De Tweede Wereldoorlog: Hitlers droom van het Duitse 'Reich'

Hoofdvragen

Waarom had de Duitse parlementaire democratie in de eerste helft van het Interbellum een moeizame start?

Hoe kon Hitler via de parlementaire democratie de absolute macht grijpen?

Op welke manier veranderde het leven in Duitsland onder de totalitaire ideologie van het nazisme?

Toen op 9 november 1918 in Duitsland de republiek werd uitgeroepen, was het land in rep en roer. De oude elites die van oudsher altijd in het leger hadden gezeten, met de keizer aan het hoofd, beseften dat zij de ‘Grote Oorlog’ hadden verloren. De oude keizer vluchtte naar het neutrale Nederland. Hij liet van de ene op de andere dag het bestuur vallen. De politici zaten met hun handen in het haar: ‘moesten ze het bestuur overnemen’? In 1919 werden in Duitsland de eerste democratische verkiezingen gehouden. De voorstanders van een parlementaire democratie wonnen maar net. Hierdoor zou elke Duitser zich moeten houden aan de nieuwe grondwet die de basis was van de republiek. De periode van onrust die hierop volgde, werd een strijd tussen de drie grote politieke ideologieën uit de jaren dertig: het communisme, het fascisme en de parlementaire democratie. Adolf Hitler zou uiteindelijk met zijn fascistische partij als overwinnaar uit die strijd komen.

Kenmerkende aspecten
null

De Tweede Wereldoorlog: van Weimar naar Potsdam

Ga terug naar de overzichtspagina.

  • 37     De rol van Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • 38     Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • 39     De crisis van het wereldkapitalisme.
  • 40     Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • 41     Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden.
  • 43     Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

1. De Republiek van Weimar

  • Kent de overgang van het Duitse keizerrijk naar de parlementaire democratie.
  • Kent de 3 grote ideologieën uit het Interbellum.
  • Kan uitleggen dat de leiders van de Republiek van Weimar om 3 redenen op weinig steun konden rekenen van de eigen bevolking.
  • Kan de oorzaken aangeven voor de bezetting van het Ruhrgebied; hoe die bezetting leidde tot (hyper)inflatie en welke rol de Verenigde Staten speelden in het oplossen van de nieuw ontstane situatie.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kent de overgang van het Duitse keizerrijk naar de parlementaire democratie.
  • Kent de 3 grote ideologieën uit het Interbellum.
  • Kan uitleggen dat de leiders van de Republiek van Weimar om 3 redenen op weinig steun konden rekenen van de eigen bevolking.
  • Kan de oorzaken aangeven voor de bezetting van het Ruhrgebied; hoe die bezetting leidde tot (hyper)inflatie en welke rol de Verenigde Staten speelden in het oplossen van de nieuw ontstane situatie.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

Nadat keizer Wilhelm II in november 1918 gedwongen was af te treden, vluchtte hij naar Nederland. Daarop besloot de Duitse regering – op aanraden van de legerleiding – een wapenstilstand met de geallieerden te sluiten. Later werd in de plaats Weimar de grondwet vernieuwd. Dat kon niet in Berlijn, omdat de stad nog vol zat met revolutionairen die de regering omver wilden werpen. In de nieuwe grondwet stond dat het parlement regeerde volgens democratische waarden, zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, gelijke rechten voor burgers en het recht om via verkiezingen mee te beslissen over het bestuur. In 1918 bestond dit parlement uit sociaaldemocraten, liberalen en katholieken.

 

Bron 1. Eén van de bekendste propaganda afbeeldingen over de Dolkstootlegende. Waar probeert de maker jou van te overtuigen?

Een onrustige start

De geboorte van deze nieuwe staat was compleet na het tekenen van het Verdrag van Versailles, dat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. De nieuwe republiek werd genoemd naar de plaats waar de grondwet was opgesteld: de Republiek van Weimar. Voorheen bepaalde de Duitse keizer wie de hoogste functies in de regering vervulde, maar in de republiek veranderde dat. Volgens de nieuwe grondwet van 1919 koos de Rijksdag, het Duitse parlement, wie het land regeerde. Niet alle Duitsers waren het eens met de invoering van de parlementaire democratie. Twee groepen vormden de grootste bedreiging voor de jonge regering:

