Daarnaast mochten sommige Indonesische vorsten het bestuur zelf blijven regelen. Vaak ging het om gebieden waar de Nederlanders alleen in naam regeerden, maar in de praktijk nauwelijks kwamen.
Door het bondgenootschap met de plaatselijke heersers werd het cultuurstelsel snel geaccepteerd door de inheemse bevolking. Nederlandse ambtenaren waren niet meer dan opzichters van de enorme plantages waar de exportproducten werden verbouwd. De Nederlanders konden ook niet anders; er waren te weinig Nederlandse ambtenaren om alle gebieden zelf te besturen.
Vanaf 1845-1850 veranderden de verhoudingen. In Nederland groeide het besef dat de Nederlandse overheid de inlandersDe Nederlandse koloniale benaming voor de inheemse Indonesiërs. moest beschermen tegen de hebzucht van de Javaanse adel. De adel was begonnen het cultuurstelsel uit te breiden. Naast de cultuurprocenten ging de Javaanse adel de boeren in hun afdeling verplichten een extra gedeelte aan exportproducten af te staan, als vergoeding voor het ‘goede’ bestuur. Het cultuurstelsel werd steeds corrupter.
4. De gordel van smaragd
- Kent de economische gevolgen van het cultuurstelsel voor Nederland.
- Kent de negatieve gevolgen van cultuurstelsel.
- Kent de positieve gevolgen van cultuurstelsel.
- Kan uitleggen dat zowel de Javaanse edelen als het Nederlandse gouvernement bijdroegen aan het corrupter worden van het cultuurstelsel.
- Kent de gevolgen van Max Havelaar voor het Nederlandse denken over Indonesië.
- Leerdoelen
-
- Kent de economische gevolgen van het cultuurstelsel voor Nederland.
- Kent de negatieve gevolgen van cultuurstelsel.
- Kent de positieve gevolgen van cultuurstelsel.
- Kan uitleggen dat zowel de Javaanse edelen als het Nederlandse gouvernement bijdroegen aan het corrupter worden van het cultuurstelsel.
- Kent de gevolgen van Max Havelaar voor het Nederlandse denken over Indonesië.
- Extra uitleg
-
Dankzij de invoering van het cultuurstelsel namen de inkomsten uit Java steeds verder toe. In 1850 was een derde van de Nederlandse staatsinkomsten afkomstig uit Indonesië. De Nederlandse schatkist werd statig gevuld door de inkomsten uit koffie, suiker en de kleurstof indigo. Dankzij de inkomsten uit Java bleven de belastingen in Nederland laag. Met de Javaanse rijkdommen werden zowel in Nederland als in Indonesië spoorwegen aangelegd, bruggen en fabrieken gebouwd.

Bron 10. Onder het pseudoniem Multatuli, publiceerde Eduard Douwes Dekker het boek Max Havelaar. Het boek uitte kritiek op Nederlandse ambtenaren die de Javaanse bevolking op gewelddadige wijze aan het uitbuiten waren.
Ook de scheepsbouw werd nieuw leven ingeblazen. Nederland stond tijdens de Gouden Eeuw bekend om haar scheepvaart. In de eeuwen daarna was Nederland snel ingehaald door landen als Engeland en Frankrijk. Dankzij de Nederlandse Handel-Maatschappij nam de vraag naar schepen toe; producten moesten namelijk vanuit Java naar Europa worden verscheept en alleen de NHM mocht dat doen.
Multatuli: negatieve gevolgen
Het succes van het cultuurstelsel wekte in het buitenland jaloezie op. Frankrijk en Engeland overwogen het Nederlandse bestuursstelsel in te voeren in hun eigen koloniën, omdat het zo effectief was gebleken. Maar er was ook kritiek.
- Met zijn roman Max Havelaar uitte Multatuli kritiek op de Nederlandse ambtenaren. De ambtenaren deden alsof ze de plaatselijke bevolking hielpen door de corruptie van de Javaanse adel te bestrijden, maar in werkelijkheid hielpen ze gewoon mee bij het uitbuiten van de Javaanse bevolking.
- Onder het cultuurstelsel was de werkdruk drie keer zo hoog als tijdens de VOC-periode: drie op de vijf Javanen moest exportgoederen verbouwen om aan de belastingen van de Nederlanders te kunnen voldoen.
- Vooral de koffieplantages leverden zwaar werk op. Koffie groeide in hoge, afgelegen streken, die soms alleen bereikbaar waren langs smalle bergpaadjes. Koffie was in de 19e eeuw steeds winstgevender geworden, omdat in steeds meer Europese steden koffie werd gedronken. Als gevolg hiervan werden steeds meer plantages aangelegd. Om ruimte te maken voor deze nieuwe plantagesEen plantage is een stuk grond waarop op grote schaal gewassen van één soort/type verbouwd worden. Plantages komen meestal voor in de tropen. werden hele stukken oerwoud weggekapt. Om aan genoeg arbeiders te komen, dwongen de Nederlanders de Javanen hele dorpen te verplaatsen naar die toekomstige plantages.