  • Door de oorlog hadden velen het vertrouwen in politici verloren. Dat gold ook voor teruggekeerde soldaten van het front en radicale nationalisten. Volgens hen was de oorlog nog lang niet verloren, want ‘dat stond altijd in de kranten’.
  • Ook communisten hadden geen vertrouwen in dit parlementaire systeem. Zij wilden een ideale staat, waarin rijkdom eerlijk verdeeld werd en de oude elite niets meer te zeggen had. Dat kon alleen als de arbeidersklasse – het proletariaat – de macht zou grijpen naar Russisch voorbeeld. De communisten keerden zich tegen de sociaaldemocraten, die de meerderheid vormden in de Rijksdag. Deze democraten waren namelijk bereid samen te werken met de oude elite, zoals adellijke grootgrondbezitters of officieren van het voormalige keizerlijke leger.

In heel Duitsland braken revoluties uit. Een bekend voorbeeld was de Spartakusopstand in Berlijn (1919). Deze opstanden werden hard neergeslagen door de Duitse regering. Daarbij kreeg de regering steun van oud-soldaten die van het front waren teruggekeerd. Het waren dezelfde soldaten die later fanatieke aanhangers van Adolf Hitler zouden worden. Deze groepen noemden zichzelf vrijkorpsen en gaven communisten en Joden de schuld van de vernederende wapenstilstand van 1918.

 

Herstellen van de orde

De leiders van de Republiek van Weimar probeerden op een vreedzame manier hun land weer sterker te maken, ondanks de strenge voorwaarden van het Verdrag van Versailles. In het buitenland leek de regering daar succes mee te hebben. In eigen land hadden veel Duitsers echter weinig vertrouwen in hun nieuwe leiders. Daarvoor waren drie redenen.

  • Allereerst moesten de voorstanders van de parlementaire democratie en dus van de nieuwe regering, strijden tegen groepen die daar geen vertrouwen in hadden (communisten en fascistenFascisme is een politieke ideologie die streeft naar een ondemocratische, militaristische samenleving, gekenmerkt door nationalisme, een totalitaire dictatuur en het ontbreken van vrijheid van meningsuiting. ). Deze groepen waren bereid geweld te gebruiken om de regering omver te werpen.
  • Ten tweede hielden veel Duitsers de republikeinse regering verantwoordelijk voor het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Door propaganda thuis en aan het front geloofden veel Duitsers dat zij de oorlog aan het winnen waren. Ze dachten dat de legerleiding verraden was door de Rijksdag, omdat het parlement de wapenstilstand had getekend. Bovendien werd Duitsland vernederd door het Verdrag van Versailles, dat ook door de regering was ondertekend. In werkelijkheid had de legerleiding de wapenstilstand van 1918 ondertekend en zo de weg vrijgemaakt voor Versailles. Dit werd de DolkstootlegendeEen onwaar verhaal dat socialistische opstandelingen en de nieuwe democratische regering de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog hadden veroorzaakt. genoemd. Zowel communisten als fascisten gebruikten deze legende in de verkiezingen na 1919 om aanhangers te winnen.
  • Ten derde kreeg de regering ook nog eens te maken met grote economische problemen. Die waren veroorzaakt door de torenhoge herstelbetalingen die door het tekenen van het Verdrag van Versailles betaald moesten worden aan Frankrijk, België en Engeland.

 

Bezetting van het Ruhrgebied

Toen Duitsland de herstelbetalingen die waren opgelegd in het Verdrag van Versailles niet meer kon en wilde betalen, stuurden Frankrijk en België soldaten om het Ruhrgebied te bezetten. Dit gebied was het belangrijkste Duitse industriegebied sinds de industrialisatie van het land. Frankrijk en België dwongen de Duitse arbeiders door te werken. Zo konden de herstelbetalingen in natura worden opgehaald. Veel arbeiders weigerden deze dwangarbeid en gingen staken. De Duitse regering steunde die staking door de lonen van de stakers door te betalen. Maar de regering had daar niet genoeg geld voor. Om dit probleem op te lossen liet de overheid grote hoeveelheden geld bijdrukken.

Het gevolg was een enorme inflatieHet minder waard worden van geld. . Prijzen bleven stijgen en geld werd snel minder waard. Kon je de ene dag nog een brood kopen voor 5 mark, de volgende dag moest je 10 mark betalen. Duitsers konden steeds minder kopen van hun loon en ook spaargeld werd nutteloos. De inflatie liep uiteindelijk zo hoog op dat men miljarden mark moest betalen voor een brood. Dat noemde men hyperinflatie. Veel mensen stapten daarom over op ruilhandel.

Bron 2. Tijdens de bezetting van het Ruhrgebied en enkele belangrijke Duitse fabrieken, staakten veel arbeiders. Franse soldaten gaven enkele arbeiders van de Krupp fabriek het bevel door te werken. Toen zij dit weigerden, schoten de soldaten de arbeiders dood.

Bron 3. Grafiek met daarin de prijsontwikkeling van brood.

De financiële chaos was niet de enige reden waarom het vertrouwen in de regering tot een dieptepunt daalde. Want de regering probeerde via belastingen genoeg geld binnen te krijgen om de herstelbetalingen te financieren. Door deze maatregel vroegen steeds meer Duitsers zich af: ‘handelde de Rijksdag wel in het belang van het volk’?

 

Niet nog een oorlog!

De Verenigde Staten waren bang dat er in Duitsland een gevaarlijke situatie ontstond. Problemen in dit land zouden misschien kunnen leiden tot een nieuwe oorlog. In september 1924 besloten ze de Republiek van Weimar te helpen. Er werd een plan opgesteld om Duitsland uit de economische problemen te halen: het DawesplanEconomisch plan met als doel Duitsland aan de herstelbetalingen te laten voldoen en de economie te herstellen via Amerikaanse leningen. . De Duitse munteenheid werd vervangen, omdat deze door de inflatie niets meer waard was. De VS zou ervoor zorgen dat de nieuwe munt dezelfde waarde hield door garant te staan en dus de kosten te betalen als het misging. Ook leende Amerika geld aan Duitsland, zodat het weer kon voldoen aan de herstelbetalingen en de economie opnieuw kon opbouwen. Aan de Amerikaanse hulp zaten wel enkele politieke voorwaarden.

  • Ten eerste moest de Republiek van Weimar in 1925 het verlies van de gebieden aan Frankrijk en België – vastgelegd in het Verdrag van Versailles – erkennen door het Verdrag van Locarno te tekenen.
  • Ook moest Duitsland meewerken aan een stabiel Europa, waarin oorlog niet meer het middel was om conflicten op te lossen. Het mocht daarom in 1925 lid worden van de Volkenbond en tekende in 1928 het Kellog-Briand-Pact, waarin het land verklaarde af te zien van verdere oorlogen.

Door de economische en politieke maatregelen nam de ontevredenheid in Duitsland af. Het duurde echter nog een jaar voordat de volledige effecten van het Dawesplan merkbaar waren. Toch leek de Republiek van Weimar een mooie toekomst tegemoet te gaan!

2. Crisis in Duitsland

  • Kent de 3 doelgroepen van de NSDAP.
  • Kent de 4 kenmerken van het nationaalsocialisme.
  • Kan uitleggen dat de rassenleer leidde tot discriminatie, racisme en antisemitisme.
  • Kan uitleggen dat Hitler slim gebruik maakte van de politieke verdeeldheid om aan de macht te komen en dictator te worden.
  • Kan uitleggen dat fascisme/nationaalsocialisme ook in andere landen draagvlak vond (verdiepingsstof).
  • Kan het verschil uitleggen tussen het nationaalsocialisme en het fascisme (verdiepingsstof).
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kent de 3 doelgroepen van de NSDAP.
  • Kent de 4 kenmerken van het nationaalsocialisme.
  • Kan uitleggen dat de rassenleer leidde tot discriminatie, racisme en antisemitisme.
  • Kan uitleggen dat Hitler slim gebruik maakte van de politieke verdeeldheid om aan de macht te komen en dictator te worden.
  • Kan uitleggen dat fascisme/nationaalsocialisme ook in andere landen draagvlak vond (verdiepingsstof).
  • Kan het verschil uitleggen tussen het nationaalsocialisme en het fascisme (verdiepingsstof).
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

Bron 4. Een toespraak van Hitler in het nieuwe parlementsgebouw.