- Suiker werd verbouwd op bestaande landbouwgronden. Ook dit had nadelen. Suikerriet had veel water nodig om te groeien, rijst daarentegen ook. De ondergelopen sawa’s kregen door het suikerriet te weinig water, waardoor vele rijstoogsten mislukten. Daardoor ontstonden grote voedseltekorten, omdat rijst het hoofdvoedsel was van de Javaanse bevolking.
- Om die tekorten op te vullen, werd rijst geïmporteerd. De NHM verkocht die geïmporteerde rijst voor veel geld aan de verhongerende Javaanse boeren. Om de dure rijst te bekostigen werden de boeren gedwongen nog meer exportproducten te produceren.
- Daarbovenop werden de boeren door het gouvernement en de Javaanse adel ingezet bij de aanleg van wegen en gebouwen. De boeren waren door dat soort projecten soms weken niet te vinden op hun eigen landbouwgrond. Die afwezigheid had misoogsten van rijst en exportproducten tot gevolg.
Bron 12. Het totaal aan Landrente en plantlonen onder het cultuurstelsel. Landrente is de hoeveelheid pacht die de boeren moesten betalen in de vorm van exportproducten. Deze producten zijn uitgedrukt in guldens. Let op! Dit is niet de opbrengst nadat de exportproducten werden verkocht.
Bron 13. Gemiddelde winst/verlies per verbouwer in guldens.
Ontwikkeling: positieve gevolgen
Het cultuurstelsel bracht niet alleen ellende met zich mee. De aanwezigheid van Nederland had een einde gemaakt aan de voortdurende oorlogen tussen de verschillende Javaanse heersers. De verplichte bouwprojecten van het Nederlandse gouvernement waren dan wel niet vrijwillig, maar de Javaanse boeren kregen er wel voor betaald. Zo werd veel geld gepompt in de tot dan toe vrijwel geldloze Javaanse economie. Het gevolg was dat de algehele welvaartIs de mate waarin de behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd. Het is een kwalitatieve maatstaf. iets was toegenomen.
In de periode 1845-1850 werden grote delen van Java getroffen door hongersnoden en aardverschuivingen. In de zwaarst getroffen gebieden was een op de vijf Javanen om het leven gekomen. Het gouvernement besefte dat de druk op de bevolking en de natuur te groot was geworden. Daarom werden twee maatregelen genomen. De verplichte suikerrietcultuur werd afgeschaft en de aanleg van nieuwe koffie-, indigo- en suikerrietplantages werd aan banden gelegd. De productie van dat soort winstgevende producten mocht voortaan alleen worden verhoogd door verbetering van de landbouwmethoden. Zo hoopte de Nederlandse overheid uitputting en erosie van het gebied te voorkomen, aangezien rijstvelden niet meer uitgeput zouden worden en oerwoud niet meer zou worden omgekapt.
Om hongersnoden in de toekomst te voorkomen, ging het gouvernement zich bemoeien met de productie van rijst. Het gouvernement verdubbelde het aantal sawa’s (rijstvelden). De nieuwe rijstvelden moesten de Javaanse bevolking van genoeg voedsel voorzien. Vanwege die rijstproductie kon de Javaanse bevolking tussen 1850 en 1870 groeien van negen tot zestien miljoen.
Literatuur
Baardewijk, Frans van. Geschiedenis van Indonesië. Den Haag: Walburg Pers, 2006.
Blom, Hans. Geschiedenis van de Nederlanden. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff, 2005.
Dalhuisen, Leo. De koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Baarn: Nijghversluys, 2006.
Haasse, Hella s. Indonesië: drie gezichten. Amsterdam: Elsevier, 1981. Leiden: KITLV Press, 1996.
Hellema, Duco. Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht : Het Spectrum B.B., 1995.
de Jong, Joop. De waaier van het fortuin: de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950. Den Haag: Sdu Uitgevers, 1998.
Kinder, Hermann en Hilgemann, Werner. Atlas bij de wereldgeschiedenis: deel 1 van prehistorie tot Franse Revolutie. Baarn: SESAM uitgeverij, 2007.
Knaap, Gerri J. en Teitler, Ger. De verenigde Oost-Indische Compagnie: tussen oorlog en diplomatie. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2002.
Kuipers, R.A. Bosatlas van de Wereldgeschiedenis. Groningen: Noordhoff uitgevers, 1999.
Nordholt, Henk Schulte. The spell of power: a history of Balinese politics 1650-1940.
Palmer, R. R., Colton, J., en Kramer, Loyd. A History of the Modern World. Boston: Mc Graw Hill, 2007.
Riessen, M.G. Nederland en Indonesië: Vier eeuwen contact en beïnvloeding. Groningen: Wolters-Noordhoff, 2000.