Door de afloop van de Eerste Wereldoorlog waren veel Duitsers teleurgesteld. In het Verdrag van Versailles stond dat Duitsland schuldig was aan de oorlog. Dit werd zichtbaar door de torenhoge herstelbetalingen die het land moest voldoen. Daardoor ontstonden grote politieke en economische problemen. In deze omstandigheden werd in 1919 in München de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) opgericht, waarvan Adolf Hitler later de leider werd. De NSDAP leek in eerste instantie op het fascisme dat uit Italië kwam, maar werd door Hitler grondig hervormd. De aanhangers van de partij noemden zichzelf nazi’s. Deze term werd ook in het buitenland gebruikt als aanduiding voor de leden van de NSDAP. De nationaalsocialistische ideeën spraken vooral werklozen, middenstanders en eigenaren van grote bedrijven aan. Hitler beloofde namelijk verbeteringen voor deze groepen.

 

De nazi-ideologie

De nazi-ideologie was te herkennen aan vier kenmerken. Deze kenmerken maakten de ideologie aantrekkelijk voor veel Duitsers, omdat de nadruk lag op wat men afwees. Gevoel was daarbij belangrijker dan verstand.

  • Allereerst wilde het nationaalsocialisme een staatsvorm met één partij en één sterke leider (Führer) aan het hoofd. Zo’n leider zou het volk naar een betere toekomst leiden. Volgens de nazi’s kon die toekomst niet bereikt worden in een democratie. Dit werd het leidersbeginsel genoemd. Nationaalsocialisten waren daarom sterk anti-democratisch.
  • Ten tweede was de ideologie doordrenkt van nationalisme. Het Duitse volk stond centraal.
  • Dit nationalisme kwam onder andere tot uiting in militarisme, dat als derde kenmerk kan worden gezien. Door de militaristische houding van de nazi’s werd geweld verheerlijkt. Jongens werden aangespoord lid te worden van de knokploeg van de nazi’s: de Sturmabteilung (SA).
  • Ten vierde kon een groot Duitsland volgens de nazi’s alleen bereikt worden als minderwaardige rassen uit Duitsland werden verdreven. Om die rassen te scheiden van de zogenoemd hoogwaardige rassen werd gebruikgemaakt van de rassenleerVerzamelnaam voor wetenschappelijke theorieën over verschillen tussen menselijke rassen. De meeste van deze theorieën zijn verbonden met racistische politieke of morele standpunten. . Deze rassenleer onderscheidde het nationaalsocialisme van het fascisme. Vooral Joden werden door de nazi’s buitengesloten. Dit kwam tot uiting in antisemitismeJodenhaat. . De NSDAP gaf de Joden de schuld van alle ellende. Deze haat zou leiden tot een van de grootste misdaden uit de geschiedenis.
Verdiepingsstof: Fascisme in Europa

Niet alleen in Duitsland ontstonden fascistische partijen. Het woord fascisme komt van het Italiaanse woord fascismo. De ideologie met haar vier kenmerken heeft haar oorsprong in Italië, waar Benito Mussolini al in 1922 de macht greep. Hij gebruikte de fasces, een Romeinse bijl met roedenbundel, als symbool voor zijn partij. Tegenwoordig staat fascisme vaak in een kwaad daglicht, maar in de jaren dertig werd het gezien als een daadkrachtige ideologie. Dat kwam doordat er in 1920-1923 chaos heerste in Europa. Men dacht dat deze problemen alleen opgelost konden worden door een staat met een politiek die durfde door te pakken en besluitvaardig was.

Er is echter een groot verschil tussen het Italiaanse fascisme en het Duitse nationaalsocialisme. Waar nationaalsocialisten vooral de nadruk legden op racisme via de rassenleer, legden fascisten de nadruk op gemeenschapsgevoelEen gevoel van verbondenheid met de medemensen of de gemeenschap waartoe men behoort. en het tegengaan van individualisme als vierde kenmerk van de ideologie.

Ook in landen zoals Spanje, Engeland en Nederland kwam het fascisme op. Na een bloedige burgeroorlog in de jaren dertig greep generaal Franco in Spanje de macht. Overal werden standbeelden voor hem neergezet als redder van Spanje. Franco zette zich actief in voor het deporteren en executeren van zijn tegenstanders en die van het regimeEen regime is in deze context het bestuur van een staat. . Ook in Engeland werd in 1931/32 een fascistische partij opgericht: de Britse Unie van Fascisten onder leiding van Oswald Mosley. Hij zag in het fascisme de oplossing voor de maatschappelijke problemen van zijn tijd, maar door zijn vele contact met Adolf Hitler werd Mosley uiteindelijk ook antisemitisch. Toch wist Mosley niet de steun van de gehele Engelse bevolking te krijgen. In Nederland werd het fascisme uitgedragen door de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Deze beweging stond vanaf 1932 onder leiding van Anton Mussert. Door de verzuiling waren Nederlanders meer betrokken bij hun eigen zuil dan bij een jonge politieke partij. Daardoor werd het fascisme in Nederland niet breed omarmd.

Van ‘Hitlerputsch’ naar beurskrach

Adolf Hitler en generaal Ludendorff pleegden op 8 november 1923 een staatsgreep in München. Voor 1929 waren veel Duitsers het wel eens met de ideeën van de NSDAP, maar van een echte aanhang was nog geen sprake. Dat verklaart ook waarom Hitlers staatsgreep in 1923 mislukte. Zijn greep naar de macht werd neergeslagen door politie en leger, want de bevolking was niet bereid hem te steunen. Hitler werd gearresteerd en gevangengezet. In vergelijking met communistische gevangenen kreeg de leider van de NSDAP een lage straf. Tijdens zijn gevangenschap schreef Hitler zijn ideologie op in een boek: Mein Kampf (Mijn strijd). In dit boek maakte hij duidelijk dat er in Duitsland geen plaats was voor kapitalisten, socialisten en ‘andere vreemden’.

In 1929 werden Hitler en zijn partij, de NSDAP, ongekend populair. De crisis die in Amerika begon, verspreidde zich naar Europa. Het door het Dawesplan geleende geld aan Duitsland werd teruggevraagd. Duitsland kon dit niet betalen en bedrijven gingen failliet. Daardoor steeg de werkloosheid. De onvrede in Duitsland werd steeds groter. Hitler maakte daar handig gebruik van. Door toespraken, propaganda en geweld stemden steeds meer Duitsers tijdens verkiezingen op de NSDAP. Politieke tegenstanders werden geïntimideerd. De SA ging de straten op en sloeg andersdenkenden in elkaar. Hierbij kregen ze hulp van een ander onderdeel van de NSDAP: de Schutzstaffel (SS), de persoonlijke lijfwacht van Hitler en de partijtop. Daarnaast beloofde Hitler dat hij de werkloosheid zou oplossen door banen te creëren. De boodschap kwam extra krachtig over dankzij propagandaleider Joseph Goebbels. En de sociaaldemocraten? Die bleven onderling ruziën.

Het aantal mensen dat op de NSDAP stemde, bleef tot aan de verkiezingen van 1932 stijgen. Samen met de communisten wist de NSDAP uiteindelijk de meerderheid in het parlement te behalen. Toch had de partij niet genoeg stemmen om alleen te regeren. Hitler weigerde echter een coalitieHet samenwerken tussen meerdere partijen. met de communisten te vormen. Als gevolg daarvan besloten de NSDAP en de sociaaldemocraten samen te werken. President Paul von Hindenburg benoemde Hitler tot Rijkskanselier (minister-president). Toch kon de NSDAP niet om de communisten heen. Een groot deel van het parlement was immers nog steeds communistisch, zodat Hitler gedwongen werd met zijn grootste concurrenten samen te werken.

De democratie in vlammen!

Op 27 februari 1933 werd het parlementsgebouw, de Rijksdag, in brand gestoken. De dader was vermoedelijk een communist: de Nederlander Marinus van der Lubbe. De nazi’s reageerden snel met propaganda: ‘nog vele branden zouden volgen als de communisten hun gang konden blijven gaan’, zo stelde Goebbels. Daardoor keerden steeds meer Duitsers zich tegen de communisten. Om dit ‘probleem’ op te lossen, stelde Adolf Hitler de MachtigingswetEen Duitse wet uit 1933 die de bevoegdheden van de Rijksdag overdroeg aan de rijkskanselier. Dit gaf Hitler de macht om vier jaar lang wetten te maken zonder instemming van het parlement en politieke partijen te ontbinden. In de praktijk betekende dit dat alleen de NSDAP overbleef en de weg werd vrijgemaakt voor een totalitaire staat. (1933) voor. Die wet gaf Hitler de macht om andere partijen te verbieden. Met andere woorden: deze wet maakte het mogelijk dat hij dictator werd. In 1933 kreeg de Republiek van Weimar de doodsteek. Duitsland werd een totalitaire staat: het Duitse Rijk, onofficieel Nazi-Duitsland genoemd.

Bron 7. Filmpje met daarin het proces tegen Marinus van der Lubbe, de Nederlandse communist die na de Rijksdag brand werd opgepakt. De vermoedelijke communist werd uiteindelijk schuldig bevonden en ter dood veroordeeld. Dit kwam Adolf Hitler goed uit, want het waren de communisten tijdens de verkiezingen die zijn grootste tegenstanders waren. Historici betwijfelen dan ook of het proces tegen Van der Lubbe eerlijk is verlopen. Oordeel zelf! Bekijk de video en let goed op de houding van de veroordeelde.

3. Leven onder het nationaalsocialisme: de nazificatie van Duitsland

  • Kan aangeven welke beloftes van Hitler aantrekkelijk waren voor welk doelgroep.
  • Kan uitleggen wat Lebensraum is.
  • Kan uitleggen hoe de nazi’s probeerden van Duitsland een autarkische staat te maken.
  • Kan uitleggen dat het gemeenschapsgevoel in Nazi-Duitsland individualisme uitsloot en voorbeelden geven van manieren waarop dit gemeenschapsgevoel werd aangeleerd.
  • Kan aan de hand van voorbeelden uitleggen dat Nazi-Duitsland een totalitaire staatsvorm had.
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.
Leerdoelen
  • Kan aangeven welke beloftes van Hitler aantrekkelijk waren voor welk doelgroep.
  • Kan uitleggen wat Lebensraum is.
  • Kan uitleggen hoe de nazi’s probeerden van Duitsland een autarkische staat te maken.
  • Kan uitleggen dat het gemeenschapsgevoel in Nazi-Duitsland individualisme uitsloot en voorbeelden geven van manieren waarop dit gemeenschapsgevoel werd aangeleerd.
  • Kan aan de hand van voorbeelden uitleggen dat Nazi-Duitsland een totalitaire staatsvorm had.
Extra uitleg
In het filmpje krijg je een overzicht van het onderwerp van deze paragraaf.

De persoonlijkheid van Hitler maakte op veel Duitsers een diepe indruk. Hierdoor ontstond een Führerverering. Velen zagen hem als ‘hun’ leider, die zijn beloften waarmaakte. Adolf Hitler beloofde werk voor arbeiders, geld en grond zodat boeren meer konden produceren. Hij beloofde ook bescherming van kleine ondernemers tegen grote warenhuizen en een verbod op stakingen voor de eigenaren van bedrijven. De samenleving werd na 1933 ingericht volgens de ideologie van de NSDAP.

 

Bron 12. De NSDAP maakte slim gebruik van propaganda om de bevolking te beïnvloeden. Minister van Propaganda, Joseph Goebbels, liet kunstenaars vooral het gevoel portretteren.

Nazi-Duitsland

Om deze ideologie snel door te voeren, zette de nazipartij haar twee gewapende afdelingen in: de Sturmabteilung (SA) en de Schutzstaffel (SS). Zij werden losgelaten op de samenleving. Regelmatig werden parades georganiseerd die kracht moesten uitstralen. Sommige Duitsers voelden zich hierdoor aangetrokken en wilden lid worden. Anderen raakten juist afgeschrikt door het geweld.

Nazi-Duitsland werd door de volgelingen van Hitler aangeduid als het Derde Rijk (1933-1945). Dit nieuwe Duitsland werd beperkt door het Verdrag van Versailles, omdat het leger drastisch was verkleind. Hitler trok zich daar niets van aan en begon het leger weer uit te breiden. Om de Duitse legertop voor zich te winnen, beloofde Hitler herbewapening. De generaals vreesden echter dat de SA het officiële leger zou vervangen. Daarom liet Hitler tijdens de ‘Nacht van de Lange Messen’ (30 juni 1934) de leiders van de SA vermoorden. Daarna kon hij rekenen op de steun van het leger.

Hitler vond Duitsland te klein voor zijn ambities. Hij wilde meer LebensraumLeefruimte voor Duitsers. veroveren. Daarvoor moest Duitsland zich voorbereiden op oorlog. Ook wilde hij een autarkischAutarkie is het in je eigen onderhoud kunnen voorzien en niet afhankelijk zijn van het buitenland. Duitsland. De industrie richtte zich daarom vooral op wapenproductie, terwijl de landbouw moest zorgen voor voldoende voedsel.

 

De weg naar een totalitaire staat

Een nazistische samenleving kon alleen bestaan als het volk zich inzette om Duitsland weer groots te maken. Het moest een hechte eenheid vormen. individualismeEen levensbeschouwing waarbij het individu centraal staat en belangrijker is dan de gemeenschap. werd afgewezen. Het individu was minder belangrijk dan het volk. Een Duitser moest bereid zijn zijn leven te geven voor de staat. De inrichting van deze samenleving noemen we gelijkschakeling of nazificatie (bijvoorbeeld: alle organisaties, scholen en verenigingen moesten zich aanpassen aan nazi-ideeën).

Om dit te bereiken richtte de NSDAP allerlei organisaties op en werden wetten aangenomen die het gemeenschapsgevoel moesten versterken. Ook onderwijs en media werden ingezet. Hiervoor werd het ministerie voor Volksvoorlichting en Propaganda opgericht. Op school leerden jongeren over het ‘verraad van Versailles’, rassenleer en het idee dat Duitsers Europa moesten bevrijden van corrupte politici en van groepen die volgens de nazi’s ‘het ras verzwakten’. Alleen zo kon de perfecte samenleving ontstaan: de VolksgemeinschaftVolksgemeenschap. . Andere groepen werden tot zondebokEen bevolkingsgroep die de schuld krijgt van problemen. gemaakt. Propaganda zette hen neer als vijanden, zodat ze makkelijker gearresteerd en weggevoerd konden worden. Leraren die niet meewerkten aan de hervormingen werden door de Geheime Staatspolizei (Gestapo) gearresteerd of erger.

Daarnaast werd de Rijkscultuurkamer opgericht. Iedereen die in de media werkte moest lid zijn. Ook kunstenaars moesten zich inschrijven. Joden en ‘onbetrouwbare’ journalisten of kunstenaars werden uitgesloten en konden hun beroep niet meer uitoefenen. De samenleving stond volledig in het teken van Hitler en de nazi-partij. Dit noemen we totalitarismeEen politiek systeem waarbij de hele samenleving ondergeschikt wordt gemaakt aan de ideologie van de staat. .

 

Hitlers economie

Het bedrijfsleven bloeide op onder de nazi’s. Hitler liet autowegen aanleggen en vliegtuigen, tanks en kanonnen bouwen. Ook wilde hij het volk tevreden stellen. Op grote schaal werden auto’s (Volkswagen), radio’s (Volksempfänger), koelkasten (Volkskühlschrank) en een vroege televisie (Volksfernseher) geproduceerd. Deze ‘volksproducten’ waren populair omdat ze goedkoop waren en voor iedereen bereikbaar leken. Alles werd betaald uit de staatskas.

Doordat de industrie op volle toeren draaide, verdween de werkloosheid. Veel Duitsers herinnerden zich deze jaren later als de ‘gouden tijd’. Maar wat men niet zag: de staatskas liep leeg door al deze uitgaven. Dit dreigde te leiden tot inflatie. En dat vreesden de nazi’s, want inflatie kon onrust veroorzaken en leiden tot verzet tegen het regime.

 

Op weg naar oorlog

In augustus 1935 koos Hitler voor een alles-of-niets-oplossing: door oorlog nieuwe grondstoffen en arbeidskrachten veroveren. Binnen vier jaar moest Duitsland klaar zijn voor een oorlog. Miljarden Reichsmark werden geïnvesteerd in de oorlogsindustrie. Maar dit was in strijd met het Verdrag van Versailles. Daarom werden tanks, kanonnen en vliegtuigen na productie weer uit elkaar gehaald en verborgen.

Dat Duitsland op weg was naar een oorlog, stond voor Hitler al vast. Historici zijn het erover eens: als hij in augustus 1939 niet met de oorlog was begonnen, was zijn ‘Reich’ ingestort.